HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 30-11-2017

Dionysius

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Dionysius
Dekenaat/kerkverband: Schinnen-Geleen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Schinnen
Gemeente: Schinnen
 
Adres: Deken Keulenplein 2
Postcode: 6365 BJ
Coördinaten: x: 190273, y: 328129
 
Rijksmonumentennummer: 33329 Code: 6365BJ-00002-01
Kadastrale gegevens: Schinnen C 4075
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

 

Foto: augustus 2008

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

R.K.Kerk. toren, XII en later; driebeukig schip, XII-XV; dwarspanden koor 1910. Op het kerkhof: hardstenen mensa, XV, met wapen van Eynatten; stenen grafkruisen, 1613, 1687, 1682/93 en 1737. Datum: 16-01-1967)

Ruimtelijke context

De Dionysiuskerk ligt aan de rand van Schinnen op een kerkberg. Een de noordzijde bevindt zich een pleinachtige straat, aan de westzijde een hoge scheidingsmuur en aan de zuidzijde een ruim kerkhof.

Type

Driebeukige basicale kruiskerk met driezijdig gesloten koor, een dakruiter en een toren van drie geledingen met ingesnoerde spits.

Bouwgeschiedenis

De breukstenen onderbouw van de toren met daarin een hergebruikt Romeins corintisch kapiteel (2e-3e eeuw) stamt uit vroege 12e eeuw, evenals het eenbeukige middenschip. De mergelstenen zijbeuken werden in de 14e eeuw toegevoegd. De zuidbeuk werd in 1679 vernieuwd. In 1829 werd de toren verhoogd en in 1878-1879 werden de zijbeuken verlengd. In 1900 werden het bakstenen transept met priesterkoor en zijkapellen door architect J.H. Tonnaer (den Haag) aangebouwd. Bij de ingrijpende restauratie van W. Sprenger werd de baksten bovenbouw van de toren in mergel vernieuwd en verhoogd. Tevens werden toen de zijbeuken vernieuwd en kreeg het middenschip stenen gewelven. In 1973-1977 werd de kerk opnieuw gerestaureerd.

Exterieur

Foto: november 2005

Op het kerkhof bevinden zich drie oude stenen grafkruisen uit de 17e en 18e eeuw. Het H. Hartbeeld is uit ca. 1925.

Interieur

Koorramen van Jac Vonk. Foto Harry Vrancken, Sweikhuizen, 2008

De kerk bevat een romaans hardstenen doopvont uit de 12e eeuw een 16e eeuws kruisbeeld, dat in 1900 aan een neogotische triomfbalk is bevestigd. Tot de inventaris behoren verder een preekstoel uit Zinnik (B) en kruiswegstaties uit het atelier Cuypers. De muurschilderingen uit 1951 zijn van J. Verheyen evenals het Mariaraam pal tegenover de ingang. Andere glas-in-loodramen uit 1957 zijn een ontwerp van Jac Vonk. In 1993 vervaardigde Eugène Laudy een glas-in-loodraam voor deze kerk.

Bron: Monumenten in Nedeland: Limburg, Waanders Uitgeverijen, Zwolle en Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist

Atelier J.W. Ramakers & Zonen maakte voor deze kerk: 1925 H. Hartmonument (verplaatst naar kerkhof naast de kerk)

Orgel

Blijkens het “Aardrijkskundig woordenboek” van van der Aa was deze kerk in 1847 “van een orgel voorzien”; mogelijk gebouwd door Binvignat (Maastricht) in 1835; in 1937 werd het vervangen door een nieuw tweemanuaals orgel van Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen), het eerste door deze forma volgens het electro-pneumatische systeem gebouwde orgel.

 

Hoofdwerk                           Zwelwerk                              Pedaal

Bourdon 16’                         Liebl.gedekt 8’                     Subbas 16’

Prestant 8’                           Bourdon 8’                           Echobas 16’

Openfluit 8’                          Spitsfluit 8’                           Fluitbas 8’

Dulciaan 8’                           Salicionaal 8’                        Koraalbas 4’

Blokfluit 4’                            Celeste 8’                             Bazuin 16’

Octaaf 4’                               Dwarsfluit 4’

Gemshoorn 2’                       Zwits.pijp 2’

Mixtuur III-IV                        Nachthoorn 1’

Trompet 8’                            Cymbel III

Clairon 4’                              Basson-hobo 8’  

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius
Dionysius