HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 18-05-2018

Joannes Bosco

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: R.K. Parochies Venlo-Oost: H.Don Bosco, St. Joseph, H. Familie (en H. Geest)
Dekenaat/kerkverband: Venlo-Tegelen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Venlo
Gemeente: Venlo
Wijk: Venlo-Oost
 
Adres: Joh. Boscostraat 20
Postcode: 5914 CA
 
Kadastrale gegevens: Venlo 2240
Bouwpastoor/bouwpredikant: E.M. Gommans
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: Per 1 mei 2016 aan de eredienst ontrokken

Lichte, natuurstenen stipes met daarop een grijs natuurstenen mensa. In de Johannes Boscokapel.

Voorstellingen: gestileerde mens en dierfiguren (vogels).

De banken bestaan uit twee kolommen. In het midden is een stenen kruis aangebracht.

Voorstelling: doop van Christus in de Jordaan. Beschrijving en afbeelding

Meer foto's ››

Ruimtelijke context

 

De Johannes Boscokerk ligt halverwege een natuurlijke helling. Vanaf de kapelaan Nausstraat voert een trap naar de hoofdingang van de kerk. Rondom de kerk liggen plantsoenen en grasvelden. Bomen completeren de groenvoorziening bij de kerk. Achter de koorpartij staat de voormalige pastorie. De voormalige noodkerk ligt tussen de Johannes Boscostraat en de Leutherweg aan een voetpad, dat de verbinding tussen beide straten vormt. De omliggende bebouwing is gedifferentieerd (flats, etagewoningen en bejaardenwoningen) en stamt uit hoofdzakelijk naoorlogse decennia. Vanwege zijn hoge ligging en torens is de kerk vanuit de wijk goed zichtbaar. De Johannes Boscokerk ligt weliswaar centraal in Venlo-Oost, maar vervult geen centrumfunctie.

Type

De Johannes Boscokerk is een georiënteerde basiliek. De lage lichtbeuk echter is vanaf de straat nauwelijks zichtbaar, zodat het basilicale karakter nauwelijks tot uitdrukking komt. De kerk heeft een betonskelet dat met baksteen bekleed is. De twee slanke fronttorens met hun koperen, ui-vormige helmen en het koepelvormige dak geven de kerk een oriëntaals karakter. Ofschoon schip en zijbeuken duidelijk te onderscheiden zijn, is er feitelijk slechts een grote, overkluisde binnenruimte, die een onbelemmerde blik op het liturgisch centrum garandeert. Een bouwkundig afgebakend priesterkoor ontbreekt als zodanig. De banken zijn axiaal opgesteld.

Bouwgeschiedenis

Kort na de eeuwwisseling van 1900 werd in het heideachtige gebied ten oosten van Venlo het retraitehuis ‘Manresa’ door de jezuïeten gesticht. Hier stonden toen nog niet veel huizen, maar dat veranderde sneller dan verwacht. De behoefte aan een eigen parochiekerk werd gevoeld en reeds in 1910 gaf bisschop Drehmanns toestemming om een eenvoudig hulpkerkje te bouwen. Dit werd toegewijd aan O.L.V. van Lourdes en de verzorging geschiedde door de franciscanen, die plannen hadden om in Venlo een klooster te stichten. Het klooster werd echter dichter bij de stad gebouwd, op de Maagdenberg. Hier verrees vervolgens ook een kerk. De deels uit hout opgetrokken hulpkerk werd in gebruik genomen tezamen met een bibliotheek en een schoollokaal. In de oorlog functioneerde het als magazijn en paardenstal. Maar na de oorlog werd de kerk op de Maagdenberg te klein en werd de hulpkerk in 1948 opnieuw in gebruik genomen. In 1950 werd de parochie Don Bosco gesticht en werd de bouwpastoor aangesteld. De eerste plannen van de architecten Rats en Stoks werden in juli 1953 besproken. Tussen beide architecten bestond een werkverdeling. Rats maakte het voorlopige ontwerp en het uitvoeringsontwerp. Stoks bekommerde zich over de globale en de gedetailleerde begroting, het bestek en de uitvoering. Eind 1955 werd het werk gegund aan aannemer J. Coenders uit Arcen. De kosten, zoveel was direct duidelijk, zouden oplopen, omdat de grond waarop de kerk gebouwd zou gaan worden, bestond uit een met zand gevulde leemput. Voor een degelijk fundament waren 120 heipalen nodig, die 10 tot 12 meter de grond in moesten. De strenge winter vertraagde de bouw aanzienlijk. De kerk kon derhalve pas op 8 december 1957 in gebruik genomen worden. De meerkosten werden grotendeels gedekt uit de giften van de duizenden Don Boscovereerders uit Venlo en omgeving.

Veranderingen

De Don Boscokapel is door een vouwwand van het priesterkoor gescheiden. Een soortgelijke doorgang vanuit de sacristie naar het priesterkoor is met hout en smeedijzer dichtgezet. Ter plaatse is het tabernakel neergezet, dat voordien in de noordelijke zijbeuk stond.

Per 1 mei 2016 werd de kerk aan de eredienst onttrokken.

Exterieur

De voorgevel van de kerk wordt gedomineerd door de twee zeshoekige, ongelede klokkentorens. Het gehele buitenmuurwerk is opgetrokken in gele baksteen in wild verband. Boven de rechthoekige betonnen galmgaten loopt een zigzag sierlijst. Bovendien worden de torens daar iets breder. De torenhelmen zijn uivormig en bekleed met koper. Op de helmen staat een ijzeren kruis. De ingangspartij telt drie portalen met houten cassettedeuren. Het middelste portaal heeft een dubbele deur en wordt geaccentueerd doordat het tussen twee steunberen is gesitueerd. Boven dit portaal is een betonnen afdakje aangebracht. Vanwege de veiligheid zijn de portalen recent voorzien van ijzeren hekwerken. In de voorgevel zijn links en rechts van de ingangspartij en torens vierkante, van betonnen maaswerk voorziene vensters aangebracht. Dit maaswerk heeft geometrische vormen. Dit type vensters staat ook in de zijgevels, die door steunberen worden geleed. Alle vensters hebben betonnen omlijstingen. Rondom de kerk, onder de daklijst van de zijbeuken loopt een fries van vierkante betonnen blokken. De beuken hebben platte daken. Het ‘wandak’ van het middenschip is bekleed met bitume. In het midden staat een dakruitertje met een koperen spits. Op de beide uiteinden staan ijzeren kruisen. In de zuidgevel ligt een zij-ingang. In de noordgevel is een toegang tot de kelder gemaakt. Integraal deeluitmakend van de kerk liggen, achter de altaarruimte, de sacristieën en de Johannes Boscokapel. De kapel tekent zich af door de wigvormige uitbouw in de oostgevel. Hier bevindt zich een betonnen maaswerkvenster. De toegang tot de sacristieën wordt gevormd door een houten deur, die eveneens tussen twee contreforten staat. De vensters van de sacristieën zijn rechthoekig zonder enige versiering.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht op de zangtribune

