HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 26-05-2017

Agnes

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Agnes
Dekenaat/kerkverband: Maastricht
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Bunde
Gemeente: Meerssen
 
Adres: St. Agnesplein 15
Postcode: 6241 CA
Coördinaten: x: 180812, y: 321718
 
Kadastrale gegevens: Bunde 00 C 01660 G 0000
Bouwpastoor/bouwpredikant: F.W.J. Robroek
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Foto: november 2005

Ruimtelijke context

De Agneskerk staat in het centrum van het dorp aan een groot plein met winkels. De kerk markeert het nieuwe centrum. Zowel de kerk als de toren zijn rondom goed zichtbaar en vormen een landmark.

Type

De niet-georiënteerde basilica is opgebouwd uit beton met een campanile in de zijbeuk, boven de doopkapel. De centrale opstelling bestaat uit met paden doorsneden bankenblokken. Voor de kerk ligt een aan drie zijden afgesloten voorhof.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

In 1145 stond reeds een kapel in Bunde, die was toegewijd aan H. Martinus. Deze kapel was eigendom van de proosdij van Meerssen. In 1613 werd de kapel tot parochie verheven. Toen in 1661 Bunde Staats werd, werd tevens een Simultaneum gevestigd. Dit is op een onbekend moment weer opgeheven. Op enig moment moet de parochieheilige gewijzigd zijn, maar het is onbekend wanneer of waarom. In de 1714 werd de bestaande kerk flink uitgebreid. De toren en het schip zouden uit deze periode stammen. Een grote uitbreiding dagtekende 1842/1843, toen naar een ontwerp van Jean Dumoulin een koor, een absis en een sacristie werden gebouwd. Een verdere uitbreiding volgde in 1905 op ontwerp van Ramaekers en Bingen, die twee traveeën aan de westzijde en een sacristie toevoegden. Tevens werd de gelede fronttoren met een naaldspits vervangen door twee nieuwe torens in neorenaissancestijl. In 1925 volgde tenslotte een uitbreiding met twee zijkapellen. In 1940 waren er verdere plannen tot uitbreiding van de kerk wegens de groei van de bevolking. Maar een Maastrichtse architect attendeerde het kerkbestuur er op, dat de torens dringend onderhoud behoefden. Een aannemer constateerde vervolgens, dat de muren naar buiten weken en bijeen werden gehouden door de aanwezige trekstangen. Zijn advies was duidelijk: niets aan doen en uitzien naar een nieuw kerkgebouw. Op basis hiervan werd inderdaad niets meer gedaan. Na de oorlog werd de kerk langzaam aan slechter en in 1951 nam het kerkbestuur het besluit, een nieuwe kerk te gaan bouwen. Het achterstallig onderhoud resulteerde in een afkeuring van de kerk in 1957 door de BBC. In 1960 werd de kerk buiten gebruik gesteld, maar een sloopvergunning werd geweigerd, dus verhuurde het kerkbestuur vanaf 1963 de kerk aan constructiebedrijf G.W. Sproncken. Inmiddels was het hoofdaltaar verkocht aan een kerk te Grevenbroich (Dld), de bijbehorende schilderijen gingen naar het Bisschoppelijk Museum in Maastricht. De hoofdingang werd uitgebroken om het bedrijf beter toegankelijk te maken. In 1973 gaf Sproncken te kennen, het gebouw te willen kopen, maar dit bleek niet mogelijk als gevolg van het bestemmingsplan. Daarop vertrok de firma in 1976. In 1980 werd een poging door het kerkbestuur gedaan om het inmiddels zwaar aan verval onderhevige gebouw van de monumentenlijst af te voeren, maar dit mislukte, omdat de gemeente de kerk, die geheel aan de rand van het dorp lag, liever niet uit het landschappelijk schoon wilde zien verdwijnen. Ondanks allerlei plannen tot restauratie ondernam de gemeente verder geen actie, omdat voor de aanschaf van de voormalige kerk een bestemming diende te worden gevonden, en die ontbrak nog steeds. Pas na de gemeentelijke herindeling was het de gemeente Meerssen, die in 1988 de kerk kocht en liet restaureren. Vervolgens werd hier een cultureel centrum ingericht.

Huidige kerk

Pastoor Stassen ondernam voorbereidende werkzaamheden. De gemeente maakte onderwijl plannen tot het moderniseren van de dorpskern en werd tussen de Plets, de Sloot en de Vliegenstraat ruimte gereserveerd voor een nieuw gemeentehuis, een nieuw patronaatsgebouw en de nieuwe kerk. Voor de nieuwe kerk werden twee architecten aangezocht, die in samenwerking de nieuwe kerk ontwierpen, Van der Pluym en Fanchamps. Van der Pluym was een nog nieuwe naam, al had hij al wel de kerk in St. Joost gebouwd. Besloten werd, onder meer door de invloed van de bouwpastoor, die zich liet leiden door de inzichten van het klooster te Mamelis, om een sobere kerk te bouwen, zonder Roomse opsmuk. Het ontwerp van de kerk was zeer functioneel; een grote ruimte, van waaruit alle bezoekers goed zicht op het altaar zouden hebben en twee ‘gangen’, één geschikt om te biechten, de ander voor privé-devotie, alsmede voor de doopkapel. De plaats van de kerk zou in het centrum van de nieuwbouw komen te staan, zodat de kerk letterlijk in het midden van de gemeenschap kwam. De bouw werd gegund aan P. Smeets uit Meerssen. De eerste spade werd op 21 juni 1959 in de grond gestoken, gevolgd door de eerste steen op 6 september 1959 door deken Steegmans. De positieve beoordeling van de kerk kwam uit onverwachte hoek: prof. Dr. C.W. Mönich uit Amsterdam hield bij een conferentie van protestantse theologen een lofzang op de kerk. Het Katholiek Bouwblad was eveneens lovend: de soberheid van de kerk werd gezien als een verworvenheid van de moderne kerkenbouw, waarin alle uiterlijke zaken, die de mensen van het altaar konden afleiden, waren verdwenen.

Veranderingen

In eerste instantie was er onvoldoende geld voor een tegelvloer, dus werd besloten tot het leggen van gepolijst asfalt. Dit werd in 1967 vervangen door een mipolamvloer. Hierdoor hoefden er geen houten vlonders onder de banken te worden gelegd, omdat de isolatie voldoende was. De banken en de communiebanken werden gemaakt van sipo-mahoniehout. De communiebanken zijn verwijderd toen de communie op de hand werd ontvangen en werden omgebouwd tot een bank voor bruidsparen. In 1974 werd de Mariakapel geschikt gemaakt als dagkerk. Het altaar, dat daar nog was ingericht voor de Tridentijnse Mis, werd gewijzigd. Tevens werd een tabernakel geplaatst. In dezelfde tijd werd het H. Agnesbeeld gerestaureerd en herplaatst. In 1980 werd de toren en het dak gereviseerd. Het bleek, dat als gevolg van betonrot en het ontbreken van dilatatievoegen het schaaldak aan de kerkhofzijde de muren zwaar had beschadigd door krimpen en uitzetting. Het dak werd geïsoleerd en de muren werden gecoat, waarmee de huidige kleur van de kerk is te verklaren. Tegelijkertijd werd de ingang gewijzigd. De oude deuren van hardboard en eterniet werden vervangen door hardhouten exemplaren, die meer terugliggend werden geplaatst. Op de deuren werden bronzen handvaten gemonteerd. In 1984 en 1985 werd de klok vervangen en van nieuwe wijzerplaten voorzien. Aan de rechterzijde werd in 1997 een gedeelte afgeschot en ingericht tot vergaderruimte en spreekkamer. Hierbij kwam één van de ramen van Wildschut in deze ruimte terecht, zodat het niet meer vanuit de kerk is te zien.

Exterieur

Achterzijde van de kerk. Foto: november 2005

Het op tweederde ingesnoerde schip onder een plat dak rijst uit boven de zijbeuken, die onder een plat dak rondom het schip liggen. De zijbeuken zijn opgemetseld in breuksteen, het schip in mergel. Vanuit de zijbeuk rijst aan de straatzijde een betonnen overhoeks geopende campanile. Aan de pleinzijde heeft de kerk een voorhof, die door de uitgebouwde credozaal en de zij-ingang wordt afgescheiden. Het voorhof wordt gemarkeerd door boven de hof opgestelde horizontale betonnen balken. In het voorhof is de kerk betreedbaar door de zijdeuren en door de hoofdingang achter een dubbele houten deur. Het schip is geopend door een glaswand met een geprononceerde roedeverdeling. Aan de straatzijde is het koor geopend door een serie kruislings geplaatste vensters. In de wand van de zijbeuk staat een lichtstraat met glas-in-beton. Aan de kerkhofzijde wordt de gevel van het schip geopend door een serie kruislings geplaatste vensters. De zijbeuk is doorbroken door vier vierkante vensters. De achterzijde van de kerk is geopend door kleine vierkante vensters in de zijbeuk en een toegang in een betonnen lijst. Het schip heeft een bolwelvende sluitmuur, die tussen de uitstekende zijgevels is geplaatst.

