HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 17-09-2017

Onbevlekt Hart van Maria

 
Parochie/kerkgemeente: Onbevlekt Hart van Maria
Dekenaat/kerkverband: Maastricht
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Moorveld (Waalsen)
Gemeente: Meerssen
 
Adres: Heerenstraat 81
Postcode: 6237 NC
 
Kadastrale gegevens: Weststraten A
Bouwpastoor/bouwpredikant: H.H Thijssen (Bouwrector)
 
Architect(en):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Op een octogonale voet staat een octogonale cuppa, afgedekt door een octogonaal deksel. Op de cuppa staat: IK DOOP U IN DE NAAM VAN DEN VADER EN DEN ZOON EN DEN HEILIGEN GEEST +.

In de doopkapel.

Tekst: ANNO DOMINI / 1953- Bij de ingang in de toren. Tevens werd een oorkonde ingemetseld.

Meer foto's ››

 Foto: november 2005

Ruimtelijke context

De Onbevlekt Hart van Mariakerk staat op een lichte verhoging in het landschap en markeert het beginvan de bebouwing. Rondom ligt de kerk vrij, zodat de kerk een goed zichtbaar punt in het landschap is.

Type

De georiënteerde zaalkerk heeft een fronttoren en is opgetrokken in baksteen met rondbogen. Het axiale bankenplan is doorsneden door een middenpad.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

Er stond tegenover de boerderij aan de Heerenstraat 8 in Geulle, iets ten zuiden van Moorveld, sinds circa 1906 een familiekapel van de familie Pesch, die was gesticht ten behoeve van een tweetal broers, die als emeritipriesters bij hun zwager waren komen wonen. In deze kapel lazen zij missen. Na hun overlijden namen andere emeriti deze kapel over, zodat er in deze buurt informeel sprake was van zielzorg. De route naar de parochiekerk in Geulle was door de aanleg van het Julianakanaal in 1936 flink verlengd. In de gehuchten Moorveld, Snijdersberg en Hussenberg ontstond in 1945 het plan om een rectoraat te laten stichten. De kleine kapel voldeed hieraan niet. Mgr. Lemmens benoemde H.H. Thijssen tot rector en deze laatste richtte een schuur van de familie Smeets in tot eerste noodkerk. In 1947 werd de nieuwe locatie van de kerk in overleg met de Provinciale Planologische Dienst bepaald, ten noorden van Moorveld. De bouwrector moest behalve een locatie ook een naam aan het rectoraat geven en er ontstond een probleem, omdat alle gehuchten evenveel rechten meenden te hebben. Vandaar dat de bouwrector koos voor de naam Waalsen, waarvan de herkomst echter niet duidelijk is. Maar omdat de kerk vlakbij het gehucht Moorveld werd gebouwd, kreeg de parochie al snel ook deze naam. De noodkerk werd gebouwd op een stuk grond, dat later het kerkeiland zou gaan vormen met kerk en pastorie. Voor deze noodkerk werd een houten loods van de bierbrouwerij ‘De Leeuw’ te Valkenburg overgenomen, die door S.J. Dings van een bakstenen ingang werd voorzien, met een kleine toren en een voorportaal. De bouwrector kreeg van de gemeente Weert nog een verzoek om de loods over te mogen nemen ten behoeve van het bouwen van noodwoningen, maar dit werd door de rector afgewezen. De bouwrector kreeg bovendien de beschikking over de middelen om en rectoraatswoning te laten bouwen. Dings leverde ook hiervoor het ontwerp.  De noodkerk werd in 1953 verlaten en daarna tot bewaarschool verbouwd. In 1992 kocht de gemeente het gebouw, dat inmiddels tot gemeenschapshuis was ingericht. De kleuterschool, die inmiddels was gebouwd, werd in de jaren negentig verkocht en gesloopt, waarna er woonhuizen op het voormalige kerkeiland werden gebouwd. De kapel van de familie Pesch werd in 1974 gesloopt.

Huidige kerk

Blijkbaar beviel de samenwerking met Dings, die ook in het rectoraat woonde. In 1952 werd toestemming begeven om hem tot architect te benoemen en in 1953 leverde hij een ontwerp, dat in grote lijnen werd goedgekeurd en toestemming volgde na de aanpassing al snel. De bouw werd gegund aan aannemer H. Coppes en zoon. Wel vond er een behoorlijke bezuiniging in de materialen plaats, zodat er geen marmer op het priesterkoor kwam en tevens werd de Franse kalksteen vervangen door beton. De eerste steen werd gelegd op 9 november 1953 door deken Steegmans, die ook aanwezig was bij de ingebruikname op 19 september 1954. De consecratie door mgr. Moors volgde op 9 oktober 1960. In 1964 werd het rectoraat tot parochie verheven.

Veranderingen

In 1968 bleek met kerkbestuur in verband met lekkage in de galmgaten planken te hebben laten plaatsen. Dit leverde onenigheid op met de architect, die nog steeds in de parochie woonde. Hierdoor was het niet mogelijk, om het plan voor een wijziging van het priesterkoor door hem te laten doen. Pastoor Kallen diende wel een ontwerp in, maar dit kon de goedkeuring van de DCPB niet wegdragen. In overleg werd een sterk vereenvoudigd ontwerp vastgesteld, waarbij de trappen recht werden doorgetrokken, de tabernakel vrij werd geplaatst tegen de sluitmuur (zonder de geplande zijmuurtjes) en het voormalig hoofdaltaar zonder supedaneum op een verlaagd gedeelte van het priesterkoor werd geplaatst. De kinderkapel, die zich vooraan in het bankenblok bevond, werd verwijderd. Wegens rot werden de galmborden verwijderd. Bij de inventarisatie waren deze nog niet vervangen.

Zie ook: http://www.geulle.com/geulle/waalsen/waalsen.html

Beschrijvingen van exterieur en interieur

Exterieur

Foto: november 2005

De kerk bestaat uit een schip onder een met leien gedekt zadeldak en een ingesnoerd priesterkoor met een ronde afsluiting. Aan weerszijden van het koor staan zijkapellen onder een lezenaarsdak. De kerk heeft een ongelede fronttoren onder een tentdak. Licht treedt in de kerk en het koor binnen door rondboogvensters met een roedeverdeling. De muren zijn opgetrokken in baksteen in Vlaams verband. Onder de overstekende daken met een mastgoot is een fries met een muizentand uitgemetseld. Deze zijn tevens langs de topgevels doorgetrokken. De ingang wordt gemarkeerd door een toren, die aan de voorzijde is geopend met een dubbele houten deur onder een met natuursteen afgezette rondboog. In de boogtrommel is een reliëf geplaatst. De toren is aan de zijkanten geopend met rondboogvensters, die licht toelaten op de zangtribune. De galmgaten bestaan uit drie gekoppelde rondbogen onder een segmentboogfries, waarin natuurstenen aanzetstukken zijn geplaatst. Ter zijde van de toren zijn onder een lezenaarsdak kapellen gebouwd, die tevens als zij-ingang fungeren. Aan de noord- en zuidzijde zijn deuren geplaatst. Aan de westzijde zijn de gevels geopend door biforen met een natuurstenen scheizuil. Het schip is geopend door rondboogvensters. Het priesterkoor heeft twee rondboogvensters. De noorderzijkapel is geopend door een bifoor met een natuurstenen scheizuil. De zuiderkapel loopt over in de sacristie onder een zadeldak, zodat de kapel geheel gesloten is.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht op de zangtribune

De hoofdingang bevindt zich in de toren en geeft via een narthex toegang tot het schip. De zangtribune is in de toren geplaatst en afgescheiden door een rondboog. De zangtribune wordt verlicht door rondboogvensters in de zijkant van de torengevel. De zij-ingangen geven toegang via een tochtportaal tot de processiegangen in het schip. In de vierde travee zijn de biechtstoelen nog aanwezig, waarvan één als opslagruimte wordt gebruikt. Aan de oostzijde geven de processiegangen toegang tot de zijkapellen achter een rondboog. In de zijkapellen van de toren is aan de noordzijde een doopkapel ingericht. Deze is vanuit de toren en vanuit de kerk bereikbaar, de laatste doorgang is afgesloten door een hekwerk met een A en een Omega, alsmede een Christusmonogram en een golfmotief. Aan de zuidzijde is een Mariakapel ingericht, die tevens als tochtportaal van de zij-ingang fungeert. Tussen de kerk en de kapel is een raam uitgemetseld. Het schip wordt in vijf traveeën gescheiden door inpandige steunberen langs de buitenmuren, die zijn opengebroken door een processiegang met rondbogen en onderling zijn verbonden met een tongewelfje. Op de steunberen rust het plafond, dat bestaat uit kinder- en moerbalken. Op het plafond zijn de roosters van het inmiddels afgesloten luchtverversingssysteem nog zichtbaar. De muren zijn opgetrokken in Vlaams verband gemetselde baksteen. Op de vloer ligt leisteen. Het rond afgesloten priesterkoor is afgescheiden door een triomfboog, waaronder trappen liggen. De trappen worden geflankeerd door opgemetselde ambones. Achterin ligt een supedaneum bekleed met leisteen met een in de muur gemetselde travertijnen sokkel voor de tabernakel. Tussen de trappen en het supedaneum staat het travertijnen vieringaltaar om een vloer van Solnhofer steen. Aan weerszijden is het koor geopend door biforen met een gebouchardeerd betonnen scheizuil met een vierkant basement en een kapiteel. Licht treedt binnen door twee rondboogvensters naast de tabernakel en nogmaals twee boven de scheibogen. Aan de noordzijde ligt een zijkapel, die is ingericht als dagkapel. Deze wordt verlicht door een bifoor. Aan de zuidzijde ligt een niet-ingerichte zijkapel, die toegang biedt aan de sacristie.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In 1964 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk een eenmanuaals orgel.

                               Manuaal                                                                           Pedaal

                               Eikenfluit 8’                         Octaaf 2’                               Subbas 16’

                               Holpijp B/D 8’                      Scherp IV

                               Prestant 4’                          Sesquialter D II

                               Blokfluit B/D 4’                     Dulcian B/D 8’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Op een octogonale voet staat een octogonale cuppa, afgedekt door een octogonaal deksel. Op de cuppa staat: IK DOOP U IN DE NAAM VAN DEN VADER EN DEN ZOON EN DEN HEILIGEN GEEST +.

In de doopkapel.

Tekst: ANNO DOMINI / 1953- Bij de ingang in de toren. Tevens werd een oorkonde ingemetseld.

Afbeelding van Jozef met Kind op de arm met lelies aan de onderzijde. Tekst op een banderol onderaan: ST. JOZEF ZORG. In de Mariakapel, waar het raam licht ontvangt vanuit de kerk. Vanwege de rondboogomlijsting in het glas kan dit raam van elders afkomstig zijn.

Op de deuren zijn in reliëf een tweetal druiventakken kruizen gehamerd. De tabernakel wordt gedekt door een kroon op dakribben met hogels. Op een travertijnen, in de muurgemetselde sokkel op het koor.

Op vier zuilen ligt een mensa, die aan de onderzijde afgesneden zijkanten heeft. Op het priesterkoor. Was eertijds het hoofdaltaar.

 
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria