HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 23-04-2017

Joseph

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: Parochiefederatie Hoensbroek: H. Joseph
Dekenaat/kerkverband: Heerlen
Soort gebouw: Voormalige parochiekerk
Plaats: Passart
Gemeente: Heerlen
 
Adres: St. Josephstraat 20
Postcode: 6431 XK
Coördinaten: x: 193888, y: 326440
 
Kadastrale gegevens: Hoensbroek 00 D 03689 G
Bouwpastoor/bouwpredikant: J.P Huveneers
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: Per 1 juli 2010 aan de eredienst onttrokken

Foto: oktober 2006

Ruimtelijke context

De H. Jozephkerk ligt omgeven door platsoenen midden in een woonwijk. Schuin tegenover ligt de lagere school. Voor de kerk ligt een pleintje, dat buiten de diensten niet toegankelijk is.

Type

Georiënteerde bakstenen kruisbasiliek in romaniserende vormentaal met een verhoogde koorpartij en absis. De kerk heeft een centraal bankenplan.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

Nadat de staatsmijn Emma haar poorten geopend had, vestigden zich steeds meer mijnwerkers in Treebeek en Passart. Ter kerke moest men gaan in Hoensbroek (naar de St. Janskerk) of Nieuw Einde. De bewoners van Passart gingen ijveren voor een kerkgebouw in hun eigen omgeving. Bisschop Schrijnen benoemde derhalve in 1928 kapelaan P. van Nieuwenhoven tot bouwpastoor van een te stichten parochie in de buurt van de Staatsmijn Emma. Op 22 september 1930 werd de nieuwe parochie onder de titel Sint-Jozef canoniek opgericht. Van Nieuwenhoven werd de eerste pastoor. Sedert 1 september van dat jaar was al een noodkerk in gebruik genomen, die gevestigd was in enkele klaslokalen van de Sint-Jozefschool. Direct na zijn benoeming was Van Nieuwenhoven begonnen met het houden van bedelpreken. Hij trok langs 110 parochies en zamelde 20.347 gulden in voor het bouwfonds van de nieuwe kerk.

Huidige kerk

Architect Alfons Boosten kreeg in 1939 de opdracht een nieuwe kerk te ontwerpen. De Tweede Wereldoorlog verhinderde de uitvoering van die plannen. In 1948 werd de voordracht van Boosten als architect voor de nieuwe kerk door het bisdom (wederom) goedgekeurd.  De Jozefkerk leek veel op eerdere kerken die Boosten had gebouwd. De rondboogconstructies, in hoogte verspringende daken, roosvensters, open dakstoel etcetera zijn bijna constanten voor zijn oeuvre. De koorpartij in Hoensbroek was een kopie van die welke hij voor de kerk te Dieteren (1938) ontwierp.

Burgemeester Martin van Hoensbroek drong bij mgr. Lemmens aan op een spoedige start van de bouw. Zestig procent van de parochianen bestond uit mijnwerkers, onder wie velen die sympathiseerden met socialisme en communisme. De pastoor en zijn kapelaan hadden geen gemakkelijke taak. De gemeente Hoensbroek zou op eigen kosten in de Passart een katholieke kleuterschool bouwen. Hoensbroek en Heerlen waren bereid flinke subsidies te verstrekken, aldus de burgemeester. Op 21 augustus 1950 werd de eerste spade in de grond gestoken. Deken Custers van Schinnen legde op 19 oktober 1950 de eerste steen. De gewelven werden uit de hand opgemetseld door een reeds gepensioneerde vakman uit Noord-Brabant, die elke dag pendelde tussen zijn woonplaats en Hoensbroek. Op 23 december 1951 werd de kerk ingezegend en vervolgens op eerste Kerstdag in gebruik genomen. Bisschop Lemmens consacreerde de kerk op 18 september 1955.