Interieur

Zicht op het priesterkoor. Foto: november 2005

Zicht op de zangtribune. Foto: november 2005

De kerk wordt betreden door een zij-ingang, die in een narthex voert, of via de hoofdingang, die direct tot de zijbeuk leidt. Het schip grenst rondom aan een doorlopende zijbeuk, alleen achter het priesterkoor is de beuk afgescheiden door een muur. Voor het overige ondersteunen betonnen kolommen het schip. Op de vloer ligt een mipolamvloer. De muren zijn opgemetseld in mergel op een trasraam van donkerder mergel. Het plafond is van beton, in het schip betimmerd met houten planken. Achter in de kerk, in de zijbeuk, bevinden zich de houten deuren van de toegangen tot de kerk. In de linkerzijbeuk bevindt zich de doopkapel, die wordt gemarkeerd door acht kolommen, waarop de campanile staat. Deze is zichtbaar door een lichtkoepel boven de verlaagde vloer. Meer naar het koor toe is een dagkapel ingericht. In de zijbeuk is een gedeelte afgeschermd, waarin de sacristie is ondergebracht. De beuk wordt verlicht door een lichtstraat met glas-in-beton. De rechterzijbeuk heeft achterin een holzwenkende muur, waarachter een kantoortje is ingericht. De beuk is verder ingericht met banken en stoelen. Licht treedt binnen door een drietal ramen met glas-in-beton. Achter het priesterkoor loopt de zijbeuk door en is afgescheiden door de bolwelvende sluitmuur van het koor. Licht treedt hier binnen door vierkante vensters en door de glazen deur van de achteringang. Het schip is aan de ingangszijde geopend door een glaswand, waarvoor de zangtribune staat opgesteld. Deze is bereikbaar door een wenteltrap. Op tweederde is het schip ingesnoerd. Het koor wordt verlicht door de aan weerszijden kruislings uitgesneden vensters. Tegen de sluitmuur staat een verhoging bekleed met hardsteen, waarop op een supedaneum een vieringaltaar staat. Aan weerszijden van het koor staan bankenblokken, waardoor een centrale opstelling wordt gesuggereerd.

Zijwand van Daan Wildschut. Foto: november 2005

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

De oudste berichten, waaruit de aanwezigheid van een orgel in de toenmalige kerk blijkt, dateren uit 1833 toen een zekere Hubertus Ummels als koster en organist werd aangesteld; in 1853 werd het orgel hersteld door van der Cruijssen, terwijl Pereboom & Leijser (Maastricht) het in 1881 voorzagen van een “Soubasse 16’”; Vermeulen (Weert) plaatste in 1909 een nieuw tweemanuaals orgel; het werd feestelijk in gebruik genomen door Jos Vrancken, organist te Utrecht en afkomstig uit Bunde, die werken speelde van J.S.Bach, Corelli, R.Schumann, Ph.Loots en Ch.Rinck; voor de nieuwe kerk bouwde Gebr.Vermeu-len (Weert) in 1963 een tweemanuaals orgel, waarvan 3 stemmen (*) aanvankelijk nog niet werden geplaatst.

                               Hoofdwerk                           Zwelwerk                              Pedaal

                               Prestant 8’                           Diapason 8’                          Subbas 16’

                               * Spitsgamba 8’                   Woudpijp 8’                          Octaafbas 8’

                               Roerfluit 8’                            Holpijp 8’                              Gedektbas 8’

                               Octaaf 4’                               Blokfluit 4’                            Koraalbas 4’

                               Fluit 4’                                   * Prestant 4’

                               * Quint 2 2/3’                       Nasard 2 2/3’

                               Octaaf 2’                               Nachthoorn 2’

                                Mixtuur IV                            Sesquialter II

                               Trompet 8’                            Schalmei 8’

                               Klaroen 4’

Rond 1990 kreeg de kerk bovendien de beschikking over het in 1960 door Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) voor de kerk te Mariadorp-Eijsden gebouwde eenmanuaals orgel, dat nadien enige tijd dienst had gedaan in de kerk van Belfort-Maastricht.

                               Manuaal                                                                         Pedaal

                               Holpijp B/D 8’                       Mixtuur II-III                      aangehangen

                               Prestant B/D 4’                    Sesquialter D II

                               Fluit B/D 2’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Op de deuren is een gestileerde afbeelding van het Laatste Avondmaal, van bovenaf bezien. In de dagkapel ingemetseld in de sluitmuur.

Ingesnoerde meloen op een cilindrische stam. Afkomstig uit de oude kerk en geplaatst naast de hoofdingang en bij de achteringang.

 
 
 
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes
Agnes