HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 08-10-2017

Andreas

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Andreas
Dekenaat/kerkverband: Roermond
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Melick
Gemeente: Roerdalen
 
Adres: Kerkstraat 4
Postcode: 6074 BA
Coördinaten: x: 198778, y: 352264
 
Rijksmonumentennummer: 28552 Code: 6074BA-00004-01
Kadastrale gegevens: Melick E 4130
Bouwpastoor/bouwpredikant: J.J. Sohl
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Op een vierkante voet staat een balustervormige achthoekige stam, waarop een achtzijdige bolwelvende cuppa staat. Het koperen deksel heeft een achthoekige rand, die met een koepelvormige bovenzijde is afgesloten. Het deksel is bekroond met een geprofileerde knop. De doopvont heeft in de doopkapel gestaan en is mogelijk in 1983 in de dagkapel geplaatst. Een tombe met een overstekende mensa. Aan de voorzijde van de tombe zijn vier nissen aangebracht, waarin beelden van de evangelisten staan.

Meer foto's ››

 

Foto: mei 2006

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

De moderne St Andreaskerk, vanwege een luiklok uit 1336, diameter 95 cm "Maria Vocor"... (Datum: 11-01-1968)

Ruimtelijke context

 

De H. Andreaskerk staat centraal in het dorp op een kruispunt van wegen en goed zichtbaar vanuit het veld rondom. Dit wordt versterkt door de hoge positie van de kerk. Naast de kerk ligt een marktplein met winkels, aan de andere zijde liggen woonhuizen, zodat de kerk redelijk centraal ligt. Voor de kerk ligt een plein. Rondom ligt de kerk vrij, met vooral aan de absiszijde grotere bomen.

Type

De georiënteerde pseudo-kruisbasiliek heeft een grote vieringtoren. De bakstenen kerk is uitgevoerd met rondbogen. Het bankenplan is axiaal met een centraal middenpad.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

In 1190 werd de kerk reeds genoemd, omdat de kerk in Melick de pastoor deelde met Herkenbosch. In 1795 werd Herkenbosch onafhankelijk en hield deze verbinding op. Bij archeologisch onderzoek in 1949 werd door Glazema een 13de eeuwse zaalkerk met absidiale afsluiting aangetroffen. De fundamenten bestonden uit maaskeien. In deze resten werden enkele Romeinse overblijfselen gevonden, maar van een houten kerk hoegenaamd niets. De oude kerkklok heeft het jaartal 1337, zodat waarschijnlijk in dat jaar een toren heeft gestaan. Op een schets uit 1860 is de toenmalige kerk te zien. Dit was een romaanse kerk, die met verschillende bouwmaterialen was opgemetseld. Onder meer werden veldbrandstenen en oude Romeinse dakpannen benut. De zaalkerk bestond uit vier traveeën; de toren was gedekt met een naaldspits. In de 19de eeuw werd de oude kerk in drie fasen gesloopt en vervolgens vergroot herbouwd naar ontwerp van P.J.H. Cuypers. De plannen voor de nieuwbouw stamden uit 1853, maar de eerste steen werd pas gelegd in 1867. Het priesterkoor werd voorzien van drie straalkapellen. In de periode 1882-1884 werd het schip gebouwd en in 1891 werd door architect Kayser de toren gewijzigd en verhoogd. In 1894 werd de nieuwe kerk geconsacreerd door mgr. Paredis. Op 4 februari 1945 bliezen de terugtrekkende Duitsers de toren op. Hierna bleef Melick nog enige tijd in de frontlinie liggen, waarbij de Engelsen met artillerievuur de rest van de kerk in puin schoten.

Oude kerk. De foto is bewerkt. Er was een foto van de oude kerk zonder spits en een foto van de spits. Die zijn door Joseph 'Ben' Boonen (Broeder Ben) samengevoegd. Broeder Ben woonde tot zijn 5e jaar in Melick en emigreerde toen naar Australië.

