HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 19-10-2014

Christus Koning (Vredeskerk)

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: Christus Koning, OLV van Zeven Smarten en H. Franciscus van Assisi
Dekenaat/kerkverband: Venray
Soort gebouw: Voormalige parochiekerk
Plaats: Venray
Gemeente: Venray
 
Adres: Kenedyplein 18 + Whistlerstraat 1
Postcode: 5801 VJ
 
Kadastrale gegevens: Venray L 1866, L 2603
Bouwpastoor/bouwpredikant: W.L.S.E. Geerits
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: Buiten gebruik gesteld in 2001. Sinds 08-09-2003 in gebruik door Thuiszorg Noord-Limburg

Foto: Thomas Joosten, augustus 2007

Ruimtelijke context

De Christus Koningkerk (Vredeskerk) is gebouwd in de nieuwbouwwijk die als ‘Plan West I’ ten zuidwesten van de kom van Venray gerealiseerd werd en dat Venray verbond met de buurtschap Veltum. In de nieuwe wijk zouden zo’n 500 gezinnen gevestigd worden. De nieuwe kerk ligt op een door straten omgeven ‘kerkeiland’. Deze locatie was bestemd voor ‘bijzondere bebouwing’, in casu parochiekerk, parochiezaaltje en pastorie. De omliggende bebouwing bestaat uit eengezinswoningen, die evenals de kerk, grotendeels uit het begin van de jaren zestig stammen.

Type

De Vredeskerk is een gesloten, asymmetrisch bakstenen gebouw, dat door zijn plasticiteit veel lijkt op een abstracte sculptuur, waarin nauwelijks zuiver rechte hoeken te ontwaren zijn en waarin elk streven naar verticaliteit ontbreekt. Elke relatie met de traditionele basilicale kerkarchitectuur is opgegeven. Het ‘middenschip’ is een naar het koor steeds wijder wordende zaal, die halfrond wordt afgesloten. Bij de kerk staat een betonnen klokkentoren.