De drie portalen hebben houten met geslepen glas voorziene tochtdeuren. In de noordelijke toren voert een wenteltrap naar de betonnen zangtribune, die een stuk de kerk inkomt. Onder de zuidelijke toren is de doopkapel aangebracht. De vloer is nog in originele, verlaagde toestand, maar de doopvont is verwijderd. In 2002 was de doopkapel in gebruik als Theresiakapel. Het interieur van de kerk is een grote ruimte, die door acht ranke betonnen pijlers verdeeld wordt in een breed middenschip en twee tamelijk brede zijbeuken. Op het eerste gezicht lijkt de kerk van binnen een hallenkerk, aangezien het hoogteverschil tussen zijbeuken en middenschip gering is en omdat de kerk het meest licht ontvangt via de grote ramen in de zijgevels. Als men omhoog kijkt ontdekt men de reeks platliggende lichtbeukvensters. De kerk is op een speciale manier overkluisd. In het middenschip zijn het zeer vlak uitgevoerde zesdelige bakstenen kruisgewelven. In de zijbeuken hebben een vlak betonnen plafond met ronde uitsparingen, die met nagenoeg vlakke in gele baksteen uitgevoerde koepelgewelfjes zijn gevuld. De pijlers van het middenschip hebben geen basementen, maar lopen beneden iets breder uit. De kapitelen zijn sterk gestileerd. Behalve vrijstaand komen de pijlers als wandpijler voor in de oostmuur achter het altaar en in de zijbeuken. In het schip zijn de pijlers met elkaar verbonden door betonnen segmentbogen, in de zijbeuken door betonnen platen. De binnenmuren zijn in rode baksteen in staand verband opgetrokken en niet gepleisterd. De vloeren van de kerk zijn belegd met vierkante gebakken tegels. Een middenpad leidt tussen twee bankenrijen door vanuit het portaal naar het hoofdaltaar. De altaarruimte beslaat de hele breedte van de kerk en is via treden aan de voorzijde bereikbaar. Voor de altaarruimte staan twee natuurstenen communiebanken. Op de hoeken staan twee ambones. Het altaar zelf staat op een supedaneum. Ter weerszijden vormden segmentbogen de toegang tot de Johannes Boscokapel en de sacristie. Links en rechts van het koor zijn eveneens verhogingen aangebracht. Rechts stond eertijds het tabernakel. Thans staan in beide hoeken beelden. Tussen de wandpijlers en de oostmuur van de kerk is ter hoogte van de altaarruimte aan de linkerkant een portaal gebouwd, dat de verbinding vormt tussen de kerk en de Johannes Boscokapel. In de muur naar het koor is een driedelig met glas-in-lood dichtgezet raam gemaakt. Boven het portaal is een kleine tribune gebouwd, die via een deur in verbinding staat met de zangtribune van die kapel. Ter wille van de symmetrie is rechts een soortgelijk bouwsel vervaardigd, dat daar echter geen enkele functie vervult. Vanuit de linker zijbeuk biedt een houten deur toegang tot het bovengenoemde portaal. De Johannes Boscokapel is momenteel ook als dagkerk in gebruik. De plattegrond is merkwaardig. Aan de oostkant heeft de kapel een wigvormige uitstulping. Dit is een relict van een eerder ontwerp, waarbij de kapel georiënteerd zou zijn. Dit plan werd afgekeurd, waarna het altaar op het noorden werd gericht. Naar het noorden toe is de kapel versmald, maar de wig is gehandhaafd. De kapel heeft een zangtribune. Een kleine ruimte naast het altaar geeft via een houten deur toegang tot de jongenssacristie. Een groot raam in de zuidgevel voorziet de kapel van licht. Bovendien zijn er nog lichtbeukvenstertjes in de overgang van schip naar altaarruimte. De banken zijn in twee rijen naar het altaar gericht. Het plafond van het schip heeft een koepelgewelfje, terwijl de altaarruimte een betonnen cassetteplafond heeft.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In 1958 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk een eenmanuaals unit-orgel; dit werd door deze firma in 1963 vervangen door een tweemanuaals orgel, dat echter sedert 2002 buiten gebruik is; sedertdien beschikt de kerk niet meer over een pijporgel.

 

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

 

Lichte, natuurstenen stipes met daarop een grijs natuurstenen mensa. In de Johannes Boscokapel.

Voorstellingen: gestileerde mens en dierfiguren (vogels).

De banken bestaan uit twee kolommen. In het midden is een stenen kruis aangebracht.

Voorstelling: doop van Christus in de Jordaan. Beschrijving en afbeelding

Voorstelling: Annunciatie. Op de linkerdeur staat in een spitsboognis de engel die de boodschap brengt aan Maria. Op de rechterdeur, eveneens in een nis, staat Maria. Boven haar hoofd de H. Geest in de gedaante van een duif. De randen zijn versierd met bladranken en acht rozetten met rode sierstenen. In de neogotische kerk.

Twee betonnen ‘handen’ dragen een gepolijst natuurstenen mensa. Bij gelegenheid van het 25-jarig bisschopsjubileum van Mgr. Lemmens werd een feestgave aan de prelaat geschonken. Naast de bouw van de H. Guleilmuskerk in Maastricht kregen een viertal parochies met zware zorgen een bedrag ten behoeve van een altaar. Deze kerk was er één van, naast de H. Geest, Heerlen; H. Jozef, Roermond; H. Barbara, Geleen. Op het koor.

 
Joannes Bosco
Joannes Bosco
Joannes Bosco
Joannes Bosco
Joannes Bosco
Joannes Bosco
Joannes Bosco