HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 25-06-2017

Klooster Priesters van het H.Hart (SJC) met Andreaskapel (Leyenbroek)

 
Soort gebouw: Klooster met kloosterkapel
Plaats: Sittard
Gemeente: Sittard-Geleen-Born
 
Adres: Leyenbroekerweg 111-113
Postcode: 6132 CD
Coördinaten: x: 188611, y: 333030
 
Rijksmonumentennummer: 521604 , 521605, 521606, 521607 en 521608
Kadastrale gegevens: Sittard G/1764
 

Foto: april 2006

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

Inleiding  (nummer 521604)

KLOOSTER met ANDREASKAPEL van de Missionarissen van het H.Hart (moet zijn: Priesters van het Heilig Hart (SCJ), Marieke Smulders, 2012) , 1889, respectievelijk in negentiende-eeuws traditionele en Neo-Gotische stijl. Het gebouw vormt het oudste bouwdeel van het kloostercomplex, dat sindsdien in noordelijke richting langs de Leijenbroekerweg tot ontwikkeling is gekomen. De oorspronkelijke binnenplaats is boven de eerste bouwlaag van een plat dak voorzien. Deze overkapping en de hieronder ingerichte ruimte zijn uitgesloten van bescherming. Aan de zuidwestzijde, bij de aansluiting met de kloostervleugel uit 1927, is een entreepartij van één laag onder plat gebouwd, welke eveneens is UITGESLOTEN van bescherming.                 


Omschrijving

Kloostergebouw op carré-vormige PLATTEGROND, bestaande uit een aan de H.Andreas gewijde kloosterkapel aan de oostzijde, een voormalige refter aan de westzijde en voormalige verblijfsgebouwen aan de noord- en zuidzijde. De zuid- en westvleugel hebben elk twee BOUWLAGEN, de noordvleugel telt drie bouwlagen. Het klooster is gedeeltelijk onderkelderd.

De kapel wordt gedekt door een ZADELDAK met leien in Maasdekking. Drie dakkapellen met chaletachtig overstek, blind met uitzondering van een driepasornament. Bakgoten. De overige vleugels worden gedekt door in hoogte variërende ZADEL- EN SCHILDDAKEN, voorzien van oud-Hollandse pannen, muldenpannen en betonpannen in uiteenlopende kleurschakeringen.

Foto: april 2006

Oostgevel met verderop de toren van de Christus Koningkerk

De OOSTGEVEL van de Andreaskapel, aan de straatzijde, kenmerkt zich door een geprofileerde, gepleisterde plint; een bakstenen optrek in kruisverband; vensterlijsten, deurlijsten, nislijsten, een kroonlijst en boogfriezen in lichtrode profielsteen. De oostgevel van de kapel heeft twee hoekrisalieten over twee lagen, aan de zuidzijde twee traveeën breed, aan de noordzijde drie traveeÙn. De hoeklisenen van deze risalieten lopen uit tuitgevels, voorzien van een spitsboogfries en gepleisterde schouderstukken. In elke vensteras twee spitsboogvormige houten T-vensters, met houten traceringen in de glas-in-lood bovenlichten en zesruits indeling van de glaspanelen. De vensters in de eerste laag van het noordelijke risaliet zijn gedeeltelijk vervangen. De lagen van de hoekrisalieten worden optisch gescheiden door gestucte dorpel- en waterlijsten. In de tuitgevels, onder het boogfries, een inmiddels lege beeldennis met console en baldakijn.

Foto: Job van Nes, juni 2011

Het tussenliggende, teruggelegen gevelveld wordt geleed door vier zich verjongende steunberen met gestucte afdekking. Tussen deze steunberen bevinden zich drie spitsboogvormige vensters met kunststenen venstertraceringen, glas-in-lood en gestucte dorpellijsten. Aan de noordzijde van deze spitsboogvensters is een rechthoekige, dubbele houten paneeldeur in een spitsboogvormige lijst geplaatst. Boven de deur bevindt zich een hardstenen latei, in het bovenlicht voorzien van kunststenen traceringen en glas-in-lood. Boven deze entree een spitsboogvormig venster met traceringen en glas-in-lood. Aan de zuidzijde van deze spitsboogvensters, hoog in de gevel, is een soortgelijk spitsboogvenster geplaatst.

In de deels witgesausde binnenplaatsgevel van de OOSTVLEUGEL, gedeeltelijk aan het oog onttrokken door de dakconstructie boven de eerste bouwlaag, heeft de Andreaskapel vier spitsboogvensters met traceringen en glas-in-lood.