Bouwgeschiedenis

In 1959 werd Lambert Geerits tot bouwpastoor benoemd met als taak om in de nieuwe Venrayse wijk een parochie met kerk te stichten. Tijdens de gevechten in Noord-Limburg en oostelijk Noord-Brabant (de Slag bij Overloon) waren 48 kerken verwoest. Na het herstel van de oorlogsschade groeide de wens om als teken van verzoening en herdenking een vredesmonument op te richten. Aanvankelijk was het de bedoeling om met de steun van West-Duitse katholieken de toren van de Venrayse Petrus Bandenkerk te herbouwen. Dit plan mislukte, aangezien de oorlogsherinneringen daarvoor nog te vers waren. De toren werd herbouwd zonder Duitse steun. Te Ysselsteyn opperde een vertegenwoordiger van de ‘Deutsche Kriegsgräber Fürsorge’ het plan om een gedachteniskerk ter ere van de gesneuvelde Duitse militairen te bouwen. Deze kerk – die overigens nooit is gerealiseerd – zou tevens als parochiekerk voor Ysselsteyn functioneren. Dit plan lag in de lijn van de bouw van een vredesmonument, als symbool van ‘Völkerständigung’. In 1959 was de oorlogsschade overal hersteld, maar een vredesmonument als zodanig was nog niet gerealiseerd. Pastoor Geerits nam de reeds bestaande gedachte om een vredesmonument te stichten weer op. Zijn nieuwe kerk, die de titel ‘Christus Koning’ zou krijgen, moest tevens het grote vredesmonument worden. Vandaar dat de nieuwe kerk bekendheid verwierf onder de naam ‘Vredeskerk’. Geerits werd bij de uitvoering van zijn plannen ondersteund door dr. H.P.M. Litjens, directeur van de Bisschoppelijke Kweekschool te Roermond en Venraynaar van geboorte. Bij de presentatie van de plannen in 1960 werd erop gewezen, dat Venray centraal lag tussen een tiental oorlogskerkhoven in Limburg, Noord-Brabant en Gelderland, terwijl in het Venrayse kerkdorp Ysselsteyn 31.000 Duitse soldaten hun laatste rustplaats vonden. Het was de bedoeling dat in Venray, evenals in El Alamein en Monte Cassino, voor eeuwig de ‘The Lamp of the Brotherhood’ zou branden, als symbool van de vrede. Litjens richtte het actiecomité ‘Vredeskerk Venray’ op, alsmede een hieraan gelieerd erecomité, waarin wereldlijke en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders uit binnen- en buitenland zitting namen. Voor Nederland kwam er bovendien nog een nationaal comité. Architect Theo Boosten uit Maastricht werd in de arm genomen om het ontwerp te maken. Deze maakte een aantal ontwerpen. De organische vormgeving, zoals die in de Vredeskerk uiteindelijk gestalte kreeg, werd in de jaren vijftig en zestig bij meer kerken in binnen- en buitenland gebruikt. Het is geenszins uitgesloten dat Boosten zich hierdoor heeft laten inspireren. Wij denken hierbij aan een paar Nederlands Hervormde en Geformeerde kerken, zoals de Bethelkerk te Arnhem van architect Chr. Nielsen, de Messiaskerk te Rotterdam van architect H.W.M. Hupkes, de Immanuelkerk van de architecten F. Eschauzier, A. van den Berg en P. de Vletter en de Kruiskerk te Geleen van architect B. van Kasteel. Ook de Broeder Klauskerk te Birsfelden (Zwitserland) van architect Hermann Baur, die in het Katholiek Bouwblad besproken werd, kan mede als voorbeeld hebben gediend. Het werk werd gegund aan Bouwmaatschappij Janssen N.V. uit Venray. In november werd een aanvang gemaakt met de bouw. De kerk werd gebouwd in 205 werkdagen. De totale kosten (aankoop grond en meerwerk) bedroegen echter ruim 660.000 gulden. De financiering werd gedekt door subsidies verstrekt door bisdom en Rijk (Wet Premie Kerkenbouw). De bevolking van Venray bracht 100.000 gulden op, terwijl uit Duitsland 220.000 Mark binnenstroomde. Voorts kwamen er giften binnen uit de V.S., Canada en Engeland. Paus Johannes XXIII voteerde 1000 gulden. Op 3 mei 1964 legde Mgr. W. Cleven, wijbisschop van Keulen, de eerste steen. Deken A. Loonen zegende de kerk in op 25 oktober van datzelfde jaar, waarna de kerk in gebruik genomen kon worden. De consecratie geschiedde op 30 mei 1965 door Mgr. P. Moors. Gelijktijdig met de kerk verrees tevens een moderne pastorie annex kapelanie die via de garage met de sacristie verbonden is. De klokkentoren annex vredesmonument werd eind 1970 gerealiseerd onder architectuur van Boosten. De uitvoering was wederom in handen van Bouwmaatschappij Janssen. Kardinaal B.A. Alfrink onthulde het monument op 9 mei 1971. Na het gereedkomen van de kerk werd deze vooral gebruikt als parochiekerk. Het Godshuis is nooit het centrum van vredesmanifestaties of grootschalige herdenkingen geweest. Dit mag men opmerkelijk noemen gelet op de doelstelling en de aanwezigheid van het Duits oorlogskerkhof te Ysselsteyn en het Oorlog- en Verzetsmuseum te Overloon. De hoge exploitatiekosten gekoppeld aan een sterk teruglopend kerkbezoek leidden ertoe, dat de kerk in 2000 aan de eredienst werd onttrokken. In februari 2001 gaf de gemeente Venray een sloopvergunning af. De laatste mis werd gevierd op 31 maart 2001. Ondertussen (2003) wordt de kerk verbouwd – met behoud van de typische vormgeving – tot kantoorruimte voor de Thuiszorg Venray. De gedenkplaten tegen de gevel zijn door de gemeente opgekocht en zullen bij de eveneens door de gemeente gekochte klokkentoren herplaatst worden.

Inmiddels (eind 2005) is de verbouwing voltooid. De klokkentoren is er niet meer. In de voormalige kerk zijn kantoorverdiepingen aangebracht. Bij verbouwing zijn het glas-in-loodraam van Eugène Laudy en de glas-in-betonramen van H. Martens bewaard gebleven.

