HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 17-09-2017

Martinus

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Martinus
Dekenaat/kerkverband: Venlo-Tegelen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Venlo
Gemeente: Venlo
 
Adres: Grote kerkstraat 40
Postcode: 5911 CH
Coördinaten: x: 209642, y: 376012
 
Rijksmonumentennummer: 37159 Code: 5911CH-00040-01
Kadastrale gegevens: Venlo I 6659
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

 Foto: december 2006

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

Sint Martinuskerk. Drieschepige gotische HALLENKERK, circa 1400-XVa; westtoren 1950. Noordbeuk smaller. Op de noordwesthoek van de langer zuidbeuk staat de zware zuidoostelijke hoekpijler van een vermoedelijk nimmer voltooide westtoren, die in 1511 bij een beleg zwaar beschoten werd, in 1532 door een aardbeving geteisterd en in 1766-'67 bijna geheel werd gesloopt. In 1879 e.v. door P.J.H. Cupers gerestaureerd is de kerk, na ernstige oorlogsschade in 1944/'45 opnieuw gerestaureerd in 1950. Tot de inventaris behoren o.a.: laatgotisch koorgestoelte, XVd, renaissance rugschotten, XVII, eertijds deel van dit koorgestoelte; koperen doopvont, 1619-'21 met op de deksel een beeldgroep, de doop in de Jordaan voorstellend; de deksel hangt aan een draaibare hefarm met rankenversiering, 1621; barokke preekstoel, XVIII; kalkstenen pieta, XV B; voorts een aantal schilderijen van Jan van Cleef, XVIId; twee marmeren wijwaterbakken op balustervoet resp. 1658-1694, eiken doopkapelafsluiting (midden) XVII, houten beelden: kruisbeeld (plm 1500); Calvarie (XVIa) Jezus (XV?); Maria en Johannes (XVIA); Pieta (XVa), half Marianum (XVIa); hals Marianum (XVIB); grote groep: Christus aan het kruis tussen de moordenaars 1614, door G(regorius) S(chyssler); H. Martinus (XVIa); H. Rochus (XVI) en stenen beeld: Pieta (XVd?), en een rouwkas v. Maria Anna M. Wittenhorst- v. Mattecloidt, overleden 1759, ; 3 grafkruisen. In het noordelijk nevenkoor een glasraam (Straten van Boom, 1930) ter herdenking van de kerkwijding in 1430, vijf glasramen met parallelle voorstellingen uit het Oude en het Nieuwe Testament (Straten van Boom, 1924) en een herdenkingsraam naar aanleiding van het Eucharistisch Congres te Amsterdam (Straten van Boom, 1925). In de drie koorsluitingen negen ramen met voorstelling uit het leven en legenden van St. Martinus (Charles Eyck, 1925). In het zuidelijk nevenkoor twee glasramen over Onze Lieve Vrouw van Genooi (Charles Eyck, 1925). In het zuider transept vijf glasramen waarvan vier met scenes uit het leven van Christus en een met een viertal heiligen (F. Nicolas, 1874). In de zuidelijke zijbeuk zeven glasramen met parallelle voorstellingen van de zeven vreugden en de zeven smarten van Maria (Straten van Boom, 1943). De glasramen dragen in ouderdom, religieuze thematiek en in relatie tot de functie van de kerk in belangrijke mate bij aan de monumentale waarde van de St. Martinus; daarnaast kan gewezen worden op de artistieke en historische betekenis van de glasramen en varierende, kleurrijke effecten op het kerkinterieur. In de kerk voorts enkele recentere glasramen die niet onder de bescherming vallen: rechts van de westtoren (Daan Wildschut, 1960) en links (Charles Eyck, 1950), glasramen in noordbeuk kerkschip (Straten van Boom, 1948; Daan Wildschut, 1960 en 1980). (Datum inschrijving: 20-04-1971)

Ruimtelijke context

De Martinuskerk ligt in het hart van Venlo en is omgeven door stadsbebouwing en gebouwen met een religieuze oorsprong als pastorieën, kapelanieën en Godshuizen.

Type

Laat-gotische, driebeukige hallenkerk.

Bouwgeschiedenis

Rond 760, na de kerstening door St. Plechelmus en anderen, zou er al een eerste kerk, gewijd aan de H. Geest in Venlo hebben gestaan, overigens na Tegelen, waar al in 720 een kerkje stond. Of dit kerkje de voorganger was van de St. Martinus is niet te achterhalen. Bodemkundig onderzoek heeft uitgewezen dat dat de oorsprong van de huidige kerk een zaalkerkje uit de 9e eeuw was, 5 bij 10 meter. Rond het jaar 1000 werd deze vervangen door een kruiskerk in Romaanse stijl, die in de 13e eeuw werd uitgebreid met zijbeuken, waardoor een Romaanse basikale hallenkerk ontstond. In het stadsarchief van Venlo bevindt zich een document uit 1304, waarbij vijf bisschoppen ten tijde van paus Benedictus XI een aflaat berlenen aan hen die de kerk bezoeken en haar financieel steunen. In 1430 wordt het priesterkoor van de nieuwe Gotische kerk door de wijbisschop van Luik geconsacreerd. Werkzaamheden aan de kerk blijven doorgaan tot ca. 1500. Er worden twee oostkoren toegevoegd, beide zijbeuken, een zuidtransept met kapel. de huidige doopkapel, kortom de huidige hallenkerk is nagenoeg gereed. Omdat Venlo laag gelegen is aan de Maas was er allang behoefte aan een hoge toren om de omgeving beter te kunnen zien. In 1480 werd een toren van 22,5 meter bij de kerk gebouwd, iets voor de plek van de huidige toren. Deze toren staat op vier pilaren, is voorzien van een wachthuisje voor militaire doeleinden en is eigendom van de stad Venlo. In 1611 werd de zuiderbeuk met twee traveeën verlengd, waarbij de zuidoostelijke pijler van de toren in de kerk werd opgenomen. Toen de bouwvallige toren in 1774 werd gesloopt bleef die pijler gespaard. Reeds in 1511 na een beleg en in 1532 na een aardbeving was de toren zwaar beschadigd. Toen vallend gesteente in 1774 een zoontje van een raadsheer van het Hof van Gelre doodde, werd de toren gesloopt. Op bevel van den Haag werd de nieuwe toren 49 meter hoog, inclusief de uivormige koepel. Deze was in 1776 gereed. In 1879 wordt deze toren door P. Cuypers gerestaureerd en verhoogd met een verdieping met galmgaten. Er wordt een ranke spits toegevoegd met vier hoektorentjes. Aan de voet van deze toren komt een rijk neogotisch toegangsportaal. In 1944 gaat de torenspits bij een bombardement in vlammen op, evenals het dak van de kerk. Een herfststorm doet later de hele toren instorten. In 1946 begint men aan het herstel van de kerk onder J. Kayser. In 1951 wordt gestart met de bouw van de nieuwe toren, die in 1953 gereed komt. Deze toren herinnert enerzijds aan de vestingtoren uit het eerste begin van de kerk, anderzijds is de uivormige koepel een verwijzing naar de toren voor de restauratie door Cuypers. In 1959 worden 44 klokken gegoten door de fa. Petit en Fritsen uit Aarle-Rixtel en in de toren geplaatst, bij de reeds aanwezige vier klokken. In 1999 werd het carillon nogmaals met vijf klokken uitgebreid. Met haar 55 klokken is het nu een van de grootste carillons van Europa.

Exterieur

Achterzijde vanuit de rozentuin. Duidelijk zijn de drie koren te zien. Foto: december 2006

De driebeukige, laat-gotische hallenkerk is opgetrokken in baksteen. De noorderbeuk is smaller dan de andere beuken. De zuiderbeuk is langer dan de beide andere, zodat aan de westzijde twee ingangen min of meer naast elkaar bestaan: een in de na de oorlog vernieuwde toren en een in de verlengde zuiderbeuk. Boven de ingang in de toren is een reliëf van Charles Vos aangebracht in hardsteen, voorstellende de H. Martinus die zijn mantel deelt met een bedelaar. De drie koren aan de oostant zijn driezijdig en van met leien gedekt tentdak voorzien. De transepten hebben een met leien gedekt zadeldak. De beuken hebben een met leien gedekt zadeldak. Aan de noordzijde van de kerk bevindt zich een poort in Lodewijk XV-stijl uit 1777. Ook staat er een kalkstenen grafzuil uit ca. 1500.

Interieur

Zicht op het priesterkoor. Foto: december 2006

Zicht op de zangtribune. Foto: december 2006

Het kerkinterieur wordt gedekt door kruisribgewelven op vierkante pijlers met kolonetten. Zuiderkapel en sacristie hebben netgewelven. Tussen kerk en doopkapel is een fraai hek in mamiëristische stijl aangebracht. De kerk is rijk aan beelden, glas-in-loodramen en andere kunstwerken.

Orgel

Deze kerk beschikte reeds vroeg over een orgel; begin 15e eeuw is n.l. sprake van een vergoeding aan de schoolmeester voor het bespelen van het orgel. In 1516 bouwde Mr.Hans van Ruremunde een nieuw orgel, dat in 1659 vervangen werd door een nieuw instrument van Séverin (Luik, B); in 1804 werd dit hersteld door Graindorge (Luik, B) en in 1828 door van Dinter (Tegelen). In 1890 plaatsten Pereboom & Leijser (Maastricht) een nieuw orgel, dat in 1920 verkocht werd aan de St.Hippolytuskerk te Delft Seiffert (Kevelaar, D) bouwde voor de kerk te Venlo een nieuw driemanuaals orgel, dat in 1944 ver-loren ging. Sedert 1952 beschikt de kerk over een door Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) gebouwd driemanuaals orgel.

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

HoofHoofdwerk                 C – g”’

  • Bourdon          16’
  • Prestant           8’
  • Salicionaal       8’
  • Roerfluit           8’
  • Octaaf             4’
  • Gemshoorn      4’
  • Kwint              2 2/3’
  • Superoctaaf     2’
  • Mixtuur            IV – VI
  • Scherp             IV – VI
  • Cornet             III – V
  • Trompet          8’
  • Klaroen           4’

Rugpositief                 C – g”’

  • Bourdon          8’
  • Kwintadeen     8’
  • Prestant           4’
  • Roerfluit           4’
  • Doublette         2’
  • Sifflet               1’
  • Sesquialter       II
  • Cimbel             III
  • Kromhoorn      8’
  • Regaal             4’

Zwelwerk                    C – g”’

  • Kwintadeen     16’
  • Prestant           8’
  • Openfluit          8’
  • Holpijp            8’
  • Zing. Prest.      4’
  • Koppelfluit       4’
  • Nazard             2 2/3’
  • Nachthoorn     2’
  • Super Kwint    1 1/3’
  • Terts                1 3/5’
  • Mixtuur            III – IV
  • Dulciaan          16’
  • Tromp. Harm   8’

Pedaal                        C – f’

  • Contrabas        16’
  • Subbas             16’
  • Zachtbas          16’
  • Octaafbas        8’
  • Gedektfluit       8’
  • Kwintbas         5 1/3’
  • Prestant           4’
  • Zachtfluit          4’
  • Mixtuur            IV
  • Bazuin             16’
  • Trompet          8’
  • Klaroen           4’
  • Zink                 2’

Bron: Uitgave Orgelfestival Limburg 2005 (SOL)

Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus