HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 21-04-2017

Bartholomeus (Basiliek)

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: Basiliek H. Barholomeus
Dekenaat/kerkverband: Maastricht
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Meerssen
Gemeente: Meerssen
 
Adres: Markt Bij 25
Postcode: 6231 LR
Coördinaten: x: 180914, y: 321596
 
Rijksmonumentennummer: 28446 Code: 6231LR-00025-01
Kadastrale gegevens: Meerssen D 1622
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Zuidzijde. Foto: november 2005

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

R.K. Kerk, oorspronkelijk proosdijkerk. Gotische kruisbasiliek, XIV, naar het westen vergroot in 1936-'38. Rijk laatgotische sacramentshuis in het koor. (Datum: 17-01-1967)

 

 

Ruimtelijke context

De Bartholomeuskerk ligt in het centrum van Meerssen. Aan de noordzijde van de kerk ligt de markt, aan de zuidzijde een plantsoen-aanplant.

Type

Driebeukige, mergelstenen kruisbasiliek met een langgerekt, vijfzijdig gesloten koor en een forse vieringsruiter.

Bouwgeschiedenis

Ter plaatse van de huidige kerk bevond zich oorspronkelijk de vroeg-middeleeuwse paltskerk, die kort na 1100 onder leiding van de benedictijner monniken werd verbouwd tot een romaanse kerk, waar in 1222 het sacramentswonder plaatsvond. Daardoor kwamen er pelgrims naar Meerssen en mede ten behoeve van hen werd omstreeks 1318 een gotisch schip gebouwd van drie traveeën. Bij een volgende bouwcampagne van 1334 tot aan het einde van die eeuw, onder leiding van proost Jean de Beaufort, ontstonden het hoog-gotisch koor en dwarsschip. Het dwarsschip springt niet uit boven de zijschepen. In 1465 werd de kerk door huurlingen van de heer van Borgharen in brand gestoken, waarbij zich het tweede sacramentswonder voltrok. Een jonge boer zag, terwijl hij aan het ploegen was, de brand, snelde naar de kerk, haalde het H. Sacrament ongeschonden uit de kerk en kon het zo overhandigen aan de pastoor. Toen hij terugkwam op het land bleek, dat een engel van God de akker voor hem had verder geploegd. Bij de herbouw na deze brand werden de luchtbogen toegevoegd en verrees het rijke, laat-gotische noordportaal, waarop de sacramentsrelieken konden worden getoond. In 1574 werd de westtoren door Staatse troepen in brand gestoken. De restanten daarvan stortten ineen bij een storm in 1649. De proosdij ging in 1612 over aan de augustijner monniken van Eaucourt. In 1633 werd de kerk een simultaankerk voor katholieken en protestanten en werd een scheidingsmuur gebouwd in de vorm van een oksaal tussen koor en dwarsschip. De kerk werd in 1749 opnieuw zwaar beschadigd door een storm. Bij de herbouw in 1749 kon de toren wegens geldgebrek niet worden herbouwd. De proosdij werd in 1795 opgeheven en de kerk werd tussen 1798 en 1802 gesloten. Na het opheffen van het simultaneum in 1837 sloopte men de scheidingsmuur. Onder leiding van Joh. Kayser werd de kerk in 1879-'82 ingrijpend gerestaureerd. Daarbij werden de kruisribgewelven vernieuwd. Ook verrees op de viering de neo-gotische dakruiter. Bij de restauratie van het koor in 1895-1901 werden venstertraceringen opnieuw aangebracht, evenals balustraden met pinakels langs de dakrand. In 1910-'12 heeft men het noordportaal gerestaureerd. Bij een volgende restauratie onder leiding van J. Cuypers en P. Cuypers jr. werd het schip westwaarts met drie traveeën verlengd en werd de neogotische dakruiter vervangen door een soberder variant. Na het gereedkomen van de restauratie werd de kerk op grond van haar betekenis als bedevaartskerk van het Heilig Sacrament verheven tot 'Basilica Minor'. De laatste restauratie heeft plaatsgevonden in 1986-'88. Hierbij heeft men o.a. de pinakels vernieuwd.

Exterieur

 Noordzijde. Foto: november 2005

Sacristie. Foto: november 2008

De in 1878 tegen de zuidzijde van het koor gebouwde neogotische sacristie is in 1936-'38 gerestaureerd. Er tegenaan staan enekel hardstenen grafkruisen uit de 17e eeuw. Tegen de zuidmuur van de kerk bevinden zich de neoclassicistische grafstenen voor C. C. Roemers en H. van Aubel. Aan de oostzijde staat de opvallend rijke neogotische grafkapel van de Maastrichtse fabrikantenfamilie Regout uit 1869. Zie verder bij type en bouwgeschiedenis.

Interieur

 Zicht op het priesterkoor. Foto: november 2005

 Zicht op de zangtribune. Foto: november 2005

Het rijzige interieur wordt gedekt door kruisribgewelven die via een triforium met schalken rusten op spitsbogige arcaden, ondersteund door ronde zuilen met Maaskapitelen en voorzien van kolonetten (eind 13e eeuw). De kruising heeft een stergewelf. Door zijn ruimte werking wordt de kerk als een pronkstuk van de Maasgotiek beschouwd. De kerk bevat een een bijzonder rijk gehouwen laat-gotische sacramentstoren of Theoteca van negen verdiepingen, vervaardigd in het begin van de 16e eeuw in opdracht van de 'Broederschap van Sintouwerenkas'. Van het figurale beeldhouwwerk zijn de groepen van de mannaregen, het avondmaal en de offerande van Melchisedech oorspronkelijk. De sacramentstoren is in 1910-'12 gerestaureerd door de gebr. Ramakers. Verder bevat de kerk op het zij-altaar een laatgotisch beeld van St. Barbara (ca. 1500) en op een neogotisch triomfbalk van 1905 een 16e eeuwse calvarie. Tot de inventaris behoren ook een hoofdaltaar (1897), een communiebank (1898 en ene groot H. Hartbeeld (1910), alle ontworpen door P.J.H. Cuypers en vervaardigd door de gebr. Ramakers. De in 1911 door Joh. Kayser ontworpen preekstoel is uitgevoerd door H. Kohl en de gebr. Ramakers. De gebrandschilderde koorramen zijn van F. Nicolas (1897), die in het schip van J. Ten Horn (1950-'60) en het westvenster is van Charles Eyck.

Bron: Monumenten in Nederland: Limburg, Waanders Uitgevers, Zwolle en Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist

Orgel

 

Orgel met daarachter een raam van Ch. Eyck. Foto: november 2005

De oudste bron waaruit de aanwezigheid van een orgel in de toenmalige proosdijkerk blijkt, dateert uit 1673; het toen in de kerk aanwezige orgel bevond zich op de afscheiding (jubé) tussen koor en schip; in 1804 werd het oude orgel van de vm.St.Jacobskapel te Maastricht gekocht; een plan van Pereboom & Leijser (Maastricht) tot uitbreiding van dit eenmanuaals orgel werd niet gerealiseerd; enig pijpwerk van evenbedoeld orgel werd in 1938 hergebruikt bij de bouw van een nieuw tweemanuaals orgel door Gebr. Vermeulen (Weert); pijpwerk van dit orgel werd in 1979 ook gebruikt bij de bouw van een koor-orgel door Wilbrand (D) waarvoor het bovenbedoelde orgel uit 1804 in grote lijnen als leidraad diende.

 

                               Manuaal                                                                          Pedaal

                               Bourdon 16’                         Flûte 4’                                Bourdon 16’

                               Montre B/D 8’                       Doublette 2’                        Bourdon 8’

                               Bourdon 8’                           Mixture IV                            Flûte 4’

                               Viola da Gamba B/D 8’         Trompette B/D 8’

                               Prestant B/D 4’                    Clairon 4’

In 1991 plaatste Wilbrand ook een nieuw voermanuaals orgel met gebruikmaking van ten dele oud pijpwerk en een laat-19e eeuws orgel uit Newton-Abbot ; het voorziene 4e werk (« Bombardewerk ») werd aanvankelijk nog niet gerealiseerd.

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Voor meer informatie over het orgel en een geluidsfragment van de organist Rob Waltmans klik hier.

Hoofdwerk                               C-g'"

  • Prinzipal                        16'
  • Gedeckt                         16'
  • Prinzipal                        8'
  • Flûte Major                    8'
  • Bourdon                        8'
  • Oktave                          4'
  • Gemshorn                     4'
  • Quinte                          2 2/3'
  • Oktave                          2
  • Mixtur  1 1/3''               IV-V
  • Cornett                        II-III
  • Trompete                     8'
  • Clarine                         4'

Rugpositief                              C-g'"

  • Holzgedeckt                  8'
  • Quintade                       8'
  • Praestant                      4'
  • Holzrohrflöte                 4'
  • Schwiegel                     2'
  • Sesquialter                   II
  • Quinte                          1 1/3'
  • Cymbel 1'                      III
  • Krummhorn                   8'
  • Tremulant

Zwelwerk                                 C-g'"

  • Praestant                      8'
  • Holzflöte                        8'
  • Gamba                           8'
  • Vox célistis                     8'
  • Prinzipal                        4'
  • Flûte Octaviante            4'
  • Waldflöte                      2'
  • Sifflöte                          1'
  • Mixtur                            2' IV-V
  • Basson                          16'
  • Oboe                             8'

Pedaal                                      C-f'

  • Prinzipalbass                16'
  • Violinbass                     16'
  • Subbass                       16'
  • Praestant                      8'
  • Gedeckt                        8'
  • Choralbass                   4'
  • Posaune                       16'
  • Trompete                      8'

Gereserveerd Bombardewerk op 4e klavier

Bron: Orgel festival Limburg 2005, Stichting SOL

 

Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)
Bartholomeus (Basiliek)