HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 20-08-2017

Gertrudis

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: H. Gertrudis
Dekenaat/kerkverband: Horst
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Lottum
Gemeente: Horst aan de Maas
 
Adres: Markt 1
Postcode: 5973 NR
 
Rijksmonumentennummer: 526449 Code: 5973NR-00001-01
Kadastrale gegevens: Grubbenvorst A 3548, A 3549
Bouwpastoor/bouwpredikant: J.H.J. Kerbosch
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Tekst met chronogram: In annI sanCtI JVbILatIone / InVasore fortIter ConCVsso / DeVotVs poLVLVs pIeMe posVIt (1951). Ingemetseld tussen de hoofdingang en de toegang tot de doopkapel.

Voorstellingen: de H. Gertrudis met staf, O.L. Vrouw, de H. Quirinus van Neuss met zijn attributen lans, schild en havik. Boven de hoofdingang. Het plan om boven de ingang een voorstelling van O.L. Vrouw Sterre der Zee te plaatsten vond geen doorgang.

Meer foto's ››

 Foto: Sander van Daal, juli 2007

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

Tekst van kerk en orgel moet nog volgen.

Ruimtelijke context

De Gertrudiskerk staat op de historische plaats, waar in elk geval al sedert 1400 een bedehuis stond. De kerk staat op een kerkberg in de kern van Lottum en is omgeven door een ommuurde begraafplaats en twee pleinen. Het plein voor de kerk fungeert al lange tijd als marktplaats. In de directe omgeving staan het voormalige postkantoor, enkele winkels, het jeugdhuis en een school. Vooral de toren is een van verre zichtbaar landmark.

Type

Niet-georiënteerde, driebeukige, bakstenen pseudobasiliek met fronttoren, die qua vormgeving sterk aansluit op de verwoeste (neo-)gotische kerk. De kerk heeft een axiaal bankenplan.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

De kerk te Lottum wordt in de archieven voor het eerst in 1400 vermeld. De aanwezigheid van een doopvont uit de eerste helft van de dertiende eeuw kan erop wijzen, dat er toen reeds een bedehuis stond. Na de Tweede Wereldoorlog verricht archeologisch onderzoek bracht echter geen aanwijzingen voort, die duidden op oudere voorgangsters. In de vijftiende eeuw werd een nieuwe kerk gebouwd. De toren werd blijkens een gedenksteen in de muur gebouwd in 1498. Rond 1877 werd de kerk door Pierre Cuypers gerestaureerd, waarbij de middeleeuwse schilderingen bewaard bleven. Tevens voegde hij een neogotisch transept en een nieuw priesterkoor toe aan de kerk. Op 23 november 1944 werd de kerk door de terugtrekkende Duitsers opgeblazen en geheel vernield. In 1945 werd begonnen met het ruimen van de oude kerk. Omdat het een Rijks monument was geweest, diende het afkomende materiaal beschikbaar te worden gesteld voor restauraties in de omgeving.

Interieur van de oude kerk voor de oorlog (Bron: Verwoeste kerken in Limburg/A. van Rijswijck,pr.)

Noodkerk

Inmiddels was in 1946 de noodkerk gereed gekomen, die later als parochiehuis annex meisjesschool met gymnastiekzaal in gebruik kon worden genomen. De noodkerk is bij de inventarisatie niet teruggevonden.

