HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 12-11-2017

H. Geest

Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: Parochiecluster H. Hart van Jezus, H. Martelaren van Gorcum, H. Geest, H. Drievuldigheid
Dekenaat/kerkverband: Heerlen
Soort gebouw: Voormalige parochiekerk
Plaats: Meezenbroek
Gemeente: Heerlen
 
Adres: Kasteellaan 131
Postcode: 6415 HR
Coördinaten: x: 197465, y: 323200
 
Kadastrale gegevens: Heerlen 01 M 00833 G
Bouwpastoor/bouwpredikant: J.L.J.H. Frijns
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: Opvang jongeren

Altaar, hardsteen, 1961. Op twee rechthoekige stipes ligt de mensa. Het altaar werd gefinancierd uit het geld dat ingezameld was bij gelegenheid van het 25-jarig bisschopsjubileum van Mgr. Lemmens. Drie andere kerken de H. Jozef te Roermond, de H. Joannes Bosco te Venlo en de H. Barbara te Geleen kregen eveneens een geldbedrag voor de vervaardiging van een altaar.

Gevelreliëf, baksteen, Rob Stultiëns, 1961. Een duif met zeven stralen boven een boek met een Alpha en een Omega. In de absiswand is aan een buitenzijde in rode en gele baksteen het reliëf ingemetseld. De zeven stralen dienen begrepen te worden als de zeven Deugden. Het boek is het Boek des Leraarschaps.

Steen, hardsteen, 1961. Inschrift: OP DEZE STEENROTS ZAL IK MIJN KERK BOUWEN EN DE POORTEN VAN HET DODENRIJK ZULLEN HAAR NIET OVERWELDIGEN. MATTH. 16.18. 1 OKTOBER 1960. JOHANNES XXIII PAUS PETRUS MOORS BISSCHOP.

Meer foto's ››

Ruimtelijke context

De H. Geestkerk staat met een aangebouwde pastorie en een (kleuter-) school op een kerkeiland met aan drie zijden plantsoenen, in het centrum van de wijk Meezenbroek. Schuin tegenover de kerk bevinden zich winkels. Het grootste deel van de bebouwing bestaat uit woonhuizen, die deels uit de jaren vijftig en zestig, deels van recente datum zijn.

Type

De niet-georiënteerde H. Geestkerk is een in baksteen opgetrokken kruiskerk met een zijbeuk en twee absiden tegen de oostgevel. Onder het koor ligt een krocht. De pastorie staat in de vorm van een claustrum tegen de zuidgevel van de kerk.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

Vanaf de jaren dertig was de wijk tot stand gekomen en gevuld geraakt met ongeschoolde en werkeloze arbeiders. Deze voelden zich eerder aangetrokken door de goed georganiseerde socialistische verenigingen en de neutrale bijzondere school dan tot de kerk. In de jaren vijftig was de wijk Meezenbroek een socialistisch bolwerk met zelfs een zetel van de Humanisten en de NVSH. Ingrijpen was volgens het bisdom dringend nodig en in 1952 kreeg kapelaan Frijns de opdracht in deze wijk een parochie te stichten. Burgemeester H.M.J. Dassen van Schaesberg bood zelfs in een brief alle hulp aan, die hij maar kon geven om het socialistische gevaar te keren. In de hele wijk waren 4000 inwoners, waarvan 2200 katholiek. Hiervan kerkten slechts 440 mensen (20 procent). Frijns liet de zusters Fransiscanessen van Heythuysen en de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis uit Maastricht scholen stichten. De eerste school was een bewaarschool, die nog niet in de wijk stond. De speelzaal van dit eerste katholiek gebouwtje in de wijk werd als noodkerk in gebruik genomen en had plaats voor 100 stoelen. In 1954 werd hij als pastoor geïnstalleerd bij de ingebruikname van de noodkerk, die was gevestigd in de kleuterschool achter de latere kerk. In 1955 was dit met de Nachtmis naar hun verwachting zoveel te klein, dat de pastoor en de kapelaan al rekening hielden met de grote toeloop. Daarom werd de in aanbouw zijnde jongensschool aan de Verschuurstraat ingericht voor de gelegenheid. Uiteindelijk was de toeloop zo groot, dat circa 100 mensen de school niet eens meer in konden komen en de mis buiten in de sneeuw hebben gevolgd. Via het raam werd de communie uitgereikt.

Huidige kerk

Inmiddels was A. Schwencke in 1953 als architect voor de definitieve kerk aangesteld. Er werd aangedrongen op meer actie om financiën voor de kerk te vergaren. Het toeval wilde, dat in de wijk circa 25 oud-Indiëgangers woonden, die bereid bleken een pasar malem te organiseren. Dit bleek zo´n overweldigend succes, dat het festijn jarenlang een hoogtepunt voor de wijk betekende. Op 1 oktober 1960 legde Mgr. Moors de eerste steen. De kerk werd ingericht met een scamnum in de absis, mogelijk geïnspireerd op de vroeg-christelijke kerken, waarin de opstelling geschikt was voor de ontvangst van de bisschop. De ontworpen campanile werd niet gebouwd. Ook het gewenste parochiehuis werd niet gebouwd, in plaats daarvan kreeg de kerk een parochiezaal onder de kerk. De kerk werd op Pinksterdag 2 juli 1962 geconsecreerd. Gezien de nauwe betrokkenheid van KNO-arts Lubbers was de H. Geestkerk de eerste kerk in het bisdom die voorzien was van een ringleiding. Zoals vrijwel alle kerken in de mijnstreek werd bij de bouw rekening gehouden met de werking van de ondergrond. Brede dilatatievoegen tussen koorpartij en schip moesten mijnschade zoveel mogelijk voorkomen.

Veranderingen

In 1979 kreeg de kerk een vloer vangebakken tegels. Bij de bouw had een parochiaan reeds voorspeld, dat het dak te licht was geconstrueerd. In 1984 kreeg hij gelijk, toen het dak bleek te zijn verschoven en het plafond naar beneden bleek te buigen. Dit werd alsnog hersteld. In hetzelfde jaar werd de sacramentskapel, die al langer werd gebruikt als dagkapel, meer geschikt gemaakt voor dit doel, ondermeer door de plaatsing van een houten vieringaltaar. Nadat de kerk van de H.H. Martelaren van Gorcum te Heerlen aan de eredienst was onttrokken werd een altaar en het tabernakel van die kerk geplaatst in de H. Geestkerk ter plaatse van de zetel van de priester. Het tabernakel bevindt zich thans in de H. Jozefkerk te Hoensbroek. De pastorie is sinds 1993 verhuurd aan een particulier en een kinderdagverblijf. Reeds in 1970 sprake van de kerk vanwege financiële tekorten te sluiten. Maar pas in 1999 volgde de samengevoegde parochie van HH. Martelaren van Gorcum, H. Hart van Jezus en H. Geest het beleid, de H. Geestkerk op termijn te sluiten en in 2001 werd de kerk aan de eredienst onttrokken. In overleg met het bisdom werd de kerk als opslagplaats in gebruik genomen voor grote kerkelijke inventarisstukken, die op een herbestemming wachten. De Credozaal is ingericht als kantoorruimte ter ondersteuning hiervan.

Inmiddels werd de kerk in 2004 verkocht aan Woonpunt en is ze sinds 2010 gekraakt om dienst te doen als opvangplaats voor (kansarme) jongeren.

Exterieur

De oostgevel van de kerk heeft in midden een lensvormig rondvenster. Op de noordhoek staat tegen deze gevel een iets naar buiten springend portaal. Het portaal wordt afgesloten met een ijzeren hekwerk. Iets verder naar binnen hangen dubbele hardhouten deuren. Tegen de zuidgevel van de kerk, en deze voor een deel aan het oog onttrekkend, staat, in de vorm van een claustrum, de voormalige pastorie. Een reeks van vijf hoge rondboogramen doorbreekt het muurvlak van het schip. Het schip is voorzien van een zadeldak, dat aan de noordzijde tevens de zijbeuk aldaar afdekt. Alle daken met uitzondering van de absiden zijn belegd met dakpannen. De koorpartij steekt iets boven het schip uit. De overgang tussen beide delen van de kerk wordt bovendien geaccentueerd door een clocher-arcade, waarop een hoog kruis staat. Het priesterkoor heeft aan de zuidkant een lichtbeuk met vier rondboogramen. Evenals het schip is de koorpartij van een zadeldak voorzien dat naar het noorden toe doorloopt over de daar gelegen transeptarm heen. De zuidelijke transeptarm sluit met een lessenaardak aan tegen de zuidgevel van het koor. De oostgevel van het koor wordt gedomineerd door hoge, blinde absis, die echter wel van siermetselwerk is voorzien. Tegen de oostgevel van de zuidelijke transeptarm staat een tweede, kleinere abside, die grotendeels aan het oog wordt onttrokken door de sacristie. De sacristie staat tegen de zuidelijke transeptarm aan en is voorzien van een lessenaardak.

