HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 23-04-2017

Urbanus

Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: H. Urbanus
Dekenaat/kerkverband: Venlo-Tegelen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Belfeld
Gemeente: Venlo
 
Adres: Kerkstraat 21
Postcode: 5951 EC
 
Kadastrale gegevens: Venlo F 554
Bouwpastoor/bouwpredikant: E.H. Stevens
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K.Kerk

Ruimtelijke context

De Urbanuskerk ligt op een ruim perceel, dat omzoomd wordt door de Kerkstraat, Irenelaan, Prins Bernhardlaan en Bergstraat. Links van de kerk (aan de Kerkstraat) ligt de voormalige kapelanie. De pastorie ligt naast de koorpartij aan de Irenelaan. De kerk is omgeven door een grasveld met plantsoenen en bomen. Voor de kerk ligt een klein pleintje. Tegenover de kerk aan de Kerkstraat liggen winkels. De toren staat in de zichtas van de Irenelaan. De overige bebouwing rondom de kerk bestaat vooral uit woonhuizen en stamt deels uit de jaren vijftig, maar is voor een belangrijk deel ook van recentere datum.

Type

Georiënteerde, driebeukige bakstenen pijlerbasiliek met een narthex en een terzijdestaande klokkentoren. Het bankenplan is axiaal.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

 Oorlogsschade. Bron: De verwoeste kerken in Limburg

In 1558 werd voor de eerste maal een kapel, toegewijd aan de H. Urbanus, vermeld in Belfeld. Deze kapel, sedert 1571 parochiekerk, werd in 1839 vervangen door een neoclassicistisch kerkje, dat op zijn beurt in 1912 moest wijken voor een neoromaanse basiliek naar ontwerp van Caspar Franssen. De Urbanuskerk werd tussen november 1944 en februari 1945 diverse malen door de Engelsen beschoten en daarbij grotendeels verwoest.

Huidige kerk

De nieuw te bouwen Urbanuskerk zou een herinnering moeten zijn aan de verwoeste kerk. Architect Stephan Dings ontwierp in december 1945 een kruisbasiliek met verhoogde priesterkoor in gotische vormentaal. Dit ontwerp kon klaarblijkelijk de goedkeuring niet wegdragen, want op 10 november 1947 kreeg hij de opdracht een kerk te bouwen in ‘basilicastijl’. Vanaf het begin was duidelijk dat de nieuw te bouwen kerk niet ter plaatse van de verwoeste zou komen te liggen, maar meer centraal in de gemeente. Hiertegen rees verzet van een aantal parochianen. Er werd een enquête gehouden, maar de beslissing was reeds genomen en kon niet meer teruggedraaid worden. Op 3 december 1948 werd de kerk aanbesteed. De firma Haegens en Martens kreeg de opdracht maar er moest wel bezuinigd worden. De toren werd voorlopig niet uitgevoerd. Aangezien op dat moment te veel kerken in aanbouw waren, weigerde het ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting een bouwvergunning. Die kwam uiteindelijk op 28 december 1949. In februari 1950 konden de fundamenten uitgegraven worden. De eerste steen werd gelegd op 30 juli 1950. Op 21 juni 1951 was de kerk nagenoeg voltooid. Op het feest van Maria Tenhemelopneming, 15 augustus 1951, vond de inzegening plaats. In 1955 maakte pastoor Stevens bekend, dat het kerkbestuur voornemens was ook de toren te laten bouwen. De toren werd tussen 19 april en 14 december 1958 gebouwd door aannemersfirma gebr. Baeten uit Venlo. In maart 1960 kreeg de kerk een vloer uit Noorse leisteen. Mgr. Moors consacreerde de kerk op 5 april 1964.

Veranderingen

Aangezien de kerk in de winter slechts met moeite te verwarmen was, gaf de DCPB in 1980 toestemming om in de zuidelijke zijbeuk een dagkapel in te richten. Voor het altaar aldaar werd een stenen offertafel geplaatst. Naast het altaar kwam een tabernakel. De dagkerk beslaat drie traveeën en wordt aan de kopse kant afgesloten met een vouwwand met daarboven een glazen overlicht. Aan de zijkant, richting middenschip, hangen gordijnen. Als gevolg van de Arbo-wet vervielen in 2001 de trappen in de doopkapel. De aantrede van de trappen was te klein en de treden waren bovendien slecht zichtbaar. De vloer werd aangevuld. Een zwarte achtpuntige ster beheerst thans de vloer. De doopvont vormt het middelpunt van de ster. Tevens werd in 2001 het priesterkoor in de richting van het schip uitgebreid.

