HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 17-09-2017

O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: Rectoraat O.L.V. Onbevlekt Ontvangen
Dekenaat/kerkverband: Venray
Soort gebouw: Rectoraatskerk
Plaats: Heide
Gemeente: Venray
 
Adres: Heidseweg 46
Postcode: 5812 AB
 
Kadastrale gegevens: Heide-Venray N 1252
Bouwpastoor/bouwpredikant: M.G.W. Cox
 
Architect(en):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Foto: juli 2007

Ruimtelijke context

De kerk staat aan een plein, waaraan ook de school en enige woonhuizen staan (laagbouw). Direct naast de kerk staan de pastorie, de toren en een plein met vijver.

Type

Bakstenen zalkerk op rechthoekig grondplan. Niet georiënteerde basilica met een campanile. Het axiale bankenplan is een kwartslag gedraaid.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

In 1956 werd het rectoraat O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Heide opgericht, waar al sedert de Tweede Wereldoorlog een noodkerk stond ten behoeve van de ongeveer 85 gezinnen.

Huidige kerk

In 1962 verschenen de eerste berichten in de pers over de bouw van een kerk. Architect was Jos Bijnen uit Oss die reeds kerken had gebouwd te Aarle-Rixtel (zusterklooster) en Malden. Het kerkbestuur en rector Cox waren met namen onder de indruk van de kloosterkerk te Aarle-Rixtel. Op 18 maart 1964 werd de kerk aanbesteed en op 29 april daaropvolgend gegund aan de laagste inschrijver, de firma Koenen en Zoon uit Holthees. In juni 1964 maakte de aannemer een begin met de bouwactiviteiten. De eerste steenlegging had plaats op 18 oktober 1964. In 1965 werd de kerk in gebruik genomen. De kerk werd voorzien van een zij-ingang naast het priesterkoor en één achterin, naast de hoofdingang. Deze hebben geen tochtportaal gekregen.

Exterieur

 Campanile met klokkenstoel. Foto: juli 2007

De kerk bestaat uit een schip onder een zadeldak met zijbeuken onder een lezenaarsdak. Het schip wordt van de zijbeuken gescheiden door vensterwanden met blank glas. Deze lopen van de grond af naar boven en tevens door de lichtbeuk. De hoofdingang staat in de zijbeuk aan het plein en staat onder een luifel, die bestaat uit het dak van de zijbeuk, dat doorloopt. Het tochtportaal bestaat uit een dubbele deur aan de voorzijde en deuren aan de zijkant van het portaal. Links hiervan bevindt zich een zij-ingang, die bestaat uit een kleine uitbouw met een dubbele deur. Rechts staat de uitbouw van de devotiekapel, die bestaat uit een rechte muur met aan de zijkanten vensters. Het dak wordt gedragen door gemetselde zuilen. Het schip heeft aan de zijkanten een puntgevel, met in de punt een venster, dat iets teruggetrokken is ten opzichte van de muur. Aan de achterzijde van de kerk is de zijbeuk afgesloten en voorzien van een deur en gewone venster. Hier zijn de sacristie en de verbindingsgang naar de pastorie ondergebracht. De losstaande ongelede toren bestaat uit een piramidaal bakstenen lichaam met een lezenaarsdak, waarin een opengewerkte lantaarn met een klokkenstoel van beton is verwerkt.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht naar achteren

De kerk wordt betreden door een dubbele deur, die via een tochtportaal naar een zelfde toegang gaat. De deuren en de wanden eromheen zijn voorzien van blank glas. Achter in de kerk staat rechts van de toegang een nis, waarvan de achterwand van de kerk wordt gescheiden door vensters. Hierin staat het Maria-altaar. Naast het altaar staat de biechtstoel. Aan de andere zijde staat een toegangsdeur van glas in ijzer, eveneens in een nis. Hier staat de doopvont. De kerk bestaat uit een schip met zijbeuken en is vierkant van vorm. De wanden zijn in schoon metselwerk in wild verband. Op verschillende hoogten zijn banden met siermetselwerk aangebracht. Het dak van het schip is door de betimmering van het plafond zichtbaar. Op de vloer ligt langs de muren en op het priesterkoor natuursteen. De inrichting is een kwartslag gedraaid ten opzichte van de oude kerken, zodat de ingang in een zijbeuk staat. Daar tegenover staat het over de gehele breedte verhoogde priesterkoor, eveneens in een zijbeuk. Schip en zijbeuken zijn gescheiden door vensterwanden. De zijbeuken zijn voorzien van dunne prismatische betonnen zuilen. Tevens staan vensters in de lichtbeuk en (deels niet zichtbaar) in de topgevels. Het priesterkoor is verhoogd met twee treden. Aan de linkerzijde staan twee zich neer beneden verjongende sierzuilen met een betonnen balk aan de bovenzijde. Aan de andere kant staat een opstelling in stoelen van het zangkoor. Boven de scheiding tussen zijbeuk en schip staat: GLORIA IN EXCELSIS DEO. Naast de versierde zuilen staat in de zijwand een zij-ingang, bestaande uit een dubbele deur met glas en ijzer. De doopvont is op enig moment verplaatst van de positie rechts op het priesterkoor naar de huidige positie. Verder is een herdenkingplaat aangebracht in de nis, die mogelijk als credens was bedoeld.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Zie ook: http://www.dekenaatvenray.nl/

Orgel

In 1965 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk een eenmanuaals unit-orgel.

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Hoofdaltaar en sacramentsaltaar. Het volksaltaar bestaat uit een blad op vijf prismatische zuilen. Het sacramentsaltaar bestaat uit en rechte plaat tegen de muur, waarin de tabernakel staat. Hiervoor staat een zich naar beneden verjongend tombealtaar.

Maria-altaar, Kirchheimer Muschelkalksteen, Jos Bijnen, 1965? Tronende Maria met Kind.

 
 
 
O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen
O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen
O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen
O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen
O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen
O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen
O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen
O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen
O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen