HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 20-02-2017

O.L. Vrouw Tenhemelopneming

 
Parochie/kerkgemeente: O.L. Vrouw Tenhemelopneming
Dekenaat/kerkverband: Horst
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Grubbenvorst
Gemeente: Horst aan de Maas
 
Adres: Dorpstraat 14
Postcode: 5971 BZ
 
Kadastrale gegevens: Grubbenvorst C 3356
Bouwpastoor/bouwpredikant: J. Th. Zeegers
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Natuursteen, 1952. Het altaar bestaat uit een tombe met daarop een zware mensa. Inscriptie op de achterzijde: GESCHONKEN DOOR BOERENBOND EN TUINBOUWBOND 1952.

Meer foto's ››

 

Foto: Sander van Daal, juli 2007

Ruimtelijke context

De O.L.Vrouwekerk te Grubbenvorst staat aan de rand van het dorp. De kerk ligt vrijwel tegen de Maasdijk aan de kruising van de Dorpsstraat, Kerkstraat en Dalingsbemden. Achter de kerk strekken zich de uiterwaarden van de Maas uit. Ten zuiden van de kerk ligt het kerkhof. De bebouwde omgeving is deels eind 19de eeuwse en jonger en bestaat uit vml. boerderijen, woonhuizen en horeca gelegenheid. De kerk staat op ca. 150 meter van het oude gemeente-huis. De Dorpsstraat, die direct de verbinding vormt tussen het raadhuisplein en de kerk, leidt direct naar de kerk. Het westwerk is een landmark.

Type

De georiënteerde hallenkerk is opgetrokken in baksteen en heeft een geprononceerd westwerk. Het axiale bankenplan wordt doorsnede door een middenpad.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

Vooroorlogse kerk. Bron: De verwoeste kerken van Limburg / A. van Rijswijck, pr. - 1946

De kerk die op 24 november 1944 werd verwoest, stamde voor het grootste deel uit de 15de en 16de eeuw. De gotische toren dateerde van omstreeks 1415. In 1634 brandde de eenbeukige uit mergel, baksteen en tufsteen opgetrokken kruiskerk voor een deel af. Bij het herstel dat na 1638 plaatsvond, werden de muren van het schip verhoogd en nieuwe gewelven geslagen. In 1885 werd de kerk gerestaureerd. Mogelijk werd toen ook de zuidelijke transeptarm gebouwd. Opgravingen na de Tweede Wereldoorlog toonden aan dat ter plaatse mogelijkerwijs een houten kerk stond, die in later stadium vervangen werd door een stenen zaalkerkje met een ingesnoerd, rond gesloten priesterkoor. In 1939 had de toenmalige pastoor architect Kropholler benaderd om schetsen te maken voor de uitbreiding van de kerk. Kropholler maakte vier varianten. De oorlog verhinderde evenwel de uitvoering. Na de oorlog werd Kropholler betaald voor zijn diensten, waarmee de weg vrij kwam voor om een nieuwe architect aan te trekken. De O.L.Vrouwekerk leed in de meidagen van 1940 enige oorlogsschade. Er was een gat in het dak en het gewelf. In 1943 beschadigde een bomexplosie kerk, pastorie en kapelanie.

