HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 06-02-2018

Antonius van Padua

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: H. Antonius van Padua
Dekenaat/kerkverband: Venlo-Tegelen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Blerick
Gemeente: Venlo
 
Adres: Antoniuslaan 93
Postcode: 5921 KB
 
Kadastrale gegevens: Venlo K 4903, K 4904
Bouwpastoor/bouwpredikant: M.H. Reijnen
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Dagkapel: Op een vloer van witte marmer staat een mensa op twee stipes in donkere natuursteen.

Kerk: Op twee stipes ligt een mensa.

De vont bestaat uit een cilindrische voet met stam, waarop een bolwelvende cuppa staat. In de doopkapel.

De vont bestaat uit een vierkante geprofileerde voet, die overgaat in een octogonale stam, waarop een octogonale cuppa rust. De cuppa is in twee delen voorzien van een waterbekken en een heilig putje. Afkomstig uit de H. Annakerk te Breda. Werd door de parochianen opgehaald en aan de zuidzijde van het priesterkoor geplaatst. Het koperen deksel is afkomstig van de oude vont en bestaat uit en octogonaal tentdak bekroont met een kruis. De huidige doopvont is groter dan de oude, zodat het deksel met een tweede ring is uitgebreid. De kraan behorend bij het deksel staat in de H. Hubertus te Blerick. Het neogotische deksel werd gestolen te Breda voordat de doopvont werd verwijderd.

Tekst: LAAT U ZELF ALS LEVENDE / STENEN VOLGEN IN DE BOUW / VAN DE GEESTELIJKE TEMPEL / PETR. 5 / 28-5-1961. Naast de ingang aan de noordzijde in de kerk.

Meer foto's ››

Ruimtelijke context

 

Naast de kerk ligt het kerkhof met daarvoor een parkeerplaats. Aan de andere zijde van de kerk staan de kapelanieën. Rondom dit ensemble staan huizen, winkels en het voormalige stadhuis van Blerick. Daartussen wringt zich een drukke doorgaande weg. De kerk staat nog steeds in het centrum van de oude kern. De St. Antoniuskerk met haar toren steken boven Blerick uit. Vanaf de Maas en vanuit Venlo zijn beide goed te zien, maar vooral de toren is een landmark voor heel Blerick en de omgeving. Onder de toren staat het oorlogsmonument, dat van de begraafplaats is gehaald om hier te midden van de gemeenschap te staan.

Type

De georiënteerde rechthoekige zaalkerk bestaat uit een betonnen skelet met bakstenen invulling en grote rechte ramen. In de aangebouwde laagbouw staan de liturgisch functionele ruimtes, die aan de grotere kerk kunnen worden gekoppeld door openslaande deuren. De campanile staat op het kerkplein.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

De eerst bekende kerk was gesticht aan in de 11de of het begin der 12de eeuw door de graven van Loon, die het gebied in bezit hadden. Als patroonheilige kozen zij St. Lambertus (+709), een familielid van de stichtersfamilie. De eerste kerk was een kleine zaalkerk met versmald recht koor. In de tweede fase is de westtoren gebouwd. Vervolgens werd de kerk in fasen uitgebreid, met een noordbeuk, vervolgens een zuidbeuk, hierna een vergroting naar het westen, waardoor de toren gedeeltelijk ingebouwd werd. Hierna volgde een vergroting en wijziging van het priesterkoor en tenslotte wederom een uitbreiding naar het westen. In het begin van de 19de eeuw was zo een driebeukige zaalkerk met een 5/8 priesterkoor ontstaan, met een tot aan de voorzijde ingebouwde toren. Het geheel was gotisch van stijl met vijf traveeën. De kerk werd in de loop van de 19de eeuw te klein en ondanks een vergroting aan de westzijde in 1852 bleef een echte oplossing uit. Door de ligging van de kerk was verdere uitbreiding niet mogelijk. Blerick groeide echter flink, vooral de opkomst van industrie en handel zorgde na 1865 voor een groeiende werkgelegenheid. In de 19de eeuw was in Nederland een grotere Antoniusverering ontstaan op initiatief van de heren Copin uit Ath (België) en Visser uit Nijmegen. De landelijke vereniging ‘de Liefdadigheid’ nam het initiatief tot het stichten van een Antonius van Padua-kerk en uiteindelijk werd Blerick uitgekozen. Mede door de komst van een relikwie kon een bedevaart naar deze plaats worden gesticht. Kapelaan J.A. Stassen, lid der Tweede Kamer der Staten-Generaal, werd in 1895 benoemd tot bouwpastoor. In 1899 werd de neogotische kruisbasiliek naar ontwerp van Caspar Franssen in gebruik genomen. Deze prestigieuze kerk was votief- annex bedevaartkerk ter ere van H. Antonius en voorzien van brede gangen voor de drommen bedevaartgangers, die werden verwacht. De oude Lambertuskerk werd op het koor, dat als Mariakapel werd ingericht na, gesloopt. In 1944 werden zowel de kerk als de kapel door de terugtrekkende Duitsers opgeblazen en volledig vernield.

Noodkerk

In 1946 werden de restanten van de verwoeste kerk opgeruimd en werd het terrein parkachtig ingericht. De parochie kreeg onderdak in een noodkerk, die was ingericht in de zaal van Schuts, die echter al snel werd verlaten omdat deze te klein was. De tweede noodkerk was de zaal in het Volkshuis. Ook deze zaal was al snel veel te klein, zodat naar een andere oplossing werd gezocht. Het idee, om niet een noodkerk te bouwen maar direct de echte kerk, moest worden verlaten door tijdgebrek en de moeilijkheden bij het vinden van de juiste architect. De oplossing werd tenslotte gevonden in de bouw van een noodkerk op ontwerp van J.L. Grubben uit Blerick. Deze kerk heeft vanaf 1948 uiteindelijk 14 jaar gefunctioneerd. Er werd een nieuw houten beeld van Antonius van Padua door Charles Vos op een zijaltaar geplaatst, als vervanging van het in 1944 teloor gegane cultusexemplaar. De noodkerk werd uiteindelijk in 1963 aan de gemeente verkocht, die er een sport- en gymnastiekzaal van maakte.

Huidige kerk

 Foto: Thomas Joosten

De architectenkeuze bleek lastig. Uiteindelijk, pas in 1960, werd J.J. Fanchamps bereid gevonden om, met een tweede architect, B. Titulaer uit Blerick, een ontwerp te maken. De Fa. Goossens uit Blerick nam het werk aan. De toren werd als eerste gebouwd en reikte uiteindelijk 52 meter in de lucht. Hierna werd de kerk afgebouwd, maar door het gebrek aan bouwvakkers geschiedde de oplevering pas twee jaar later. In tegenstelling tot de kerk van Franssen is de nieuwe weer georiënteerd. Het probleem met het kerkhof werd opgelost door de gehele kerk op een betonnen constructie een meter boven de grond te laten zweven. Op deze wijze hoefden de graven niet verplaatst te worden. In 1962 werd de kerk door mgr. Van Odijk geconsacreerd, waarmee de laatste der in de oorlog verwoeste kerken weer was herbouwd. De dagkapel en de kerk werden van elkaar gescheiden door een glazen schuifwand, die bij grote drukte open kon worden gezet. Het altaar werd zo geplaatst, dat zowel de Tridentijnse Mis als de Missa ad faciem versus populum gelezen konden worden. Hiertoe werd een sacramentsaltaar tegen de muur geplaatst. Alle ontwerpen voor de achterwand door Van Hoorn, Eggen en Van Stokkum werden door de BBC afgewezen. Deze wand is tot op vandaag leeg gebleven.

Veranderingen

De toren leverde aanvankelijk problemen op bij het luiden. Omdat de assen van de klokken aan de toren zelf waren bevestigd, raakte de toren enigszins uit balans. Dit werd verholpen door het plaatsen van een aparte klokkenstoel. De toren zelf leverde meermaals problemen op door betonrot, ongeveer eens in de tien jaar werden hieraan herstelwerkzaamheden uitgevoerd. In 1990 ontstond het plan, om de ramen te voorzien van glas-in-lood. Het eeuwfeest van de parochie onder de naam Antonius leek een goede gelegenheid. Uiteindelijk maakte de buurvrouw van de kerk, Wilmy Peeters, een aantal ontwerpen. De eerste ontwerpen van haar hand werden afgekeurd, omdat zij door de DCPB te figuratief voor de kerk werden bevonden, maar in 1998 werd een Antoniusvenster geplaatst. Naar aanleiding van de festiviteiten in 2000 werd besloten het oude glas-in-lood, dat in de kerk stond, te vervangen door nieuw en tegelijkertijd deze ramen te voorzien van dubbele beglazing. De acties verliepen zo succesvol, dat ook de ramen in de dagkapel en de overige ruimten in de laagbouw werden voorzien van nieuw glas-in-lood. In de sacristie en de daarnaast gelegen ruimten bleef het oude glas-in-lood bewaard. Het kerkhof werd in 1958 buiten gebruik gesteld en vervolgens slecht onderhouden. In 1995 werd een gedeelte aan de oostzijde in gebruik genomen als urnenveld, enkele jaren later het gehele kerkhof. Een aantal grafmonumenten is inmiddels hersteld.

Exterieur

De kerk staat op een betonnen plaat, die op pijlers een meter boven de grond is gebracht. Deze plaat is langs de gehele kerk zichtbaar. Onder de plaat is de ruimte afgesloten met naar achteren geplaatst muurwerk, dat bestaat uit schoon metselwerk in halfsteens verband, waarvan de stootvoegen zijn opengelaten. De kerk heeft aan de westzijde een rechte muur met afgeschuinde hoeken. Centraal is een reliëf geplaatst. Hieronder staat een aangebouwd betonnen tochtportaal met een plat dak, dat met de kerk is verbonden door een glasbouwstenen wand. Aan de voorzijde is deze toegankelijk door drie bewerkte houten dubbele deuren in een omlijsting van glasbouwstenen. De toegang is bereikbaar door een trap. De zijgevels bestaan uit zigzagmuren, waarbij alternerend een muur en een glaswand is gebruikt. De oostgevel is geheel gesloten en heeft afgeschuinde hoeken. Ter hoogte van het dak van de laagbouw heeft de kerk en betonnen band over de gehele kerk lopen. Aan de bovenzijde van de muren heeft de kerk een betonnen band lopen als afsluiting, die op de oost- en westgevel recht zijn, op de noord- en zuidgevel bestaat deze band uit aansluitende zeshoeken. De kerk heeft aan de noordzijde een lagere aanbouw met een plat dak, waarin de dagkapel, de doopkapel en de sacristie met bijruimten zijn gevestigd. Hierin bevindt zich de zij-ingang van de kerk, met een lage zijbeuk van de kerk aan de noordzijde van de kerk. Het gehele gebouw is rondom voorzien van gesloten muurwerk, waarboven een band van ramen ligt. Hierboven ligt de betonnen dakrand. Aan de zuidzijde van de laagbouw staat een dubbele houten deur, waardoor de dagkapel wordt betreden. Aan de noordzijde bevindt zich een toegang boven een trap naar de sacristie. Onder de trap ligt de toegang naar de grafkelder. Tegen de noordmuur hangen vier betonnen kubusvormige uitbouwen van de biechtstoelen. De toren staat op de parkeerplaats aan de zuidwest van de kerk. De toren bestaat uit vier overhoeks geplaatste zich naar boven verjongende staanders, waartussen horizontale regels. Als lantaarn fungeert een vierkante wijzerplaat met klok, daarboven twee klokken in een klokkenstoel. De toren is gedekt met een tentdak, gekroond met een hoog kruis.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht naar achteren

De kerk wordt via de hoofdingang aan de westzijde door drie houten dubbele deuren naast, die toegang geven tot een tochtportaal. Deze heeft een recht plafond en gestuukte muren. Tussen de kerk en de muur staat een glasbouwstenenwand. In deze ruimte zijn twee grote wijwatervaten geplaatst. Vervolgens wordt de kerk betreden door drie dubbele glazen deuren, met vissen op het glas, die onder de zangtribune uitkomen. De zangtribune rust op vier betonnen balken, die uit de muur steken. De zangtribune heeft een opengewerkt ijzeren balustrade. De kerk heeft een zijbeuk aan de noordzijde, die van de kerk is afgescheiden door vierkante kolommen. De zijbeuk heeft een raam aan de oostzijde en een zij-ingang aan de westzijde. In de muur aan de noordzijde staat de toegang tot de sacristie, waarnaast een tabernakelkluis. De dagkapel en de zijbeuk zijn gescheiden door een glazen, verschuifbare wand. Op de vloeren ligt Noorse leisteen. De kerk heeft gestuukte muren met in de zijmuren ramen, die aan de zuidzijde doorlopen tot aan de grond. De ramen staan alternerend met muurwerk in een harmonicaformatie. De kerk heeft een axiale opstelling, met vier rijen banken. Centraal aan de oostzijde is op het priesterkoor een supedaneum van travertijn opgesteld, met een scheiding tussen de verhoging van het vieringaltaar en het sacramentsaltaar. Aan weerszijden van het priesterkoor staan twee ambones van ijzerwerk, met een versiering in de vorm van een duif. Tegen de oostwand aan liggen twee extra trappen aan weerszijden van het priesterkoor. Het plafond is voorzien van houtwerk, dat de vorm heeft van een omgekeerd zadeldak met dakkapellen. Het hout heeft door een verfbad een goudgroene tint gekregen. De dagkapel is van de kerk afgescheiden door een glazen wand. De kapel heeft aan de noordzijde een houten lambrisering met daarboven een band ramen. Het plafond is gestuukt. Aan de oostzijde bevindt zich een supedaneum met een vieringaltaar. Achter het altaar staat een houten wand, waarin onzichtbaar de tabernakel is verwerkt. In de noordwand zijn in de lambrisering de deuren van de biechtstoelen verwerkt. Aan de zuidzijde van de dagkapel staat een muur los in de ruimte. Hiertegen is een Mariadevotie-altaar geplaatst. Aan de andere zijde ligt de doopkapel met een verdieping in de vloer, met aan twee zijden een trap. Hiernaast staat een ruimte met een devotiealtaar voor H. Antonius tegen de westmuur. De laagbouw wordt van buitenaf in het westen betreden door een dubbele houten deur, die toegang geeft tot een portaal. Na een tochtdeur te hebben gepasseerd volgt de ruimte, met daarin de devotiekapel, de doopkapel en de dagkapel.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

De kerk bevat een schilderij op doek, voorstellende de Annunciatie van Pieter Geraedts. (Bron: André van Noort)

Orgel

Broekhuyzen vermeldt in zijn dispositie-verzameling (medio 19e eeuw) de aanwezigheid van een “zeer oud werk, deszelfs maker onbekend”; reeds in 1653 is er sprake van de bouw van een nieuwe “achter-bouw met orgel”, terwijl rond 1680 geklaagd werd omdat er niemand was “die het orgel bespeelde”; in 1859 werd het orgel door van Dinter (Tegelen) gewijzigd; in 1944 ging het verloren. In de noodkerk plaatsten Gebr.Vermeulen (Weert) in 1949 een tweemanuaals orgel. Dit orgel is later overgebracht naar de kerk van Boekend. Sedert 1973 beschikt de kerk over het in 1949 door Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) voor de kerk te Eersel gebouwd tweemanuaals orgel.

 

Hoofdwerk                           Positief                                  Pedaal

Prestant 8’                           Gamba 8’                              Subbas 16’

Bourdon 8’                           Holpijp 8’                              Octaafbas 8’

Octaaf 4’                              Roerfluit 4’                            Prestantbas 4’

Nasard 2 2/3’                       Zing.prestant 4’

Mixtuur III-IV                        Woudfluit 2’

Trompet 8’                            Sesquialter II

                                             Hobo 8’

Bron : G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

 

Dagkapel: Op een vloer van witte marmer staat een mensa op twee stipes in donkere natuursteen.

Kerk: Op twee stipes ligt een mensa.

De vont bestaat uit een cilindrische voet met stam, waarop een bolwelvende cuppa staat. In de doopkapel.

De vont bestaat uit een vierkante geprofileerde voet, die overgaat in een octogonale stam, waarop een octogonale cuppa rust. De cuppa is in twee delen voorzien van een waterbekken en een heilig putje. Afkomstig uit de H. Annakerk te Breda. Werd door de parochianen opgehaald en aan de zuidzijde van het priesterkoor geplaatst. Het koperen deksel is afkomstig van de oude vont en bestaat uit en octogonaal tentdak bekroont met een kruis. De huidige doopvont is groter dan de oude, zodat het deksel met een tweede ring is uitgebreid. De kraan behorend bij het deksel staat in de H. Hubertus te Blerick. Het neogotische deksel werd gestolen te Breda voordat de doopvont werd verwijderd.

Tekst: LAAT U ZELF ALS LEVENDE / STENEN VOLGEN IN DE BOUW / VAN DE GEESTELIJKE TEMPEL / PETR. 5 / 28-5-1961. Naast de ingang aan de noordzijde in de kerk.

Afbeeldingen

Non-figuratief glas-in-lood, afgewisseld met gestileerde duiven en harten. In de sacristie en de bijruimten naast de sacristie. Deze ramen bevonden zich in alle ramen van de laagbouw totdat het nieuwe glas-in-lood werd aangebracht.

Afbeeldingen van alle ramen van Wilmy Peeters voor deze kerk

Antonius is staande afgebeeld, met op zijn linkerarm een boek, waarop het Christuskind en in zijn rechterhand een lelietak. Hij staat op in een lelieveld, waarachter een rivier of meer met staande vissen. Hierachter een landschap met bomen en bergen. In de oostwand van de zijbeuk. De vissen in het water houden verband met een legende, waarbij hij voor de vissen heeft gepreekt. Het gezicht is niet ingevuld. Oorspronkelijk was dit wel het geval maar dit is op advies van de DCPB gewijzigd, opdat eenieder de heilige een eigen gezicht zou kunnen geven

Adam en Eva in het paradijs; Verdrijving uit het paradijs; Brandoffers van Kaïn en Abel; De ark van Noë; De duif met de olijftak; De kinderen van Noë bevolken de aarde; De toren van Babel; Het bezoek van de drie mannen aan Abraham; Lot wordt twee engelen bezocht; De verwoesting van Sodom; Het offer van Isaak; Rebekka geeft de knecht van Abraham te drinken; Droom van Jacob: de ladder naar de hemel; Droom van Jacob: gevecht met de engel; Droom van Jozef: de korenschoven buigen voor die van Jozef; Jozef wordt in de put gesmeten; Jozef ontvangt zijn broers in Egypte; Mozes wordt in een biezen mandje in de Nijl gezet; Mozes weidt de schapen van zijn schoonvader in Midjan; De slavenarbeid van het Joodse volk; Mozes en de brandende braamstruik; De plagen van Egypte; De dood van de eerstgeborenen; De uittocht uit Egypte; De doortocht door de Rode Zee; De mannaregen; De aanbidding van het gouden kalf; Mozes slaat het water uit de rots; Mozes verdrijft de giftige slangen; Mozes ontvangt de twee tafelen met de Tien Geboden; In de laagbouw. Niet alle afbeeldingen zijn in algemeen toegankelijke ruimtes aanwezig, al staan de meeste in de dagkapel. De volgorde van het verhaal is aangehouden in de plaatsing. De afbeeldingen zijn genomen uit Genesis, Exodus en Numeri.

Tekst: DEZE HERDINKINGDÖRPEL PASSERE / IS EIN LAEVENDE KERK KOMPLIMENTERE / VRIJWILLIGERS EN GOLLE GAEVERS GINGE ÔS VEUR / AL HÔNDERD JAOR SAME DOOR DEES DEUR / GODS ZAEGE OP DÉT WAAT HEEJ IS BEGÔNNE / VEUR ÔS EN AL DIE NAO ÔS KÔMME / - 13 juni 2000-. In de vloer voor de hoofdingang in de narthex.

Hangt sinds enkele jaren in de dagkapel. Als laatste is een grotere statie toegevoegd met de Wederopstanding. Deze is bedoeld als gedachtenis aan de doden onder de kerk, wier grafstenen werden verwijderd bij de bouw van de huidige kerk.

Door de parochianen zelf opgehaald uit de kerk van O.L.V. van Carmel te Leenhof (Schaesberg) en gerestaureerd.

Links de Doop van Christus in de Jordaan, centraal Christus, (die allen uitnodigt tot Hem te komen), rechts de wonderbaarlijke visvangst. Tussen de laatste twee voorstellingen de H. Geest in de vorm van een duif. Aan de buitenzijde van de kerk, boven de ingang.

Op een opengewerkte voet staat de kluis. De deuren zijn voorzien van een versierde band boven en onder de Alpha en de Omega, die centraal op de tabernakel staan. Op het presbyterium.

 
 
 
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua
Antonius van Padua