HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 20-02-2017

Lau, Prof., Mattheus Josephus

 
Geboortejaar: 1889
Overlijdensjaar: 1958
 

Mattheus Josephus (Thé) Lau was een veelzijdig kunstenaar die met zijn ambachtelijke benadering een rijk en boeiend oeuvre heeft gecreëerd. Door zijn vriendschappen met Henri ten Holt, Jaap Weijand, Charley Toorop, John Radecker, Piet Wiegman en Kasper Niehaus was Lau verbonden met de Bergense School. Zijn mooiste werken maakte hij in de periode van 1919-1948 toen hij in Schoorl woonde. Museum Kranenburgh laat voor het eerst de hele ontwikkeling zien van het werk van Thé Lau. Duinlandschappen, stillevens, portretten, maar ook glas-in-loodramen, juwelen en litho’s worden getoond. Alles voornamelijk uit particuliere collecties uit binnen- en buitenland.

“De Tamme Rus”

Net als zijn zoon en kleinzoon werd hij Thé Lau genoemd. Er zijn over hem nog steeds veel verhalen in omloop. Hij was een Balzac-achtige figuur met een zware stem die hield van de goede kanten van het leven. Niettemin voelde hij zichzelf bovenal kunstenaar. Hij heeft ook altijd met grote concentratie en gedrevenheid aan zijn oeuvre gewerkt. Lau woonde van 1919 tot 1948 in De Woeste Hoeve aan de Heereweg in Catrijp bij Schoorl, waar hij zijn mooiste werken maakte. Hier stond hij bekend als “de Tamme Rus”.  Rond 1930 raakt hij bevriend met de Duitse kunstenaar Franz Radziwill wiens magisch realisme Lau enigszins beïnvloedt. Wanneer in de tweede helft van de jaren dertig de economische malaise toeneemt, heeft ook Lau geen tentoonstellingen meer bij zijn vriend de kunsthandelaar Jack Vecht in Amsterdam. Hij gaat zich verdiepen in oude fresco technieken en maakt onder meer een schildering voor de GGD in Haarlem (helaas verloren gegaan). Deze belangstelling voor de oude technieken zet zich rond  1937 voort in het maken van miniaturen. Een hoogtepunt is het verluchte handschrift van het Lucas evangelie, waarin in de versierde hoofdletters bijvoorbeeld een voorstelling is te zien van de Emmaüsgangers geplaatst in het landschap van Groet.

In 1948 wordt Lau benoemd aan de toen pas opgerichte Jan van Eyck Academie in Maastricht en verhuist hij uit Schoorl naar het zuiden. Behalve het lesgeven zal hij dan nog enkele religieuze opdrachten uitvoeren, maar zijn reuma maakt hem in toenemende mate het werken onmogelijk. Hij overlijdt in 1958

Bron: Museum Kranenburg