Veranderingen

In 1963 werd de versleten betonnen vloer naar advies van architect Theo Boosten vervangen door grafmarmer tegels. Naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van de parochie in 1980 werd besloten om een dakruiter met carillon te plaatsen. Architectenbureau Mertens uit Hoensbroek maakte hiervoor de plannen. Het klokkenspel werd in 1982 geplaatst en kostte ruim 103.000 gulden. Vrij recent werden de bogen van de narthex voorzien van ijzeren hekken.

Bisschop Frans Wiertz heeft met ingang van 1 juli 2010 drie parochiekerken in Hoensbroek aan de eredienst onttrokken. Het betreft de kerk Onze Lieve Vrouw Maagd der Armen (van de gelijknamige parochie te Mariagewanden), de H. Jozefkerk (van de gelijknamige parochie te Passart) en de Christus Koningkerk (van de H. Montfortparochie te Hoensbroek-Zuid). 

De kerk staat sinds januari 2013 op de gemeentelijke monumentenlijst. Er is nog geen herbestemming.

Exterieur

Zuidertransept. Foto: oktober 2006

De westgevel van de kruisbasiliek wordt gedomineerd door een centraal geplaatst lensvormig betonnen roosvenster met aan de onderzijde een betonnen lekdorpel. De voorgevel heeft uitgewassen betonnen aanzetstukken en vlechtingen. Deze komen ook in de andere topgevels van transept en viering terug. Op het met gebakken leipannen belegde geknikte zadeldak staat bijna op de topgevel een dakruiter onder een tentdak. De dakruiter wordt bekroond door een kruis. De kerk is opgetrokken in rode baksteen die in Vlaams verband is verwerkt. Tegen de westgevel staat onder een plat dak een door drie rondbogen toegankelijke nartex, die bereikbaar is door een lage trappartij. De narthex is voorzien van Boheemse kappen, die in gele baksteen zijn  uitgevoerd. De zijgevels zijn nagenoeg symmetrisch opgezet. De zijbeuken hebben platte daken die overlopen in dat van de narthex. Op de hoek van nartex en zijbeuk staat in de zuidelijke zijbeukgevel een smal rondboogvenster. Richting het transept doorbreken drie lensvormige rondvensters de gevel. De noordelijke zijbeukgevel telt vijf van zulke ramen, die in gelijke afstanden zijn verdeeld. De zuidelijke gevel van het middenschip heeft vier rondboogramen, de noordgevel telt eveneens vier rondboogvensters en bij de overgang naar het transept een rondvenster. De ramen in het schip staan niet tegenover elkaar. Het transept bestaat uit drie delen. De beide transeptarmen zij aanzienlijk lager dan de viering, die het hoogste deel van de kerk is. De transeptarmen staan onder een geknikt zadeldak. De zuidelijke transeptarm heeft in de westgevels een klein rondboogvenster en onder de daklijst drie gekoppelde rechthoekige vensters. In de kopse gevel staan een roosvenster en een zij-ingang. De oostgevel heeft één laaggeplaatst en drie onder de daklijst staande rondboogvensters. De noordelijke transeptarm heeft in de westgevel een zij-ingang en drie rechthoekige vensters, zoals in het zuidtransept. De kopse gevel bevat een rondboog- en een roosvenster. Het transept is naar het oosten verbreed en bevat tevens de sacristie. De toegang tot haar, alsmede twee rondboograampjes liggen eveneens in de kopse gevel. De oostgevel is de gevel van de sacristie. Deze heeft een rondvenster en vier rechthoekige ramen. Op het dak staan drie dakkapellen, waarvan één een klokje herbergt. Waar de nok van de transeptarmen tegen de gevel van de viering aanloopt zijn twee rondboograampjes aangebracht. De viering heeft een zadeldak, dat evenwijdig loopt aan die van de transeptarmen en dus dwars staat op het dak van het middenschip. Tegen de oostwand van de viering staat een halfronde absis. Twee rondboogvensters doorbreken het muurvlak op de plaats waar absis en viering op elkaar aansluiten. Onder de daklijst loopt een dwerggalerij, die met plexiglas is dichtgemaakt. Het dak bestaat uit een half kegeldak, dat overloopt in het dak van de viering. Aan de voet van de absis staat onder een plat dak de kooromgang, die drie rondboogvensters telt.

Interieur

Zicht op het priesterkoor. Foto: juli 2009

Zicht op de zangtribune. Foto: juli 2009

Vanuit de narthex geeft een dubbele houten deur met zwaar ijzerbeslag toegang tot het middenschip. De hoofdingang wordt geflankeerd door twee rondboograampjes. Twee enkelvoudige deuren geven toegang tot zijportalen die in het verlengde van de zijbeuken liggen. De hoofdingang ligt onder de houten zangtribune, die via een betonnen spiltrap bereikbaar is. De binnenmuren van de kerk zijn in schoon metselwerk uitgevoerd. Het schip en de transeptarmen hebben een open kap met betonnen spanten. De overgang tussen metselwerk en dakconstructie wordt gevormd door een holgeprofileerde betonnen lijst. De spanten rusten op betonnen consoles. De viering en de absis als meest sacrale ruimtes, alsmede de kooromgang, zijn overwelfd. Vanaf de hoofdingang loopt het middenpad tussen vier bankenblokken naar de viering annex koor. De banken staan aan weerszijden van het middenpad in twee blokken, gescheiden door een smal pad. De vijf scheibogen tussen middenschip en zijbeuken zijn rondbogig. De traveeën van de zijbeuk zijn onderling door rondbogen verbonden en staan in verbinding met de transeptarmen. Zij hebben betonnen troggewelfjes. Op de overgang van middenschip naar de viering staat een triomfboog. Boven de boog doorbreken drie gekoppelde rondbogen de topgevel. De viering wordt voor driekwart in beslag genomen door het priesterkoor. Twee communiebanken markeren eveneens de scheiding schip en koor. Het koor is alleen aan de voorzijde te betreden en verheft zich vijf treden boven het vloerniveau van het schip. Het koor is belegd met travertijntegels. Links staat de ambo. Het vieringaltaar staat centraal onder het met een kruisgewelf overhuifde koor. De absis heeft een half koepelgewelf. De eveneens met kruisgewelven overkluisde kooromgang is via drie rondbogen te betreden. In het midden staat het sacramentsaltaar. Rechts is de doopvont opgesteld. Via de kooromgang komt met in de sacristie. De transeptarmen zijn eveneens door grote rondbogen met het koor verbonden. De biechtkapellen zijn voorzien van tongewelven en staan met een rondboog in verbinding met het transept. In de hoek van biechtkapel en de kopse gevel ligt het zijportaal. De banken in de zuidelijke transeptarmen zijn op het koor gericht. De banken in de noordelijke transeptarm zijn gericht op het zijaltaar. Drie rondboognissen , deels door een neogotisch altaar aan het oog ontrokken, markeren de plaats van dit altaar. Vanuit deze transeptarm is via een trap eveneens de sacristie bereikbaar.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

Foto: juli 2009

In 1970 bouwde Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) voor deze kerk een tweemanuaals orgel (met gebruikmaking van delen van een door Schijven (B) voor de kerk te Oosterlo (B) gebouwd orgel; voordien had men zich sedert 1959 beholpen met een unit-orgel van Verschueren Orgelbouw.  

                Manual                                                                                Pedaal

                Prestant 8’                            Nasard 2 2/3’                         Subbas 16’

                Salicionaal D 8’                     Doublette 2’                           Gedektbas 8’

                Bourdon 8’                            Cornet D III

                Octaaf 4’                               Mixtuur II-III

                Roerfluit 4’                            Basson-hobo 8’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht). 

Voor informatie over het Dekenaat Heerlen zie ook http://www.dekenaatheerlen.net/

Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph
Joseph