HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 21-04-2017

Oda

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Oda
Dekenaat/kerkverband: Weert
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Boshoven
Gemeente: Weert
Wijk: Weert-Boshoven Vrakker
 
Adres: Vrakkerstraat 21
Postcode: 6002 AT
 
Kadastrale gegevens: Weert N 04932
Bouwpastoor/bouwpredikant: H. Rieter
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

In de Mariakapel en de doopkapel staan enkele altaren, opgebouwd uit een zwart natuurstenen mensa en stipes, die zijn ingelegd met blauwe natuurstenen stroken. De doopvont is vierkant en met dezelfde tegeltjes ingelegd. De doopvont is gedekt met een vierkante, convex-concaaf gewelfde helm, waarop aan één zijde de vier evangelisten in een medaillon in reliëf zijn aangebracht. Dit doet vermoeden, dat het deksel voorheen een andere functie heeft gehad.

Hekwerk met daarin een afbeelding van Johannes de Doper, de initialen der evangelisten, een duif en wijnranken. Aan de evangeliezijde. Hekwerk met een Alpha en een Omega, alsmede korenaren. Aan de epistelzijde.

Het geld is geschonken door pastoor Th. Pol, die geld ter beschikking stelde na zijn zilveren priesterjubileum.

Meer foto's ››

Ruimtelijke context

De H. Odakerk staat centraal in de wijk en is overal goed zichtbaar door het ontbreken van hoogbouw. Voor de kerk ligt een groot plein aan een kruispunt van doorgaande wegen. Achter de kerk ligt een grote tuin en een kerkhof, zodat de kerk rondom goed zichtbaar is. Het geheel fungeert als landmark.

Type

De niet-georiënteerde bakstenen basilica is sterk geïnspireerd op de vroeg-christelijke Helleense basilica. De kerk kent een door een middenpad doorsneden axiaal bankenplan en heeft een bescheiden westwerk met toren.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

In 1932 stichtte Mgr. Lemmens op instigatie van deken Souren een aantal parochies in het zich uitbreidende Weert. De noodzaak voor de oprichting bestond uit de te grote druk op de H. Martinusparochie door de groeiende bevolking. Deze groei was mede ontstaan als gevolg van de opkomst van de industrie in Weert. De nieuwe parochie lag in het Hushoven, maar ook Vrakker en de wijk Boshoven behoorden hiertoe. De naamgeefster H. Oda is niet toevallig, maar was gekoppeld aan de bedevaart naar een kapel, die aan haar was gewijd. In de dertiger jaren is de bedevaart verlopen, zo ongeveer sinds de aanwezigheid van de parochie met haar naam. De kapel is in 1985 gerestaureerd en wordt nog sporadisch gebruikt om missen te lezen. Kapelaan G. Gerris werd tot bouwpastoor benoemd en in 1932 volgde de aanbesteding van de noodkerk. Dit was een ontwerp van architect Groenendaal uit Maastricht, die de kruisbasiliek het uiterlijk van een grote school had gegeven. De bouw van kerk en pastorie werd gegund aan aannemer Jos Scheijven te Weert. In 1933 was de noodkerk gereed en bleef qua uiterlijk vrijwel ongewijzigd. Na de ingebruikname van de huidige kerk werd het gebouw ingericht als parochievoorziening: het Don Boscohuis. In 1994 werd de noodkerk verkocht.

Huidige kerk

Reeds in 1937 werd begonnen met de verkrijging van geld voor een nieuwe kerk. De noodkerk zou dan gebruikt kunnen worden als jeugdgebouw. Door de oorlog werden de plannen uitgesteld, maar daarna gingen de inspanningen weer door. Pastoor Th. Poll kon zoveel geld bijeen brengen, dat het verantwoord was om J.B.H.M. Ramaekers aan te stellen als architect. In 1953 trad H.A.J. Rieter aan als bouwpastoor. Hij had hiervoor in Castenray de restauratie begeleid. Het was 1955 eer de bouw kon worden aanbesteed. Aannemer J. Coppes uit Maastricht werd de bouw gegund. De graafwerkzaamheden gebeurden door de plaatselijke L.L.T.B. en andere vrijwilligers. Tijdens de graafwerkzaamheden werden de resten gevonden van een put in de vorm van een uitgeholde eik. Tevens werden scherven van kruiken en potten gevonden. Dergelijke putten waren al eerder in Limburg gevonden en stamden uit de periode 800 – 1400 na Chr. Na de eerste steenlegging op 21 augustus 1955 door deken Omloo vorderde de bouw voorspoedig. Op 21 juli 1956 kon de nieuwe kerk in gebruik worden genomen, wederom door deken Omloo. De inrichting was grotendeels ontworpen door de architect.

