HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 06-02-2018

Kruiskerk

 
Parochie/kerkgemeente: Hervormde Gemeente te Geleen-Oost
Dekenaat/kerkverband: Nederlandse Hervormde Kerk
Soort gebouw: Voormalig kerkgebouw
Plaats: Geleen
Gemeente: Sittard-Geleen-Born
 
Adres: Parklaan 25
Postcode: 6165 CJ
 
Kadastrale gegevens: Geleen F2 2435
Bouwpastoor/bouwpredikant: W. Heins
 
Huidig gebruik: Gesloopt!!

Voorstellingen van een vis, lam en duif. In de vloer van de kerk.

 

Ruimtelijke context

De Kruiskerk was gelegen aan de Parklaan en maakte deel uit van een kerkelijk centrum bestaande uit een predikantenwoning, kosterswoning en lagere school. De twee woningen en de kerk waren rond een pleintje gegroepeerd. Door de ligging op de hoek in een Y-splitsing lag de kerk in de zichtas van de straat.

Type

Betonnen zaalkerk met afgeronde hoeken en een plat dak. In de kerk stonden stoelen in een axiale opstelling naar de preekstoel en de avondmaalstafel gericht. In de benedenverdieping lagen een parochiezaal en dienstruimtes.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

De Hervormde gemeente van Geleen werd op 1 april 1944 afgesplitst van de moedergemeente te Sittard. De jonge gemeente groeide zo snel dat reeds in 1948 plannen ontstonden voor een nieuwe gemeente. De daadwerkelijke splitsing vond plaats in 1953 gesplitst in de gemeente Geleen-West en de gemeente Geleen-Oost. Voorlopig bleef de nieuwe gemeente kerken in de Tunnelkerk, maar wel in separate diensten met de nieuw beroepen dominee W. Heins. In 1987 werd in de Tunnelkerk de laatste dienst gehouden en werden de gemeenten weer samengevoegd. In 1990 is de kerk verkocht.

Kerkgebouw

Inmiddels waren de onderhandelingen met de gemeente Geleen over de locatie in een vergevorderd stadium. Reeds in 1950 was het bestemmingsplan hiertoe gewijzigd. Maar omdat de uitwerking op zich liet wachten, werd de vraag gesteld aan de kerkenraad, of en wanneer de bouwplannen zouden worden gaan uitgevoerd. De vraag rees, omdat de bouw van de wijk voortvarender voortschreed dan verwacht en de grondverkoop nog moest plaatsvinden. Na intensief contact met de Bouw- en Restauratiecommissie der Nederlandse Hervormde Kerk koos de bouwdominee in 1953 voor het architectenbureau van prof. Dr. F.A. Eschauzier te Bussum. Architect Bart van Kasteel was hier werkzaam en kreeg de opdracht een ontwerp te maken. Zijn eerste ontwerp werd grotendeels door de dominee goedgekeurd, maar zowel hij als de Bouw- en Restauratiecommissie hadden op onderdelen kritiek. De tekst van het Onze Vader op de gevel werd zelfs categorisch afgewezen. Ook de indeling van de benedenverdieping diende nader bekeken te worden. Tegelijkertijd kwamen de ontwerpen voor de pastorie en de kosterwoning van de grond. Ook plannen om op dezelfde locatie, achter de kerk, een kleuterschool en een lagere school te gaan bouwen kregen meer gestalte. In 1954 kreeg de architect goedkeuring van de dominee voor het ontwerp. Ook de Bouw- en Restauratiecommissie zag geen belemmeringen. De Welstandcommissie tenslotte vond het ontwerp niet passend in de meer landelijke omgeving van Geleen, maar achtte de bezwaren niet groot genoeg om het ontwerp af te keuren. Inmiddels had de architect in 1955 ontslag genomen en was als zelfstandig architect gaan werken. Deze opdracht kreeg hij mee, zodat hij nu de kerk op zijn eigen conto mocht schrijven. En ondanks financieringsproblemen werden de pastorie en de kosterij samen met de kerk gebouwd. Dit werd mogelijk door 75.000 gulden subsidie, verstrekt door Staatsmijnen in Limburg, de gemeente Geleen en provincie Limburg. De tuinendienst van Staatsmijnen in Limburg verzorgde bovendien de groenvoorziening rondom de kerk. De gunning kwam aan NV Aannemingsmij. E.B.A. uit Amsterdam voor 152.000 gulden, als gevolg van het feit, dat deze firma delen van de muren op eigen terrein kon prefabriceren, hetgeen behoorlijk in de kosten scheelde. Maar een mijnstoring in de grond bracht extra vertraging, zodat pas op 6 april 1955 koster A. Kamping de eerste spade in de grond stak. De bouw verliep voorspoedig, zodat op 20 oktober 1956 de kerk plechtig in gebruik werd genomen. Van Kasteel ontwierp behalve de kerk ook de kansel, de avondmaalstafel, de doopvont en het wandkleed, dat achter het liturgisch centrum hing en een voorstelling van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging en het silhouet van de Staatsmijn Maurits toonde. De architect zag het kleed liever niet de naaktheid van het interieur aantasten, maar de nagalm was zo nadrukkelijk aanwezig, dat behalve het kleed ook een plafondbekleding van dempend materiaal zeer noodzakelijk waren. De kerk dankte haar naam aan de in de voorgevel uit gespaarde kruis. De Kruiskerk, waar zo’n 350 personen in konden plaatsvinden, werd in 1956 beschouwd als modernste kerk van Limburg. De moderne vormgeving in beton en de medewerking van de jonge kunstenaar Karel Appel werkten daaraan mee. In De Tijd werd de Kruiskerk lovend besproken. Zij muntte uit door originele vormgeving en werd een ‘juweel van heldere gedachteconceptie’ genoemd wat betreft de technische constructie.

Veranderingen

De kerk bleef ongewijzigd, alleen de pastorie kreeg kleinere ramen. Maar de Federatie- en Beheersraad van de SOW-kerk Geleen-Beek-Urmond, die op 1 januari 1989 tot stand kwam, besloot op 6 mei 1992 tot afstoting van de Kruiskerk. Reden was het besluit een nieuwe kerk te gaan bouwen, die kon worden bekostigd uit de verkoop van de drie oude gebouwen. De laatste dienst werd gehouden op 7 juni 1992. In 1990 tekenden bewoners van de Parklaan protest aan tegen de eventuele sloop van de kerk en de bouw ter plaatse van een appartementencomplex. Maar het tij kon niet worden gekeerd en in 1994 viel de kerk onder de slopershamer.

Exterieur

De kerk werd betreden via de hoofdingang gelegen aan de Parklaan. De Kruiskerk bestond uit een uit betonblokken opgetrokken onderbouw en een uit gewapend beton vervaardigde, overkragende bovenbouw, die van een plat dak was voorzien. De gevels waren voorzien van gepolijste horizontale banen. Een betonnen pergola leidde vanaf de Parklaan naar de hoofdingang. Glazen deuren gaven toegang tot een klein, uitgebouwd portaaltje. Naast het portaal was een venster aangebracht en op de hoek van de voorgevel waren in een lichtere steensoort vijf kruisen gemetseld die elk een lichtopening bevatten in de vorm van een rechthoek, vierkant, cirkel, kruis en driehoek. De achterzijde van de kerk had een doorlopende glazen pui. De hier sterk overkragende bovenbouw werd gestut door vier stalen kolommen. De bovenbouw was uit gewapend beton. Boven de ingang aan de Parklaan vormde een rechthoekige en vierkante uitsparingen in het beton een kruis. In een zijgevel was het glas-in-betonraam van Karel Appel aangebracht. Daar tegenover doorbrak een glazen pui met helder glas de gevel. De kerk had een plat dak. Boven de achtergevel was het dak verhoogd en bevatte een reeks vensters. Bovendien bevonden zich op het dak vijf lichtkoepels. Aan de achterzijde was de kerkzaal via een loopbrug rechtstreeks bereikbaar. Een glazen deur gaf toegang tot de kerk. Boven deze deur was een groot venster aangebracht, dat de tribune van daglicht voorzag.

Interieur

Via het ingangsportaal aan de Parklaan kwam uit in een hall die toegang bood tot de kamer van de predikant, de consistoriekamer, vergaderzaal, kitchenette, garderobe en toiletten. Vanuit de hall leidde een trap naar de kerkzaal. Boven aan de trap waren de met koper ingelegde voorstellingen van vis, lam en duif aangebracht. In de hoek van de kerkzaal voerde een zwevende trap naar de tribune, die door drie stalen kolommen geschraagd werd. De kerk ontving zijn licht via lichtkokers. Het liturgische centrum werd indirect verlicht door de vensters in de verhoging van het dak. Links van de preekstoel was de gevel doorbroken met een glas-in-beton raam. Tegenover de preekstoel was de muur geopend door een kruisvormig raam. Vloeren, wanden, tribune en dak waren uit een stuk beton vervaardigd. Het plafond was bekleed met zwart plastic, dat de nagalm dempte.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003)

Kruiskerk
Kruiskerk
Kruiskerk