Huidige kerk

De kerk werd in november 1944 geheel verwoest. De parochie week uit naar het klooster van de Ursulinen aan de Bisweide, waar de kapel ging fungeren als parochiekerk. De inwoners van het gehucht Heierhoeve lieten door architect Keysers uit Horst omstreeks 1946 een noodkerkje bouwen. Het kerkbestuur wilde dat de nieuwe kerk groter zou worden dan de oude en ook centraal in het dorp – aan het Marktplein – gesitueerd zou worden. De Provinciale Planologische Dienst kon zich daarin anno 1945 wel vinden. Na veel discussie werd besloten de herbouw op de oude locatie plaats te doen vinden.  Eind 1947 kwam Boosten in beeld als opvolger van Kropholler. Alfons Boosten ontwierp in oktober 1948 een driebeukige hallenkerk met ronde koorpartij en een massief westwerk. Niet uitgesloten is dat de Maastrichtenaar Boosten zich voor wat betreft het westwerk liet inspireren door de ‘Slevrouwekerk’ in zijn woonplaats, die eveneens als titel heeft O.L.Vrouw Tenhemelopneming. De kerk zou 510 zitplaatsen voor volwassenen en 120 voor kinderen krijgen. Ten zuiden van het schip verrees de Sint-Janskapel, die tevens als kinderkapel dienst zou gaan doen. Boven het altaar in deze kapel rees een toren omhoog, zoals die bij meer Boostenkerken, zoals  Horst, te zien is. De bouw van de Sint-Janskapel hing direct samen met de devotie tot Johannes de Doper, die, in elk geval tot 1900, bedevaartkarakter had. De eerste tekeningen zijn later lichtelijk gewijzigd. Zo verdween bijvoorbeeld ook hier het geplande zwaluwnestorgel, dat tegen de noordgevel van het middenschip geprojecteerd was. Na het overlijden van Boosten voltooide diens medewerker, ir. J. Witteveen, de kerk.  De eerste steen werd gelegd op 27 april 1952, waarna de kerk op 21 december 1952 in gebruik genomen kon worden. De consecratie vond plaats op 16 augustus 1960. De toren was toen nog niet gebouwd. Het kerkbestuur vroeg in oktober 1952 toestemming om de toren tot tien meter te mogen optrekken.  Uit piëteit voor Boosten besloot men de toren te laten bouwen volgens zijn ontwerp, hoewel Witteveen een ander ontwerp had voorgesteld.  De toren werd in 1955-1956 gerealiseerd.

Veranderingen

In 1970 werd het tabernakel van het altaar verwijderd en op een sokkel tegen de met een doek afgeschermde boog achter in het koor geplaatst. Het altaar kon thans gebruikt worden voor het celebreren ‘facie versus populum’. De verhoging waarop het altaar stond, werd aan de achterzijde met hout opgevuld, zodat de priester achter het altaar kon staan en het tabernakel makkelijk bereikbaar was. De suggestie van de DCPB om het altaar naar voren te verplaatsen is nooit uitgevoerd. Het hekwerk van de ambo is verwijderd. De crypte, die enige tijd als dagkapel gebruikt werd, is in niet meer in gebruik als liturgische ruimte. Thans wordt zij gebruikt voor vergaderingen e.d. De doopkapel is gedegradeerd tot poetshok, maar men is voornemens de ruimte weer een waardige bestemming te geven. De doopvont is verhuisd naar de Sint-Janskapel. Het altaar is tegen de achterwand van de kapel verplaatst en voorzien van een Mariaafbeelding. De boogconstructie tussen de kerk en de kapel is met houten van glas voorziene puien afgescheiden. Aangezien er geen direct doorgang meer is naar de kerk, kan de Sint-Janskapel als devotiekapel de hele dag open blijven.