Exterieur

De westgevel bevat de hoofdingang, die opgenomen is in een betonnen portaal, dat half in en half buiten de kerk staat. Als de deuren gesloten zijn, tekent zich een kruis af. Boven de deuren bevinden zich grote raampartijen met helder vensterglas. De westgevel is, zoals de gehele kerk, vrijwel geheel opgetrokken uit rode baksteen, die in Vlaams verband verwerkt is. De rechterhoek echter is ter plaatse van de biechtstoelen in beton uitgevoerd. Beton en baksteen worden gescheiden door horizontale vensterstrippen. Tegen dit geveldeel zijn vijf travertijnen platen gemonteerd, waarin naast een kaart van Limburg en aangrenzende gebieden met de belangrijkste oorlogskerkhoven, ook de geschiedenis en de doelstelling van de Vredeskerk in het Nederlands, Engels en Duits gebeiteld is. In een nis achter glas staat de ‘The Lamp of Brotherhood’. In de noordgevel zijn zeven onregelmatig geplaatste ramen als het ware in de muur uitgesneden. De noordgevel loopt enige meters voorbij de biechtstoelen schuin af naar de zij-ingang, waarvan de betonnen omlijsting naar buiten springt. Het verval bedraagt circa drie meter. De noordgevel gaat achter de zij-ingang over in de gevel van de sacristie. Daar is een rechthoekige raampartij aangebracht. Het massale bastionachtige middendeel van de kerk rijst hoog op boven de sacristieën en de gang. De zuidgevel is geheel opgetrokken uit baksteen. Hij loopt niet af en doet aan massaliteit nauwelijks onder voor het centrale deel van de kerk. Ook hier doorbreken zeven onregelmatig geplaatste vensters het muurvlak, maar in tegenstelling tot de vensters in de noordgevel zijn deze ramen voorzien van een betonnen omlijsting. Zes lichtkoepels zorgen voor extra lichtinval in dit deel van de kerk en de doopkapel. De zuidgevel buigt af naar de altaarruimte. Op het snijpunt van de zijgevel en de wand van het middendeel is een grote –ditmaal verticaal geplaatst – rechthoekig venster gemaakt, dat de altaarruimte van extra daglicht voorziet. Het hoge, centrale deel van de Vredeskerk wordt, bezien vanaf het Kennedyplein, gedomineerd door drie horizontale lagen bekleedt met plaatmateriaal, waarin nauwelijks zichtbaar een groot venster is geplaatst dat de zangtribune van daglicht voorziet. Deze gevel springt iets in ten opzichte van de uiteinden van de baksteenwanden van het middendeel, die enkel doorbroken worden door het verticale raam in de zuidgevel en een driehoekige raampartij in de noordgevel. De schuine zijde van dit raam loopt evenwijdig met de dakhelling af. De altaarruimte wordt in belangrijke mate van boven verlicht door een lichtkoepel met zijn doorsnede van vier meter. De elf meter hoge ongelede en gesloten ronde muurpartij bij de altaarruimte geeft de Vredeskerk het aanzien van een onaantastbaar bastion.

Klokkentoren. Foto: Thomas Joosten, augustus 2007

De 17 meter hoge klokkentoren bestaat uit vier kolommen, die in lengte variëren. Zij worden door enige dwarsbalken verbonden. De grilligheid van de constructie herinnert aan de oorlogsverwoestingen. Zeventien kolommen van verschillende hoogte ‘verbinden’ de toren met de kerk. Elke kolom draagt de naam van een Nederlandse, Duitse of Engelse stad die zwaar door de oorlog getroffen is. In de zuilentoren hangt een carillon met 18 klokken. Drie van deze klokken fungeren als luidklok. Aan de voet van de toren is een grafsteen geplaatst met het opschrift: ‘Reiken wij over de graven heen elkaar de hand van vriendschap en vrede met de bede: Nooit meer oorlog’.