Interieur

Interieur anno 2000. Foto: Sander van Daal

Zicht op het voormalige priesterkoor ca. 2002

Interieur ca. 2002

Het hoofdportaal komt uit in de noorderzijbeuk. Het portaal dat eertijds open was, is op enig moment voorzien van houten deuren en een glazen pui om de kou buiten te houden. Rechts van de ingang ligt de polygonale, voormalige Mariakapel. Deze kapel die met een rondboog met de zijbeuk verbonden is, heeft in de twee zijgevels drie gekoppelde rondboogvensters. Het binnenmuurwerk is opgetrokken in gele baksteen, die in wild verband verwerkt is. De zijbeuk heeft vijf rondboogvensters en een cassetteplafond. Soortgelijke plafonds liggen boven het middenschip, de viering en de beide transeptarmen. Een arcade van zes rondbogen scheidt de zijbeuk van het middenschip. De bogen steunen op in beton brut uitgevoerde zuilen, die zijn voorzien van tektonische kapitelen. Het brede, hoge middenschip heeft een triomfboog, die de overgang van schip naar kruising markeert. Het middenschip wordt aan de zuidzijde geflankeerd door een processiegang. De processiegang opent zich richting het schip door een arcade van zes korfbogen. Het plafond is wit gestuukt. Via de processiegang kan men ook in de doopkapel terecht. Deze is achthoekig en heeft een verlaagde vloer. De kapel is overkluisd met een koepelgewelf. De beide zijbeuken zijn door rondbogen verbonden met het transept. Het zuidelijke transeptarm is ingericht als sacraments- annex dagkapel. De banken zijn gericht naar een kleine abside, waarin een altaar met tabernakel staat. Het priesterkoor neemt de hele viering in beslag en verheft zich vier treden boven het vloerniveau van de kerk. Het vieringaltaar staat op een supedaneum. Daarachter, in de absis, is het koor wederom met vier treden verhoogd. Daarop staat het sacramentsaltaar. In de absis zijn banken aangebracht ten behoeve van het zangkoor. De absis is voorzien van een half koepelgewelf. De crypte, die vanuit de kerk niet bereikbaar is, heeft vanaf de bouw geen religieuze bestemming gehad, maar is altijd als parochiehuis in gebruik geweest. Deze ruimte beschikt over een bar en een klein podium.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Zie ook: http://www.rijckheyt.nl/sjablonen/rijckheyt/pagina.asp?subsite=100&pagina=346

Altaar, hardsteen, 1961. Op twee rechthoekige stipes ligt de mensa. Het altaar werd gefinancierd uit het geld dat ingezameld was bij gelegenheid van het 25-jarig bisschopsjubileum van Mgr. Lemmens. Drie andere kerken de H. Jozef te Roermond, de H. Joannes Bosco te Venlo en de H. Barbara te Geleen kregen eveneens een geldbedrag voor de vervaardiging van een altaar.

Gevelreliëf, baksteen, Rob Stultiëns, 1961. Een duif met zeven stralen boven een boek met een Alpha en een Omega. In de absiswand is aan een buitenzijde in rode en gele baksteen het reliëf ingemetseld. De zeven stralen dienen begrepen te worden als de zeven Deugden. Het boek is het Boek des Leraarschaps.

Steen, hardsteen, 1961. Inschrift: OP DEZE STEENROTS ZAL IK MIJN KERK BOUWEN EN DE POORTEN VAN HET DODENRIJK ZULLEN HAAR NIET OVERWELDIGEN. MATTH. 16.18. 1 OKTOBER 1960. JOHANNES XXIII PAUS PETRUS MOORS BISSCHOP.

Steen, hardsteen, 1961. Inschrift: ONTSTEEK IN ONS HET VUUR VAN UW LIEFDE

Tabernakel, geelkoper, 1961. Op de twee deuren aan de voorzijde staan in reliëf vijf broden en twee vissen, alsmede een kruis afgebeeld. Nu in de H. Jozefkerk te Hoensbroek.

 
 
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest