HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 23-04-2017

Barbara

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: H. Barbara
Dekenaat/kerkverband: Heerlen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Kakert
Gemeente: Landgraaf
 
Adres: Krijgersberglaan 2
Postcode: 6371 CB
Coördinaten: x: 198465, y: 324075
 
Kadastrale gegevens: Schaesberg E 1151
Bouwpastoor/bouwpredikant: L.H.H. Sangers
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: Vanaf 1 juli 2012 een zogenaamde slapende R.K. Kerk

Hardsteen, 1952. Tekst: GELOOF IN GOD / VOLBRENG GEBOD / 27.4.1952. Voorzien van een christusmonogram. In de zijbeuk.

Meer foto's ››

Voor informatie over het Dekenaat Heerlen zie ook http://www.dekenaatheerlen.net/

Ruimtelijke context

De Barbarakerk staat aan de rand van de wijk aan de doorgaande weg tussen Heerlen en Kerkrade. Rondom de kerk liggen plantsoenen. Voor de kerk is een pleintje aangebracht.

Type

De niet-georiënteerde zaalkerk heeft een aan één zijde aangebouwde beuk met een kinderkapel, een devotiekapel en een biechtgang. Het betonskelet is opgevuld met baksteen. Het geheel wordt gedekt door (bijna) platte daken en geopend door rondboogvensters in een tufstenen omlijsting. Het axiale bankenplan wordt doorsneden door een middenpad.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

De wijk de Kakert ontstond de facto in 1921, toen als gevolg van de groeiende behoefte aan mankracht in de Oranje-Nassaumijnen mensen van buiten werden aangetrokken, die huisvesting nodig hadden. In 1920 werd daarom door de woningbouwvereniging Schaesberg grond aangekocht en werd met woningbouw begonnen. In 1928 waren 184 woningen gereed, die toen nog midden in het bos stonden. Na de oorlog werd de bouw voorgezet, zodat uiteindelijk 341 door de woningbouwvereniging werden gebouwd ten behoeve van voornamelijk mijnwerkers. In 1949 begon ook de gemeente Schaesberg met de woningbouw met tot 1954 maar liefst 105 woningen. Daarnaast ontstond vanaf 1950 ook particuliere woningbouw, onder meer met een bungalowpark. Duidelijk een groeiende wijk en tevens een typische mijnwerkerswijk. In 1950 waren de gezinnen voor 68 procent katholiek, 10,5 procent gemengd en 21,5 procent protestants. De zielzorg werd verzorgd vanuit de HH. Petrus en Paulusparochie, maar allengs ontstond er door de afstand de behoefte aan een eigen kapel. Vanaf 1930 werd eens per jaar een kamer op de Kakerthof ingericht als kapel voor de processie. Vanaf 1935 kreeg dit een vervolg in het pand Hollanders op de Dr. Poelsstraat, zodat in 1936 kon worden besloten een noodkerk in te richten. Het pand aan de Molenweg 31-33, destijds een danszaal annex café, werd aangezocht en verbouwd tot noodkerk. Op Palmzondag 1936 werd de eerste mis gelezen. Tevens werd een rector benoemd in de persoon van M. Poels en verkreeg het kersverse rectoraat het recht om op zondag twee missen te lezen. In 1937 werd het gebouw door de HH. Petrus en Paulusparochie gekocht. De patroonheilige Barbara zal waarschijnlijk gekozen zijn vanwege het feit, dat vrijwel alle mannen in de Oranje-Nassaumijnen werkten. Onder de tweede rector, G. Mullenders, werd in 1938 toestemming gekregen om de noodkerk te vergroten en de verbeteren. Door de crisis en de inkomenspositie van de homogene groep gelovigen waren de financiële middelen beperkt. Desondanks werd de noodkerk tot 1940 voorzien van glas-in-lood in de ramen, werd een zangtribune gebouwd en werd aan de ingang een kleine toren gebouwd met een portaal. Omdat de benedenverdieping van het voormalige café aan de woning van de rector werd toegevoegd werd het portaal zo ruim, dat hier tevens een bibliotheek en een spreekkamer konden worden gerealiseerd. Na de ingebruikname van de nieuwe kerk werd de noodkerk omgebouwd tot patronaatsgebouw en Groene Kruisgebouw. Bij ingrijpende verbouwingen verdween het sacrale karakter geheel. In 1957 werd de toren afgebroken en het dak waterdicht gemaakt. Later is de noodkerk verkocht.

Huidige kerk

Linkerzijde van de kerk. Foto februari 2006

Na de oorlog werd het rectoraatsgebeid vergroot door toevoeging van de wijk Tuindorp en door woningbouw. Tijdens de oorlog waren de bouwplannen van de kerk stopgezet, maar in 1949 zochten partijen naar een goede locatie voor de kerk. De bouwrector wilde deze graag in het centrum van de wijk, maar de gemeente liet weten meer te voelen voor een positie meer aan de rand. Ir. A. Schwencke van bureau Salemans liet weten de mening van de gemeente te delen, omdat de kerk op een verhoging in het landschap zou komen te staan en als een soort ‘akropolisje’ boven de wijk zou uittronen. Daarmee kon de rector het alleen maar eens zijn. Vervolgens werd J.J. Fanchamps benoemd tot architect, zij het onder supervisie van Boosten. Nadien werd Swinkels supervisor, omdat Boosten overleed. Fanchamps kreeg in 1951 toestemming het uiteindelijke ontwerp uit te voeren. Later heeft de architect dit concept ook gebruikt voor de H. Michaëlkerk in Landgraaf. De voorgevel met zijn rondboogarcade sluit aan op die van de Maria Gorettikerk te Kerkrade. In mei 1952 werd de Jozefkerk van architect Holt in gebruik genomen, die doorgaat als eerste betonskelet kerk waarbij het beton in het zicht gelaten werd. De Barabarakerk is eveneens een vroeg voorbeeld van deze bouwwijze en voor wat betreft Limburg heeft zij naar alle waarschijnlijkheid de primeur. Aannemer werd A. Knols en op 18 februari 1952 werd de eerste spade in de grond gestoken. De eerste steenlegging volgde op 27 april 1952 door M. Poels, de voormalige eerste rector en inmiddels deken van Wyck. De inzegening door deken H. Bemelmans van Heerlen was op 16 november 1952. De geplande campanile met doopkapel is niet gebouwd, in plaats daarvan plaatste men een klokkenstoel boven de ingang op het dak. De verheffing tot parochie volgde in 1956.

Veranderingen

In 1962 liet pastoor J. Winter de preekstoel bekleden met mozaïek door kunstschilder Baard. In 1968 werd onder pastoor P. Bindels het orgel verplaatst, van de kinderkapel naar de zangtribune en in 1970 werd een glazen wand geplaatst tussen het priesterkoor en de kapel. De kinderkapel kwam toen vrij voor repetities en vergaderingen. In de loop van 1971 werden de preekstoel en communiebanken verwijderd. In plaats hiervan kwam een lezenaar van smeedijzer. Het mozaïek van de preekstoel werd aangebracht op de twee muurvlakken, waartegen eerst de preekstoel had gestaan. Op de plaats van de preekstoel werd een mozaïek gelegd van marmer en travertijn in een stervorm. Daarboven kwam de doopvont te staan. Tijdens de inventarisatie (4 april 2003) was de Mariakapel in gebruik als opslagruimte, de kinderkapel als vergaderruimte. In 1972 werd het hoogaltaar tot vieringaltaar omgebouwd. Het altaarblad werd op twee stipes geplaatst. De tabernakel kreeg een eigen marmeren sokkel. Het supedaneum werd bij deze gelegenheid verwijderd en de trap bij het priesterkoor vergroot.

Met ingang van 1 juli 2012 is de Barbarakerk een slapende kerk. Dat betekent dat er in de week-end niet meer standaard een mis wordt gelezen maar dat de kerk wel beschikbaar blijft voor bijzondere gelegenheden als doopsel, huwelijk en overlijden. Men zoekt overigens naar een herbestemming voor dit kerkgebouw.

Exterieur

Voorzijde en rechterzijde. Foto februari 2006

Onder een zadeldak met een zeer kleine hoek, bedekt met bitumen, staat een met in kettingverband gevuld betonskelet. De vensters zijn omvat door tufsteen. Bakgoten voeren het hemelwater af. De voorgevel is doorbroken door drie rondbogen, waarin ramen en deuren zijn geplaatst. Voor de kerk liggen drie trappen. De topgevel is ingesnoerd ten opzichte van het schip. Op de top staat een klokkenstoel. De zijgevels zijn voorzien van een betonskelet en rondboogvensters. Aan de linkerzijde staat naast het ingesnoerde rechte koor een sacristie onder een plat dak. Aan de andere zijde staat de voormalige kinderkapel, die wordt geopend door vier rondboogvensters. Naast de ingang staat aan de rechterzijde de Mariakapel, die van de kinderkapel verschilt door extra rechte vensters aan de ingangszijde van de kerk. Mariakapel en kinderkapel worden met elkaar verbonden door een ondiepe zijbeuk met vierkante vensters, onder een plat dak. Het koor heeft een geheel gesloten topgevel. Aan de zijkanten wordt het koor verlicht door rechte vensters met een betonnen tracering.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht op de zangtribune

De kerk wordt betreden door een narthex, die onder de zangtribune staat. De zangtribune steekt uit in het schip en rust op twee pilaren. De vloeren zijn bekleed met leisteen, de muren zijn boven het trasraam van in kettingverband verwekte baksteen bepleisterd en het cassetteplafond bestaat uit een houten omlijsting met een gestuukt middenveld. Licht treedt binnen door rondboogvensters in de zijgevels en in de toegangsgevel. Het koor heeft aan weerszijden een venster met een betonnen tracering. Rechts van het schip staat de Mariakapel, met rondboog vensters en rechte vensters. Tegen één van de wanden is een marmeren devotiealtaar gemetseld met een groot Mariabeeld. De kapel is afgescheiden door panelen van glas in ijzer. Vanuit de kapel loopt een zijbeuk met vierkante vensters naar de zij-ingang. De beuk is van het schip gescheiden door brede kolommen. Achter het tochtportaal ligt de voormalige doopkapel, die wordt verlicht door rondboogvensters. De kapel is van het koor gescheiden door een glazen wand in ijzer gevat. Tegen de muur voor het koor staan links de doopvont en recht een Maria-altaar. Het koor is recht afgesloten en verhoogd met leisteen op de vloer en hardstenen treden en stootborden. Centraal staat het altaar, schuin erachter de tabernakel op een sokkel. Links bevindt zich de toegang tot de sacristie.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

Ter vervanging van het sedert 1943 gebruilkte harmonium plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in 1966 een eenmanuaals orgel.

                                Manuaal                                                                            Pedaal

                                Prestant D 8’                        Roerfluit 4’                            Subbas 16’

                                Holpijp 8’                              Octaaf 2’

                                Prestant 4’                           Mixtuur III-IV

Bron : G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Hardsteen, 1952. Tekst: GELOOF IN GOD / VOLBRENG GEBOD / 27.4.1952. Voorzien van een christusmonogram. In de zijbeuk.

Ger Bäumler was in de jaren 90 parochiaan van deze kerk.

Glas-in-lood, XXB.

Staande vrouw met kroon, palmtak en kelk. Voor haar staat een toren. Tekst: H. BARBARA;

Goede Herder;

Maria met Kind;

Zaaier.

In de ramen van de zijbeuk, van het koor naar achteren.

Marmer en hardsteen, 1970. De mensa van het oude hoogaltaar werd op een tweetal prismatische, zich naar beneden verjongende stipes geplaatst. De tabernakel kreek een eigen sokkel, bestaande uit een zich naar beneden verjongende prismatische stam.

Hardsteen en koper, XXc. Octogonale vont met onderscheiden voet, stam en cuppa. Op de cuppa zijn kruisjes in reliëf aangebracht. De vont wordt gedekt door een bolwelvend koperen deksel met een kruis. Op het deksel zijn een A, een  Omega en een Christusmonogram gemonteerd. Links tegen muur, voor het koor. De vloer is ingelegd met marmer en travertijn tot een ster of zon.

De kruiswegstaties zijn in 1996 met sponsorgelden aangekocht. Op 10 november van dat jaar vond de presentatie plaats.

De kruisweg van 14 staties is geschilderd met olieverf op panelen van 75x90 cm. waarbij pastelkleuren de boventoon voeren. Zes staties zijn in de breedte geschilderd.

De staties zijn bijna allemaal "close ups" van de hoofdrolspeler(s) in het kruiswegdrama.

Hoewel de kunstenaar het getal van 14 staties aanhoudt, wijkt hij qua thema's soms af van de thema's en volgorde van de klassieke kruisweg. Inspiratiebron blijft het lijdensverhaal zoals het in de evangeliën is opgetekend. De kunstenaar geeft blijk van zijn religieuze bewogenheid en van zijn visie op het lijden en kruis van Jezus. Die visie laat hij onder andere spreken in het thema van de doornen kroon die als een echt 'Leitmotiv' in de kruisweg fungeert. Die kroon staat enerzijds voor de onbarmhartigheid van het lijden, is anderzijds ook een overwinningskroon en daarom soms kleurig geschilderd. Het dient tot troost voor alle mensen, ook in de wereld van vandaag, die lijden moeten, omdat God zich in Jezus solidair toont met hen (ons). De kruisweg straalt met name in zijn kleurzetting en thema's grote barmhartigheid uit. Anderzijds kan het kruis van Jezus ook een bron van kracht zijn, draagt verlossing en verrijzenis in zich, als ook wij de (kruis)weg van Jezus durven gaan om liefde, vrede en gerechtigheid te doen geschieden in onze wereld; in bijbelse termen opdat Gods Rijk kome.

Daarnaast wil Sjef Hutschemakers in deze kruisweg ook de eenzaamheid en het innerlijk lijden (van Christus) benadrukken.

De kunstenaar zelf geeft de volgende beschrijvingen bij de staties: (zie afbeeldingen)

(Met dank aan pastor M. Gubbels).

Kees Baard, Schaesberg, 1962-1963. Drie tableaux met geometrische motieven. Op één van de drie staan de namen van de vier evangelisten, op een derde staat het christusmonogram. Werd ontworpen als bekleding van de preekstoel, maar bevindt zich sinds het verwijderen van de preekstoel in 1972 tegen de muren naast de doopvont en boven de credenstafel. Naast deze drie tableaux zijn ook de wijdingskruizen en een deel van het Maria-altaar in hetzelfde mozaïek uitgevoerd. De kunstenaar, mr. C.W.M. Baard, substituut-officier, architect en kunstschilder, woonde tussen 1961 en 1964 in Schaesberg.

Koper, XXB. Op de deuren is in reliëf een kruis gemonteerd. Op het koor. Op de tabernakel is een losse kroon geplaatst.

Bij gelegenheid van het 50 jarig bestaan van de parochie in 1986 werd door enkele dames uit de parochie een wandkleed gemaakt dat links voor in de kerk boven het doopvont hangt. Het ontwerp is van Jan Janiczak, zoon van de toenmalige (vrijwilliger-)koster Stephan Janiczak. Deze was meer dan 50 jaar koster (en voormalig mijnwerker). Zijn zoon Jan had overigens begin 2005 een expositie van schilderijen over het mijnwerkersleven "Hommage aan mijn vader". Deze vond plaats in het voormalige schachtgebouw van de ON I in Heerlen (waar een collectie is gevestigd over het leven in de mijnen).   (Informatie: pastor M.Gubbels)
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara
Barbara