Interieur

Zicht op het voormalige priesterkoor

Zicht op de voormalige zangtribune

De kerk betredend via de hoofdingang komt men uit in de ‘zijbeuk’ (ook dagkapel genoemd). De dagkapel wordt door drie betonnen kolommen, waarop betonnen architraven rusten, van het ‘schip’ gescheiden. Ruimtelijk gezien zijn dagkapel en schip evenwel sterk met elkaar verbonden. Op de overgang van de dagkapel en het schip is de eerste steen ingemetseld. Het schip wordt richting het altaar steeds breder en eindigt in een hoge, gesloten ronde muur. De vloeren van het schip zijn met wit travertijn marmer belegd, de looppaden met gebroken wit marmer. Het liturgisch centrum is trapeziumvormig en verheft zich zeven treden boven het vloerniveau van het schip. Het bevat een sacramentsaltaar met tabernakel, een vieringaltaar en een ambo. De liturgische dispositie is opvallend, aangezien het sacramentsaltaar met tabernakel vòòr het vieringaltaar staat. Dit was bij slechts een beperkt aantal kerken het geval, ondermeer de Nicolaaskerk te Venlo-Genooy, de Onbevlekt Hart van Maria te Reuver-Offenbeek en de H. Agnes te Bunde. De lichtkoepels in het dak zorgen voor indirecte verlichting en een sterk clair-obscure effect in dagkapel, doopkapel en boven het liturgisch centrum. De plexiglaskoepels zijn onder invloed van het ultraviolette licht echter sterk vergeeld en tevens vervuild, zodat er anno 2001 slechts een diffuus licht de kerk binnenvalt. Een hele reeks lichtpunten in het plafond zorgt voor voldoende kunstlicht. Vanuit de linkerzijbeuk de gang volgend, die vanaf de hoofdingang naar de sacristieën leidt, stuit men eerst op de doopvont, die in een twee treden lager gelegen bassin staat. De vloer van de doopkapel is gemaakt van donkere natuursteen. De doopvont wordt omvat door de naar binnenlopende westgevel. Daardoor ontstaat een half besloten ruimte. In de gang is tevens een batterij biechtstoelen gesitueerd. Tussen de doopkapel en de biechtstoelen staat een Maria-altaar. Vervolgens loopt de gang ten noorden van het centrale deel van de kerk. Hier bevindt zich half in de muur verwerkt de trap naar de zangtribune. Gang en schip zijn door een op twee kolommen rustende architraafconstructie met elkaar verbonden. In de gang ter hoogte van het schip zijn in de vloer veertien kruiswegstaties gelegd. Een dubbele toegangsdeur leidt naar de zij-ingang. Door een tweede dubbele deur gaat men naar de sacristieën en toiletten.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003)

Glas-in-beton, H.A. Martens, Weert, 1964. De veertien ramen zijn uitgevoerd in diep rood, donkerblauw, geel, grijs en wit glas. Zij zijn een uitbeelding van de ‘vreugde’.

Glas-in-beton, H.A. Martens, Weert, 1964. H. Christoffel.

Voorstelling: vredesduiven die van de aarde naar de zon (Christus) vliegen. Laudy gaf zijn venster de omschrijving mee: ‘Christus’ licht schenkt ons de vrede’.

Vieringaltaar, beton, serpentino grecco en blanc veiné, 1964. De mensa ligt op twee stipes.

Sacramentsaltaar, beton, serpentino grecco en blanc veiné, 1964. Het sacramentsaltaar staat voor het vieringaltaar en draagt een bronzen tabernakel.

Maria-altaar, beton, mozaïeksteentjes, 1964. Op het altaar, dat in rechthoekige vormen is uitgevoerd, staat in een betonnen omkadering een mozaïek van Maria met Kind. Onder de voorstelling staat de tekst: ‘Koningin van de Vrede’.

De ambo is rechthoekig van vorm in bronzen vlechtwerk, ajour uitgevoerd. De bovenrand is gemaakt van hout.

De ronde stam met ongelijkzijdige segmentvormige welving is gemaakt van kunststeen. De eigenlijke vont is een half bolvormig bekken met platte deksel, waarop in reliëf een kruisje.

Het tabernakel is bekleed met vier bronzen reliëfs, die het Laatste Avondmaal, de Mannaregen, de Wonderbare Broodvermenigvuldiging en de Emmaüsgangers tonen. Bemelmans heeft zich laten inspireren door de afbeeldingen op de Romaanse, bronzen deuren van Hildesheim en Verona.

In de vloer van de noordelijke gang zijn, na het gereedkomen van de kerk, veertien kruiswegstaties gelegd. Ter plaatse werden vloertegels weggehaald om de staties te kunnen implanteren. Zij zijn als mozaïeken uitgevoerd in een abstracte stijl met grote stukken witte en zwarte natuursteen.

Inscriptie: DE HOEKSTEEN VAN DEZE VREDESKERK WERD, NAMENS ZIJNE EMINENTIE JOSEPH KARDINAAL FRINGS, AARTSBISSCHOP VAN KEULEN, MGR. WILHELM CLEVEN, WIJBISSCHOP VAN KEULEN, OP ZONDAG 3 MEI IN HET JAAR ONZES HEREN 1964. Verder staat er het chiroteken en de tekst CHRISTUS DE VORST VAN VREDE. In de dagkapel.

 
 
 
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)
Christus Koning (Vredeskerk)