Exterieur

Koorpartij. Foto: oktober 2006

De gevel aan de ingangszijde bestaat uit een tuitgevel met opgemetselde schouderstukken en daklijst en aan de bovenkant een kruis. De muren zijn in staand verband opgetrokken. Centraal is de gevel doorbroken door een rond roosvenster met rondom een afzaat. Hieronder staat de ingang, die bestaat uit een voorportaal over de hele breedte van de kerk, dat is afgedekt met een lezenaarsdak, met een bakgoot op een natuurstenen daklijst. Hieronder staan drie rondbogen met een zuil van natuursteen, bestaande uit een basement met een zuil en een kapiteel. Daarnaast staat links en rechts een spaarvlak met een rondboog en lisenen met natuurstenen inzetstukken. Het spaarvlak is doorbroken met een rechthoekig raam. Achter de bogen bevindt zich de dubbele toegangsdeur in het midden. Deze geeft direct toegang tot het schip. Links en rechts aan de zijkant is een houten deur, die toegang geeft tot de zij-ingang. Rechts van de ingang staat een ongelede vierkante toren, die aan de onderzijde wijder uitloopt. Dit gedeelte wordt doorbroken door twee rondboogvensters aan elke zijde. Bovenin bevindt zich een open galmgat, dat bestaat uit twee rondbogen met een scheizuil. De zuil heeft een eenvoudig basement, een ronde schacht en een geprofileerd kapiteel. Onder de galmgaten hangt een wijzerplaat. De toren is gedekt met een overhoeks ingesnoerd tentdak, dat oversteekt. Het dak is gekroond met een kruis en een weerhaan. Links van de ingang staat een vierkante uitbouw met aan de voor- en zijkant twee rondboogvensters. De uitbouw is gedekt met een overstekend tentdak en gekroond met een piron. Het schip, de zijbeuken en de toren, alsmede de ingangspartijen, de koorpartij en de voormalige doopkapel zijn gedekt met zwarte verbeterde hollandse pannen. De absis en de dakruiter zijn gedekt met leien. De zijgevels zijn identiek gebouwd. De lichtbeuk is voorzien van vierkante vensters. De zijbeuk is gedekt met een overstekend lezenaarsdak. Hieronder is de muur opgebouwd uit rechthoekige spaarvlakken met lisenen, waarin een rondboogvenster is aangebracht. Aan de St. Odastraatzijde bevindt zich bovendien een ingangspartij, bestaande uit een puntgevel met natuurstenen inzetstukken en daklijst, waaronder een rechthoekige houten deur. De deurlijst wordt afgesloten met een natuurstenen latei, waarboven een rondboogvenster met rollaag staat. Tegen het schip staat een grote, boven het schip uitstekende koorpartij onder een schilddak. Op het dak staat een vierkante dakruiter met een naaldspits. Licht wordt in het koor toegelaten door rondboogvensters. De koorpartij wordt afgesloten met een halfronde absis, gedekt met een halfrond leien dak. Aan de begraafplaatszijde van de kerk staat een aangebouwde sacristie, die met een versmald gedeelte met de kerk is verbonden. De sacristie bestaat uit een rechthoekig gebouw onder een zadeldak, dat oversteekt en bakgoten heeft. Het dak wordt betreden door een grote dakkapel.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht op de zangtribune

De kerk wordt betreden door een tochtportaal via een geopende narthex. In de toren bevindt zich een Mariakapel, die wordt verlicht door rondboogvensters. De kapel heeft vloerbedekking met daarop grijs geschilderde banken. De muren zijn bepleisterd en daarboven hangt een systeemplafond. Aan de St. Odastraatzijde staat een vieringaltaar en een Mariadevotie-altaar. In de doopkapel komt licht binnen door rondboogvensters. De verlaagde vloer is bekleed met natuurstenen tegels. Centraal staat de doopvont. Via het tochtportaal wordt de kerk in de zijbeuken betreden. Achter in het schip staat de zangtribune op twee gecanneleerde zuilen, die een paddestoelplafond ondersteunen. Op de zangtribune bevindt zich een muurtje als balustrade, dat is voorzien van spaarnissen en lisenen in rechthoekige vorm. Boven de tribune wordt licht toegelaten via een roosvenster. Op de vloer van de kerk liggen marmerbreuktegels, op het priesterkoor liggen twee soorten natuursteen in ruitpatroon. De muren zijn gestuukt. De kerk is voorzien van pseudo-cassettenplafonds, waarin luchtluiken zijn verwerkt. Deze zijn gesloten niet zichtbaar, maar ze functioneren nog steeds. Het schip wordt van de zijbeuken gescheiden door scheibogen met een archivolt. De bogen rusten op pilaren met een gestileerd Ionisch kapiteel. Licht treedt binnen via vierkante vensters in de lichtbeuk en door rondboogvensters in de zijbeuken. In de zijbeuk aan de St. Odastraatzijde staat een zijaltaar van schone porisosteen met een reliëf van H. Oda in de sluitmuur. Halverwege bevindt zich in een uitbouw een zij-ingang. Deze is afgesloten en ingericht als Maria-devotiekapel. In de zijbeuk aan de andere zijde loopt de doorgang naar de sacristie. Het presbyterium is van het schip gescheiden door een triomfboog, die samenvalt met de traptreden. Aan weerszijden van de trap zijn ambones opgesteld. De rechthoekige ruimte wordt afgesloten door een halfronde overkluisde absis. De muren worden aan drie zijden doorbroken door rondboogvensters. Centraal in de ruimte staat een vieringaltaar op een supedaneum.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In 1964 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk een eenmanuaals orgel; thans beschikt deze kerk over het in 1962 door Gebr.Vermeulen (Weert) voor de Matthiaskerk te Leuken gebouwde orgel.

Hoofdwerk                           Positief                                  Pedaal

Prestant 8’                           Salicionaal 8’                        Subbas 16’

Bourdon 8’                            Holpijp 8’                             Gedektbas 8’

Octaaf 4’                               Prestant 4’

Octaaf 2’                               Koppelfluit 4’

Mixtuur III-IV                        Quint 1 1/3’

                                             Flageolet 1’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Met dank aan Eric Zoontjens, oud-kerkmeester (1998-2006) van de parochie De Goede Herder & St. Matthias

In de Mariakapel en de doopkapel staan enkele altaren, opgebouwd uit een zwart natuurstenen mensa en stipes, die zijn ingelegd met blauwe natuurstenen stroken. De doopvont is vierkant en met dezelfde tegeltjes ingelegd. De doopvont is gedekt met een vierkante, convex-concaaf gewelfde helm, waarop aan één zijde de vier evangelisten in een medaillon in reliëf zijn aangebracht. Dit doet vermoeden, dat het deksel voorheen een andere functie heeft gehad.

Hekwerk met daarin een afbeelding van Johannes de Doper, de initialen der evangelisten, een duif en wijnranken. Aan de evangeliezijde. Hekwerk met een Alpha en een Omega, alsmede korenaren. Aan de epistelzijde.

Het geld is geschonken door pastoor Th. Pol, die geld ter beschikking stelde na zijn zilveren priesterjubileum.

Scènes uit het actieve leven van Christus. In de zijbeuk aan de straatzijde, van achter naar voor: Laatste Avondmaal, 1991: centraal zit Christus aan een tafel, met twaalf leerlingen. Judas zit links voor, als enige zonder aureool; Genezing van de lamme, 1990: vanaf een huis laten mannen een man op een bed zakken, eronder staat Christus tussen een mensenmassa; Voetwassing, 1990: aan een tafel zitten Christus en leerlingen. Voor de tafel wat een vrouw de voeten van Christus. Daarnaast staat een kruikje; Bruilof te Kana, 1989: aan een tafel zitten Christus, Maria en een bruidspaar. Voor de tafel gieten mannen vloeistof uit een kruik in een kruik met druiven op de voorzijde; Doop van Christus in de Jordaan door Johannes de Doper, 1988.

Staande Oda met kruis en boek in haar handen. Tekst: ST ODA; Staande Maria met Kind op de linkerarm op een maansikkel. Tekst: ST MARIA; Staande Donatus in militair tenue met palmtak in de linkerhand. Tekst: ST DONATUS. In de ramen van het priesterkoor.

In de zijbeuk aan de kerkhofzijde, van achter naar voor: Vermenigvuldiging van brood en vissen, 1966: Christus staat met een spreekgebaar centraal tussen een mensenmassa, voor hem staat een jongen met een mand brood; Gevecht van Jacob met de engel, 1966; Tobit, 1966: rechts staat Tobit met een vis in zijn had. Links staat een engel met een wandelstaf, terwijl hij een arm op Tobits arm legt; Zondeval, 1965: geklede Adam en Eva onder een boom. Linksboven staat in een medaillon Maria met Kind; Schepping van Eva, 1965: uit een op de grond slapende Adam trekt God de Vader Eva uit de zijkant van Adam; Genadestoel, 1965: zittende God de Vader houdt de gekruisigde Christus voor zich. Links boven staat een duif in een aureool.

Annunciatie; Visitatie; Geboorte van Christus; Opdracht in de tempel; Jezus als twaalfjarige in de tempel. In de Mariakapel.

In haut-reliëf staat H. Oda met een staf en een duif. Aan haar voeten een kroon. Ingemetseld boven het zijaltaar, dat is vervaardigd van schone porisosteen.

Op de tabernakeldeuren zijn binnen een versierde rand een Alpha en een Omega in reliëf aangebracht. De tabernakel is gedekt onder een schilddak, dat is bekroond met een loszittende gesloten kroon. In de absis op een sterk holzwenkend tombealtaar van hout.

De mensa ligt op een viertal pilaren met een ronde voet en kapiteel. Op het supedaneum in het priesterkoor. Het altaar is niet verplaatst, maar diende vroeger tot hoogaltaar. Op enig moment is de tabernakel van het altaar weggehaald en in de absis geplaatst

 
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda
Oda