HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 24-02-2017

Lambertus

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: H. Lambertus
Dekenaat/kerkverband: Schinnen-Geleen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Oirsbeek
Gemeente: Schinnen
 
Adres: Raadhuisstraat 10
Postcode: 6438 GZ
Coördinaten: x: 191582, y: 329142
 
Rijksmonumentennummer: 33349 Code: 6438GZ-00010-02
Kadastrale gegevens: Oirsbeek 00 B 3240
Bouwpastoor/bouwpredikant: P.J.M. Wolfs
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. kerk

Foto: november 2005

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

Kerktoren, opgetrokken uit baksteen met speklagen van mergel, 1514; spits, XVIII. In het moderne schip is de meest westelijke wandpijler van de noordelijke scheiboogrij der oude kerk behouden. Drie altaren, XVIII. Op het kerkhof vijf hardstenen grafkruisen; 1626-1759. (Datum: 17-01-1967)

Ruimtelijke context

De kerk ligt in de kern van Oirsbeek op de hoek van twee straten, omgeven door oudere bebouwing. Rondom de kerk bevindt zich het door een ringmuur omgeven kerkhof. Kerk en begraafplaats liggen om wateroverlast te voorkomen hoger dan het straatniveau.

Type

Tegen een middeleeuwse toren opgetrokken georiënteerde, bakstenen en mergelstenen zaalkerk met één zijbeuk. Onder het koor bevindt zich een crypte. De banken zijn axiaal opgesteld.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

In de 13de/14de eeuw lag te Oirsbeek reeds een uit maaskeien opgetrokken kerkje. De toren van deze kerk werd in 1514 ommanteld met baksteen en mergel in speklagen. Fundamentresten van de oudste kerk werden bij de afbraak ontdekt, evenals een deel van een pijler, die tegen de toren stond. Anno 1830 werd tegen de toren een neoclassicistisch bakstenen kerkje gebouwd, dat een capaciteit had van circa 200 personen. Deze 19de -eeuwse aanbouw werd in 1953 gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw onder leiding van de Heerlense architect Frits Peutz.

Huidige kerk

Aanvankelijk bestond een plan tot uitbreiding van de bestaande kerk onder leiding van Peutz. Vanwege de te hoge kosten werd dit idee verlaten. Op 28 januari 1952 ging de BBC akkoord met de plannen van Peutz om een nieuwe kerk te bouwen tegen de oude toren, die gerestaureerd werd. De financiering van de kerk werd in mei van dat jaar goedgekeurd. De aanbesteding vond plaats op 13 augustus 1952. Het werk werd gegund aan de Maastrichtse aannemersfirma A. Knols voor 222.083 gulden. De ongefundeerde toren werd door Peutz gerestaureerd en toen hij – na de afbraak van de oude kerk in oostelijke richting ging verzakken – in allerijl met ijzer versterkt en vervolgens van een betonnen fundering voorzien. Daarna kon met de bouw van het schip worden begonnen. Veel stenen van de oude kerk werden hergebruikt. De eerste steenlegging volgde op 26 april 1953 en de inzegening vond plaats op 20 december 1953. In de absis vervaardigde prof. Lau, verbonden aan de Jan van Eyck-academie te Maastricht, een grote wandschildering.

Veranderingen

Bouwkundig heeft de kerk geen wijzigingen meer ondergaan. Wel werden eind 2001 acht glas-inloodramen naar ontwerp van Sjef Hutschemakers geplaatst. Het zijn ramen met voorstellingen van O.L. Vrouw, de kerkpatronen de H. Lambertus en de H. Gerlachus en vijf moderne heiligen. Hutschemakers werkte vijf jaar aan het project. In 2006 werden nog vijf glas-in-loodramen geplaatst in de zijbeuk. De ramen werden vervaardigd in atelier Felix te Maastricht. Alle ramen zijn beschreven in een uitgave van het R.K. Kerkbestuur St. Lambertus te Oirsbeek in 2006.

Exterieur

 Toren aan de westzijde Foto: november 2005

Het schip van de kerk springt uit ten opzichte van de toren. De kerk staat op een plint van hardsteen. Het opgaand muurwerk is voorzien van speklagen uitgevoerd in baksteen en mergel en sluit naadloos aan op het muurwerk van de toren. Tegen de zuidgevel staat het eveneens in baksteen en mergel uitgevoerd portaal dat de hoofdingang van de kerk bevat. Zes grote rondboogramen doorbreken de zuidgevel. De zijgevel loopt zonder onderbreking door in de ronding van het priesterkoor, dat in de zuid- en noordgevel een rondboograam heeft. De oostgevel van het koor is blind. Er hangt in een soort kapel een groot, houten kruis tegen. Schip en koor hebben een met leien bedekt zadeldak. De nok sluit aan tegen de daklijst van de toren. De noordzijde van de kerk toont een pseudobasilicale opbouw. De smalle zijbeuk heeft vijf rondboogramen, die lager zijn dan die van de zuidgevel. Onder het twee raam gerekend vanaf de toren is een zij-ingang aangebracht. De zijbeuk is voorzien van een lessenaardak. In de hoek zijbeukpriesterkoor ligt de sacristie en bijsacristie. De sacristie is als apart onderdeel herkenbaar door de kleinere ramen en het iets lagere lessenaardak. In de hoek zijbeuktoren heeft Peutz een Sint-Jozefkapel gebouwd. Met zijn ronde absis en aparte bedaking is dit onderdeel van de kerk duidelijk herkenbaar. De kapel heeft twee rondboogramen.

Interieur

Zicht op het priesterkoor. Foto: mei 2007

Zicht op zangtribune. Foto: mei 2007

Schip en koor vormen een grote met een tongewelf overkluisde ruimte. Het gewelf hangt aan de ijzeren spanten en is geconstrueerd uit met cementspecie bestreken ijvervlechtwerk en haringgraatstaal. De vensters in schip en koor zijn voorzien van steekkappen. Het gewelf loopt door tot ongeveer halverwege de ramen en eindigt in een kapiteel. Het schip loopt naadloos over in het priesterkoor, dat zich slechts een trede verheft boven de vloer van het schip. De zijbeuk is door vijf uit Kunradersteen gemetselde zuilen gescheiden van het schip. De zuilen hebben basementen en wel zeer karakteristieke, hardstenen kapitelen. Die lijken veel op een opengeslagen boek. De kapitelen zijn versierd met bloemmotieven. Te onderscheiden zijn de roos, de margriet, de lelie. De kapitelen zijn door uit het zicht gehouden betonnen balken met elkaar verbonden. Het halve tongewelf van de zijbeuk leunt aan tegen die architraven. De zijbeuk eindigt ter hoogte van het priesterkoor met een rechte muur, waartegen een zijaltaar staat. De Sint-Jozefkapel is in mergel overkluisd en via twee rondbogen te betreden vanuit de zijbeuk en het schip. Onder de met een spitsbogig kruisribgewelf overkluisde begane grond van de toren is de doopkapel gesitueerd. De doopkapel is vanuit het schip en via de Sint-Jozefkapel te betreden. In de hoek van zijbeuk en toren heeft Peutz de resten van de oude pijler in het zicht gelaten om de band met de oudste kerk zichtbaar te maken. Tegen de torenwand staat de zangtribune, die door twee kolommen wordt geschraagd en die bereikbaar is via de toren. De crypte strekt zich uit onder het priesterkoor en is vanaf twee zijden bereikbaar via een trap achter het hoofdaltaar. Aanvankelijk was deze ruimte bedoeld als berging. Later werd zij bestemd tot devotiekapel. Thans fungeert zij als dagkerk. Het altaar heeft een zeer oude mensa, die waarschijnlijk stamt uit de middeleeuwse kerk en op die wijze de verbinding vormt met het verleden. De band met de lokale geschiedenis wordt ook gevormd door de opstelling van enige oude grafstenen, waaronder die van de (kerk)historicus en rijksarchivaris in Limburg, Jos Habets (+1893). De ruimte heeft een vlak plafond van gestukadoord beton. Op de vloer liggen tegels. Twee deuren aan weerskanten van het altaar leiden naar bergruimtes.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In 1841 kreeg deze kerk de beschikking over het in 1828 door Binvignat (Maastricht) voor de kerk te Kerkrade gebouwde eenmanuaals orgel; dit werd in 1954 door Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) gewijzigd en uitgebreid met een 2e manuaal (zwelwerk) en vrij pedaal (unit-systeem).

                               Hoofdwerk                           Zwelwerk                              Pedaal

                               Bourdon D 16’                     Tolkaan 8’                            Subbas 16’

                               Prestant 8’                           Holpijp 8’                            Octaafbas 8’

                               Bourdon 8’                           Zing.prestant 4’                   Gedektbas 8’

                               Octaaf 4’                               Baarpijp 4’                           Prestantbas 4’

                               Fluit 4’                                   Doublette 2’

                               Kwint 2 2/3’                          Terzet II-III

                               Octaaf 2’                               Kromhoorn 8’

                               Mixtuur III-IV

                               Trompet 8’

                               Klaroen 4’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht) 

Grafstenen, hardsteen, 17de, 18de en 19de eeuw. In de crypte zijn diverse grafstenen, die eertijds op het kerkhof stonden, herplaatst. Vanuit historisch oogpunt is het grafmonument van rijksarchivaris, (kerk)historicus en archeoloog Joseph Habets (+1893) interessant.

Messing met glasstenen, Frits Peutz te Heerlen, fa. Kersten te Maastricht, 1953. Op de deuren en zijkanten zijn diagonale banden in witmetaal aangebracht. Op de kruisingen van deze banden zijn de blauwe en rode glasstenen aangebracht.

Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus