HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 24-02-2017

Christus Koning (Montfort)

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Dekenaat/kerkverband: Heerlen
Soort gebouw: Voormalige parochiekerk
Plaats: Hoensbroek
Gemeente: Heerlen
Wijk: Nieuw Lotbroek
 
Adres: Pius XII-plein 1
Postcode: 6433 CX
Coördinaten: x: 193365, y: 324480
 
Kadastrale gegevens: Heerlen 01 V 01194 G
Bouwpastoor/bouwpredikant: D.H. Frenken
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: Per 1 juli 2010 aan de eredienst onttrokken

Voor informatie over het Dekenaat Heerlen zie ook http://www.dekenaatheerlen.net/

Ruimtelijke context

De Christus Koningkerk ligt centraal in de wijk ‘Centrum-Zuid’, thans ook wel Nieuw-Lotbroek genoemd, aan het Pius XII-plein. Een echt plein is er niet, als men afziet van het pleintje voor de kerk. Kerk, pastorie en gemeenschapshuis liggen op een perceel dat begrensd wordt door vier straten. De voormalige kleuterschool is vervangen door eengezinswoningen. De kerktoren fungeert als landmark in de wijk. De kerk staat in de zichtas van de Mgr. Feronlaan en het Schout Franssenplein. Schuin tegenover de kerk ligt een klein winkelcentrum met bovenwoningen.

Type

Uit prefabelementen opgetrokken niet georiënteerde betonnen zaalkerk op rechthoekig grondplan met betonnen campanile. De kerk heeft een axiaal bankenplan.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

In juli 1960 werd kapelaan D.H. Frencken benoemd tot bouwpastoor met als taak het oprichten van een parochie in de nog te bouwen wijk ‘Centrum-Zuid’. Deze wijk zou de verbinding moeten vormen tussen de oude kern van Hoensbroek en de mijnwerkerskolonie Hoensbroek-Station. Op 17 december 1960 werd de houten noodkerk in gebruik genomen, die, toen de parochiekerk gerealiseerd was, ging fungeren als kleuterschool. De kleuterschool is inmiddels gesloopt en vervangen door woonhuizen.

Huidige kerk

Pastoor Frencken spande zich in voor de bouw van de nieuwe kerk die de titel ‘Christus Koning’ zou krijgen en die midden in de nieuwe wijk aan het Pius XII-plein gesitueerd zou worden. Rechts van de kerk, doch niet ermee verbonden, kwam de pastorie. In 1962 werd het Maastrichtse architectenbureau Swinkels en Salemans ingeschakeld. Pastoor Frencken wilde een kerk die artistiek en functioneel verantwoord was. Met het oog op onderhoud- en stookkosten hoefde de kerk van hem niet hoog te worden. De doopkapel, dagkapel en sacristie werden ondergebracht in het kerkgebouw en niet als quasi-zelfstandige ruimtes tegen de kerk aangebouwd. Het ontwerp van Swinkels en Salemans kende enige noviteiten. Ten eerste werd de kerk opgetrokken uit geprefabriceerde betonnen elementen. De kerk was daarnaast met zijn 6 à 7 meter hoogte de laagste kerk van Nederland. De pastorie baarde ook opzien. Pastoor, huishoudster en kapelaan kregen er hun domicilie. Voor Limburg, waar de kapelaan vrijwel altijd een eigen kapelanie bezat, was dit iets nieuws. In de pastorie werd ook een zogenaamde ‘credozaal’ opgenomen. Deze was vergelijkbaar met de consistoriekamers van de protestants-christelijke kerken en zou fungeren als vergaderzaal, repetitielokaal voor de zangkoren, maar ook als gelegenheid voor koffietafels. De plattegrond van de kerk en de liturgische dispositie waren traditioneel: vanuit het hoofdportaal liep een middenpad rechtstreeks naar het hoge priesterkoor met daarop het vieringaltaar en daarachter het tabernakel. Het werk werd gegund aan Nelissen en Jacobs. Nelissen zou de 24 V-vormige betonelementen leveren die de wanden van de kerk zouden vormen en de bijbehorende, eveneens V-vormige dertien dakschalen. De wandelementen waren circa acht meter lang en 22 cm dik. In de elementen werden twee cm dikke frigolithplaten opgenomen ter isolatie (frigolith is kunstharsschuim met een gesloten celstructuur). De 23 meter lange dakschalen waren slechts acht cm dik en werden voorzien van een uitwendige kurklaag ter isolatie. Door het gebruik van prefab-elementen werd een aanzienlijke besparing bereikt op de bouwkosten als zodanig. De vervoerskosten waren echter aanzienlijk hoger dan bij het construeren ter plaatse. De wandelementen werden per vrachtwagen vanuit Venray aangevoerd, maar de lange dakschalen mochten door de minister van Verkeer en Waterstaat, Van Aartsen, uit veiligheidsoverwegingen niet over de weg getransporteerd worden, ofschoon dit technisch wel mogelijk was. De NS zouden met een speciale ‘kuilwagen’ voor zware transporten de dakelementen naar Hoensbroek brengen. Het verladen van de elementen begon op 9 april en duurde tot 23 april. Het perron van Venray moest met het oog op dit uitzonderlijk vervoer worden verbouwd. Het werden drie transporten met telkens drie elementen en twee transporten met twee elementen. Het duurde drie dagen voor de kuilwagen zijn vertrekpunt weer had bereikt en de volgende lading verstuurd moest worden. Het gehele transport met gebruik van een zware hijskraan die eveneens tussen Hoensbroek en Venray pendelde, kostte 30.000 gulden. Daarmee ging een groot deel van de gehoopte besparing verloren. Op 23, 24 en 25 april werden alle dakelementen, onder grote publieke belangstelling en verslagen door diverse media, door een speciale hijskraan op de inmiddels in de betonnen funderingsgleuf gestelde wandelementen geplaatst. Het stellen van de wanden was minder eenvoudig geweest dan men had gedacht, maar het leggen van de dakschalen daarentegen ging relatief vlug. De kerk stond op 25 april al overeind. Enkel de voorgevel diende nog gebouwd te worden. Derhalve werd pas op 14 juni de eerste steen gelegd en kon de kerk op 6 september 1964 worden geconsacreerd. De toren was nog niet gerealiseerd. De fraaie toren die Swinkels en Salemans ontworpen hadden, werd niet uitgevoerd, omdat men dan wederom met hoge transportkosten geconfronteerd zou worden. De firma Jacobs bouwde vervolgens naar ontwerp van Salemans in oktober 1964 ter plaatse een minder bekoorlijke betonnen toren voor drie klokken. De toren bestond uit twee elementen van 16 meter lengte die door drie plateaus met elkaar verbonden waren. Ter bekroning werd een vier meter hoog ijzeren kruis geplaatst. Ter completering van het parochiecomplex werd in april 1965 een begin gemaakt met de bouw van gemeenschapshuis ‘Ons Trefcentrum’, gelegen achter de pastorie.

Plaatsen van de dekschalen

Veranderingen

De doopvont is op enig moment uit de doopkapel in het middelste portaal verplaatst naar het priesterkoor. Een biechtstoel is uitgebroken en in de vrijkomende nis is een Mariakapel ingericht. Het oorspronkelijke tabernakel, dat in de zichtwand verzonken was, is vervangen door een nieuw exemplaar dat op een klein altaartje achter het vieringaltaar staat. Onder de bankenblokken zijn vlonders gelegd van laminaatparket. De ambones zijn verwijderd.

Bisschop Frans Wiertz heeft met ingang van 1 juli 2010 drie parochiekerken in Hoensbroek aan de eredienst onttrokken. Het betreft de kerk Onze Lieve Vrouw Maagd der Armen (van de gelijknamige parochie te Mariagewanden), de H. Jozefkerk (van de gelijknamige parochie te Passart) en de Christus Koningkerk (van de H. Montfortparochie te Hoensbroek-Zuid). 

Exterieur

Ingangszijde van de kerk. Foto juni 2006

De kerk is gebouwd op rechthoekig grondplan met een losstaande klokkentoren. Het voorplein, eertijds in directe verbinding met de trottoirs, is sedert enige jaren omgeven door een ijzeren hekwerk. Deze aanpassing vond plaats om vandalisme en bekladding tegen te gaan. Een deel van de bestrating is weggenomen om ruimte te maken voor beplanting. Aan de voet van de campanile is een betonnen Mariabeeld geplaatst op een uit bakstenen gemetselde sokkel. De voorgevel van de kerk bestaat links en rechts uit een van het maaiveld tot aan de dakrand lopende vliesgevel. Gedomineerd wordt de kerk vanaf die zijde door de blokvormige bakstenen ingangspartij, die ten opzichte van het dak naar voren springt. De ingangspartij heeft twee verdiepingen. In de onderste hangen de drie dubbele, hardhouten ingangsdeuren. De tweede verdieping springt ten opzichte van de onderste circa twee meter naar voren en wordt door zes betonnen kolommen gedragen, waardoor een moderne narthex ontstaat. Vensters tussen de deuren zijn versterkt met betonnen patioblokken om vernieling van de ramen tegen te gaan. De witgesausde zijgevels bestaan uit V-vormige betonnen prefabschalen, die allemaal op de hoek zijn voorzien van een lang rechthoekig venster. Het dak is eveneens gemaakt van overstekende V-vormige betonnen dakschalen. De achterzijde van het kerkgebouw is nagenoeg identiek aan de voorgevel, met dien verstande dat er geen toegangspartijen zijn.

Interieur

Zicht op het koor

Zicht op de achterzijde van het interieur

De kerk betredend via de middelste ingang ligt in het voorportaal ter rechterzijde een Mariakapel. Ter linkerzijde stond eertijds de doopvont. Het hoofdportaal wordt geflankeerd door twee kleinere zijportalen, die op hun beurt geflankeerd worden door een biechtstoel (rechts) en een Mariakapel (links). Boven het hoofdportaal ligt de betonnen zangtribune, die een weinig de kerk insteekt. De tribune ontvangt via vier dakkoepels daglicht. Vanuit het hoofdportaal loopt het middenpad direct naar het koor en hoofdaltaar. De granieten en betonnen vloer van het schip is aflopend. De banken staan in vier blokken naar het koor toe opgesteld. Het koor verheft zich vijf treden boven het schip. Het altaar staat op een supedaneum van een trede. Achter het koor verheft zich bijna tot aan het plafond, dat tevens dak is, een holwelvende witte, natuurstenen zichtwand. Achter het altaar en vanuit de kerk duidelijk zichtbaar staat op een altaartje het tabernakel. Op de hoeken van het koor waren vroeger eenvoudige lessenaars aangebracht, waardoor het idee van ambones ontstond. Aangezien deze ambo’s nooit hebben gefunctioneerd, zijn zij inmiddels verwijderd. De bakstenen muurvlakken zijn uitgevoerd in schoon metselwerk, dat enige jaren geleden roodbruin is geverfd. De zijwanden zijn in dezelfde kleur geverfd. Het plafond is okerkleurig.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003)

Orgel

Pels (Alkmaar) plaatste in 1949 een tweemanuaals orgel in de Kerk van Lotbroek (O.L. Vrouw Boodschap. Dit orgel kwam later in deze kerk.

-nadere gegevens niet voorhanden –

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht). 

Doopvont, natuursteen, koper, 1964

Sacramentsaltaar, graniet, marmer, XXd. Zwart granieten kolom met daarop een kleine marmeren mensa

Schilderingen, XXd. Tegen de achterwand van de Mariakapel in de kerk heeft een amateur-schilder twee engelen met een

scepter en lelies in hun handen geschilderd.

Tabernakel, geel en roodkoper, XXB. Op de deur van het tabernakel staat een in het koper gedreven voorstelling van de Goede Herder. Op het tabernakel staat een kroon.

Vieringaltaar, natuursteen, 1964. Tombe-altaar. De tombe is gebouchardeerd met uitzondering van een rondom lopende brede band die gepolijst is.

Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)
Christus Koning (Montfort)