HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 12-11-2017

Michaël

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: H. Michaël
Dekenaat/kerkverband: Heerlen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Eikske
Gemeente: Landgraaf
 
Adres: De Wendelstraat 16
Postcode: 6372 VW
Coördinaten: x: 199000, y: 321600
 
Kadastrale gegevens: Schaesberg B 628
Bouwpastoor/bouwpredikant: J.M. Tummers
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: Met ingang van 1 juli 2012 een zogenaamde slapende R.K. Kerk

Foto: Juni 2005

Voor informatie over het Dekenaat Heerlen zie ook http://www.dekenaatheerlen.net/

Ruimtelijke context

De Michaëlkerk staat centraal in de wijk aan de doorgaande weg, in de nabijheid van het winkelgedeelte. De toren fungeert duidelijk als landmark en ook de kerk is een imposante verschijning aan de straat. Achter de kerk ligt het kerkhof, de pastorie bevindt zich aan dezelfde straat naast de kerk.

Type

De niet-georiënteerde basilica bestaat uit een met breuksteen en baksteen opgevuld betonskelet. Naast de kerk staat een campanile. De kerk staat onder een gegolfd dak van betonschalen. Het bankenplan is axiaal.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

In 1949 werd door bisschop Lemmens besloten een nieuwe parochie op te richten in Schaesberg-Terwinselen. Het besluit, hier een parochie te stichten hing samen met de plannen van Schaesberg en Heerlen om op deze plaats een nieuwe wijk te gaan bouwen ten behoeve van de mijnwerkers van de Oranje-Nassau II en de Staatsmijn Wilhelmina. In hetzelfde jaar werd bouwpastoor J.M. Tummers benoemd en hij gaf de parochie de naam: H. Aartsengel Michaël. Dankzij de gemeente en de Staatsmijnen kon een gebouw worden geplaatst, dat als noodkerk fungeerde. Dit werd de nieuw te bouwen toekomstige gymnastiekzaal van de ULO, die voor vijf jaren werd ingericht als kerk, inclusief luiklok en gemetselde altaren.

Huidige kerk

De bedoeling was om de kerk in het midden van de wijk te plaatsen, zodat de zielzorg op de drempel van de woonhuizen kon worden gegeven.  In 1952 werd J.J. Fanchamps aangesteld als architect.  Vanuit de Oranje-Nassaumijn waren er nog enige bouwkundige aanpassingen nodig bij zijn plannen. De ON betaalde de meerkosten van de aanleg van een verankerde betonnen vloer in het fundament en extra dilatatievoegen ter voorkoming van mijnschade. Wel zou de campanile direct gebouwd worden, maar dat was te danken aan het feit, dat de breuksteen gratis door de mijn ter beschikking werd gesteld. Het bestonskelet dat uitwendig met breuksteen en inwendig met mergel was gecapitonneerd paste Fanchamps ook toe bij de Jozefkerk van Heerlen. De koorpartijen van beide kerken hebben eveneens een treffende gelijkenis. In 1953 kreeg Fanchamps de toestemming om te gaan bouwen. De bouw werd gegund aan aannemer Marcel Muyres uit Sittard. De eerste steen werd gelegd op 19 juni 1955. Op 16 juni 1956 zegende deken Mertens de kerk in. Fanchamps ontwierp communiebanken en een voorlopig altaar, waar de tabernakel uit de noodkerk op kwam te staan. Ook ontwierp hij een pastorie en een aantal verschillende invullingen van de ruimtes onder de kerk. Met de bouw van de pastorie werd begonnen toen de kerk was opgeleverd en in 1958 werd de bewoning van de pastorie aangevangen. De ruimtes onder de kerk werden opengelaten. De noodkerk heeft, totdat zij in 1978 afbrandde, als gemeenschapshuis gediend.

Veranderingen

In 1965 kreeg het uiterlijk van de kerk een wijziging door een verbeterde waterafvoer. De eerder aangebracht waterspuwers deden water tegen de muren lopen, die vervolgens doorlekten. Hiervoor in de plaats kwamen regenpijpen. Fanchamps fungeerde hierbij als adviseur.

Rond 1966 heeft pastoor Miedema samen met de verkenners de nog steeds open ruimtes onder de kerk ingericht als garages, die werden verhuurd. Dit gebeurde in een roerige tijd. In de periode 1961-1968 werd onder pastoor Miedema een groot aantal liturgische en pastorale vernieuwingen doorgevoerd in de parochie: de Nederlandse taal in de mis, boetevieringen, gemengd koor, democratische bestuursvormen en nog tal van andere experimenten. Voor de inrichting van de kerk betekende dit, dat het altaar werd verplaatst van de achterwand naar het midden van het priesterkoor. Het altaar stond op een supedaneum van drie treden. De doopvont stond in die tijd in het midden van het schip tussen de eerste banken en de treden van het priesterkoor.

Miedema kwam in conflict met het bisdom en in 1968 kreeg de parochie een nieuwe pastoor, N. Alleman SMM, die echter geen woning had. Daarom werden de kinderkapel geschikt gemaakt voor bewoning. In 1972 verhuisde hij naar een patiowoning en was de kapel weer in gebruik als dagkapel, ontmoetingsruimte, repetitieruimte en zo meer. In 1979 werd de kapel opnieuw ingericht tot doop- en dagkapel, alsmede een multifunctionele ruimte. Miedema bleef echter nog lang doorwerken met de vele mensen, die hij wist te bekoren.

Omdat de kerk op de nominatie staat om afgebroken te worden vroeg de Cuypersstichting voor de kerk de status van Rijksmonument aan. Dit verzoek is afgewezen. De Limburgse kranten berichtten hierover:

vrijdag, 23 september 2011

RECHTBANK Pand weliswaar van belang voor ‘t Eikske, maar de schoonheid laat te wensen over. De Michaëlkerk in ‘t Eikske in Landgraaf wordt niet aangewezen als beschermd monument. De rechtbank van Roermond heeft het verzoek daartoe afgewezen.

door Marcel de Veen

Het Cuypersgenootschap, vernoemd naar de Roermondse architect en ontwerper Pierre Cuypers, zet zich in voor het behoud van bijzonder bouwkundig erfgoed uit de negentiende en twintigste eeuw. De Michaëlkerk is daar een voorbeeld van, vindt de belangenvereniging. Vandaar het pleidooi om het godshuis een beschermde status te geven. Als een gebouw wordt aangemerkt als beschermd monument, dan mag het niet gesloopt worden. Bovendien is het gemakkelijker om subsidies te krijgen voor eventuele herstelwerkzaamheden. De geschiedenis van de Michaëlkerk bestrijkt bijna zestig jaar. De plannen om een kerk in ‘t Eikske te bouwen dateren uit het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw. De Schaesbergse wijk groeide vanwege de florerende mijnen als kool. In 1952 kreeg architect Fanchamps opdracht een ontwerp te maken. De eerste steen werd gelegd op 19 juni 1955. Op 16 juni 1956 zegende deken Mertens de kerk in. De Michaëlparochie kreeg nationale bekendheid door pastoor Ed Miedema, die in 1968 in conflict kwam met het bisdom en met ruzie vertrok. Net zoals veel andere kerken heeft ook de Michaëlkerk het door het dalende kerkbezoek moeilijk. Het voortbestaan staat ter discussie. Om eventuele sloop voor te zijn, vroeg het Cuypersgenootschap daarom de status van beschermd monument aan. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wil daar niet aan. Uiteindelijk mondde dat uit in een rechtszaak. De rechtbank van Roermond heeft het verzoek inmiddels afgewezen. De rechtbank laat meewegen dat het advies van de welstands-en monumentencommissie van Landgraaf daarbij is meegewogen. Volgens de commissie heeft de kerk weliswaar een hoge cultuurhistorische waarde voor ‘t Eikske, maar zijn de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap, de gaafheid en de bouwkundige staat van het object nier meer dan ‘gemiddeld’.

Met ingang van 1 juli 2012 is de Michaëlkerk een slapende kerk. Dat betekent dat er in de week-end niet meer standaard een mis wordt gelezen maar dat de kerk wel beschikbaar blijft voor bijzondere gelegenheden als doopsel, huwelijk en overlijden. De kerk staat overigens op de nominatie om gesloopt te worden.

Exterieur

Foto: Juni 2005

Foto: Juni 2005

De kerk heeft een schip onder halfronde schaaldaken, die dwars op de lengterichting liggen, gevolgd door een koor met één schaaldak. In de buitenmuren is het betonskelet zichtbaar, dat is opgevuld met in wild verband verwerkte baksteen. Aan weerszijden liggen zijbeuken, die een met breuksteen opgevuld betonskelet hebben. De zijbeuken liggen eveneens onder halfronde schaaldaken. Rechts van de toren staat een ongelede campanile met een betonskelet, waarin aan twee zijden het skelet is opgevuld met breuksteen. Een plat dak met kruis bekroond de campanile. Campanile en kinderkapel zijn met elkaar verbonden door een gang, waarin tevens een zij-ingang is geplaatst. De ingangsgevel is geopend door drie raampartijen, die vanaf de drie dubbele deuren doorlopen tot het dak. Een op vier pilaren rustende betonnen luifel overdekt de ingang. Op het dak staat een kruis. De zijgevels lopen langs de bovenzijde mee met de schaaldaken, die worden ondersteund door het betonskelet. Het schip is onder elke schaal geopend door een roosvenster. De zijbeuken worden verlicht door vierkante vensters. Op de kopse kanten zijn de schaaldaken een kwart slag gedraaid, om de devotiekapellen, de kinderkapel en de sacristie te markeren. Het koor is aan de zijkant geheel geopend door een venster met een betonnen roedeverdeling. Het enkele schaaldak is significant groter dan op het schip. De koorsluiting is geheel gesloten, op het dak staat een tweede kruis. Onderaan zijn garagedeuren gemaakt, die toegang geven tot de ruimte onder de kerk. Kinderkapel en sacristie zijn aan deze zijde geopend door vensters onder een segmentboog.