De buitengevel aan de ZUIDZIJDE is opgetrokken in grauwbruine baksteen, gemetseld in kruisverband en vertoont diverse verbouwingssporen. Een deels gepleisterde, deels gestucte plint. Gepleisterde dorpels. Schootankers. Kroonlijst met muizetanddecoraties. Vensterstrekken. De gevel is onregelmatig ingedeeld. Aan de oostzijde bevindt zich, ter afsluiting van de oostvleugel met kapel, een tuitvormige, afgeschuinde kopgevel met gepleisterde schouderstukken. In de tweede laag en in de topgevel een segmentboogvormig houten kruiskozijn met horizontale indeling van de glaspanelen. In de vijf vensterassen van de zuidvleugel bevinden zich in beide bouwlagen segmentboogvormige houten kruiskozijnen met een horizontaal ingedeeld glaspaneel. De kopgevel aan de westzijde vormt de afsluiting van de westvleugel. Deze kopgevel wordt in de eerste laag aan het oog onttrokken door de aangebouwde entreepartij van de kloostervleugel uit 1927. Boven deze entreepartij, in de tweede laag, een reeks met vier kleine segmentboogvormige houten kruiskozijnen.

De ten dele witgesausde binnenplaatsgevel van de ZUIDVLEUGEL, deels aan het oog onttrokken door de overkapping, telt in de tweede laag vijf vensterassen voorzien van segmentboogvormige houten vensterkozijnen met een horizontale indeling van het glaspaneel. Tussen de bouwlagen profiellijsten met kruismotieven, muizetanddecoraties. Deels geprofileerde vensterstrekken.

De buitengevel aan de WESTZIJDE kenmerkt zich door een grauwbruine bakstenen optrek over twee lagen. Kroonlijst met blok- en muizetanden, geprofileerde delen in de vensterstrek en de profiellijst tussen de bouwlagen met kruismotieven in lichtrode baksteen. Gepleisterde dorpels.

Lage, geprofileerde plint met souterrainopeningen. Vijf vensterassen, waarin segmentboogvormige houten kruiskozijnen met horizontaal ingedeelde glaspanelen. In de eerste laag bevindt zich in de meest noordelijke vensteras een recente, segmentboogvormige dubbele houten deur met bovenlicht. Deze deur is bereikbaar via een klein bordes.

De ten dele wit gesausde binnengevel van de WESTVLEUGEL, deels aan het oog onttrokken door de overkapping van de binnenplaats, telt in de tweede laag vijf vensterassen met segmentboogvormige houten T-vensters met een verticale indeling van het bovenlicht en een horizontale indeling van het glaspaneel. Ook deze gevel heeft profiellijsten met kruismotieven, deels geprofileerde vensterstrekken en muizetanddecoraties. De buitengevel aan de NOORDZIJDE wordt aan de straatzijde niet meer zichtbaar als gevolg van latere kloosteruitbreidingen. Deels geprofileerde plint met drie souterrainopeningen. Grauwbruine bakstenen optrek over drie lagen. Kroonlijst met blok- en muizetanden, geprofileerde delen in de vensterstrek, profiellijsten tussen de bouwlagen met kruismotieven in lichtrode baksteen. Gepleisterde dorpels. Boven de in 1910 aangebouwde kloostervleugel is de noordelijke kopgevel met spitsboogfries in lichtrode profielsteen nog zichtbaar. Voor het overige telt de noordelijke buitengevel negen vensterassen. De derde en de vierde vensteras zijn geplaatst in een risalerend gevelvlak met lisenen, welke uitlopen in een tuitgevel met gepleisterde schouderstukken, ezelsrug en een spitsboogfries met rode profielsteen. In elke vensteras drie segmentboogvormige houten kruiskozijnen met een horizontale indeling van het glaspaneel. Slechts in de eerste laag van de vierde vensteras is het venster verwijderd en vervangen door een verdiept geplaatste rechthoekige houten deur. De binnenplaatsgevel van de NOORDVLEUGEL, deels aan het oog onttrokken door de overkapping van de binnenplaats, telt vier vensterassen over twee bouwlagen. In de eerste laag segmentboogvormige houten kruiskozijnen met horizontaal ingedeeld glaspaneel, in de tweede laag segmentboogvormige houten vensters met verticale geleding en dubbele horizontale indeling van het glaspaneel. Ook deze deels witgesausde gevel kenmerkt zich door profiellijsten met kruismotieven, deels geprofileerde vensterstrekken en muizetanddecoraties.

 Zicht op het altaar. Foto: april 2006

 Zicht naar achteren. Foto: april 2006

De INTERIEURindeling van dit carré-vormige kloostergebouw uit 1889 is, met uitzondering van de kapel, meermalen gewijzigd en bevat geen beschermde onderdelen. Het INTERIEUR van de Andreaskapel kenmerkt zich door een éénbeukig schip van drie traveeën, zonder kruisarmen en voorzien van vernieuw glas-in-lood. Kruisribgewelven op drievoudige pilasters, voorzien van kapitelen met acanthusbladeren. Oxaal over een breedte van twee traveeën, met een opengewerkte houten balustrade in neo-gotische stijl. In het interieur van de kapel zijn onder meer van belang de houten altaartafel met reliëf, drie neo-gotische altaarstukken (voorstellende Maria met Kind Jezus, H.Hart en H.Andreas), de op doek geschilderde kruiswegstaties en de grafsteen van Pater Andreas Prevot SCJ, stichter van het klooster.


Waardering

Het oudste onderdeel van het H.Hartklooster aan de Leijenbroekerweg vertegenwoordigt algemeen belang en is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een historisch-politieke (de Kulturkampf), geestelijke en typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de bouwstijl, de esthetische kwaliteiten van het geheel, de ornamentiek en de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur. Het pand vormt het oudste bouwdeel van het H.Hartklooster, dat vanwege de situering verbonden is met de ontwikkeling van het oude gehucht Leijenbroek en het buitengebied van Sittard. Het gebouw is van bijzondere betekenis voor het aanzien van de gemeente Sittard.

Het kloostergebouw beschikt wat betreft het exterieur en het interieur van de Andreaskapel over een redelijk tot hoge mate van architectonische gaafheid. Het gebouw is van belang in relatie tot de visuele gaafheid van de bebouwde omgeving. Bovendien beschikt het pand in regionaal perspectief over een redelijke architectuurhistorische en hoge cultuurhistorische zeldzaamheidswaarde.

Inleiding  (nummer 521605)

Foto: Job van Nes, juni 2011

KLOOSTERVLEUGEL, 1896, in een negentiende eeuwse traditionele bouwstijl. Onderdeel en als zodanig de eerste uitbreiding van het klooster van de Missionarissen van het H.Hart (Moet zijn: Priesters van het Heilig Hart (SCJ) Marieke Smulders, 2012)  te Leijenbroek. Deze kloostervleugel werd in noordelijke richting, parallel aan de Leijenbroekerweg, opgetrokken, aan de noordwestzijde een rechte hoek vormend met de noordvleugel van het kloostercarré uit 1889.

De kloostervleugel werd aan de westzijde, achter het trappenhuis, uitgebreid met een aanzienlijke, boven de goothoogte uitkomende aanbouw van vier lagen onder plat, waarin voor elke bouwlaag, inclusief de zolderverdieping, toileteenheden werden geplaatst. In de oksel van achtergevel en aanbouw bevindt zich een hoge schoorsteen. Aan de korte zuidgevel bevindt zich een aanbouw van drie lagen onder plat. Beide aanbouwen zijn UITGESLOTEN van bescherming.


Omschrijving

Kloostervleugel met een souterrainverdieping, drie BOUWLAGEN en een ZOLDERVERDIEPING op een langgerekte en smalle rechthoekige PLATTEGROND. Het geheel wordt gedekt door een zadeldak met oud-Hollandse pannen. Bakgoten, steunend op kroonlijst. De kloostervleugel is opgetrokken in bakstenen, gemetseld in kruisverband en voorzien van gesneden voegen. Kunststenen dorpels.

Geheel symmetrische VOORGEVEL aan de oostzijde, vanwege de kloosteruitbreidingen van 1910 en 1928 vanaf de Leijenbroekerweg niet meer zichtbaar. Deze gevel heeft een centraal geplaatste, risalerende entree van één as met lisenen, uitlopend in een topgevel met vleilagen en een lege spitsboogvormige beeldennis met kunststenen console. De gevelvelden aan weerszijden tellen elk vier vensterassen en zijn voorzien van een lage geprofileerde plint met profiellijst. Tussen de bouwlagen bevinden zich dubbele profiellijsten, waartussen kruismotieven in baksteen. Kroonlijsten met muize- en bloktanddecoraties.

De vensterassen hebben in elke laag een segmentboogvormig houten kruiskozijn met horizontaal ingedeeld glaspaneel en verdiept geplaatst in een nis met afgeronde profiellijst en decoratieve strek. In de eerste laag van het middenrisaliet bevindt zich een rechthoekig houten deur met decoratief geleed spitsboogvormig bovenlicht, het geheel geplaatst in een getrapt uitgemetselde spitsbooglijst in lichtrode profielsteen.

De ACHTERGEVEL aan de westzijde is op identieke wijze ingedeeld als de voorgevel, maar wordt door de aangebouwde toileteenheid verdeeld in een noordelijk gevelvlak met vier vensterassen en een zuidelijk gevelvlak met zes vensterassen. In de geprofileerde plint zijn in elke as segmentboogvormige houten souterraindeuren geplaatst. De zuidelijke gevelhoek is voorzien van een liseen.

In de vanwege een aanbouw gedeeltelijk aan het oog onttrokken ZUIDGEVEL zijn over drie lagen twee vensterassen zichtbaar, waarin segmentboogvormige houten kruiskozijnen met horizontaal ingedeeld glaspaneel. De kopgevel is voorzien van vleilagen en een rond venster met kruisvormige indeling.

De INTERIEURINDELING van deze kloostervleugel is meermalen gewijzigd door de inrichting van klaslokalen, toegankelijk via een centrale gang aan de oostzijde. In de eerste laag zijn nog de gietijzeren kolommen op vierkante hardstenen basementen zichtbaar, die de plafonds dragen. De oorspronkelijke plafonds zijn aan het oog onttrokken door middel van verlaagde systeemplafonds.


Waardering

De uitbreiding van het H.Hartklooster aan de Leijenbroekerweg vertegenwoordigt algemeen belang en is van cultuurhistorische waarde als uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de bouwstijl, de esthetische kwaliteiten en de ornamentiek. De kloostervleugel is een essentieel onderdeel van het H.Hartklooster, dat vanwege de situering verbonden is met de ontwikkeling van het oude gehucht Leijenbroek en het buitengebied van Sittard. Het gebouw is van betekenis voor het aanzien van de gemeente Sittard. De kloostervleugel beschikt voor wat betreft het exterieur over een redelijk tot hoge mate van architectonische gaafheid. Bovendien is deze vleugel van belang in relatie tot de visuele gaafheid van de bebouwde omgeving. Bovendien beschikt de kloostervleugel in regionaal perspectief over een redelijke architectuurhistorische en hoge cultuurhistorische zeldzaamheidswaarde.

Inleiding  (nummer 521606)

Voormalige Duitstalige kloosterschool, 1900, in traditionele stijl. Onderdeel en als zodanig de tweede uitbreiding van het klooster van de Missionarissen van het H.Hart te Leijenbroek. Deze schoolvleugel werd dwars tegen de noordelijke kopgevel van de kloostervleugel uit 1896 gebouwd, in oostelijke richting naar de Leijenbroekerweg. De tegen de zuidgevel aangebrachte brandtrap is UITGESLOTEN van bescherming.                 


Omschrijving

Kloosterschool met souterrainverdieping, drie BOUWLAGEN en zolderverdieping op een rechthoekige PLATTEGROND. Het geheel wordt gedekt door een samengesteld ZADEL- EN SCHILDDAK met muldenpannen. Bakgoten. Dakvensters en een schoorsteen met profielrand op het zuidelijke dakvlak, een schoorsteen boven de gevelhoek op het noordelijke dakvlak.

De kloosterschool is opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband, met gesneden voegen. Lichtrode profielbakstenen. Hardsteen, pleisterwerk.

De regelmatig ingedeelde ZUIDGEVEL telt vijf vensterassen over drie lagen. De gevel heeft een geprofileerde plint met rode bakstenen profiellijst en wordt horizontaal geleed door doorlopende hardstenen dorpellijsten. In de eerste en tweede bouwlaag zijn rechthoekige houten kruiskozijnen in spitsbooglijsten geplaatst, met siermetselwerk in de vulstukken. In de eerste as van de eerste laag bevindt zich een entreepartij, waarin de oorspronkelijke deur is vervangen door een rechthoekige houten deur van kleiner formaat. Boven deze deur een nieuwe strek. De oorspronkelijke spitsboogvormige bovenlichtlijst met hardstenen deurlatei, rechthoekig verticaal ingedeeld houten bovenlicht en siermetselwerk in het vulstuk is intact gebleven.

De derde bouwlaag is voorzien van rechthoekige verticaal ingedeelde houten vensters met horizontaal ingedeelde glaspanelen, in een segmentbooglijst met gepleisterde vulstukken. Vernieuwde strekbogen. Kroonlijst met muizetanddecoraties.

De WESTGEVEL en de OOSTGEVEL worden aan het oog onttrokken door de respectievelijk in 1913 aangebouwde 'Kaiserbau' en de kloosterkerk uit 1928.

De NOORDGEVEL is asymmetrisch ingedeeld. In de ten dele geprofileerde plint met rode profiellijst vijf in vorm variërende segmentboogvormige houten souterrainvensters, ten dele voorzien van traliewerk. De door hardstenen dorpellijsten horizontaal geaccentueerde gevelindeling wordt doorbroken door twee boven elkaar geplaatste reeksen met drie gekoppelde, horizontaal ingedeelde stalen spitsboogvensters met gekleurd glas. In de benedenreeks zijn de vensters ten dele dichtgemetseld.

In de overige vensterassen - twee ten westen en vier ten oosten van het trappenhuis - zijn in de eerste en de tweede bouwlaag rechthoekige houten kruiskozijnen met horizontaal ingedeeld glaspaneel geplaatst. Deze vensters liggen enigszins verdiept in een spitsboogvormige lijst met rollagen en vlechtingen in de vulstukken. In de derde laag rechthoekige, verticaal ingedeeld houten vensters met een horizontaal ingedeeld glaspaneel. Deze vensters hebben een segmentboogvormige lijst met gepleisterd vulstuk. De eerste vensteras aan de oostzijde wordt in de eerste laag aan het oog onttrokken door de verbindingsgang tussen de Duitstalige school en de sacristie van de kloosterkerk.

Het INTERIEUR van de kloosterschool, vrijwel geheel bestaand uit klaslokalen, is aangepast.


Waardering

De kloostervleugel van de voormalige Duitstalige school vertegenwoordigt algemeen belang en is van cultuurhistorische waarde als uitdrukking van een culturele, geestelijke en typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de bouwstijl, de esthetische kwaliteit en de ornamentiek. De kloosterschool is een essentieel onderdeel van het H.Hartklooster, dat vanwege de situering verbonden is met de ontwikkeling van het oude gehucht Leijenbroek en het buitengebied van Sittard. Het gebouw is van redelijke betekenis voor het aanzien van de gemeente Sittard. De kloosterschool beschikt voor wat betreft het exterieur over een redelijk tot hoge mate van architectonische gaafheid en is van belang in relatie tot de visuele gaafheid van de bebouwde omgeving. Bovendien beschikt de kloosterschool in regionaal perspectief over enige architectuurhistorische en met name over een hoge cultuurhistorische zeldzaamheidswaarde.

Inleiding (Nummer 521607)

KLOOSTERVLEUGEL, ca. 1910, in traditionele stijl met elementen van Neo-Gotiek. Onderdeel en als zodanig de derde uitbreiding van het klooster van de Missionarissen van het H.Hart te Leijenbroek. Deze kloostervleugel werd in noordelijke richting, parallel aan de Leijenbroekerweg opgetrokken, aan de noordoostzijde een rechte hoek vormend met de noordgevel van het kloostercarré uit 1889.


Omschrijving

Sober vormgegeven kloostervleugel met souterrainverdieping, twee BOUWLAGEN en zolderverdieping op een langgerekte en smalle rechthoekige PLATTEGROND. Het geheel wordt gedekt door een samengesteld ZADEL- EN SCHILDDAK met muldenpannen. Bakgoten, rustend op een kroonlijst. Op het achterdakvlak aan de westzijde bevinden zich een hoge schoorsteen met profiellijsten en drie zoldervensters.

De oostgevel aan de straatzijde is opgetrokken in rode baksteen, de westgevel in grove ringovensteen. Beide gevels zijn gemetseld in kruisverband en hebben gesneden voegen. De oostgevel heeft ornamenten in lichtrode profielsteen en lichtrode, geglazuurde keramische dorpels. Hardstenen lateien. Stucwerk. Kunststenen venstertraceringen. De asymmetrisch ingedeelde OOSTGEVEL telt vijf assen, waarvan de vierde uitloopt in een tuitgevel. De gevel is voorzien van een lage geprofileerde plint met lichtrode profiellijst. De vijf assen worden onderling gescheiden door lisenen, de bouwlagen door een dubbele horizontale uitgemetselde profiellijst met kruismotieven. Kroonlijst in lichtrode profielsteen. In vier assen is in elke laag een spitsboogvormig houten venster geplaatst. Deze vensters zijn verticaal ingedeeld, hebben geornamenteerde stijlen, een dubbele horizontale indeling van het glaspaneel en glas-in-lood bovenlichten met houten traceringen. Al deze vensters zijn verdiept geplaatst in spitsbooglijsten in lichtrode profielsteen. In de vierde as bevindt zich de entreepartij. De lisenen lopen uit in de schouderstukken en boogfries van de tuitgevel. Deze tuitgevel heeft gestucte schouderstukken, een nokkruis, spitsboogfriezen in lichtrode profielsteen en een blind oeil-de-boeuf-venster. In de eerste laag, in een spitsboogvormige lichtrode bakstenen profiellijst, een rechthoekige houten deur van recenter datum onder een hardstenen latei met consoles. Daarboven een spitsboogvormig glas-in-lood bovenlicht met neo-gotische kunststenen traceringen. In de tweede laag is wederom een houten spitsboogvenster geplaatst, identiek aan de vensters in de overige vensterassen. De WESTGEVEL is asymmetrisch ingedeeld. Elf vensterassen over twee lagen. Een geprofileerde plint met gepleisterde lijst, in elke as voorzien van een souterrainvenster met traliewerk. Tussen de bouwlagen bevindt zich wederom een horizontale dubbele profiellijst, waartussen geprofileerd uitgemetselde kruismotieven. Kroonlijst met muizetanddecoratie. In de vierde as vanaf de noordzijde bevindt zich de entreepartij, waarvan de lisenen uitlopen een tuitgevel met schouderstukken en vleilagen.

Voor deze entreepartij bevinden zich vijf terrazzo traptreden, aan weerszijden voorzien van een baksteen balustrade. Deze geven toegang tot een rechthoekige dubbele houten entreedeur met spitsboogvormig glas-in-lood bovenlicht, waarin een voorstelling van het H.Hart. Spitsboogvormige strek. In de tweede laag van de entreepartij een rechthoekig houten kruiskozijn met horizontaal geleed glaspaneel in een segmentbooglijst. In de topgevel een rechthoekig houten venster in een segmentbooglijst. Schoon metselwerk in de vulstukken.

In de overige vensterassen bevindt zich in elke laag een rechthoekig houten kruiskozijn met horizontaal geleed glaspaneel. Schoon metselwerk in de vulstukken. Uitsluitend in de eerste as vanaf de noordzijde zijn hoog ingezette, rechthoekige houten vensters geplaatst.

Het INTERIEUR van de kloostervleugel is wat betreft de indeling ten dele gewijzigd door de plaatsing van enkele tussenwanden in de kloostergangen aan de straatzijde. De indeling is eenvoudig van opzet: een kloostergang, waarop de vertrekken - voorzien van rechthoekige houten paneeldeuren in lijsten - uitkomen.


Waardering

De kloostervleugel vertegenwoordigt algemeen belang en is van cultuurhistorische waarde als uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de bouwstijl, de esthetische kwaliteit, het materiaalgebruik en de ornamentiek. De vleugel is een essentieel onderdeel van het H.Hartklooster, dat vanwege de situering verbonden is met de ontwikkeling van het oude gehucht Leijenbroek en het buitengebied van Sittard. Het gebouw is van betekenis voor het aanzien van de gemeente Sittard. De kloosterschool beschikt wat betreft het exterieur over een hoge en wat betreft het interieur over een redelijke mate van architectonische gaafheid en is verder van belang in relatie tot de visuele gaafheid van de bebouwde omgeving. Bovendien beschikt de kloostervleugel in regionaal perspectief over architectuurhistorische en met name over een hoge cultuurhistorische zeldzaamheidswaarde.

Inleiding  (Nummer 521608)

KLOOSTERVLEUGEL voor studentenhuisvesting genaamd 'Kaiserbau', 1913, in traditionele stijl met elementen van Neo-Gotiek. Onderdeel en als zodanig de vierde uitbreiding van het klooster van de Missionarissen van het H.Hart in Leijenbroek. Deze kloostervleugel werd in westelijke richting, in het verlengde van de westgevel van de Duitse school opgetrokken, een rechte hoek vormend met de westgevel van de kloostervleugel uit 1896.


Omschrijving

De Kaiserbau bestaat uit een aanzienlijk middenvolume met een hoge en verdiept gelegen souterrainverdieping, drie BOUWLAGEN en een zolderverdieping, gedekt door een ZADELDAK met muldenpannen. Dit middenvolume wordt aan weerszijden geflankeerd door een traptoren met souterrainverdieping en vijf bouwlagen onder PLAT. Het plat van beide torens is rondom voorzien van een opengewerkte baksteenbalustrade.

Deze kloostervleugel kenmerkt zich door een souterrainverdieping met lichtstraat overlopend in de geprofileerde plint met lichtrode profiellijst. Bakstenen optrek in kruisverband, gepleisterde dorpels. Venstervulstukken in schoon metselwerk, getoogde strekken.

De oostelijke traptoren aan de ZUIDGEVELzijde is onregelmatig ingedeeld. De vensterkozijnen van de verschillende lagen zijn geplaatst tussen hoeklisenen, uitlopend in de baksteenbalustrade rond het platte dak. Ter hoogte van het souterrain drie rechthoekige houten zesruitsvensters. In de eerste en tweede laag in formaat verschillende rechthoekige dubbele houten kruiskozijnen met kleine roedeverdeling. In de derde laag twee rechthoekige houten vensters, verticaal ingedeeld, met decoratieve geleding van de glaspanelen, geplaatst in een segmentboogvormige lijst. De vierde bouwlaag heeft drie smalle rechthoekige houten vensters, horizontaal ingedeeld en voorzien van een vierruits bovenlicht. In de vijfde laag twee rechthoekige houten vensters met verticaal ingedeeld bovenlicht, waartussen een verhoogd geplaatst rechthoekig houten venster. Het middenvolume telt aan de zuidgevelzijde twaalf vensterassen. Elf assen zijn op gelijke afstand van elkaar geplaatst, de tussenruimte met twaalfde vensteras aan de oostzijde is groter. In elke as bevinden zich drie rechthoekige houten T-vensters met achtruits bovenlicht en horizontaal ingedeeld glaspaneel. Deze vensters zijn geplaatst in segmentbooglijsten met schoon metselwerk in de vulstukken en een getoogde strek. Deze gevelindeling wordt niet voortgezet in de souterrainverdieping, welke vanwege de helling van het perceel naar de westzijde toe steeds minder aan het oog wordt onttrokken. Hierin zes rechthoekige, dubbele houten kruiskozijnen met dubbele horizontale indeling van het glaspaneel en zesruits roedeverdeling in de bovenlichten. Het venster aan de westzijde is dichtgemetseld, aan de oostzijde van de vensterreeks bevindt zich een rechthoekig stalen venster.

De westelijke traptoren aan de zuidgevelzijde, in vergelijking met de oostelijke traptoren voorzien van een smallere gevelbreedte, telt in elke laag twee vensterassen. In de souterrainverdieping en de eerste bouwlaag rechthoekige smalle houten vensters met horizontale indeling van het glaspaneel en zesruits bovenlichten. In de tweede tot en met de vierde laag bevinden zich soortgelijke vensters, maar met vierruits bovenlicht. In de vijfde laag twee smalle, rechthoekige houten vensters met T-vormig bovenlicht.

De korte WESTGEVEL, voorzien van hoeklisenen, telt drie vensterassen, maar is onregelmatig ingedeeld. In het souterrain, uitlopend in een geprofileerde plintlaag met rode profiellijst, bevinden zich twee reeksen vensters: zeven later aangebrachte rechthoekige houten souterrainvensters, oorspronkelijk voorzien van een kruisvormige indeling; hierboven twee rechthoekige houten T-vensters met kleine roedeverdeling in de glaspanelen. De vensteras aan de zuidzijde heeft over de gehele gevelhoogte uitsluitend geblindeerde vensterlijsten. In de middenas zijn in de eerste tot en met de derde laag rechthoekige houten kruiskozijnen met een dubbele horizontale indeling van de glaspanelen geplaatst. In de vierde en vijfde laag van de middenas en de eerste en tweede laag van de noordelijke vensteras rechthoekige houten T-vensters met een kleine roedeverdeling van de glaspanelen. In de derde laag van de noordelijke as vijf gekoppelde rechthoekige houten vensters met bovenlicht en horizontale indeling van het glaspaneel. In de vierde en vijfde laag zijn de vensterlijsten blind. Alle vensterlijsten hebben kunststenen dorpels en een strek.

De NOORDGEVEL van de Kaiserbau is in grote lijnen op dezelfde wijze ingedeeld als de zuidgevel, maar is rijker in ornamentering, bijvoorbeeld door de kroonlijst met cassettemotieven in de traptorens, de kroonlijst met muizetanddecoraties, lichtrode bakstenen plintprofielen, etc. De westelijke hoektoren heeft in het souterrain een rechthoekige houten deur met bovenlicht; in de eerste en tweede laag twee rechthoekige houten vensters met zesruits bovenlicht en de horizontale indeling van het glaspaneel; in de derde tot en met de vijfde laag zijn deze vensters voorzien van een vierruits bovenlicht.

Het middenvolume beschikt ook aan de noordzijde over twaalf vensterassen over drie bouwlagen, op identieke wijze over de gevel verdeeld als aan de zuidzijde. In elke vensteras zijn drie rechthoekige houten T-vensters met horizontaal ingedeeld glaspaneel en twaalfruits bovenlicht bovenlicht geplaatst. Deze vensters liggen enigszins verdiept in spitsboogvormige lijsten met vlechtingen in de vulstukken. In het souterrain bevinden zich zes rechthoekige dubbele houten kruiskozijnen met zesruits bovenlichten en dubbele horizontale indeling van de glaspanelen. Een van deze vensters is vervangen door een dubbele houten deur.

De oostelijke traptoren is in de souterrainverdieping voorzien van een recente rechthoekige houten deur met glas-in-lood zijlichten, in de eerste laag van drie smalle rechthoekige houten vensters met bovenlicht en glas-in-lood. In de tweede tot en met de vijfde laag zijn deze vensters voorzien een vierruits bovenlicht en een horizontale indeling van het glaspaneel.

In het INTERIEUR wordt de indeling van de bouwlagen gekenmerkt door centrale gangen, waaraan zich aan weerszijden klasruimten bevinden. Deze indeling is niet authentiek. Beschermenswaardig zijn met name de gestucte cassetteplafonds met kooflijsten en rozetten in het souterrain, steunend op geornamenteerde gietijzeren kolommen met achtzijdige hardstenen basementen en de trappenhuizen in de traptorens.


Waardering

De Kaiserbau vertegenwoordigt algemeen belang en is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een culturele, geestelijke en typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de bouwstijl, de esthetische kwaliteiten en de ornamentiek. De Kaiserbau is een essentieel onderdeel van het H.Hartklooster, dat vanwege de situering verbonden is met de ontwikkeling van het oude gehucht Leijenbroek en het buitengebied van Sittard. Het gebouw is van betekenis voor het aanzien van de gemeente Sittard. Het gebouw beschikt voor wat betreft het exterieur en delen van het interieur over een redelijk tot hoge mate van gaafheid en is daarnaast van belang voor de visuele gaafheid van de bebouwde omgeving. Bovendien beschikt deze kloostervleugel in regionaal perspectief over een redelijk tot hoge architectuur- en cultuurhistorische zeldzaamheidswaarde.

(Datum: 19-03-2001).

Extra Informatie

Er bestond een concregatie Missionarissen van het Heilig Hart en een Concreagatie van de Priesters van het Heilig Hart (SCJ). Beide congregaties hebben hun wortels in 19e eeuws Frankrijk en zijn aan de verering van het Heilig Hart toegewijd. De MSC hebben zich echter vooral op de missie toegelegd, terwijl de SCJ naast de missiewerkzaamheden ook op diverse terreinen in Nederland actief zijn geweest. De Missionarissen vestigden zich vanuit Frankrijk in Tilburg, de Priesters SCJ in kasteeltje Watersleyde bij Sittard (en verhuisden in 1889 naar Leyenbroek). Bron: Marieke Smulders, 2012.

Klooster Priesters van het H.Hart (SJC) met Andreaskapel (Leyenbroek)
Klooster Priesters van het H.Hart (SJC) met Andreaskapel (Leyenbroek)
Klooster Priesters van het H.Hart (SJC) met Andreaskapel (Leyenbroek)
Klooster Priesters van het H.Hart (SJC) met Andreaskapel (Leyenbroek)