HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 17-09-2017

Petrus en Paulus

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Dekenaat/kerkverband: Susteren-Echt
Soort gebouw: Voormalig kerkgebouw
Plaats: Schipperskerk
Gemeente: Sittard-Geleen-Born
 
Adres: Sterre der Zeeplein 12
Postcode: 6124 AR
 
Kadastrale gegevens: Obbicht C 894
Bouwpastoor/bouwpredikant: C.J. Engwegen (Bouwrector)
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: centrum voor bloemsierkunst annex podium voor kleinkunst annex bed-and-breakfast gelegenheid

Foto: september 2005

Ruimtelijke context

De Petrus en Pauluskerk staat centraal in het dorp, dat is gelegen naast de berghaven. De kerk ligt op en opvallende plaats aan het plein en het kerkhof. Maar door haar geringe hoogte is zij geen landmark. De kerk is een gemeentelijk monument.

Type

De georiënteerde zaalkerk in baksteen en met rondbogen kon worden uitgebreid met de zalen, die als multifunctionele ruimtes aan de kerk waren aangebouwd. De kerk was voorzien van een axiaal bankenplan en een zangkapel. Op het zadeldak staat een dakruiter.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

In 1935 werd C.J. Engwegen als kapelaan in Buchten aangesteld met de opdracht zich bezig te houden met de zielzorg onder de schippers en hun families. Dit werd in 1936 uitgebreid met godsdienstlessen op de in dat jaar geopende Oranje Nassauschool, de eerste interconfessionele school van Nederland, speciaal voor de schipperskinderen. De locatie, ter hoogte van Born, was ingegeven door de ligging van een berghaven langs het in 1934 geopende Julianakanaal, waar de schepen regelmatig aanmeerden en soms lang moesten wachten op een vracht van de daar gevestigde schippersbeurs. Tijdens het toedienen van het vormsel in 1936 liet Mgr. Lemmens zich de belofte ontvallen, een kerk voor de schippers te willen laten bouwen. Dit leidde vooralsnog tot niets, maar in 1944 werd een noodkerk ingericht in binnenvaartschip ’Medea’, toen de schepen niet konden varen als gevolg van de oorlogshandelingen. Deken Haenraets van Sittard gaf hiervoor zijn toestemming. Op de vierde Adventszondag zegende Engwegen de drijvende noodkerk in . Als patroon koos hij H. Fransiscus van Assisië. Na de oorlog ontstond het idee, om een eigen sacramentsprocessie te houden, op het water. Dit was mede geïnspireerd op het behouden blijven van de schepen in Born, terwijl elders bijna alle schepen waren vernield door de zich terugtrekkende bezetter. Deze processie is tot 1954 blijven bestaan. In de eerste jaren was de processie een extra argument om een eigen kerk te laten bouwen, hetgeen ook lukte.

Huidige kerk

Zowel Born als Grevenbicht wilden de kerk op hun gemeentegrond hebben. De Provinciale Planologische Dienst had geen voorkeur. Uiteindelijk heeft de locatie van de school de keuze bepaald, zodat de kerk tegenover de school is komen te liggen. In 1948 maakte de inmiddels benoemde architect L. Oberndorff een ontwerp dat na enige aanpassing gebouwd kon worden. De aannemer was P. Tubée. De eerste steen volgde in 1949. Op 18 december 1949 werd de kerk ingewijd door Mgr. Lemmens. Sindsdien eindigde de Schippersprocessie in deze kerk. De kerk was inmiddels toegewijd aan HH. Petrus en Paulus, als patronen van de scheepvaart. Als extra patroon werd H. Nicolaas genoemd, voor wie hetzelfde geldt. Tot slot werd een hier rectoraat gevestigd en Engwegen werd de eerste rector. De kerk was als multifunctioneel gebouw ontworpen. Zo waren er kantoorruimtes voor de schippersbond, een bibliotheek en een ontspanningszaal met een podium. Ruim de helft van de kerk had zo een andere functie. Wel kon de kerk worden vergroot door de deuren in de scheidingswand open te zetten. De kerkzaal werd dan twee keer zo groot.

Veranderingen

Het was niet de bedoeling om rondom de kerk woningbouw toe te staan. Maar in 1953 ging de Provinciale Planologische Dienst akkoord met de bouw van tien huizen ten behoeve van gepensioneerde schippers en anderen. Aldus ontstond alsnog een kleine kern. De kerk was zonder dakruiter gebouwd. Toen in 1953 een neonkruis werd gewonnen, omdat de Schipperskerk tijdens de Steentjesactie van de R.K. EHBO het meeste geld had binnengebracht, besloot de rector om de dakruiter versneld te laten bouwen. Hoewel er bezwaren waren vanuit het bisdom, bleek de actie welgeslaagd. De aannemer Pernot plaatste in 1954 gratis de dakruiter met koperen spits en het neonkruis. De clocher-arcade op de oostgevel werd bij deze gelegenheid gesloopt. In de periode na Vaticanum II is het supedaneum tegen de oostwand verwijderd, mitsgaders het altaar. Daarvoor in de plaats kwam een centraal geplaatst, lager supedaneum met een nieuw altaar. In 1952 ontwierp L. Oberndorff een kleine uitbouw aan de kleedkamer, zodat extra ruimte ontstond. In 1953 werd de zo gecreëerde ruimte benut ten behoeve van het schippersinternaat. Later werden de kinderen in één van de huizen in het ontstane dorp gehuisvest. Vanaf de jaren tachtig werd de financiële situatie van het rectoraat steeds slechter. In het begin van de jaren negentig besloot het bisdom dat de rectoraatswoning als gevolg hiervan maar beter kon worden afgestoten. De ruimtes achter het podium werden vervolgens in gebruik genomen als woonruimte voor de rector.

Toen in de jaren negentig de rector Robbertz ernstig ziek bleek te zijn, viel ook het liturgisch leven stil. In 1999 werd het rectoraat toegevoegd aan de parochie van Grevenbicht. De inmiddels in vervallen toestand verkerende kerk werd ontmanteld en verkocht. Het glas-in-lood van René Wong uit 1950 werd verwijderd en opgeslagen. Het waren twee roosvensters met aan de oostzijde de H. Drievuldigheid en aan de westzijde waren afbeeldingen van Christus tussen de leerlingen, Petrus loopt over het water en Wonderbare Visvangst. Evenzo werden twee ramen met Petrus en Paulus van Alvera (?) verwijderd. Het bijzonderste glas-in-lood mocht echter blijven zitten, omdat het cultureel-historisch verbonden was met de schippers. Dit waren het raam van Jonas (Ark van Noë: op een zee gevuld met vissen drijft de ark. Aan weerszijden vliegen twee naar elkaar gewende vogels) en het raam van Sproncken-Tikanoja. Ook de dakruiter mocht blijven. Het neonkruis moest echter verdwijnen. Op 27 mei 2000 werd het raam van Jonas echter uit het voorportaal verwijderd en gestolen. Hierna werd het gebouw verbouwd tot woning en atelier annex tentoonstellingruimte. In de kerk werd ter hoogte van de vroegere scheidswand een tweetal kasten met opbergmogelijkheden geplaatst. De inmiddels verwijderde banken werden vervangen door banken uit de HH. Engelbewaarderskerk te Geleen. Het podium is ingericht als huiskamer en de toiletten tot badkamer. In 2000 volgde de aanwijzing van de kerk tot gemeentelijk monument.

In de kerk is anno 2005 een centrum voor bloemsierkunst annex podium voor kleinkunst en een bed-and-breakfastgelegenheid gevestigd.

Exterieur

Foto: september 2005

De kerk is opgemetseld in kruisverband. Het trasraam is een donkerder kleur baksteen. Op het dak ligt een zadeldak met nogmaals verbeterde hollandse pannen. Boven het voormalige priesterkoor is een dakruiter met koperen naaldspits geplaatst. De traveeën worden van elkaar gescheiden door ongelede, zich naar boven verjongende steunberen, waartussen telkens twee rondboogvensters staan. In de oost- en westgevel is de puntgevel doorbroken door een identiek getraceerd roosvenster. Aan de oostzijde staat het transept, tegen de oostwand is het koor uitgebouwd. Het transept is geopend door rondboogvensters. Tegen het noordertransept is de sacristie uitgebouwd. Aan de westzijde staat aan de zuidzijde een kleine uitbouw onder het zadeldak, waarin de bibliotheek was gevestigd. Langs de westgevel loopt een gang onder een lezenaarsdak, die is geopend door rechthoekige vensters. Hierin bevindt zich de hoofdingang met een dubbele houten deur. Aan de noordzijde staat en uitbouw onder een zadeldak, waarin onder meer het podium is gevestigd. Hier tegenaan staat een uitbouw onder een lezenaarsdak. Deze kan worden betreden door een deur boven een trap. Tegen de noordgevel staat een kleien uitbouw onder een lezenaarsdak voor de biechtstoel.

Interieur

Zicht op het voormalige koor. Foto: september 2005

Zicht op het schip. Foto: september 2005

De kerk is te betreden via een zij-ingang, die uitkomt via de bibliotheek in de voormalige ontspanningszaal. De ruimte is in twee delen gesplitst door de plaatsing van een tweetal kasten op de scheiding tussen kerk en zaal. Tussen de kasten zijn twee houten deuren geplaatst. Verder is de ruimte open. De muren zijn in kruisverband opgemetseld. De opendakstoel is in traveeën verdeeld door Zweedse spanen. Tussen de spanten is de muur doorbroken door twee naast elkaar geplaatste rondboogvensters. In de noordmuur staat de biechtstoel achter drie houten deuren. Op de vloeren licht geschilderd beton en leisteentegels. In de westmuur wordt licht binnengelaten door een getraceerd roosvenster en een tweetal rondboogvenster. In het transept is aan de noordzijde de voormalige sacristie geplaatst, die bereikbaar is door een rondboog in het schip en een deur op het priesterkoor. Aan de zuidzijde staat een zangkapel, die is geopend door twee rondbogen op pilaren aan de koorzijde en een rondboog aan de schipzijde. Licht wordt toegelaten door rondboogvensters. Het priesterkoor heeft een verhoogde vloer met linoleum. Koor en schip zijn gescheiden door een triomfboog. Centraal op het koor ligt er een supedaneum. Aan de noordzijde staat een ambon met een hek van siersmeedwerk. In de oostmuur is een rondboog uitgemetseld, waarin een getraceerd roosvenster licht binnenlaat. Het plafond bestaat uit betonnen moerbalken waarop houten kinderbalken.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003)

Petrus en Paulus
Petrus en Paulus
Petrus en Paulus
Petrus en Paulus
Petrus en Paulus
Petrus en Paulus
Petrus en Paulus
Petrus en Paulus