HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 23-04-2017

Lambertus

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Lambertus
Dekenaat/kerkverband: Horst
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Swolgen
Gemeente: Horst aan de Maas
 
Adres: Mgr. Aertsstraat 6
Postcode: 5866 BH
Coördinaten: x: 205689, y: 389427
 
Rijksmonumentennummer: 28443 Code: 5866BH-00006-01
Kadastrale gegevens: Meerlo 002 B 3642, B 3898, B 4421, B4422
Bouwpastoor/bouwpredikant: W.G.H. Halmans
 
Architect(en):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Zuidzijde. Foto: Sander van Daal, juli 2007

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

St Lambertuskerk. Laatgotisch driezijdig gesloten koor, XV; pseudobasilikaal schip met behoud van enige resten na de oorlog herbouwd en vergroot; westtoren eveneens van na de oorlog. Tot de inventaris behoren o.a.: romaans doopvont; houten beelden: calvarie, XVd; twee madonna's, ca. 1500; H. Catharina, XVIa; H. Bernardus, ca. 1500; H. Agnes, ca. 1500; H. Antonius Abt, ca. 1500; H. Antonius van Padua, XVII B; H. Lambertus, XVIII A; H. Hubertus, XVIII A; vier beeldjes van de evangelisten, XVIII A; crucifix, XVIII A. Op het kerkhof een grafkruis, 1685. Klokkenstoel met gelui bestaande uit twee klokken van G. van Venlo en J. van Stralen, 1514, diam. resp. 125 cm en 102 cm. (Datum: 11-07-1968)

Ruimtelijke context

De Lambertuskerk ligt centraal in de kern van Swolgen op een locatie waarin de hoge-Middeleeuwen al een zaalkerkje stond. Langs de kerk loopt de Mgr. Aertsstraat, die de verbinding vormt tussen Tienray en Broekhuizenvorst. Tussen de noordgevel van de kerk en de Mgr. Aertsstraat ligt een pleintje. Ten zuiden van de kerk ligt het kerkhof met de voormalige 19e-eeuwse pastorie. De omliggende bebouwing is vrij laag, waardoor de toren als landmark kan fungeren.

Type

Laat-gotisch, polygonaal bakstenen koor met pseudobasilikaal schip deels (voor circa vijftig procent) vergroot en verbouwd in dezelfde trant als het vanouds bestaande deel. De kerk is een rijksmonument.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

 Vooroorlogse kerk (Bron: De verwoeste kerken van Limburg)

De opgravingen, die na de Tweede Wereldoorlog werden uitgevoerd binnen de ruïnes van de kerk, brachten de fundamenten van een uit ijzeroersteen opgetrokken zaalkerkje met een iets later aangebouwd rechtgesloten koor aan het licht. In de veertiende eeuw verrees tegen de westgevel een bakstenen toren. Het polygonale koor en middenschip werd in de vijftiende eeuw gebouwd, waarna in de daaropvolgende eeuw twee zijbeuken werden opgetrokken en de kerk het aanzien kreeg van een hallenkerkje. Architect Caspar Franssen bouwde in 1910 een nieuwe doopkapel en sacristie aan. Ir. Jos Cuypers voerde in 1921 een grondige restauratie uit. Eind 1944 werd de kerk opgeblazen. De toren, de gewelven, het dak en een pijler werden geheel vernield.

Huidige kerk

Op 24 augustus 1945 maakte pastoor J. Eggelen aan het bisdom bekend dat hij de kerk op de oude locatie wilde herbouwen en tevens flink uitbreiden. ‘Maar die dikkerd (sic) v. pilaren moeten er in ieder geval uit’, aldus Eggelen. De parochianen wilden ze kwijt en zij immers dienden de kerk te gebruiken. Architect Kayser maakte uiteindelijk een ontwerp waarbij de buitenmuren bleven staan, maar waarbij het middenschip verbreed werd. De zijbeuken werden in die opzet gereduceerd tot processiegangen. Het kerkbestuur verzocht de minister van Onderwijs, Kunst en Wetenschappen om de monumentenstatus van de kerk op te heffen om de verbouwing mogelijk te maken. Dit geschiedde, maar had wel als consequentie dat de parochie slechts 75 in plaats van 90 procent subsidie zou verkrijgen. Hier kon het kerkbestuur zich in vinden. De bouwkosten zouden immers aanzienlijk lager uitvallen, als men niet met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg rekening hoefde te houden. De aanbesteding vond plaats op 12 april 1952. De firma Gerats en Zoon uit Blerick was de laagste inschrijver. Op 19 augustus 1952 gaf de BBC toestemming om de toren op te trekken tot 18,8 meter, de dakruiter met koper te bekleden en in het schip een tegelvloer te leggen. Het oude koor, alsmede de twee oostelijke traveeën van het middenschip werden gerestaureerd. Het schip werd met drie traveeën verlengd en er verrees een westtoren. De gewelven werden, met uitzondering van die in het koor, vernieuwd. De ‘dikkerd van pilaren’ ruimden het veld om plaats te maken voor rankere exemplaren, die meer terzijde stonden. Alle parochianen hadden zo ongehinderd zicht op het altaar. De kerk werd op 23 mei 1953 ingezegend.

Exterieur

Noordzijde met toren en ingang. Foto: juni 2008

Koor, sacristie en de twee oostelijke traveeën zijn restanten van de vooroorlogse kerk. Ofschoon getracht is bakstenen te kiezen die sterk overeenkwamen met de oorspronkelijk gebruikte is toch een duidelijke bouwnaad tussen oud en nieuw waarneembaar. Hetgeen versterkt wordt door het regelmatige staande verband in de nieuwbouw en het onregelmatige verband in de oude bouw. De ongelede toren heeft een rechthoekig grondplan met terzijde een traptorentje. Alle dakpartijen zijn met leien gedekt. De klokkenverdieping is op de hoeken afgeschuind en heeft aan de vier zijden twee rondbogige galmgaten met daarboven een mergelstenen waterlijst. De ingesnoerde naaldspits heeft een uivormige beëindiging met daarop een kruis. Onder in de toren zijn enige vensters aangebracht. In de zuidgevel is een pseudodichtgemetseld raam gemaakt. Waarschijnlijk om hoge ouderdom te suggereren. (De heer Elbers, kerkmeester van de St. Lambertusparochie, merkte in juli 2012 hierbij het volgende op: In werkelijkheid heeft dit dichtgemetselde raam een functie gehad. Bij de bouw van de (kerk)toren was dit raam open, en stond in verbinding met de zolder boven de zangtribune. De twee luidklokken zijn door dit raam naar de zolder gehesen en van daar uit door een luik recht omhoog naar de klokkenstoel. Hierna is de raam dichtgemetseld. Op de zolder is deze raam ook nog zichtbaar, evenals het luik naar de klokkenstoel.
Het is dus geen cosmetisch foefje, maar tijdens de bouw een werkelijkeopening geweest.)
Een uitgebouwd portaal en een soort westtransept. Analoog aan de oude kerk heeft het nieuwe deel van het schip steunberen. De lessenaardaken van de zijbeuken zijn gedekt met leien, evenals het zadeldak van het schip. De lichtbeuk heeft geen vensters. Op het schip staan vier dakkapellen en een dakruiter met naaldspits. De travee bij de toren op de zuidgevel is als transept uitgebouwd. Hier staat de doopvont. Aan de noordzijde is terzelfder plaats het ingangsportaal uitgebouwd. Het transept en het portaal hebben zadeldaken.

Interieur

Zicht op het priesterkoor. Foto: Sander van Daal, juli 2007

Zicht op de zangtribune

Via het voorgebouwde portaal bereikt men door een dubbel houten, van glas-in-lood voorziene, tochtdeuren het schip. Rechts van de ingang staat de toren. Deze is met een grote spitsboog richting het schip geopend. In de toren is de zangtribune ondergebracht. De tribune rust op een arcade van drie segmentbogen en twee zuilen. De houten balustrade is kunstig bewerkt met ajour cirkels en kruisen. Onder de toren is een vlak gedekte ruimte waar enige banken staan. Tegenover de hoofdingang ligt het ‘transept’ met de romaanse doopvont. Op de vloeren van schip en zijbeuken ligt Noorse leisteen. De binnenmuren en gewelven zijn lichtgrijs afgecementeerd. Het schip telt vijf overkluisde traveeën. Het middenschip heeft kruisgraatgewelven. In de processiegangen zijn tongewelven. Er zijn wel scheibogen, maar geen gordelbogen. De gewelven rusten op zuilen voorzien van hardstenen, gefrijnde teerlingkapitelen. Tussen middenschip en koor staat een triomfboog. Het koor verheft zich drie treden boven het vloerniveau van de kerk koor Naamse hardsteen. Het koor is overwelfd met ribkruisgewelven, die rusten op kraagsteentjes.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

Blijkens het “Aardrijkskundig woordenboek” van van der Aa was deze kerk in 1847 “van een orgel voorzien”; rond 1940 werd een nieuw orgel geplaatst dat in 1944 verloren ging; Gebr.Vermeulen (Weert) bouwden in 1955 voor de herstelde kerk een nieuw tweemanuaals orgel.

