HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 22-05-2018

O.L. Vrouw Hulp der Christenen

Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: O.L. Vrouw Hulp der Christenen
Dekenaat/kerkverband: Schinnen-Geleen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Nieuwdorp
Gemeente: Stein
 
Adres: Peldenstraat
Postcode: 6171 XV
 
Kadastrale gegevens: Stein G 1305
Bouwpastoor/bouwpredikant: G.H. van Helden
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Bakstenen tombe met betonnen mensa. In de Maria-kapel.

Meer foto's ››

Ruimtelijke context

De kerk ligt centraal in de wijk Nieuwdorp aan een ruim plein. Naast de kerk ligt een basisschool en aan het plein bevinden zich winkels. De overige bebouwing rond de kerk bestaat uit woningen.

Type

Driebeukige, bakstenen basiliek met westbouw en hoog opgetrokken zijbeuken. Tegen de zijbeuken staan een halfronde doop- en devotiekapellen. Het priesterkoor is halfrond gesloten. De banken zijn axiaal opgesteld.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

Na de Tweede Wereldoorlog werd de kern van Stein aan de zuidzijde ter plaatse van het aloude Steinderkamp uitgebreid met een nieuwe wijk. In 1948 ontspon zich een discussie of de nieuwbouwwijk de naam Steinderkamp diende te krijgen of Nieuwdorp. Tegen Steinderkamp rezen bezwaren, omdat het suffix ‘kamp’ met negatieve connotaties verbonden werd. Derhalve werd voor de naam Nieuwdorp gekozen. De parochie werd in 1948 opgericht. Kapelaan Heldens, die verbonden was aan de Augustinusparochie te Lutterade-Krawinkel, werd benoemd tot bouwpastoor. Architect Stefan Dings ontwierp de noodkerk. Deze in 1949 opgetrokken kerklocatie was een rechthoekig gebouw onder een zadeldak. De noodkerk was opgetrokken in rode baksteen en hout. De aanzetstukken waren vervaardigd uit Kunraderblok. Na de ingebruikname van de echte kerk in 1954 fungeerde de noodkerk tot 1966 als parochiehuis om omstreeks die tijd te gaan dienen als behuizing voor de ‘Stichting voor de geestelijke verzorging van de wijk centrum Stein’. In de voormalige noodkerk is thans een automobielbedrijf gevestigd.

Huidige kerk

In december 1950 had pastoor Van Helden een gesprek met de burgemeester van Stein. Deze attendeerde Van Helden erop, dat architect Boosten betrokken was bij de uitbreidingsplannen van Stein. Van Helden speelde met de gedachte Boosten eveneens te benaderen voor het laten maken van een ontwerp voor de kerk. Het overlijden van Boosten begin 1951 heeft deze plannen doorkruist. Mgr. Lemmens gaf Van Helden op 12 april 1951 verlof om de benodigde bouwgrond te kopen. De ontwerpen voor de huidige kerk zijn vervolgens gemaakt door architect Dings. De eerste set tekeningen toonde een kerk met klokkentoren in een romaniserende vormentaal. Dit kon op 29 september 1951 de goedkeuring van de WGA niet wegdragen. In november van dat jaar leverde Dings een aangepast ontwerp in. Dit wordt door de WGA in principe goedgekeurd en in grote lijnen ook uitgevoerd. De aanbesteding vond plaats in augustus 1952. Het werk werd gegund aan aannemer Coppes uit Maastricht. De aanvankelijk geplande toren werd niet gebouwd. Op 12 april 1953 werd de eerste steen gelegd. De inzegening vond plaats op 6 juni 1954.

Veranderingen

In de jaren zestig is de zuidelijke kinderkapel met houten wanden afgescheiden van het koor en in gebruik genomen als dagkapel. In 1977 werd de oostelijke kinderkapel tot doopkapel ingericht. Een storm rukte in januari 1990 het niet verankerde dak van de westbouw. Er zijn anno 2003 vergevorderde plannen dit dak in zijn originele staat te herstellen en de toren te voorzien van de klokken uit de Geleense Engelbewaarderskerk.

Exterieur

Het voorfront van deze basiliek wordt gedomineerd door op een rechthoekig grondvlak opgetrokken westwerk. Een kleine trappartij leidt naar de narthex. Een arcade van drie identieke rondbogen scheidt de narthex van het plein. In de pijlers zijn op regelmatige afstanden betonblokken verwerkt, zodat de indruk ontstaat van speklagen. Boven de arcade is een groot, betonnen roosvenster aangebracht. Daarboven bevinden zich vijf vierkante galmgaten. (Aangezien er geen klokken waren, zijn in deze galmgaten luidsprekers geïnstalleerd). De daklijst is versierd met een muizetandfries. Op het platte dak staat een stalen kruis. In de narthex  bevinden zich de van een bovenlicht voorziene hoofdingang en twee zijingangen. De voorzijden van de hoogopgetrokken zijbeuken hebben elk twee vierkante betonnen ramen. Op de noordwest- en zuidwesthoek van de zijbeuken staan als halfronde aanbouwsels respectievelijk de voormalige doopkapel en de devotiekapel. Beide kapellen hebben twee rondboogvensters en een met half kegeldak, dat met kunstleien is bedekt. Boven de kapellen zijn lensvormige rondvensters gebouwd. De gevels van de zijbeuken hebben ieder vijf langgerekte rondboogvensters. De daklijst is voorzien van een muizetandfries. De zijbeuken hebben een plat dak. De goten rusten op houten liggers en steken buiten de gevel uit. De kopgevels van de zijbeuken zijn rechtgesloten. Boven het van kunstleien voorziene dak is een lichtbeuk aangebracht met daarin aan elke zijde vijf kleine lensvormige rondvensters. Het middenschip heeft een zadeldak met een lage helling. Onder het dak wederom een muizetandfries. Ook hier rusten de goten op houten liggers. Het koor is even breed en hoog als het middenschip. De muur wordt door acht langgerekte  rondboogvensters doorbroken. De koorpartij wordt ingekapseld door de zijkapellen en de sacristie. De kapellen vormen met de sacristie een geheel onder een plat dak. De vensters van beide zijn rechthoekig en zo lijkt het alsof de kapellen deel uit maken van de sacristie, die met middels een gangetje verbonden is met de pastorie.

Interieur

Zicht op priesterkoor

Zicht op de zangtribune

Via de hoofdingang de kerk betredend komt men uit onder de zangtribune die de hele breedte van het middenschip in beslag neemt en die rust op een uit drie rondbogen bestaande arcade. In het midden staan twee gemetselde zuilen. De zuilen hebben betonnen basementen en kapitelen. De devotiekapellen zijn overkluisd met een bakstenen gewelf. De Mariakapel is toegankelijk via een dubbele door een zuiltje gedragen rondboog die overspannen wordt door een muraalboog. Het brede middenschip is voorzien van Noorse kwartsiettegels. Het cassetteplafond is vervaardigd uit grenen balken en spaanplaat. Het middenschip wordt geflankeerd door imposante arcaden die met hun tongewelven de ‘zijbeuken’ vormen. De muurdammen van de boogconstructies zijn doorbroken door rondbogen, zodat een processiegang gevormd wordt. De hoge ramen zijn voorzien van getint glas-in-lood, waardoor veel licht in de kerk valt. Vanuit het schip leiden vier treden naar het priesterkoor. Een triomfboog markeert de overgang tussen beide delen van de kerk. De wanden van het koor zijn door negen lisenen geleed. Binnen elke liseen staat een venster. Enkel achter het sacramentsaltaar is de muur blind om tegenlicht te voorkomen. Op het koor staat een houten vieringtafel. Het sacramentsaltaar staat op een supedaneum van drie treden. De vloer van het koor is voorzien van keramische tegels. Rond het koor loopt een overkluisde omgang. De rondbogen rusten op betonnen imposten. Evenals het schip heeft het koor een cassetteplafond. Links en rechts van het priesterkoor bevinden zich respectievelijk de doopkapel en de dagkerk. De dagkerk is door houten wanden van de rest van de kerk afgescheiden. De doopkapel heeft een open verbinding met het koor bestaande uit twee op een zuil rustende rondbogen die overspannen worden door een muraalboog. De doopkapel en dagkerk hebben vlakke, gestukadoorde plafonds.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In 1961 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk een eenmanuaals orgel

                               Manuaal                                                                           Pedaal

                               Prestant 8’                            Superoctaaf 2’                    aangehangen

                               Bourdon 8’                            Sesquialter D II

                               Octaaf 4’                               Mixtuur II-III

                               Gedektfluit 4’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Bakstenen tombe met betonnen mensa. In de Maria-kapel.

Rechthoekige, geprofileerde en gepolijste mensa rustend op drie ongepolijste stipes.

Inschrift: ANNO DOMINI 1953.

De bekkens zijn voorzien van een kruisje

 
 
 
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen
O.L. Vrouw Hulp der Christenen