Exterieur

Foto: Sander van Daal, juli 2007

De voorgevel van de kerk wordt gedomineerd door een hoog oprijzend ongeleed westwerk. De kerk is opgetrokken in rode baksteen die in staand verband verwerkt is. Op het westwerk ligt een met koper bekleed zadeldak, waarop vervolgens een zeshoekige koperen spits staat. De spits wordt bekroond met een weerhaan en kruis. Zes treden leiden naar de halfronde dubbele, houten deur die de hoofdingang van de kerk vormt. De deur is voorzien van zwaar siersmeedwerk en staat in een teruggemetselde rondboog. Rechts boven de deur is een gevelplastiek aangebracht. Links boven staan drie korfboograampjes, één per etage. Vlak onder de daklijst is een galmgat gemaakt met daarnaast een wijzerplaat. De zuidgevel van het westwerk heeft een langwerpig rondboogvenster en in de topgevel twee galmgaten en een wijzerplaat. De oostgevel heeft drie galmgaten. De noordgevel telt drie boven elkaar gelegen rondboogvensters en in de topgevel een wijzerplaat. Het iets terug liggende deel van het westwerk heeft aan de voorzijde een hoog, doch door een band metselwerk in twee stukken verdeeld rondboogvenster. Onder het dak is een hoog galmgat gemaakt. Tegen de noordgevel van het westwerk staat de halfronde doopkapel. Deze heeft een vrijwel vlakke, koperen dakbedekking, die bekroond wordt door een koperen bol met kruis. De kapel heeft een langgerekt rondboogvenster. De noordgevel heeft drie boven elkander geplaatste rondboogvenstertjes en in de topgevel een galmgat. Op de hoeken van de topgevels zijn geprofileerde betonnen kraagstenen verwerkt. De noord- en zuidgevel van het schip hebben elk drie hoge korfboogvensters. Het schip is voorzien van een leien zadeldak. Tegen de noordgevel is een zijbeuk gebouwd, een zijportaal bevat een kapel. Het zijportaal heeft een houten deur met smeedwerk. De kapel heeft drie rondboogvensters. De zijbeuk heeft een lessenaardak, dat met leien bedekt is. De koorpartij steekt circa een meter boven de nok van het schip uit. Bovenop de met vlechtingen voorziene topgevel staat een clocher-arcade. De koorabsis wordt door acht contreforten geleed. In de absiswand zijn drie rondboogvensters aangebracht. Half verscholen onder het overstekende dak staan als reminiscentie aan de Romaanse dwerggalerij twee rondbogen. Rondom de absis loopt een omgang, die voorzien is van drie rondboogvensters en een lessenaardak. De daken van de koorpartij en omgang zijn bedekt met leien. Tegen de oostpartij is de halfronde sacristie met haar reeks rechthoekige vensters gebouwd. De sacristie heeft een plat dak. Op de zuidzijde leidt een trap naar de sacristiedeur. Tegen de zuidgevel van schip en koor staat de Sint-Janskapel. De topgevel is voorzien van vlechtingen. Tussen de sacristie en de Sint-Janskapel rijst een ronde toren met koperen spits omhoog. Ook deze spits is bekroond door een weerhaan met kruis. Aan de noordkant is in het muurwerk direct onder de daklijst een houten toegangsluik gemaakt. Aan de zuidzijde doorbreekt een lang rondboogvenster het metselwerk. De zuidgevel van de kapel heeft zes gekoppelde rondboogvensters. De toegang wordt gevormd door een rondboog op de zuidwesthoek van de kapel. De kapel heeft een lessenaardak dat zich deels aanvlijt tegen het opgaand muurwerk van het koor, deels doorloopt in het zadeldak van het schip.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

 Gewelfconstructie van het koor

De kerk betredend via de hoofdingang komt men uit in het een kruisgewelf overkluisde torenportaal. Links geeft een deur toegang tot de doopkapel, rechts is de deur van het zijportaal, dat echter geen directe verbinding met het buiten heeft. Een dubbele houten rondboogdeur geeft toegang tot het middenschip. De binnenmuren en gewelven zijn in staand verband gemetseld met gele baksteen en platvol gevoegd. Boven de het portaal ligt de zangtribune, die met een brede rondboog naar het middenschip toe geopend is. De betonnen tribune is uitgebouwd over de hele breedte van het schip en voorzien van een houten balustrade. De banken staan in twee blokken axiaal opgesteld. Tussen de banken loopt het middenpad. De vloeren van schip en annexen zijn belegd met leisteen. Het middenschip wordt geflankeerd door smalle, hoge met zesdelige kruisgewelven overkluisde processiegangen. Deze zijn, anders dan men van een hallenkerk zou mogen verwachten lager dan het betonnen troggewelf-plafond van het middenschip De betonnen moerbalken rusten op een geprofileerde betonnen lijst en – om en om – op betonnen kraagstenen. Processiegangen en middenschip zijn verbonden door hoge scheibogen die voortspruiten uit rechthoekige pijlers zonder basement of kapiteel. Op de overgang van koor en middenschip staat een triomfboog. Deze rust op een kruisvormige pijlers. De gewelfvelden in de processiegangen worden door gordelbogen gescheiden. Het koor is via een marmeren trap van zeven treden toegankelijk. Het koor is belegd met gelige vloertegels. Links van de trap is de natuursteen vloerplaat van de ambo nog aanwezig. Het gesmede hekwerk is verwijderd. Het altaar staat op een drie treden hoog marmeren podium. Daarachter staat dan weer het tabernakel op een houten sokkel. Het koor is overkluisd met kruisgewelven en in de absis een straalgewelf. De kooromgang heeft tongewelven. Middels vijf rondbogen staan kooromgang en koor met elkaar in verbinding. Via een acht treden tellende trap daalt men af naar de crypte, die zich uitstrekt onder de hele koorpartij. Het originele altaar is nog aanwezig. De zesdelige kruisgewelven zijn uit rode baksteen gemetseld in staand verband en platvol gevoegd. De gewelven rusten op gordelbogen die voortkomen uit vierkante pijlers. De doopkapel staat links van de hoofdingang. Via een voorportaaltje, waarin zich ook de spiltrap bevindt, die naar de zangtribune leidt, komt men in de halfronde kapel. De doopvont staat inmiddels in het Sint-Janskoor en de kapel, waarin men moest afdalen is van een houten vloer voorzien. De smeedijzeren hekjes zijn wel nog aanwezig. De kapel heeft een halfrond koepelgewelf dat met koppen is opgemetseld. Ten zuiden van het schip ligt de Sint-Janskapel. Ook zij is met rondbogen verbonden met het schip. Deze bogen zijn echter met houten raamwerken, rijkelijk voorzien van glas, waardoor de kapel en de kerk zijn gescheiden. De toren, waaronder aanvankelijk het zijaltaar stond, rust op twee betonnen zuilen. Deze hebben geen basementen, maar wel gestileerde kelkkapitelen. De toren opent zich met drie bogen naar de kapel. Onder de toren staat thans de doopvont. Het plafond van de Sint-Janskapel heeft een troggewelf. De veel kleinere Mariakapel ligt aan de noordzijde van de kerk. Zij is eveneens met bogen naar het schip geopend. In de westwand is een ronde nis uitgebouwd, waarin het Maria-altaar staat. Het plafond is voorzien van een troggewelf.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In 1803 kreeg deze kerk de beschikking over het orgel van het vm.Minderbroedersklooster te Venlo; het in 1877 geplaatste nieuwe orgel ging in 1944 verloren; het huidige orgel werd in 1965 gebouwd door Gebr.Vermeulen (Weert)

 

Hoofdwerk                           Zwelwerk                              Pedaal

Prestant 8’                            Holpijp 8’                              Subbas 16’

Roerfluit 8’                            Prestant 4’                            Prestantbas 8’

Octaaf 4’                               Roerfluit 4’                            Gedektbas 8’

Octaaf 2’                               Fluit 2’

Mixtuur III-IV                        Larigot 1 1/3’

Trompet 8’                            Kromhoorn 8’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht).

Natuursteen, 1952. Het altaar bestaat uit een tombe met daarop een zware mensa. Inscriptie op de achterzijde: GESCHONKEN DOOR BOERENBOND EN TUINBOUWBOND 1952.

Christus, met kruisnimbus, tot zijn middel staande in de Jordaan, die met Zijn linkerhand een zegenend gebaar maakt. Rondschrift: + WIJ VISSEN WORDEN UIT ONZE IX ÈYÓ + JEZUS CHRISTUS IN HET WATER GEBOREN EN ALLEEN HET VERBLIJF IN HET WATER IS ONS LEVENSBEHOUD. In de doopkapel.

De H. Christophorus doorwaadt het water met het Christuskind op zijn schouders. in zijn rechterhand houdt hij een boomstam, die hij als staf gebruikt. Onderschrift: FRANS SLIJPEN FECIT en ATELIER MESTEROM. In de doopkapel.

Kruisafname. In het zijportaal

Zes vensters met een op Johannes de Doper toegesneden iconografie:

Een engel voorspelt Zacharias de geboorte van een zoon; Elisabeth begroet haar nicht Maria met op de achtergrond Sint-Jozef en Zacharias; Zacharias schrijft de naam JOHANNES op een leesplankje; De doop van Christus door Johannes; Johannes in de kerker. Op de achtergrond koning Herodes; onthoofding van Johannes. Op de achtergrond Salome met een schaal. In het schip.

Twee deuren aan de voorzijde zijn met halfedelstenen bezet.

 
 
 
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming
O.L. Vrouw Tenhemelopneming