Huidige kerk

Pastoor Kerbosch zocht – opmerkelijk genoeg - contact met het bisdom ’s-Hertogenbosch om toestemming te verkrijgen voor de benoeming van Joseph Franssen als architect. Een zeer formeel briefje volgde, waarin zowel de pastoor als het bisdom Roermond op de hoogte werden gesteld, dat het om een Roermondse kwestie ging en dat de pastoor dus naar Roermond diende te schrijven. In 1947 werd Franssen tot architect benoemd en al snel volgden zijn eerste ontwerpen. Het door Franssen ingediende ontwerp voor de nieuwe Gertrudiskerk sloot nauw aan bij de verwoeste gotische kerk. Dit werd vooral duidelijk in de plattegrond van middenschip en koor en de toren, die vrijwel een kopie is van zijn voorganger. Men kan erover twisten of de Gertrudiskerk neo-gotiek is dan wel een gemodificeerde reconstructie. Op 31 mei 1949 werd het plan  goedgekeurd. De toren zou op een later tijdstip worden gebouwd. De opdracht behelsde een grotere kerk te bouwen, dan de bestaande. Het aankopen van de extra bouwgrond leverde echter problemen op. De eigenaar van de naast de kerk gelegen monumentale boerderij was niet genegen deze te verkopen. Bovendien verbood het ministerie de sloop. De bouwplannen werden aangepast en het lukte vervolgens een gedeelte van de grond bij de boerderij wel te kopen. Recent werd de boerderij naast de kerk alsnog gesloopt. De vrijkomende grond werd als begraafplaats in gebruik genomen. De firma Beelen en Zoon uit Horst verwierf de opdracht om de kerk te bouwen. Deken Debije van Horst legde op 16 juli 1950 de eerste steen. Op 28 juli 1951 werd de kerk in gebruik genomen. De consecratie vond plaats op 20 maart 1966. De toren werd pas in 1959 voltooid. De drie beelden, die later werden geplaatst, stonden ook bij het ontwerp op de tekening. Ook in dit opzicht knoopte Franssen aan bij de voor-oorlogse kerk, waar eveneens drie beelden boven de hoofdingang stonden.

Veranderingen

In 1965 werd een vieringaltaar geplaatst, waarschijnlijk naar ontwerp van steenhouwer Van Nieuwenborg uit Blerick. In 1967 werd een verzoek gedaan om de kinderbanken te mogen vervangen door gewone banken. Dit werd afgeraden, vanwege de teruglopende bezoekersaantallen. Mogelijk werd het idee toch uitgevoerd, want er staan geen kinderbanken meer en er zijn ook geen gaten in het bankenplan. In 1983 werden de lezenaarsdaken van de biechtstoelen voorzien van shingles. Bij een grootscheepse dakreparatie in 1993 werden deze echter weer vervangen door leien.

Exterieur

Foto: Sander van Daal, juli 2007

De Gertrudiskerk staat onder een geknikt zadeldak en heeft een verlaagde polygonale absis onder een schilddak met een kruisbekroning. In de klokkentoren bevindt zich de hoofdingang. De toren bestaat uit drie geledingen, die onderling zijn gescheiden door waterlijsten. De eerste travee heeft een dubbele houten deur onder een segmentboog. Direct hierboven staat een getraceerd blindvenster, waarin drie beelden staan. De zijkanten van de geleding zijn gesloten op lichtspleten na. Ter weerszijden van de eerste geleding staan zij-ingangen onder een lezenaarsdak, met vlechtingen in de zijgevel. De toegangsdeuren staan aan de zijkanten; aan de torenzijde staan telkens twee spitsboogvensters. De gevel en de deurbogen zijn voorzien van inzetstukken. De muurvlakken van tweede geleding zijn voorzien van lisenen en twee spitsboogspaarvelden. De derde geleding heeft telkens twee spitsboog galmgaten met galmborden. Hieronder staat een wijzerplaat. De toren is gedekt met een overhoeks ingesnoerde, met leien gedekte naaldspits, die bekroond is met een bol, een kruis en een weerhaan. Tegen de toren staan twee portalen onder een lezenaarsdak. De daken, de allemaal met leien gedekt zijn, zijn voorzien van dakkapellen en mastgoten. De muren zijn voorzien van een trasraam met bakstenen afzaat. Het muurwerk is in Vlaams verband gemetseld en platvol gevoegd. Onder de daklijst loopt een overhoeks muizentandfries. De zijgevels hebben een alternerend stelsel met gelede steunberen onder lezenaarsafdekkingen. In elke travee doorbreekt een spitsboogvensters met een vorktracering het muurvlak. In de tweede en de vijfde travee staat tussen de steunberen een uitbouw voor de biechtstoel onder een lezenaarsdak. Aan de ingangszijde staat de toren. Deze staat tegen de topgevel met vlechtingen en inzetstukken van het schip. Het schip heeft aan de absiszijde een tuitgevel met vlechtingen. Tegen deze gevel staat het polygonaal gesloten priesterkoor. De polygonale absis heeft overhoekse, gelede steunberen, die zijn voorzien van lezenaarsdakafdekkingen. Hiertussen staan spitsboogvensters met een vorktracering. Aan de linkerzijde van de kerk staat in de oksel tussen absis en schip een verlaagde ingang onder een segmentboog. Deze geeft toegang tot de kelder, waar de grafdelvers hun gereedschap opbergen. Aan de rechterzijde van de kerk is de sacristie aangebouwd in de hoek van het schip en het priesterkoor. Deze staat onder een zadeldak met mastgoten en heeft tuitgevels met vlechtingen en inzetstukken. De toegang wordt bereikt door een trap. De ramen zijn voorzien van segmentbogen en inzetstukken. Tussen koor en sacristie ligt een zakgoot.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

 Zicht op de zangtribune sinds 2004. Foto: Kerkbestuur Lottum

De driebeukige kerk wordt betreden door een tochtportaal met kinder- en moerbalken in het plafond. De hoofdingang komt uit in het middenpad, de zij-ingangen komen uit in de processiegangen. De vloeren van het schip zijn belegd met Noorse lei. De banken staan in het schip in een axiale opstelling. De muren zijn bepleisterd, op een hoge plint in schoon metselwerk na. Dit is in Vlaams verband uitgevoerd. De diverse bogen in het gewelf en de ribben zijn in schoon metselwerk, evenals de octogonale zuilen. Deze staan op Brouvillers kalkstenen basementen en hebben kapitelen van Ettringer tufsteen. Het schip bestaat uit zes traveeën, die een identieke opbouw hebben. Elke travee heeft een ribkruisgewelf uit gepleisterde porisosteen. De gewelfvelden worden door gordelbogen gescheiden. Bogen en ribben rusten op de tufstenen kapitelen. De overkluizing van de zijbeuken is gelijk aan die van het middenschip. Daar rusten de gordelbogen op wandpijlers. De ribben staan op kraagstenen. Tussen wandpijlers staan spitsboogvensters. De doopkapel staat achter in de kerk en wordt betreden door een opening met een segmentboog. Hierin hangt een ijzeren hek met een duif. De vloer is verlaagd, centraal staat de doopvont. De kapel heeft een ribkruisgewelf, dat rust op kraagstenen in de hoeken. Tegenover de ingang staat een spitsboogvenster. De zangtribune is van eikenhout en beslaat de gehele breedte van het schip. De tribune staat op vier houten vierkante staanders en heeft een plafond van kinder- en moerbalken. Daarboven staat een hekwerk met ruiten. De ingangsgevel is voorzien van twee deuren met een uitgemetselde segmentboog op de grond, ter weerszijden van de toegangsdeur, die bestaat uit een dubbele deur met een uitgemetselde segmentboog. Op de zangtribune staat een deur onder een segmentboog. De gevels in de zijbeuken zijn aan deze zijde voorzien van een deur onder een uitgemetselde segmentboog. In de zijbeuken staan in totaal drie biechtstoelen. Deze bestaan uit een drietal uitgemetselde segmentbogen met hierin een panelendeur met glas. De gevels aan de koorzijde zijn blind. De absis is van de rest van de kerk afgescheiden door een triomfboog. Het priesterkoor bestaat uit een travee die gevolgd wordt door de polygonale, 3/8-sluiting. Het koor is eveneens overwelfd met een ribkruisgewelf en een straalgewelf. waarbij de ribben op kraagstenen in de pilasters staan. Hiertussen staan spitsboogvensters. Het koor heeft een verhoogde vloer, die bereikbaar is door een trap. Ter weerszijden van deze trap staan twee ambones op een verhoging. Daarnaast staan tegen de muur zijaltaren. Voor de trappen staat een houten communiebank. Het hoogaltaar staat op een vrijliggend supedaneum. Achter het altaar, in een nis, is een heilig putje aangebracht. Aan de rechterzijde van het koor is de toegang tot de sacristie. Ook bevindt zich daar in de muur een tabernakelkluis.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003)

Orgel

In 1804 kreeg deze kerk de beschikking over het orgel van het vm.klooster Transcendron te Venlo ; in 1881 werd dit vervangen door een nieuw orgel, gebouwd door Randebrock (Paderborn, D); bedoeld orgel werd in 1944 ernstig beschadigd; resten van het orgel werden door Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) hergebruikt bij de bouw van een (tijdelijk) orgel (1946/1952) en bij de in 2004 gereed gekomen reconstructie van het oorspronkelijk orgel uit 1881.

                               Manual                                 Positiv                                   Pedal

                               Bordun 16’                           Salicional 8’                          Subbass 16’

                               Principal 8’                           Liebl.gedact 8’                      Violon 8’

                               Hohlflöte 8’                          Flauto traverso 4’

                               Gamba 8’                             Flageolet 2’

                               Octav 4’

                               Gedactflöte 4’

                               Mixtur I-II-III

                               Trompete 8’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht).

Tekst met chronogram: In annI sanCtI JVbILatIone / InVasore fortIter ConCVsso / DeVotVs poLVLVs pIeMe posVIt (1951). Ingemetseld tussen de hoofdingang en de toegang tot de doopkapel.

Voorstellingen: de H. Gertrudis met staf, O.L. Vrouw, de H. Quirinus van Neuss met zijn attributen lans, schild en havik. Boven de hoofdingang. Het plan om boven de ingang een voorstelling van O.L. Vrouw Sterre der Zee te plaatsten vond geen doorgang.

Afbeeldingen

Absis, links: Onder een afbeelding van de Zondeval, daarboven een afbeelding van de Geboorte van Christus. Tekst: GESCHENK VAN DE FAMILIE / VAN SOEST HAFMANS / JOEP NICOLAS 1966

Absis, midden: Onder een afbeelding van Jonas en de walvis, boven een afbeelding van de Wederopstanding. Tekst: KERKWIJDING A° MCMLXVI

Absis, rechts: Onder een afbeelding van het Offer van Abraham, boven een afbeelding van het Laatste Avondmaal. Tekst: GESCHENK DER FAMILIE / VAN SOEST VAESSEN

De drie vensters tonen onder de prefiguraties van de afbeeldingen erboven.

Altaren, Thissen, 1952(?)

Sacramentsaltaar, in de absis: Mensa op een tombe. De tombe is aan de voorzijde voorzien van telkens twee vrijstaande zuiltjes op een gezamenlijk basement en separate teerlingkapitelen ter weerszijden van een uitstekend gedeelte, dat is voorzien van een kruis. Op het altaar staat de tabernakel.

Zij-altaren, ter weerszijden van de trappen van het priesterkoor: Op een grondplaat staat tegen de muur een tombe met een mensa. Ter weerszijden van een uitstekend gedeelte met het monogram van respectievelijk Maria en Jozef staat een zuiltje met een vierkant basement en een vierkant kapiteel. De beelden staan op een sokkel in de muur.

Hardsteen met koperen deksel, XIIIA. Op een vierkant basement staan een ronde stam met vier zuiltjes, die de ronde cuppa dragen. De cuppa heeft op de hoeken koppen en daartussen een floraal motief in reliëf. In de cuppa zijn twee holtes aangebracht, een vont en een heilig putje. Het deksel is een kegel met bol en kruis bekroond.

 
 
Gertrudis
Gertrudis
Gertrudis
Gertrudis
Gertrudis
Gertrudis
Gertrudis
Gertrudis
Gertrudis
Gertrudis