HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 06-02-2018

O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand

 
Parochie/kerkgemeente: H.Hart van Jezus en O.L.V. van Altijddurende Bijstand
Dekenaat/kerkverband: Roermond
Soort gebouw: Voormalige parochiekerk
Plaats: Roermond
Gemeente: Roermond
Wijk: Roermondse Veld
 
Adres: O.L. Vrouweplein
Postcode: 6053 BL
 
Kadastrale gegevens: Roermond B 5513
Bouwpastoor/bouwpredikant: J. Breukers
 
Architect(en):
 
Huidig gebruik: Gesloopt!!
 

Collectie Bisdom

Ruimtelijke context

De kerk lag op de hoek Hendriklaan – O.L. Vrouweplein. Schuin tegenover de kerk lagen winkels.

Type

Bakstenen pseudobasiliek met twee zijkapellen en een fronttoren. De kerk was gedeeltelijk overkluisd en had een axiale opstelling.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

In het Roermondse veld vond na de Tweede Wereldoorlog veel woningbouw plaats. De daar reeds staande in de jaren twintig gebouwde H. Hartkerk werd allengs te klein. Derhalve besloot Mgr. Lemmens op 18 januari 1949 de parochie O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand op te richten. Tot bouwpastoor werd kapelaan Jules Breukers benoemd. De noodkerk werd ontworpen door architect J. Turlings jr. De bouw werd aanbesteed in mei 1949 en gegund aan de firma J.H. Schroën en Zonen uit Roermond. De noodkerk werd zo gebouwd, dat zij later als verenigingslokaal kon fungeren. Het priesterkoor kon als toneel, de sacristieën als kleedruimtes gebruikt worden. De uitvoering van de kerk was goedkoop. Op de vloer lagen trottoirtegels. Mgr. Lemmens legde op 17 juli 1949 de eerste steen. De inzegening vond plaats op 30 oktober van dat jaar. Omstreeks 1960 werd de noodkerk verbouwd tot jeugdhuis. In 1980 was zij al jaren in gebruik als ontmoetingscentrum voor Turken en Marokkanen. Het voornemen om een perceeltje naast de noodkerk te verkopen aan de Stichting ‘Masjid El Nour’ (Moskee Het Licht) ging niet door vanwege bezwaren van het bisdom. De noodkerk is inmiddels gesloopt. Het kruis dat op de kerk stond kreeg een plaats bij de inmiddels gesloten Goede Herderkerk om te herinneren aan de drie voormalige kerken in Roermond-Oost. Het staat nu wellicht bij de Tomaskerk.

Het dakkruis van de noodkerk heeft na de sloop van die noodkerk een tijdje aan de muur van de OLVAB kerk (binnen) gehangen. Is later opgeknapt en bevindt zich thans, goed verzorgd, aan de buitenmuur van het Vincentius-huis aan  de Prins Bernhardstraat.

Definitieve kerk

Omstreeks 1950 was de noodkerk al te klein voor de snel groeiende parochie. Er waren in het weekeinde al vijf missen. De kinderen woonden de mis bij in het klooster van de redemptoristen. Pastoor Breukers vroeg op 15 december 1950 Mgr. Lemmens om met architect Jan Bongaerts – onder supervisie van architect Peutz – in zee te mogen gaan. Dit stond Lemmens toe. De eerste schets van Bongaerts ging uit van een pseudo-basiliek met transept en fronttoren. De kerk werd omgeven door de pastorie en scholen. De bouwwerken werden omgeven door straten. Het kerkbestuur vroeg in juni 1951 bisschop Lemmens toestemming om Jules Kayser als architect aan te trekken, hetgeen deze goedkeurde. Bongaerts werkte vanaf dat moment samen met Kayser en De Bruin. In oktober 1951 werd het ontwerp goedgekeurd. De koortoren vergelijkbaar met die van  Maasniel of Melick was vervangen door een ‘normale’ koortravee onder een zadeldak. Op 18 februari 1952 werd de kerk aanbesteed. De firma Gebr. Gooden uit Neer was de laagste schrijver. De eerste steen werd gelegd op 29 juni 1952. De inzegening vond plaats op 25 juli 1953.

Exterieur

Collectie Bisdom

De O.L. Vrouwekerk was een in baksteen opgetrokken pseudo-basiliek. Raamtraceringen, aanzetstukken, contreforten werden uitgevoerd in Sibberblok. De deuromlijsting liet speklagen zien, terwijl boven de deur Vaurionkalksteen werd verwerkt, die later gebeeldhouwd zou kunnen worden, hetgeen overigens nooit geschied is. De daken waren belegd met verbeterde Hollandse pannen. De angelustoren en de lantaarn daarentegen hadden koperen daken. Het voorkomen van de kerk werd gedomineerd door een op rechthoekig grondplan staand westwerk. Hierin lag de hoofdingang van de kerk met daarboven een groot segmentbogig raam. Boven dit raam lagen in twee rijen acht rondboograampjes. Op de toren stond een veel smallere lantaarn. De vormgeving van de toren vertoonde duidelijke overeenkomsten met de toren van Swolgen. Tegen de rechtergevel van het westwerk stond de traptoren. Een geplande devotiekapel, die links van de toren was gesitueerd, is nooit gebouwd. Het schip had acht grote segmentboogvensters met traceerwerk. En twee rondvensters. Het polygonaal gesloten priesterkoor had eveneens twee segmentboogvensters en een reeks rondboograamjes. Op de overgang van schip naar koor stond een angelustorentje. Ter weerszijden van het priesterkoor stonden de relatief lage kinderkapellen, waarin tevens de zijportalen verwerkt waren. De kapellen hadden elk drie grote  segmentboogramen. De sacristie stond als semi-onafhankelijk gebouwtje tegen de linkerzijkapel.

Interieur

Het interieur riep met zijn rondbogen en vlak balkenplafond herinneringen op aan een romaanse pijlerbasiliek. De hoge en brede rondbogen zorgden ervoor, dat het licht via de grote zijbeukvenster ongehinderd binnenviel. De overgang tussen schip en koor werd gemarkeerd door een triomfboog. De smalle processiegangen hadden steengaasgewelven. Het koor kende een straalgewelf uit Sibberblok. De bankenopstelling was axiaal. Twee communiebanken markeerden het priesterkoor. Het altaar stond vrijwel tegen de achtermuur. In de kinderkapellen, die ook een axiale opstelling kenden stonden zijaltaren. De kapellen waren middels rondbogen met het koor verbonden.

Na de "beeldenstorm" van de jaren '60 werd het originele altaar vervangen door een nieuw waar de celebrant met het gezicht naar de gelovigen celebreerde.

Afbraak

In 1977 werden er diverse gebreken aan de kerk geconstateerd. Er was betonrot in de toren, het glas-inlood was voor dertig procent vernield en het lood was heel slecht. De gemetselde boogconstructies vertoonden scheuren. Het waren echter niet deze gebreken, maar de veranderde samenstelling van de parochie en de voortschrijdende secularisering die het einde inluidden. De parochie telde in 1949 3400 zielen, in 1999 waren er dat nog maar 1400. De weekenddiensten vonden meestal plaats in de dagkapel, die met haar dertig zitplaatsen ruim genoeg was. 35 procent van de inwoners van de parochie was islamiet. Tegen het voorgenomen besluit de kerk aan de eredienst te onttrekken rees geen verzet. Op 24 november 1999 besliste bisschop Wiertz de kerk te sluiten. Op zondag 16 april 2000 werd voor de laatste maal de eucharistie gevierd, waarna het Allerheiligste overgebracht werd naar de H. Hartkerk. Op 15 mei 2000 werd de sloop gegund aan L.W.J. Meuleberg Recycling BV te Stein. Het altaar van de O.L. Vrouwekerk kreeg een plaats in de viering van de H. Hartkerk en werd op 30 september 2000 opnieuw geconsacreerd. Het rustaltaar uit dezelfde periode bevindt zich thans in de Tomaskerk op de Donderberg in de sacramentskapel annex dagkapel. Het orgel werd ook uiteengenomen en staat thans als koororgel ook opgesteld in de kerk van het Heilig Hart van Jezus. Het werd schoongemaakt en opnieuw ge-intoneerd en voldoet daar goed. De overige waardevolle attributen werden verdeeld over de overige kerken van de parochiecluster. Een deel verhuisde ook naar andere kerken o.a. in Letland.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003 met aanvullingen van Jan van Ulden, 2005).

Orgel

In 1958 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk een eenmanuaals unit-orgel. Blijkens de aanvullingen van de heer van Ulden is dit orgel thans opgesteld in de kerk van het H. Hart van Jezus

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand