HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 24-02-2017

Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)

Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: Parochiecluster Brunssum-Noord-West: Onbevlekt Hart van Maria, H.Geest, H.Barbara, OLV van de H.Rozenkrans
Dekenaat/kerkverband: Heerlen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Brunssum
Gemeente: Brunssum
Wijk: Kruisberg
 
Adres: Essenstraat 1a
Postcode: 6444 CL
 
Kadastrale gegevens: Brunssum C 5855
Bouwpastoor/bouwpredikant: J.G.A. Haan
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Foto: januari 2007

Ruimtelijke context

De Fatimakerk staat op een ruim perceel omgeven door plantsoenen en parkeerplaatsen in een glooiing van de Kruisberg. De omliggende bebouwing bestaat uit lagere scholen, eveneens ontworpen door Drummen, en woonhuizen. Door haar grootte drukt de kerk een stempel op haar omgeving, maar zij is geen landmark, omdat er nooit een toren gebouwd is.

Parochiekantoor:

Essenstraat 1a  6444 CL Brunssum

Bereikbaar ma. t/m vr. 13.30 tot 15.30 uur. E-mail: parochiekantoor@planet.nl   

Type

Georiënteerde drieschepige bakstenen hallenkerk met zijbeuk en processiegang. De kerk heeft geen toren. De banken zijn axiaal opgesteld.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

Direct na de Tweede Wereldoorlog werd in de groter wordende gemeente Brunssum de behoefte gevoeld om naast veel nieuwe huizen tevens twee nieuwe parochies te stichten. J.G.A. Haan werd op 23 augustus 1946 benoemd tot bouwpastoor. De Fatimaparochie werd op 1 februari 1947 gesticht, maar door een bouwverbod wegens mijnverzakkingen kon er op de geplande locatie niet gebouwd worden. Wel werd een houten noodkerk gebouwd met een stenen voorgevel, met voorportaal en een dakruiter op de topgevel in de stijl van de Delftse School naar een ontwerp van architect Stefan Dings. De noodkerk werd in 1954 ingericht als parochiehuis, om in 1978 te worden afgebroken De parochie-opbouw werd stevig aangepakt door de bouw van scholen, de oprichting van de verkennerij en een harmonie. In 1948 werd een beeld van O.L.V. van Fatima gezegend, dat als straatbeeld fungeerde. Tevens werd een wielerronde naar Fatima vernoemd. Pastoor Haan trachtte de Fatimaverering binnen en buiten zijn parochie te bevorderen. De kerk diende een ‘groots monument van O.L. Vrouw te worden voor de mijnwerkers’, aldus L.P. Schols in 1947. Voor de nieuwe kerk werden fondsen geworven, hierbij schonken gemeentebestuur, de Staats- en de Oranje-Nassaumijnen eveneens veel geld.

Huidige kerk

De parochiaan Drummen werd architect voor de nieuwe kerk. Haast was geboden bij de bouw om te voorkomen, althans volgens pastoor Haan, dat er veel zielen verloren zouden gaan door de druk van de omstandigheden. Wellicht dat de vriendschap en samenwerking tussen Boosten en Drummen ertoe geleid heeft, dat de Fatimakerk zoveel op een kerk van Boosten leek: de gedrukte ingangspartijen, de rondbogen en het verhoogde koor. Het meest opmerkelijke aan Drummens ontwerp was de rondom de kerk lopende processiegang, die begon in de Fatimakapel en via de zijbeuk, de kooromgang en de open galerij weer achter in de kerk uitkwam. Mogelijk heeft pastoor Haan stilletjes de ambitie gehad dat zijn Fatimakerk – de eerst van die titel in Nederland – ooit een bedevaartkerk zou worden. Een andere aanwijzing daarvoor zou de speciale devotiekapel kunnen zijn. Hoe dan ook, zover is het niet gekomen. Een ander, weinig opvallend maar bijzonder deel van de kerk was de ‘bezweringsruimte’ bij de doopkapel, waar het zout en water dat tijdens de doop gebruikt werd, bezworen werd ter afwering van de duivel, De in opbouw zijnde parochie en kerk mocht zich verheugen in de gunst van de H. Vader, die 5000 gulden schonk voor het bouwfonds. De reden was dat de Brunssumse kerk de eerst was die in Nederland aan het Onbevlekt Hart van Maria gewijd was (zie ook [*] Kerkrade – H. Maria Goretti). Er mocht aan de pauselijke vrijgevigheid echter geen ruchtbaarheid gegeven worden. De klokkentoren werd mede om financiële redenen niet gebouwd. De werkzaamheden namen in mei 1952 een aanvang. De inzegening vond plaats op 23 mei 1953. Mgr. Lemmens consacreerde de kerk op 22 augustus 1954. Begin jaren zeventig ontspon zich een discussie over de vraag wat met de Brunssumse kerken moest geschieden. De Brunssumse kerken hadden een grote overcapaciteit. Er waren plannen om de Fatimakerk in te richten tot cultureel centrum. Architect Peter Sigmond maakte daartoe in opdracht van het bisdom een schetsplan, waarbij de devotiekapel als kleine kerkgelegenheid in gebruik bleef, maar alle andere delen van de kerk een profane bestemming kregen. Deze plannen verdwenen uiteindelijk van tafel, omdat de gemeente er geen heil in zag en er geen geld in wenste te steken.

Veranderingen

In 1965 werd het altaar vernieuwd en op zijn huidige plaats gezet, de preekstoel en de communiebanken werden verwijderd en het priesterkoor opnieuw ingericht. Van de communiebanken werd de zuil gemaakt, waar de tabernakel op rust. De herinrichting vond plaats gelijktijdig met het herstellen van de mijnschade aan het gebouw en daar ook deels van betaald. De banken in de zijbeuken zijn afkomstig uit de oude St. Gregoriuskerk, die in 1963 werd afgebroken. In 1981 werd het plantsoen aan de zijde van de Lindestraat overgedragen aan de gemeente, die er deels een parkeerplaats aanlegde. De sacristie is ingericht tot vergaderruimte en de processiegang achter het koor tot sacristie. Het berghok links van de kerk is veranderd in een parochiekantoor. In 2001 werden hekwerken geplaatst in de galerij en de hoofdingang om overlast en vernielingen tegen te gaan.

Exterieur

Zuidzijde. Foto: januari 2007

De brede westgevel van deze drieschepige hallenkerk met zijbeuk en processiegang bevat een inpandige narthex, die via twee rondbogen te betreden is. De narthex is via een trappartij bereikbaar. Boven de dubbele boog is een langgerekt rondboogvenster aangebracht. De topgevel van het middenschip heeft vlechtingen. Terzijde van de narthex zijn links een gekoppeld rondboogvenster en recht een enkel rondboogvenster. Geheel rechts doorbreekt een groot gekoppeld rondboogvenster de gevel. De gehele kerk is uitgevoerd in rood-gele baksteen die in kruisverband verwerkt is. Het middenschip en de koorpartij hebben zadeldaken. De overige daken van de zijschepen, zijbeuk en processiegang hebben platte daken. De regengoten zijn verwerkt in geprofileerde betonnen daklijsten die op regelmatige afstand door betonnen consoles gestut worden. Tegen de noordzijde van de kerk staat de halfronde doopkapel. De kapel heeft één rondboogvenster. Langs de hele gevel staat de met vier bogen naar de plantsoenen geopende processiegang. Ter hoogte van het priesterkoor staat, onder een zadeldak, een zijportaal. Links van het portaal is een lensvormig rondvenster aangebracht. Het noordelijke zijschip loopt vanaf het westwerk tot halverwege de koorpartij en bevat vijf grote rondboogvensters. Het zuidelijke zijschip heeft dezelfde opbouw. Het rechtgesloten koor, dat om zijn verhevenheid aan te geven boven het middenschip uitsteekt, heeft eveneens een symmetrisch opbouw. In de beide zijgevels is een groot rondboogvenster gebouwd. Op het dak van het koor staat een ijzeren kruis. De oostgevel is blind. Om het koor heen loopt de processiegang, die voorzien is van rondboogvensters. De zuidgevel van het westwerk is voorzien van een absis, die bekroond wordt door een half kegeldak. Tegen de zuidgevel van het schip staat een zijbeuk die voor en achter voorzien is van een rondboograam. Het uitspringend muurvlak ertussen is blind op uitzondering van kleine lichtspleten. Dwars op het zijschip, ter hoogte van het koor, staat de sacristie. De sacristie staat onder een zadeldak en heeft rechthoekige vensters. De kopse gevel echter heeft boven de deur een rondvenster. De topgevel loopt uit in een clocher-arcade.

Interieur

Zicht op het priesterkoor. Foto: januari 2007

Zicht op zangtribune. Foto: januari 2007

Idem maar nu met het Pelsorgel uit de Christus Koning-kerk van Nieuw Einde. Foto: W. Jacobi, 2008

Vanuit het voorportaal bieden drie dubbele deuren toegang tot het interieur van de kerk. Het interieur is in schoon metselwerk opgetrokken. De hoofdingang staat centraal in het portaal en wordt geflankeerd door twee rondboogvensters. De deur rechts geeft toegang tot een zijportaal en de Fatimakapel, de linkerdeur komt eveneens uit in een zijportaal, van waaruit ook de doopkapel te betreden is. De zijportalen komen rechtstreeks uit in de zijschepen. Boven het portaal bevindt zich de zangtribune, die voorzien is van een bakstenen borstwering. Vanuit de hoofdingang loopt het middenpad tussen twee bankenrijen door naar het priesterkoor. Alle kerkvloeren, met uitzondering van het koor, zijn belegd met Noorse kwartsietlei. Het middenschip telt zes grote hoge scheibogen, die voortspruiten uit rechthoekige pijlers. De pijlers hebben geen basementen of kapitelen. Het plafond is opgebouwd uit betonnen moer- en kinderbalken, waartussentroggewelven uit porisosteen zijn gemetseld. Deze plafonds bevinden zich ook in de processiegang, zijbeuk en zijschepen. De halfronde doopkapel heeft een zeer vlak tongewelf, dat rust op een betonnen sierlijst. De doopkapel is met een hekwerk afgesloten van het noordelijke zijschip. De Fatimakapel heeft een rechthoekig grondplan en is vanuit het zuidelijke zijschip via een hoge rondboog te betreden. In de absis staat een altaar. De relatief brede zijschepen hebben elk een zij-altaar. De banken in de zijschepen zijn gericht op deze altaren. Rechts loopt door een reeks van zes scheibogen van het zijschip afgeschermd de zijbeuk, waarin drie biechtstoelen zijn opgenomen. De zijbeuk gaat ter hoogte van het koor over in de processiegang, die achter het koor om loopt en via het zijportaal van de noordgevel in de open galerij uitkomt. Het koor verheft zich vijf treden boven het vloerniveau van de kerk. Het koor heeft een travertijnen vloer. Twee gekoppelde rondbogen vormen de verbinding tussen het koor en processiegang.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In oktober 2008 werd het orgel uit de voormalige Christus-Koningkerk van Nieuw-Einde (Vrieheide) in gebruik genomen in de Fatimakerk. Het werd door vrijwilligers weer helemaal opgebouwd.

Pels (Alkmaar) plaatste in 1933 in de toenmalige Christus-Koningkerk een tweemanuaals orgel, dat in 1966 door Pereoom (Maastricht) naar de nieuwe Christus-Koningkerk werd overgebracht. 

               Hoofdwerk                            Zwelwerk                              Pedaal

                Prestant 8’                            Viola da Gamba 8’                Subbas 16’

                Salicionaal 8’                        Voix celeste 8’                       Octaafbas 8’

                Bourdon 8’                            Dolce 8’

                Octaaf 4’                               Fluit 4’

                Mixtuur II-III                         Echotrompet 8’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht). 

Eerder orgel

In 1978 bouwde Verschueren (Tongeren, B) het eerder in deze kerk aanwezige orgel.

                Hoofdwerk                            Positief                                  Pedaal

                Prestant 8’                            Holpijp 8’                            Subbas 16’

                Bourdon 8’                            Roerfluit 4’

                Octaaf 4’                               Gemshoorn 2’

                Octaaf 2’                               Trompet B/D 8’

                Sesquialter II

                Mixtuur III-IV

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Glas-in-lood, Daan Wildschut, 1956. Voorstelling: een engel die een kelk draagt, waarboven een hostie zweeft. Uit de hostie druppelt bloed in de kelk. Voorafgaand aan de verschijning van Maria waren er verschijningen van engelen. De laatste engel die verscheen had de kelk en hostie bij zich. Hij liet de drie kinderen Lucia, Jacinta en Francisco communiceren.

Tabernakel, brons, ca. 1954. Op de deuren staan de symbolen van de vier evangelisten
Hekwerk, smeedwerk, H. de Groot, Utrecht, ca. 1954 Voorstellingen: de ark van Noach en een walvis.

Doopvont, hardsteen met gepolijste rand, ca. 1960. Tekst op de kuip: ONTVANG HET WITTE KLEED EN DRAAG HET ONBEVLEKT. Tussen de tekst op vier zijden een gestilleerde voorstelling van een vogel, de H. Geest. In de doopkapel.

 
 
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)
Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk)