HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 22-05-2018

Maria Tenhemelopneming

 
Parochie/kerkgemeente: Maria Tenhemelopneming
Dekenaat/kerkverband: Gulpen-Gronsveld
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Mariadorp
Gemeente: Eijsden-Margraten
 
Adres: O.L.Vrouweplein 1
Postcode: 6245 JN
Coördinaten: x: 178650, y: 309325
 
Kadastrale gegevens: Eijsden D 1714
Bouwpastoor/bouwpredikant: J. M.G. Wijsen (bouwrector)
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Eerste steen, natuursteen, 1959. Centraal is een tronende Christus met een boek in een mandorla afgebeeld. Hieromheen staan vier kruisjes. Onderaan staat de tekst: 24 MEI 1950. Naast de hoofdingang.

Meer foto's ››

Foto: augustus 2005

Ruimtelijke context

De Maria TenHemelopnemingkerk staat aan de westrand van een wijk, die wordt gekenmerkt door laagbouw. Aan de westzijde is vrij uitzicht op de kerk over boomgaarden en akkers, alsmede een kerkhof. Reeds in Eijsden fungeren de toren en de kerk als landmark. De ingang ligt aan een groot plein.

Type

De niet-georiënteerde bakstenen zaalkerk onder een plat dak heeft een axiale opstelling. Een ruime narthex geeft plaats aan een doopkapel en een devotiekapel. De toren staat tegen de kerk aan de zijkant, aan de andere zijde is een kleine zijbeuk geplaatst.

Bouwgeschiedenis

Huidige kerk

In 1955 ontving J.M.G. Wijssen de opdracht een kerk te gaan bouwen in de uitbreiding van Eijsden. Deze wijk, Mariadorp geheten, werd mede gesticht om de arbeiders, die werden aangetrokken door de werkgelegenheid bij onder meer de zinkwitfabriek, op te vangen. Aangezien de ligging wat buiten het dorp was, kwam de kerk op circa een half uur gaans. Het is onduidelijk, op welke wijze de keuze voor de huidige locatie tot stand kwam, maar ook de Veldjesweide was op een eerder moment een optie. Er werd een prijsvraag gehouden om de architect te kiezen. Het bleek Hoen te zijn, die de eerste prijs mocht ontvangen. Tevens kreeg hij de opdracht voor de kerk. De eerste steen kon op 24 mei 1959 gelegd worden. Op Witte Donderdag 1960 namen de gelovigen de kerk in gebruik. Mgr. Moors consecreerde de kerk op 2 oktober 1960. Het rectoraat was reeds in 1958 gesticht, in 1971 verhief mgr. Moors haar tot parochie. De kerk is geïnspireerd op de Franse Art Sacré, zodat de moderne kerkgebouw een plaats heeft gekregen in de Limburgse architectuur. De kritiek in het Katholiek Bouwblad was slechts gematigd positief, omdat de ruimte door het troggewelf in het plafond en de voor licht geopende sluitmuur van het priesterkoor niet aansloot bij de primaire eenvoud van de toegepaste vlakkenarchitectuur. In retroperspectief blijkt Hoen bij deze kerk te hebben aangesloten op Duitse en Zwitserse voorbeelden en daardoor een heel rijke kerk te hebben gebouwd.

Veranderingen

In 1964 was er sprake van blauwe glasbouwstenen in de sluitmuur op het priesterkoor. Bij de inventarisatie waren deze van ongekleurd glas. In 1976 was er een grote actie om geld te verzamelen voor de restauratie van de inmiddels gammele kerk. Het mocht niet werkelijk baten: het buitenspouwblad en het dak bleken in 1994 in een zo slechte staat, dat afbraak van de kerk en de bouw van een nieuwe werkelijk aan de orde waren. Maar de DCPB wilde dat de kerk bewaard bleef en kwam met alternatieven om de kerk te behouden, maar geen van de plannen bleek uitvoerbaar. Tenslotte werd gepleit voor gehele restauratie van de kerk, waarbij ook de toren behouden diende te blijven. Ondanks de kosten werd hiertoe in 1995 besloten. De toren kreeg een nieuwe buitenmuur tegen de oude stenen aan en aangepaste fundamenten wegens het grotere gewicht. De kerk kreeg een nieuw buitenspouwblad in witte verblendsteen, zodat ook het terugkerende witten achterwege kon blijven. Helaas ging hierbij het wild verband verloren, zodat nu de steen in halfsteensverband is verwerkt. Tegelijkertijd sloot men de kinderkapel af, zodat hier een ontmoetingruimte kon worden ingericht. Tenslotte werd het supedaneum in 1999 uitgebreid tot aan de sluitmuur.

Exterieur

 Foto: augustus 2005

De kerk ligt onder een plat dak, dat vanaf het koor afloopt naar de ingangszijde. De gevels zijn rondom het schip aan de onderzijde uitgevoerd in baksteen in wild verband. De overige delen van de gevels zijn opgemetseld in witte verblendsteen, die in halfsteensverband is verwerkt. Naast de kerk staat aan de pleinzijde een ongelede rechte campanile onder een plat dak, gekroond door een kruis. Aan twee zijden is de toren geopend door vierkant getraceerde galmgaten. De toren wordt betreden door een deur. Tussen de lichtstraat van het koor en de toren is de voormalige kinderkapel gelegen onder een plat dak. Deze wordt aan de pleinzijde verlicht door een betonnen claustra met gekleurde glaselementen. De toegang tot de kerk bevindt zich achterin de zijgevel aan de pleinzijde. Deze wordt gemarkeerd door een opengewerkte luifel van betonnen kolommen en liggers. De ingang ligt iets in de kerk teruggeschoven en heeft aan één zijde een breukstenen muur. De zijgevel wordt opengebroken door een grote raampartij, waarin in zigzagformatie lichtstraten en betonnen platen zijn geplaatst. Aan de koorzijde wordt licht toegelaten door een verticale lichtstraat. De gevel op de kopse kant aan de doopkapelzijde wordt verlicht door twee kleine lichtstraten in breuksteen gezet en een betonnen claustra. Daarboven is de gevel gesloten, alleen waterspuwers doorbreken het vlak. Tegen de zijgevel aan de tuinzijde ligt een kleine zijbeuk met drie rechte vensters, onder een plat dak. De ramen zijn van elkaar gescheiden door bakstenen muren. Tegen de beuk is vervolgens de sacristie geplaatst, eveneens onder een plat dak. Naast de beuk wordt de narthex verlicht door een recht venster. De gevel is verder alleen geopend door drie ronde vensters als lichtvoorziening op de zangtribune. De koorgevel is recht en wordt doorbroken door zeven rijen van zeven glasbouwstenen.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht op de zangtribune

De kerk wordt betreden door een narthex, die tevens toegang biedt aan de doopkapel. De muren zijn hier opgemetseld met baksteen in wild verband, die wit is geschilderd. Op de vloeren ligt gebroken leisteen. De doopkapel ligt aan de achterzijde van de kerk en heeft een verdiepte vloer. Zij wordt verlicht door twee smalle liggende vensters. Naast de doopkapel ligt een devotiekapel, die wordt verlicht door een betonnen claustra. De spiltrap naar de zangtribune wordt verlicht door een groot venster met blank glas. De narthex is van de kerk gescheiden door glazen deuren in een glaswand. Het schip wordt betreden onder de overstekende zangtribune. Het axiale bankenplan wordt doorsneden door een middenpad. Licht treedt binnen door een in een zigzagformatie geplaatste betonnen platen, afgewisseld met lichtstraten, aan de linkerzijde van de kerk. Boven de zangtribune zijn rechts drie ronde vensters geplaatst. De muren zijn opgemetseld in wit geschilderde baksteen, in wild verband. Het dak is bekleed met een gestuukt troggewelf. Rechts staat achter betonnen zuilen een zijbeuk, die wordt verlicht door drie met glas-in-lood gevulde vensters. Deze worden van elkaar gescheiden door biechtstoelen, waarvan er nog één intact is. Aan de koorzijde is een betonnen zijaltaar geplaatst. Het koor is afgescheiden door een met leisteen beklede verhoging, waarop centraal een supedaneum ligt. Links is de voormalige kinderkapel afgesloten door een muur met lisenen en spaarvelden. Vanaf deze zijde wordt het koor verlicht door een met glas-in-lood gevulde lichtstraat. Rechts is de toegang tot de sacristie. De sluitmuur van het koor is geopend door zeven rijen van zeven glasbouwstenen.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In 1960 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk het eenmanuaals orgel, dat zich thans bevindt in de kerk te Bunde (gemeente Meerssen); sedert 1974 beschikt de kerk over het rond 1897 door Pereboom & Leijser (Maastricht) voor het Ursulinenklooster te Eijsden gebouwde orgel.

               Grand’orgue                         Positif                                    Pédale

                Flûte ouverte 8’                Bourdon 8’                            Bourdon 16’

                Viola di gamba 8’              Salicional 8’

                Prestant 4’                        Voix celeste 8’

                Flûte 4’

                Basson-hautbois 8’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht). 

Eerste steen, natuursteen, 1959. Centraal is een tronende Christus met een boek in een mandorla afgebeeld. Hieromheen staan vier kruisjes. Onderaan staat de tekst: 24 MEI 1950. Naast de hoofdingang.

Glas-in-lood, J.P.F. Truijen, 1964. Vier evangelistensymbolen boven elkaar. Signatuur: H. Truijen, ’64.

Altaar, Franse zandsteen, 1960. Op twee stipes ligt een mensa. Deze heeft een diepe cannelure langs het blad lopen. Op het priesterkoor. In 1996 werden tevens een ambon en een tabernakelsokkel in hetzelfde materiaal en met eenzelfde vorm bijgeplaatst

Doopvont, beton, 1960? Op een cilindrische stam rust de convex-conische cuppa, halverwege voorzien van een sierband met geometrische motieven. Op de vont licht een gedrukt bolwelvend deksel van koper, bekroond met een ajour vogel. In de doopkapel.

Tabernakel, metaal en email, K. van de Vosse, 1960. Op de deuren zijn in blauw email kruisjes aangebracht in een regelmatig patroon. Hiertussen zijn kleinere plaatjes aangebracht, die centraal groter zijn en samen een kruis vormen. Op het priesterkoor.

Reliëfs, keramiek, F. Gast, 1964. Afbeeldingen van de Annunciatie, de Geboorte van Christus, de Vlucht naar Egypte, de Tenhemelopneming van Maria.

 
 
 
Maria Tenhemelopneming
Maria Tenhemelopneming
Maria Tenhemelopneming
Maria Tenhemelopneming
Maria Tenhemelopneming
Maria Tenhemelopneming
Maria Tenhemelopneming
Maria Tenhemelopneming
Maria Tenhemelopneming
Maria Tenhemelopneming
Maria Tenhemelopneming
Maria Tenhemelopneming
Maria Tenhemelopneming