Noodkerk

Na de oorlog werd de patronaatszaal als noodkerk in gebruik genomen. In 1946 was pastoor Sohl benoemd tot bouwpastoor, die daarvoor reeds in Wijnandsrade de parochiekerk had laten herstellen van de oorlogsschade. Het bleek niet mogelijk te zijn om direct een nieuwe kerk te bouwen als gevolg van de materiaalschaarste. Tevens waren er financieringsmoeilijkheden. Een reconstructietekening uit 1946 doet vermoeden, dat er herbouwplannen zijn geweest. Vanwege de moeilijkheden werd een noodkerk gebouwd naar ontwerp van A. Boosten. De plannen hiervoor kwamen in 1949 gereed en werden uitgevoerd door aannemer Ringalda uit Roermond. Het werd een zaalkerk onder een zadeldak en een aan de ingangszijde een doopkapel en biechtkapel in de kerk. Vanzelfsprekend werden de ramen met rondbogen uitgevoerd en had de noodkerk ontegenzeggelijk een Boosten-uitstraling. Na de ingebruikneming van de nieuwe kerk werd de noodkerk als verenigingszaal in gebruik genomen. In 1968 werd het gebouw verkocht aan een stichting, die er een zalenaccomodatie wilde gaan beheren.

Huidige kerk

De oude kerk lag op een verhoging in het dorp, de Kerkberg of St. Andreasberg geheten. In eerste instantie werd als locatie voor de nieuwe kerk de oude positie gehandhaafd. De verwachting was, dat de Staatsmijn Beatrix snel zou openen in Vlodrop en dat daardoor de bevolking flink zou gaan toenemen. Er werd naar een nieuwe locatie gezocht om een grotere kerk te kunnen bouwen. Dit werd de huidige plaats, dankzij een gift van baron Gillés de Pélichy te Brugge, die 2 Ha grond aan de kerk schonk. Boosten werd niet alleen aangesteld als architect voor de noodkerk, tevens wilde het kerkbestuur hem als architect voor de nieuwe kerk. Na zijn dood werd echter gekozen voor J. Franssen.  Bij het uiteindelijke ontwerp kwam de vieringtoren met galmgaten ten tonele en werd de sacristie aan de oostzijde geplaatst. In de krant werd de kerk een kruiskerk met Normandische inslag genoemd. Hierbij ging de Andreaskerk steeds meer op de kerk in Maasniel lijken, die dezelfde opstelling kent van de vieringtoren. Na nog enkele wijzigingen werd de kerk gebouwd. De eerste steen werd gelegd op 17 oktober 1954, de inzegening vond plaats op 7 oktober 1956 door deken Verstappen. Voor de inrichting werd steun gezocht bij beeldend kunstenaar J. Goffin. Deze ontwierp de ramen en de altaren, alsmede de communiebanken. Uiteindelijk werden de communiebanken, het hoofdaltaar en 16 ramen van zijn hand uitgevoerd. Het ambon of preekstoel was echter ontworpen door T. Franssen, die hiervoor een marmeren exemplaar bedacht.

Veranderingen

Tom Franssen ontwierp in 1969 een nieuw altaar, dat nodig was geworden na de liturgische vernieuwingen. Tot dan toe stond een houten noodaltaar op het priesterkoor. In 1983 werd het oude altaar verwijderd en werd een nieuwe vieringaltaar geplaatst. Het Christusbeeld is geplaatst in een ambon in dezelfde stijl. Volgens opgave van de SKKN komen de beelden uit de eerste helft van de 19de eeuw. Gezien het feit, dat de beelden afkomstig zijn van de 17e eeuwse preekstoel (1676, Munsterabdij, Roermond) en de stijl zeker niet neoclassistisch is, maar eerder een kundige lokale snijder bezig is geweest, is het waarschijnlijk dat deze beeldjes uit 1676 komen. De preekstoel werd tijdens de Tweede Wereldoorlog vernield. In 1982 werd een eerste ontwerp gemaakt voor het afsluiten van de zuidertranseptarm door architectenbureau Henk Wolters. Bij het uitgevoerde ontwerp werden een spaarveld gemetseld in de scheiboog, met een tweetal rondboogvensters daarin. Het resultaat is tweeledig: de grote ramen waren bedoeld om zoveel mogelijk licht op het koor binnen te laten, maar nu is het koor toch erg donker geworden. Anderzijds is de huidige oplossing wel de best passende in de sfeer van de kerk. In 1983 werd in het zuidertransept een dagkapel ingericht met een axiale opstelling, waarbij het altaar naar de viering werd gericht en de absidiool werd ingericht als tabernakelruimte. De banken werden verwijderd en vervangen door andere. Tevens werd de opstelling een kwart slag gedraaid. Hierbij werd de vlonder niet verwijderd. Tussen de zijbeuk en het transept werd een dubbele houten deur geplaatst, waarboven een glaswand werd aangebracht. In 1992 werd ook deze kerk getroffen door de aardbeving. De schade werd zonder zichtbare gevolgen hersteld. Ook nu was H. Wolters de architect; Satijn was de aannemer. In 1994 was de schade hersteld. In 1999 werd het plan opgevat om ook het noordertransept af te sluiten. Wolters leverde een plan, dat door de Coördinerende Beleidsgroep nieuwbouw, onderhoud en inrichting in Kerkgebouwen (C.B.K.) zonder voorbehoud werd goedgekeurd. In 2000 werd de ruimte op dezelfde wijze als het zuidertransept afgesloten. In de ruimte werden twee ‘dozen’ geplaatst, waarin in twee verdiepingen enkele kantoortjes werden ingericht. Behoudens enkele ramen voor de kantoortjes werd de kerk niet gewijzigd. In 2000 werd de verbouwing opgeleverd. Buiten werd op enig moment een nieuw kruis op de vieringtoren geplaatst. De bol bleef hierbij behouden.

Exterieur

Foto: mei 2006

Het schip en de transepten staan onder een zadeldak, dat is gedekt met roestkleurige nogmaals verbeterde Hollandse pannen. Het dak boven het schip wordt betreden door dakkapellen. De zijbeuken staan onder lezenaarsdaken. De bakgoten staan in een fries van gebouchardeerd beton. Hieronder staat een zaagtandfries. De muren zijn opgetrokken in Vlaams verband uit genuanceerde handvormstenen, met profielstenen en zijn platvol gevoegd. Aan de onderzijde is een sierplint gemetseld, die bestaat uit dezelfde stenen en hetzelfde verband als de rest van de muur, maar waarbij de platte zijde van de stenen zichtbaar is. De westgevel bestaat uit een tuitgevel met vlechtingen. Centraal staat een getraceerd roosvenster. De kerk wordt betreden door een dubbele houten deur, die staat achter een naar buiten geopende narthex achter drie rondbogen. Deze rusten op pilaren van hardsteen met een prismatisch voetstuk en een rond profileerd kapiteel. De zuidgevel bestaat uit een Mariakapel onder een lezenaarsdak in de oksel van schip en zijbeuk. Licht treedt binnen in deze kapel door twee ramen. De zijbeuk bestaat uit alternerend een gelede steunbeer en een tweetal naast elkaar geplaatste ramen met rondbogen en Sibbersteen aanzetstukken. Tegen de zijbeuk is een octogonale doopkapel gebouwd, met een naaldspits, die is gedekt met leien en bekroond met een piron. De transeptarm zijn afgesloten met uit een puntgevel met vlechtingen. Tegen de gevel staat een tochtportaal onder een lezenaarsdak met de toegangsdeur aan de westzijde. Hierboven staan twee rondboogvensters met aanzetstukken. In de top staat een ossenoog, dat licht toelaat boven de gewelven. De transeptarm is voorzien van overhoekse ongelede steunberen. Aan de westzijde staan twee keer twee rondboogvensters met inzetstukken, gescheiden door een ongelede steunbeer. De vieringtoren is vierkant en is aan drie zijden voorzien van tweelichten. Aan vier zijden staan hierboven drie galmgaten met een rondboog. De toren is gedekt met een overhoeks ingesnoerd tentdak met een bol en kruis. In de oksel van noordertransept en het koor staat een trappenhuis. De oostzijde is afgesloten met een polygonale absidiool onder een schilddak, gekroond met een piron. In de absidiool staan roosvensters. In de oostgevel van het transept wordt licht toegelaten door twee rondboogvensters. Tussen de absidiolen van de beide transepten staan verbindingsgangen onder een lezenaarsdak, die zijn verbonden met de sacristie aan de oostzijde van de vieringtoren staat. De sacristie heeft twee verdiepingen onder een zadeldak. Op de begane grond staan rondom vensters met een segmentboog, die zijn voorzien van traliewerk. Op de eerste verdieping staan twee vensters, eveneens met een segmentboog.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht op de zangtribune

De kerk wordt betreden door een centrale toegang in de narthex of een zij-ingang. De zij-ingang geeft toegang tot een portaal met een kruisgewelf. De dubbele eikenhouten deur staat centraal en geeft vanuit de narthex toegang tot het schip. De kerk is opgemetseld uit grauwe waalsteen in staand verband, platvol gevoegd. De netgewelven zijn in ijsselstenen. De gewelven zijn per travee gescheiden door gordelbogen. Aan de westzijde staat de zangtribune boven de narthex. In de muur staat een roosvenster. Het schip wordt van de zijbeuken gescheiden door kolommen, die de scheibogen en tevens de gordelbogen dragen. In de zijbeuken zijn de gordelbogen dieper opgemetseld. In de noorderbeuk staan twee biechtstoelen ingebouwd. De tweelichtvensters hebben een rondboog en inzetstukken van sibbersteen. Op de vloeren liggen roodbruine splijttegels in keperverband. Aan de zuidzijde staat tegen de zijbeuk de voormalige doopkapel. Deze is octogonaal en voorzien van een stergewelf. De vloer is verlaagd en voorzien van een trap tussen beuk en kapel. Tevens staat hier een ijzeren hek. Licht wordt toegelaten door  rondboogvenster in de muren. De kapel is in gebruik als Mariakapel. Aan de westzijde van de zuidbeuk staat de voormalige Mariakapel. Deze is van de zijbeuk afgescheiden door een ijzeren hekwerk onder een rondboog. In de kapel staan twee rondboogvensters. Het priesterkoor is van het schip afgescheiden door een triomfboog. De muren van het priesterkoor zijn aan de oostzijde voorzien van drie spaarvelden. Op de vloer ligt combachien. In de toren staan in de oost-, noord- en zuidzijde tweelichtvensters. De toren is afgesloten met een stergewelf. De transepten zijn van kerk afgescheiden met twee rondboogvensters in een ingemetseld spaarveld in de scheiboog op het priesterkoor. In de zijbeuken zij de transepten afgescheiden door een dubbele deur onder een glazen wand onder de gordelboog. In het zuidertransept is een dagkapel ingericht. Het altaar staat aan de noordzijde van de ruimte. De transeptarm wordt betreden door de zij-ingang van de zuidzijde. Hierboven staat een tweelicht. In de west- en oostmuur staan kleinere vensters. Aan de noordzijde staat een spaarveld onder de scheiboog, met daarin twee rondboogvensters. In de absidiool aan de oostzijde staat de tabernakel op een gemetselde sokkel. De absidiool wordt verlicht door drie ronde vensters. Het transept heeft kruisgewelven en is verder ingericht zoals de kerk. In het noordertransept zijn een tweetal ‘dozen’ geplaatst aan weerszijden van de toegang. Deze zijn onderling verbonden met een trap en ingericht als parochiekantoor en stencilruimte. In de overgebleven ruimte van het transept is vloerbedekking neergelegd en staan stoelen. Deze ruimte dient als koffieruimte en dergelijke.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

Blijkens de kerkelijke inventaris beschikte deze kerk in 1835 over een orgel; ook van der Aa bevestigt in zijn “Aardrijkskundig woordenboek” (1846) dat de kerk “van een orgel voorzien” was; dit zou af-komstig zijn uit de abdij van Dalheim; in 1945 ging het verloren; Gebr.Vermeulen (Weert) plaatsten in 1965 een nieuw tweemanuaals orgel.

 

                               Hoofdwerk                           Zwelwerk                              Pedaal

                               Prestant 8’                            Wilgenpijp 8’                       Subbas 16’

                               Baarpijp 8’                            Holpijp 8’                              Octaafbas 8’

                               Roerfluit 8’                            Prestant 4’                           Gedektbas 8’

                               Octaaf 4’                               Roerfluit 4’                           Koraalbas 4’

                               Fluit 4’                                   Nachthoorn 2’                      Mixtuur III

                               Octaaf 2’                               Quint 1 1/3’                          Klaroen 4’

                               Sesquialter II                        Flageolet 1’

                               Mixtuur IV                             Scherp III

                               Trompet 8’                            Schalmei 8’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Op een vierkante voet staat een balustervormige achthoekige stam, waarop een achtzijdige bolwelvende cuppa staat. Het koperen deksel heeft een achthoekige rand, die met een koepelvormige bovenzijde is afgesloten. Het deksel is bekroond met een geprofileerde knop. De doopvont heeft in de doopkapel gestaan en is mogelijk in 1983 in de dagkapel geplaatst. Een tombe met een overstekende mensa. Aan de voorzijde van de tombe zijn vier nissen aangebracht, waarin beelden van de evangelisten staan.

Afbeeldingen

In de absis: Noord: links: staat de engel Gabriël met een lelietak. Rechts: Maria staat voor een stoel. De beide figuren staan naar elkaar toe gewend. (Annunciatie). Oost: Links: Zittende God de Vader met in zijn handen een bol en een scepter. Rechts: zittende God de Zoon, met in zijn handen een boek, met daarop een A en een Omega, en een zwaard. Bovenin staan drie in elkaar vervlochten aureolen. (H. Drieëenheid). Zuid: links: Jozef (?) met staf staat achter een mandorla met het Christuskind. Rechts: Andreas staat achter een andreaskruis. Op de voorgrond liggen visnetten.

Voormalige Doopkapel. De ramen staan van oost naar west naast elkaar. Noë staande in een boot, boven hem een duif. Tekst: GEN. IIX (Daling van het water na de Zondvloed); Man staande in het water. Boven hem een jongeman, die zijn armen naar God uitsteekt. Tekst: ELISA. KON. V 1-15 (tweede boek Koningen: de genezing van Naäman door zich zevenmaal in de Jordaan te wassen op advies van Elias); Mozes strekt zijn armen over de Rode Zee. Tekst: EXODUS XVI 15-31; (De verdeling van het manna in de woestijn); Christus staat in het water. Boven hem Johannes de Doper en een engel. Tekst: MATTH. III 13-17 (Doop in de Jordaan); Christus staat bij een put, waar een vrouw bij gezeten is. Tekst: JOAN. IV 1-16 (vrouw bij de put); Een man ligt naast een water, terwijl zijn hand door een niet afgebeelde figuur wordt vastgehouden. Boven het water staan engelen. Tekst: JOAN. V 1-9 (genezing van de lamme in Betsaïda); Philippus doopt een man, die aan het water staat. Bovenin staan een man ten halve lijve afgebeeld met een banderol. Teksten: ISAIAS en HAND. VIII 29-40 (Doop van de Kamerling); De symboliek valt samen met de oorspronkelijke bestemming van doopkapel.

Voormalige Mariakapel. In de muren tegenover elkaar staan twee ramen met naar elkaar gewende staande engelen met een kaars in hun handen. Tegenwoording is de ruimte in gebruik voor opslag. Oudtijds was in de hoek een afbeelding van O.L.V. van Altijddurende Bijstand van de hand van J. Goffin uit 1956 geplaatst. Het schilderij hangt nu in de voormalige doopkapel en is voorzien van een neogotiserende wimberg.

Roosvenster westzijde: Centraal staat een afbeelding van Caecilia met een harp, rondom staan vier engelen afgebeeld.

Eerste steen, 1954. Tekst: ANNO MARIALI / 1954. Rechts van de hoofdingang.

Steen, 1994. Tekst: NA 40 JAAR / EN AARBEVING / HERSTELD / 1994. Links van de hoofdingang.

Tabernakel, XXc. Op een houten tombealtaar met twee engelen in rondboogspaarvelden staat een zilverkleurige tabernakel met op de deuren een reliëf van kruizen en cirkels. In de cirkels is telkens aan de onderzijde een bergkristal gemonteerd. Bovenop staat een losse kroon. Deze staat in de absis.

Tabernakel, XIXB. Op een in staand verband gemetselde sokkel met mensa staat een neogotisch tabernakel van koper met op de deuren twee gegraveerde naar elkaar gewende engelen. Bovenop staat een pietabeeld. Deze staat in de dagkapel, in de absidiool.

 
Andreas
Andreas
Andreas
Andreas
Andreas
Andreas
Andreas
Andreas
Andreas
Andreas
Andreas