                               Hoofdwerk                           Zwelwerk                              Pedaal

                               Prestant 8’                            Holpijp 8’                              Subbas 16’

                               Roerfluit 8’                            Prestant 4’                           Octaafbas 8’

                               Octaaf 4’                               Blokfluit 4’                            Gedekt 8’

                               Mixtuur II-III-IV                    Octaaf 2’                               Octaaf 4’

                                                                            Tertiaan II

                                                                            Trompet 8’

Bron : G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Afbeeldingen

In absis, drie maal acht taferelen uit het leven van Christus, boven taferelen respectievelijk God de Vader met Geestesduif en vier evangelisten met symbolen.

Raam (links): In driepas de namen LUCAS en MARCUS. Beide evangelisten schrijvend met op de achtergrond hun symbolen: stier en leeuw. Voorstelling uit het leven van Christus: de doop in de Jordaan, de bruiloft te Kana, Jezus bedaart de golven, de wonderbare broodvermenigvuldiging, Maria Magdalena zalft Jezus’ voeten, de opwekking van Lazarus, de roeping van Zacheüs, de intocht in Jeruzalem.

Raam (midden): In de driepas God de Vader met de Geestesduif. Daaronder twee knielende cherubijnen. Voorstellingen uit de kindheid van Jezus: de verkondiging, de stal te Bethlehem, de aanbidding door de Drie Koningen, de besnijdenis, de opdracht in de tempel, de vlucht naar Egypte, Christus als leraar in de tempel, Jezus helpt Jozef in zijn werkplaats.

Raam (rechts): In de driepas de namen MATTHEUS en JOHANNES. Beide evangelisten schrijvend met op de achtergrond hun symbolen: engel en adelaar. Voorstellingen van Christus na de verrijzenis: de verrijzenis, de ontmoeting in de hof van Olijven, de Emmaüsgangers, Christus opent de poorten van de hel, de ongelovige Thomas, Christus overhandigt Petrus de hemelsleutel; de hemelvaart van Christus, het Lam Gods staande boven de vier paradijs-stromen en aanbeden door een engel en een bisschop die het bloed opvangt in een kelk.

Neogotisch exemplaar. Op de hoek aan de voorzijde staan twee zuiltjes. De tombe zelf is versierd met spitsbogen die een vierpas begrenzen met een voorstelling van het Lam Gods rustend op het Boek met de Zeven Zegels.

Tabernakel, messing, Esser, Weert, 1922. Messing, aan de voorzijde zijn twee deuren aangebracht met in spitsbogen voorstellingen van de engel die de boodschap brengt aan Maria. Boven de engel is de hand Gods afgebeeld, boven Maria de H. Geest. Onder de voorstellingen staat de inscriptie: ECCE VIRGO IN UTERO HABEBIT ET PARIET FILIUM ET VOCABUNT EJUS NOMEN EMMANUEL QUOD EST INTERPRETATUM NOBISCUM DEUS MATTH. 1.23. Op het tabernakel is een expositietroon gemonteerd. Aan de achterzijde van het tabernakel is ook een deur aangebracht. Hierop staat het chiroteken omgeven door vier kruisjes. De inscriptie luidt: FA UT ARDENT COR MEUM IN AMANDO CHRISTUM DEUM UT SIBI COMPLECECUM.

Tabernakel (ingebouwd), XX (?). IJzeren deur in hardstenen omlijsting. De deuren hebben een traliemotief en drie spitsboogjes bij het sleutelgat.

Vierkant basement, hierop vier vrijstaande zuiltjes en trommel (nieuw); ronde kuip (oud) met op de hoeken vier maskers, waarvan een nieuw, kuip is versierd met ranken, drakenkop en draak; modern koperen deksel met bol en kruis.

Gepolijst hardsteen, boven het bekken een gotische spitsboog.

 
 
 
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus