HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 23-04-2017

Onbevlekt Hart van Maria

Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: Onbevlekt Hart van Maria
Dekenaat/kerkverband: Venlo-Tegelen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Reuver-Offenbeek
Gemeente: Beesel
 
Adres: Keulseweg 145
Postcode: 5953 HJ
 
Kadastrale gegevens: Beesel C 2009
Bouwpastoor/bouwpredikant: Th. Weis CMF
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk
Ijzer en hout XXc

Afbeeldingen.  Max Weiss, 1964. Voorstelling: (non-figuratief) het Laatste Oordeel of de kracht van het atoom.

Meer foto's ››

Foto: Sander van Daal, januari 2009

Ruimtelijke context

De Mariakerk van Offenbeek ligt aan een ruim plein annex parkeerplaats, dat aan twee zijden begrensd wordt door de Pater Claretstraat en de Keulsebaan. Rond de kerk staan bomen en zijn plantsoenen aangelegd. De kerk ligt centraal in de door nieuwbouw gedomineerde industriële kern Offenbeek. De centrumfunctie van de kerk wordt benadrukt door de omliggende winkels en horecagelegenheden. De toren markeert het dorp reeds van verre.

Type

Zeshoekige centraalbouw uitgevoerd in betonskeletbouw met ruime toepassing van baksteen. Bij de kerk staat een betonnen campanile. De bankenopstelling is centraal.

Bouwgeschiedenis

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog werden te Offenbeek de eerste plannen gesmeed om te komen tot een eigen parochie met kerk. Op 30 mei 1953 vond in het gemeentehuis van Beesel een vergadering plaats over de vraag waar de toekomstige kerk van Offenbeek gesitueerd moest worden. Als locatie werd een perceel aan de Keulsebaan gekozen, waar omheen nieuwbouwwijken met scholen zouden verrijzen. In 1955 werd het rectoraat Reuver-Offenbeek opgericht onder de titel ‘Onbevlekt Hart van Maria’. De paters Claretijnen zouden de zielzorg behartigen.  Het eerste contact met architect Jan Buschman dateerde van 1956. Buschmans opdracht luidde een kerkgebouw te ontwerpen voor ongeveer 700 personen. Er  diende tevens een Fatimakapel, een toren en een rectoraatshuis annex klooster gebouwd te worden. De nieuw te bouwen kerk en toren moesten zeshoekig worden. Het getal zes was symbool voor de ‘arbeid’ en dus ook voor de industrie die in Offenbeek zo ruim aanwezig was. Er waren immers zes scheppingsdagen, zes werkdagen per week, zes wereldperioden. In de zesde wereldperiode, op de zesde dag, op het zesde uur verloste Christus door Zijn dood de mensheid. De keuze voor een zeshoekig grondplan impliceerde, dat Buschman een centraalbouw moest ontwerpen. De deels open, deels gesloten toren was eveneens voorzien van symboliek. De openheid stond voor het ‘openstaan’ voor alles, terwijl de geslotenheid de vaste houding in het geloof symboliseerde. Naar verluidt, stond een kerk te München model voor die van Offenbeek. Dit is niet zo vreemd, want rector Weis stamde uit Beieren. De wanden van de kerk zouden ook niet voorzien mogen worden van kunstvoorwerpen, omdat de kerk het idee in zich moest dragen van een tent, die ‘Gods volk onderweg’ onderdak bood. Op 9 december 1962 werd de eerste spade gestoken. Slechte weersomstandigheden deden de werkzaamheden vrijwel tot stilstand komen. De eerste steen werd derhalve pas op 13 oktober 1963 gelegd. Op 13 december 1964 kon de kerk worden geconsacreerd.

In liturgisch opzicht was het altaar bijzonder. Feitelijke was het een dubbelaltaar. Eén hoog en daarvoor een iets lager, waarop het tabernakel stond. De WGA was weliswaar niet enthousiast over deze oplossing en stelde voor het tabernakel in de Mariakapel onder te brengen, maar wilde anderzijds niet terugkomen op haar eerder gegeven goedkeuring. Met het tabernakel voor het altaar sloot de kerk van Offenbeek aan bij de [*] Christus Koningkerk te Venray en de [*] H. Nicolaas te Genooi. Glazenier Max Weiss kreeg de opdracht om voor de zeven vensters boven de zangtribune gebrandschilderde ramen te ontwerpen. Weiss slaagde erin abstracte ramen te ontwerpen, waarin hij de ‘kracht van het atoom’ heeft willen uitbeelden. Architect Buschman daarentegen was van mening dat ‘Het Laatste Oordeel’ de hoofdgedachte was achter deze vensterreeks.

Veranderingen

Het tabernakel staat sedert 1975/1976 op een sokkel schuin achter het hoofdaltaar tegen de achterwand van de kerk. De doopkapel wordt niet meer gebruikt. De kapel en de gang die er naartoe leidt, zijn in gebruik als opslagruimte. Het bankenplan is enigszins gereduceerd. In 1982 werd de spits van de kerktoren, die door betoncarbonisatie was aangetast, vervangen door een nieuwe, die eveneens in beton uitgevoerd is.

Exterieur

Het voorfront van de kerk met de hoofdingang ligt aan het plein. Als rechthoekige uitbouw staat het portaal, voorzien van glazen deuren, tegen de blinde voorgevel. Met metselwerk is uitgevoerd in gele baksteen, die in kettingverband verwerkt is. Opvallend is dat op onregelmatig wijze bakstenen iets uitspringen, waardoor het gevelvlak structuur krijgt. Twee grote zijwanden bestaan uit betonnen pijlers die van het maaiveld tot de dakrand lopen en die van boven tot beneden van helder glas zijn voorzien. De drie koorwanden daarentegen zijn weer blind. De dakconstructie wordt gedragen door een rondlopende zware gewapend betonnen balk van ruim honderd meter lengte. Daarop rusten de ijzeren spanten. Het tentdak is belegd met blauwe dakpannen. Op de spits staat een ijzeren kruis. De zeshoekige betonnen campanile is afwisselend gesloten en open. Verschillende platforms geleden de toren in verdiepingen. Boven op de klokkentoren staat eveneens een kruis. De toren is middels een gang verbonden met de kerk. De gang is aan de kant van het plein uitgevoerd in glasblokken. De tegenoverliggende gevel is van baksteen. In de hoek van de kerk met de pastorie is de Maria- of Fatimakapel gebouwd. Ook zij heeft een gevel van glasblokken. De kapel heeft een plat dak.

Interieur

Het voorgebouwd portaal is naar de kerkzaal afgesloten met twee dubbele houten tochtdeuren. Deze deuren worden aan weerszijden begrensd door de biechtstoelen, die verwerkt zijn in houten wanden. Boven de ingang is de betonnen zangtribune zonder pijporgel uitgebouwd. De tribune heeft een houten reling. De banken staan in vier blokken in een halve cirkel rond het trapeziumvormig liturgisch centrum. Een middenpad leidt vanaf de hoofdingang direct naar het hoofdaltaar. Het altaar staat vier treden boven het vloerniveau van de kerkzaal. Het sacramentsaltaar met tabernakel staat wederom twee treden hoger. Het liturgisch centrum is belegd met kwartsiettegels. Op de betonnen vloeren in de rest van de kerk liggen linoleumtegels. De grote vensterpartijen in de zijgevels zorgen voor veel licht in de kerk. De zeven vensters van Max Weiss boven de zangtribune staan te geïsoleerd om de sfeer in de kerk te beïnvloeden. De plafonds zijn uitgevoerd in hout en volgen de vorm van het tentdak. De drie wanden achter het liturgisch centrum zijn uitgevoerd in speciaal metselverband met uitspringende en terugliggende bakstenen. Die geven de wanden reliëf en zouden tevens de akoestiek moeten bevorderen. In de wand links van het koor is de doorgang aangebracht naar de Mariakapel. De kapel heeft de vorm van een ongelijkzijdige vierhoek. De kapel heeft een wit gestuukt plafond en een gestuukte zichtwand. Op de hoek van de kapel en kerkzaal is een zij-ingang aangebracht. Achter in de kerk geeft een tochtdeur toegang tot de gang die naar de voormalige doopkapel onder de klokkentoren leidt. De doopvont is verwijderd.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003)

Ijzer en hout XXc

Afbeeldingen.  Max Weiss, 1964. Voorstelling: (non-figuratief) het Laatste Oordeel of de kracht van het atoom.

Hardsteen, XXc.  Kolom op rechthoekig grondplan van gebourchardeerde hardstenen platen met daarop een gepolijst zwartgranieten mensa.

Ingemetseld in de Mariakapel is een steen afkomstig uit Fatima.

Steen, graniet, 1963. Inschrift: LAAT ONS VOL VERTROUWEN GAAN NAAR DE TROON VAN GENADE (Hebr. 4.16) 13 OKTOBER 1963.

Messing, email, XXc. Bewerkt messing (geëtst?). Midden op de deur in email een blauw kruis op een rode achtergrond. Op de vier hoeken van de deur zijn lichtblauwe emailstukken aangebracht.

Messing, glas, XXc. Bewerkt messing (geëtst?) met op de twee deuren rode, gele, blauwe en groene glasstenen.

 

Hardsteen, graniet, J.Buschman, 1964. Gebouchardeerd hardstenen stipes met daarop een gepolijste zwartgranieten mensa.

 
 
 
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria
Onbevlekt Hart van Maria