HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 18-10-2018

Michaël

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Michaël
Dekenaat/kerkverband: Sittard
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Berg aan de Maas
Gemeente: Stein
 
Adres: Kerkstraat 17
Postcode: 6129 BN
 
Kadastrale gegevens: Urmond A 5818
Bouwpastoor/bouwpredikant: J.J.M.A. Riemersma
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

(Foto Bisdom)

Ruimtelijke context

In de dorpskern van Berg aan de Maas staat op een natuurlijke verhoging in het landschap de H. Michaëlkerk. Rechts van de kerk staat de lagere school. De kerk is omgeven door plantsoenen. Achter de kerk ligt de begraafplaats. De omliggende bebouwing bestaat uit particuliere woningen.

Type

Tegen een grotendeels uit de 19de en begin 20ste eeuw stammend, neoromaans kerkgebouw werd in 1958/1959 een ruim transept met rechtgesloten koorpartij, toren en sacristie gebouwd. De kerk als geheel kan thans getypeerd worden als een niet-georiënteerde bakstenen kruisbasiliek in romaniserende trant. De toren staat aan de noordzijde van de kerk in de hoek van het transept en schip. De stoelen zijn centraal opgesteld.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

Volgens de Voorlopige lijst bevond zich in het onderste stuk van het koor en een deel van de toren nog middeleeuws metselwerk. In 1825 had de kerk een plat dak. In 1842 werd de kerk vergroot en gewijzigd. Architect Caspar Franssen verbouwde de kerk in 1905 opnieuw. Daarbij werd het middenschip verhoogd en in neo-romaanse stijl aangepast. Het driebeukige schip telde toen vier traveeën met een driezijdig gesloten koor. Voor het schip stond de klokkentoren. In de jaren 1936 en 1937 maakte de Geleense architect P.A. Schols plannen voor de uitbreiding van de kerk die erin bestonden de toeren af te breken en ter plaatse een nieuw transept en koor te bouwen. Aangezien het gemeentebestuur van Urmond de subsidie niet ineens, maar gefaseerd wilde uitbetalen, besloot een hierover verbolgen pastoor Van Eijs de uitbreiding voorlopig uit te stellen.

Huidige kerk

De groeiende bevolking maakte een uitbreiding echter noodzakelijk. Pastoor Hermans wees in een brief aan het bisdom van 25 maart 1953 op dat er 40 nieuwe huizen in aanbouw waren en dat ’s zondags vier missen werden opgedragen die telkens afgeladen vol waren. In juli 1957 droeg Hermans opvolger, pastoor J.J.M.A. Riemersma architect Harrie Koene uit Maastricht voor bij het bisdom. De eerste ontwerpen werden op 7 november van dat jaar besproken. Op 30 januari 1956 keurde de BBC het herziene plan op hoofdlijnen goed. Wel wenste men een rechte in plaats van een ronde koorafsluiting. Op 27 februari daaropvolgend keurde de BBC het plan definitief goed. Het werk werd uitgevoerd door aannemer H. Bogman uit Beek. Door de uitbreiding steeg het aantal zitplaatsen van 190 naar 628. De bouw werd in februari 1958 drie maanden stilgelegd vanwege de steenkoolontginning ter plaatse. De Staatsmijnen vreesden voor verzakking van de fundamenten. In de nieuwbouw opgenomen waren ook wijzigingen aan het oude deel van de kerk. Aan beide zijden van het oude priesterkoor werden de zijbeuken doorgetrokken om zijportalen aan te brengen. De gehele oudbouw werd tevens met een travee verlengd. De kerk werd op 10 mei 1959 ingezegend.

Veranderingen

In de jaren 1973/1974 werd het priesterkoor vergroot en verder de viering ingebouwd. Vanwege werkzaamheden aan de verwarming zijn omstreeks 1978 de grafsteen en de stoffelijke resten van pastoor Stassen vanuit het oude priesterkoor overgebracht naar de viering.

Exterieur

  (Foto Bisdom)

De H. Michaëlkerk is via trappen en een talud bereikbaar. De in de oude kerk opgenomen zijportalen bestaan uit een rechthoekige betonnen omlijsting, die een dubbele houten deur bevat. Aan de noordzijde van de kerk in de hoek van schip en transept staat de ongelede klokkentoren. Op circa een meter boven het maaiveld is een smal rondboogvenster aangebracht. De toren heeft vier hoekrisalieten die onder de dakrand in de rondbogen van de galmgaten bijeenkomen. Tussen deze risalieten springt het metselwerk iets in. De galmgaten bestaan uit vier hoge rondbogen. Boven de galmgaten op de hoeken van de toren zijn wijzerplaten aangebracht. Op de toren staat een met koper bedekte ranke spits. Tegen de oostgevels van het transept zijn zijbeuken opgetrokken. Deze bevatten eveneens zijportalen, die qua uitvoering gelijk zijn aan die in het oude schip. De zijbeuken hebben lessenaardaken die, evenals de rest van de kerk, met Romaanse pannen zijn belegd. Het transept, dat iets hoger is dan de nok van het schip, heeft een zadeldak. Drie even hoge, gekoppelde rondboogvensters doorbreken de zijgevels. De ramen hebben een betonnen omlijsting. Voor het overige zijn de transeptarmen blind. De rechtgesloten koorpartij is dat eveneens. De achtergevel is enkel versierd met drie rondbooglisenen. Het koor heeft een schilddak. Tegen de westgevel van de zuidelijke transeptarm is een blinde absis gebouwd, die voorzien is van een met zinken platen belegd half kegeldak. In de tegenoverliggende hoek staat de van een schilddak voorziene sacristie. Aan de kerkhofzijde heeft deze vier met beton omrande vierhoekige vensters.

Interieur

 Zicht op het priesterkoor

 Zicht op de zangtribune

De kerk heeft thans drie toegangen die in gebruik zijn. Een in de zuidelijke transeptarm, een in de noordelijke zijbeuk en een in de noordelijke transeptarm. Een echte hoofdingang is er niet. De drie ingangen hebben elk een tochtportaal. De kerk betredend via de ingang in de noordelijke transeptarm komt men via het portaal in het transept. De beide transeptarmen hebben aan de oostzijde een smalle zijbeuk, die aansluit op de zijbeuk van het schip. Een arcade van rondbogen scheidt de zijbeuk van het transept. De bogen rusten op smalle, betonnen bundelpeilers die geen basementen hebben. Op de peilers liggen betonnen dekplaten. De nieuwbouw is voorzien van leisteenvloeren. De binnenmuren van de kerk zijn gepleisterd. De transeptarmen hebben vlakke netgewelven. De viering en het priesterkoor hebben kruisgraatgewelven die eveneens zeer vlak gehouden zijn. In de hoek waar de zijbeuken van de noordelijke transeptarm en zijbeuk bijeenkomen is onder de toren de doopkapel gesitueerd, die thans als Mariakapel in gebruik is. De kapel is via twee rondbogen bereikbaar en is overhuifd met een koepelgewelf uit gele baksteen. Het koor is vier treden hoog en is belegd met travertijnen platen. Hierop staat het houten vieringaltaar en de verrijdbare stenen doopvont. Het sacramentsaltaar met tabernakel staat wederom twee treden hoger. Ook deze ruimte, het priesterkoor, zoals dat in 1959 tot stand gekomen is, werd met travertijn afgewerkt. De communiebanken zijn als afscheiding geplaatst voor de beide zijaltaren. Het Maria-altaar staat in een absis opgesteld. Het Sint-Jozefaltaar staat in een ondiepe, rechthoekige nis.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In 1960 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk een eenmanuaals orgel.

                               Manuaal                                                                          Pedaal

                               Holpijp B/D 8’                      Kwint D 1 1/3’                      aangehangen

                               Roerfluit B/D 4’                   Mixtuur B/D II-III

                               Prestant B/D 2’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Voorstellingen: de wonderbaarlijke visvangst en Maria Tenhemelopneming. Schilderingen verkeren (anno 2002) in slechte staat. In de transeptarmen

Non-figuratieve voorstelling. Gesigneerd en gedateerd, rechts beneden. In de voormalige doopkapel.

Sacramentsaltaar, marmer, 1959. Blokvorige stipes met daarop een mensa.

Zijaltaren, graniet, 1959. Prismatische stipes met daarop een mensa.

Voorstelling van het H. Hart van Jezus in een vierpas. De randen zijn versierd met loofwerk. Inscriptie rechtsonder: ESSER WEERT FEC 1925.

Voor de opgang naar het priesterkoor ligt de grafsteen van pastoor Henricus Josephus Stassen (1170- 1832). In een medaillon staat een kelk met hostie.

 
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël