HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 20-02-2017

Weber, Carl E. M. H.

 
Geboortejaar: 1820
Overlijdensjaar: 1908
Betrokken bij: Grafkapel familie de Loë Mheer (Mheer)
Johannes de Doper (Limmel)
Klooster "Calveriënberg" (Voormalig) (Maastricht)
Laurentius (Maasniel)
Marcellinus en Petrus (Geleen)
Martinus (Vijlen)
O.L. Vrouw Geboorte (Blitterswijck)
O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen (Amstenrade)
O.L.Vrouw ten Hemelopneming (Kapel in 't Zand), klooster, kruiswegpark (Roermond)
Rochus (Steijl)
Walburga (Amby)
Willibrordus (Geijsteren)
 

Graf van Karel Weber en zijn echtgenote op het kerkhof van Roermond. Foto: Sander van Daal, 2007

Weber werd geboren in Keulen en groeide daar ook op. Waarschijnlijk heeft hij het vak niet geleerd bij de voltooiing van de Dom, die in die tijd plaats vond. Hij was een klasgenoot van Vincent Statz, die een belangrijke kerkenarchitect was in het aartsbisdom Keulen maar die ook een moeilijk persoon was. Wellicht heeft Weber daarom zijn heil gezocht in Nederland, waar hij betrokken was bij de bouw van in totaal 33 kerken, voornamelijk in het bisdom ’s Hertogenbosch maar ook in Limburg en elders.
In 1857 huwde hij met een Roermondse (zijn eerste vrouw was in 1850 gestorven) en vestigde hij zich permanent in Roermond. In de loop der jaren gebruikte hij de voornamen Carl, Karel en Charles.
In Roermond raakte hij gefascineerd door de Munsterkerk, een grote kerk in de laat-Romaanse stijl van het Rijnland. Het werd zijn grootste wens deze kerk te restaureren en hij begon met een uitgebreide studie ervan. De restauratie werd echter gegund aan de beroemde Roermondse architect P. H. J. Cuypers.
Toen het plan van Cuypers in 1863 openbaar werd, werd het door Weber fel bekritiseerd. Hij achtte het in vele opzichten historisch niet correct en hij miste het respect voor het oorspronkelijke gebouw. Ofschoon de restauratie in 1870 startte, kan het zijn dat dit soort reacties Cuypers hebben doen besluiten naar Amsterdam te gaan.
Weber zelf concentreerde zich na het conflict voornamelijk op het bouwen van kerken in Brabant en ook wel in Limburg. Uiteindelijk ontwikkelde hij een stijl die afgeleid was van die van Munsterkerk, ironisch genoeg inclusief de restauraties van Cuypers. In een in 1953 verschenen boek over de architectuur van R.K. kerken werd Cuypers de hemel ingeprezen en werd Weber niet eens genoemd. De rivaliteit tussen beide duurde kennelijk nog lang nadat beide architecten waren gestorven.
Webers carrière kan verdeeld worden in twee perioden. De eerste, die duurde tot het einde van jaren 1870, kenmerkt zich door de beïnvloeding door de Rijnlandse neo-Gotiek. Dikwijls zijn de kerken van het  zogenaamde Stuffenhalle type zoals bij de St. Martinus in Vijlen. Deze kerkvorm was karakteristiek in Westfalen, waar Weber vandaan kwam. Bij dit soort kerken zijn de drie schepen van de kerk even hoog en liggen ze onder één dak, maar zijn de zijschepen smaller dan het hoofdschip.
In de tweede periode domineren de invloeden uit de Romaanse architectuur, waarmee Weber een van de eerste architecten in Nederland werd, die brak met neo-Gotische monopolie met betrekking tot de kerkenbouw. Webers meest monumentale dateren uit die tweede periode. Dikwijls hebben deze kerken een grote koepel boven het kruisgewelf.
Naast het ontwerp van nieuwe kerken was Weber eveneens verantwoordelijk voor de restauratie van vele oudere kerken. Gedurende zijn laatste levensjaren leed hij aan een oogziekte, waardoor hij zijn werk niet meer kon voortzetten.
Een aantal van zijn kerken in Limburg is inmiddels verdwenen, zoals bijvoorbeeld de kerk van St.Laurentius te Maasniel, die in de oorlog werd verwoest en niet meer werd opgebouwd.

Zie voor informatie over Weber ook Archimon.

 Foto: Sander van Daal, 2007