Exterieur

De Urbanuskerk is opgetrokken in rode baksteen in staand verband en platvol gevoegd. Rondom de kerk loopt een plint van natuursteen. Voor de kerk staat een uit drie rondbogen bestaande narthex, die met een lessenaardak leunt tegen de voorgevel van de kerk. In de pijlers zijn mergelblokken verwerkt. Het voorportaal biedt toegang tot de hoofdingang, een dubbele houten deur met segmentbogig, van glas-inlood voorzien bovenlicht, en twee zij-ingangen. De voorgevel wordt gedomineerd door twee gekoppelde rondboogvensters. In de topgevel is nog een klein driepasvenster aangebracht. De topgevel kent vlechtingen en een rollaag die met natuursteen is afgedekt. De gevel wordt bekroond door een stenen kruis. Op de zuidhoek van narthex en schip staat de ongelede klokkentoren. Op de toren zijn vier wijzerplaten gemonteerd. Bovenaan kraagt de toren enigermate uit. Hierop staat een geprofileerde betonnen waterlijst. Op de hoeken zijn betonnen waterspuwers gemonteerd. De betonnen lantaarn heeft een laag koperen puntdak, dat bekroond wordt door een bol met kruis. In de lantaarn hangen de klokken. Op de noordhoek van de narthex staat de octogonale doopkapel. De kapel heeft vijf rondboogvensters. Onder de daklijst loopt een fries van segmentboogjes. Het puntdak is belegd met pannen en wordt bekroond door een ijzeren kruis. De zijschepen zijn door steunberen in zes traveeën verdeeld. Per travee is een rondboogvenster aangebracht. Het raam is rechthoekig, de boog erboven is in keperverband dichtgemetseld. De zijbeuken hebben lessenaardaken die voorzien zijn van mastgoten. Het middenschip telt zeven traveeën. De eerste travee aan de noordkant heeft een rondvenster. Dan volgen zes rondboogvensters. Tussen de vensters, onder de daklijst, zijn muurankers geplaatst. Het middenschip heeft een zadeldak. Het koor bestaat uit een travee die in het verlengde ligt van het middenschip en zich daarvan alleen onderscheidt doordat de twee ramen iets groter zijn en een van twee ramen voorziene absis. De absis is lager en smaller dan de koortravee. Boven de ramen loopt een muizentandfries. Het dak bestaat uit een halve kegel en is met leien gedekt. Op de zuidoosthoek van het koor staat een clocher-arcade. De topgevel heeft dezelfde opbouw als zijn pendant aan de voorzijde: vlechtingen, rollaag en kruis. In de hoek van koor en zuidelijke zijbeuk staat als een semi-onafhankelijk gebouw de sacristie. Qua vormentaal en materiaal wijkt zij niet af van de kerk, waartegen zij dwars aanstaat. De ingang is met een trap bereikbaar. Boven de rechthoekige vensters zijn natuurstenen lateien met ontlastingsboogjes aangebracht. De sacristie heeft een zadeldak. In de topgevel is een rondvenster aangebracht.

Interieur

Zicht op het priesterkoor. Foto: collectie Joey Wetzels

Zicht op de zangtribune

Door de hoofdingang de kerk betredend komt men uit onder een narthex, die, evenals de tegen de kerk staande narthex, uit drie rondbogen bestaat. De bogen rusten op rechthoekige pijlers zonder basementen, maar met geprofileerde imposten van gefrijnde Sibberblok. Alle andere boogstellingen in de kerk – de triomfboog, de scheibogen en de gordelbogen in de zijbeuken - zijn op eendere wijze uitgevoerd. Op de narthex staat het orgel. De zangtribune is voorzien van een houten balustrade, waarin smeedijzeren Andreaskruisen verwerkt zijn. Onder de toren is de Mariakapel gesitueerd. Deze is met een smeedijzeren hekwerk afgesloten. Het altaar staat tegen de achterwand in een muraalboog. Het plafond is wit gestukadoord. Tegenover de Mariakapel ligt de doopkapel met zijn in zwart graniet ingelegde ster. De kapel is door de witgestuukte muren en gewelf en de ramen zeer helder. Vanuit de middelste boog leidt een middenpad naar het priesterkoor. De vloeren in het schip zijn belegd met Noorse lei. Het interieur is geheel uitgevoerd in schoon metselwerk in staand verband. Tussen de vensters in de lichtbeuk zijn kraagstenen ingemetseld. Daarop rusten de muurstijlen, die met korbeel en sleutelstuk de moerbalken van het dak schragen. Haaks op de moerbalken liggen de kinderbalken, waartussen witte cementhoutwolplaten liggen. De plafonds van de zijbeuken volgen de dakhelling, maar zijn eveneens uitgevoerd in hout en plaatwerk. In de zijbeuken staan de houten biechtstoelen en tevens enige rijen met banken, die opgesteld zijn voor de zijaltaren. De altaren staan tegen de achterwand van de zijbeuk in een ronde muraalboog. Vanuit de zuidelijke zijbeuk leidt een deur naar de sacristie. De gordelbogen in de zijbeuken rusten op de imposten van de middenschippijlers en op wandpijlers. Het schip heeft door de plaatsing van het op zich fraaie gebrandschilderde glas veel van zijn helderheid verloren. De overgang tussen schip en koor wordt gemarkeerd door een triomfboog. Het recent vergrote priesterkoor verheft zich vier treden boven het schip. De treden zijn gemaakt van zwart graniet. De vloer is belegd met travertijn tegels. De absis heeft een half koepelgewelf. In de absis op een drietredig supedaneum staat het hoofdaltaar. Vanuit het koor biedt een deur eveneens toegang tot de sacristie.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Zie voor Leonardusverering in deze kerk: http://www.meertens.knaw.nl/bedevaart/fulltext_detail.php?id=65

Orgel

Orgel. Foto: collectie Joey Wetzels

Rond 1860 werd blijkens Grégoir door van Dinter (Tegelen) in deze kerk een orgel geplaatst; het kreeg in 1915 geen plaats in de toen in gebruik genomen nieuwe kerk, waar een harmonium werd gebruikt, dat in 1944 verloren ging. In 1963 plaatsten Gebr.Vermeulen (Weert) een nieuw tweemanuaals orgel, waarvan aanvankelijk een vijftal stemmen (*) nog niet werd geplaatst.

Hoofdwerk                          Zwelwerk                              Pedaal

Prestant 8’                          Gemshoorn 8’                       Subbas 16’

Roerfluit 8’                           Holpijp 8’                              Gedektbas 8’

Octaaf 4’                              * Prestant 4’                        Octaafbas 8’

* Blokfluit 4’                        Fluit 4’                                    Koraalbas 4’

* Flageolet 2’                      Octaaf 2’

Mixtuur III                           Quint 1 1/3’

Trompet 8’                           * Scherp III

                                            * Schalmei 8’

bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Voorstelling: een bisschop (H. Leonardus?) met voor hem een staande man. In de devotiekapel.

Voorstelling: Urbanus, marteldood Urbanus; Maria, bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth; Jozef, vlucht naar Egypte; Leonardus, Leonardus geneest een lamme; Geboorte van Christus, annunciatie; Doop in de Jordaan, opdracht in de tempel; Kruisdood, pietà; Verrijzenis, engel bij het graf; Hemelvaart, prediking van de apostelen. In het schip.

Voorstellingen: Offer van Abraham; Mozes slaat water uit de rots en mannaregen. In de absis.

Zijaltaren, baksteen, ca. 1958. Op supedaneum een gemetselde stipes in dezelfde steen als de kerk met twee rechthoekige granieten kolommen, waarop een zwart granieten mensa ligt. Op de mensa een granieten sokkel voor een beeld. In de zijbeuken.

Maria-altaar, natuursteen, beton, ca. 1958. Natuurstenen mensa op twee rechthoekige kolommen van uitgewassen beton.

Altaar, natuursteen, XXd. Prismatisch vormgeven natuurstenen stipes met natuurstenen mensa. In de dagkapel.

Ronde hardstenen geprofileerde voet; balusterstam; ingesnoerde ronde kuip; geprofileerde geelkoperen deksel; op de klokvormige top een bol met kruisje.

Natuurstenen tombealtaar met een houten retabel. Boven het tabernakel een houten, gesneden expositietroon met vier kolommen; aan weerszijden een reliëf resp. de Goede Herder en de barmhartige Samaritaan; aan de achterzijde de geschilderde voorstelling op doek van Jezus in de Hof van Olijven en de geseling. De schilderstukken zijn volgens signatuur van A. Windhausen uit Roermond.

Voorstellingen van het Lam Gods met de zeven ogen die kijken naar het boek met de zeven zegels. Aan de zijkant o.a. een voorstelling van kelk en hostie. In de dagkapel

Op een geprofileerd vierkant basement een vierkante kolom met daarop het bekken bestaande uit een vierkante ‘ombouw’ met op de hoeken kantelen temidden daarvan het iets hogere, ronde bekken. Op de voorzijde van de ombouw een kruis in een cirkel.

Inscriptie: ANNO DOMINI 1950.

 
 
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus
Urbanus