Interieur

Zicht op het priesterkoor. Foto: Job van Nes, september 2008

Zicht op de zangtribune. Foto: Job van Nes, september 2008

De kerk wordt betreden via een narthex, die met drie dubbele met glas gevulde paneeldeuren van het schip is gescheiden. De zangtribune rust op de narthex en steekt uit in de kerk, waar deze op twee betonnen pilaren met een teerlingkapiteel rust. Dezelfde pilaren scheiden de zijbeuken van het schip. Daarboven zijn scheibogen uitgemetseld. De lichtbeuk wordt verlicht door roosvensters. De kerk is boven het trasraam van in wild verband verwerkte baksteen geheel bekleed met mergel. Daarboven liggen de schaaldaken, bekleed met houtwolcementplaten. Op de vloer ligt leisteen. De zijbeuken worden verlicht door vierkante vensters. Naast de hoofdingang zijn devotiekapellen gepositioneerd achter een segmentboog. Aan de koorzijde zijn zij-altaren geplaatst. In de rechterbeuk is hier de zij-ingang geplaatst. Het priesterkoor wordt afgescheiden door een betonnen, vierkante triomfboog. Hieronder bevindt zich een verhoging, waarin de plaatsen van de vroegere ambones nog aan weerszijden herkenbaar zijn. De vloer is hier bekleed met travertijntegels. Centraal is een supedaneum opgesteld, met een houten vieringaltaar, opgebouwd uit oude kerkbanken, en het sacramentsaltaar. Het koor wordt verlicht door vensters in de zijmuren, voorzien van een betonnen roedeverdeling. Hieronder bevinden zich links twee deuren, die toegang geven tot de sacristie. Aan de rechterzijde is de voormalige kinderkapel afgescheiden door een glazen wand in een houten roedeverdeling. Een deur geeft toegang tot de kapel. De voormalige kinderkapel wordt verlicht door twee vensters onder een segmentboog. De ruimte is voorzien van een keuken. De voormalige doopkapel in de campanile is bereikbaar door een gang, die tevens als zij-ingang van de kerk fungeert. De kapel heeft tegels op de vloer, met centraal een met cement gesloten gat. Hier heeft de hardstenen doopvont gestaan. De ruimte wordt verlicht door vensters aan weerszijden van de ruimte.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

Gebouwd door: firma L. Verschueren (1962)
Vervangen (1989)

In de kerk van het Eikske was sinds 1962 een orgel van het type Mignon van Verschueren aanwezig, met vijf manuaalstemmen en drie pedaalstemmen. Het werd in 1989 vervangen door een tweedehands orgel, eveneens van Verschueren, afkomstig uit Heerlen-Hooghees (St Elisabethkapel voorheen Vroedvrouwenschool te Heerlen).

Technische gegevens

Manuaal 5
Pedaal 3
Totaal aantal stemmen 5
Manuaalomvang C-g'''
Pedaalomvang C-f'
Toetstractuur Electrisch
Registertractuur Electrisch
Windlade(n) Unitlade

Dispositie
Manuaal: Prestant 8' (gedeeld), Bourdon 8' (gedeeld), Prestant 4' (bas), Octaaf 4' (discant), Fluit 4' (gedeeld), Octaaf 2' (bas), Doublette 2' (discant).
Pedaal: Subbas 16' - C-H akoestisch, Gedekt 8', Koraalbas 4'.

Literatuur "Mignon", 1-klaviers unitorgel. - In: Orgelnieuws fa. L. Verschueren, augustus 1962.

Bron: http://www.orgbase.nl/

Tabernakel, brons, A.G.M. Lemmens, 1975. Op de deuren staat in een ruitvormig cartouche: TOT DAT HIJ WEDERKOMT. Op het sacramentsaltaar.

Kruiswegstaties, keramiek, Walter van Hoorn, 1955. Ingemetseld in de zijbeuken.

Doopvont, koper, XXc. Vierkant, zich naar beneden verjongende cuppa op vier ingesnoerde poten. Het deksel bestaat uit een holwelvend tentdak. Op het priesterkoor. Ter vervanging van de hardstenen doopvont uit de doopkapel.

 
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël