HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 04-07-2017

O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille

 
Parochie/kerkgemeente: H. Martinus en O.L.V. van de Wonderdadige Medaille
Dekenaat/kerkverband: Schinnen-Geleen
Soort gebouw: Voormalige parochiekerk
Plaats: Beek
Gemeente: Beek
 
Adres: O.L.V. plein 1
Postcode: 6191 CG
Coördinaten: x: 183590, y: 328160
 
Kadastrale gegevens: Beek G1617
Bouwpastoor/bouwpredikant: H. J. Willems
 
Architect(en):
 
Huidig gebruik: Gesloten sinds 2000. Gesloopt in 2012.

Foto: augustus 2006

Ruimtelijke context

De kerk ligt aan een groot plein met parkeerterrein langs een doorgaande weg in Beek, ten westen van de oude dorpskern. De kerk ligt aan drie zijden geheel vrij, aan één zijde liggen dichtbegroeide tuinen en bebouwing. Door de hoge toren is de kerk goed te zien in de wijk, die verder vooral uit laagbouw bestaat. Aan het plein liggen voornamelijk woningen en een paar kantoren, de aanvankelijke winkelfunctie is nog te herkennen. Achter de kerk ligt een groot grasveld. In de directe omgeving staan twee scholen. Naast de kerk staat de pastorie, eveneens ontworpen door dezelfde architect.

Type

De niet-georiënteerde basiliek is opgebouwd uit een betonnen skelet met een bakstenen invulling. Op de rechthoekige kerk staat een ovalen tamboer met een plat dak. Het axiale bankenplan wordt doorsneden door een middenpad.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

De wijk op het Proosdijveld werd relatief laat in ontwikkeling genomen, zodat lang kon worden nagedacht over de gewenste toestand. Wel was duidelijk, dat Beek in de jaren vijftig flink zou groeien als gevolg van de industrie van DAF en de staatsmijn Maurits. Gepland werd een parochie met een landelijke sfeer, waarin de kerk centraal was gelegen. De winkelvoorzieningen kwamen in de directe omgeving, al zouden deze minder groots worden opgezet als gevolg van de winkelfunctie van het oude dorp. De bedoeling was duidelijk de keuze voor een eigen parochie, die niet volledig onafhankelijk van het oude dorp zou worden, om de onderlinge band vast te houden. Vanaf begin jaren vijftig werden daarom laagbouwwoningen gebouwd en werden de verkeersaders regelmatig aangepast. In de zestiger jaren werden de eerste hoogbouwwoningen geplaatst, maar bleven klein in aantal. Het zuiden van het Proosdijveld werd als eerste in ontwikkeling genomen, pas veel later het noorden. De sportterreinen, die tegen de mijnterreinen aanlagen, werden eerst in 2000 bouwrijp gemaakt. In 2001 werden de eerste woningen opgeleverd. In 1958 werd de kapelaan Willems uit de St. Martinusparochie te Beek benoemd als bouwpastoor. Aangezien de wijk nog in ontwikkeling was, maar de toekomstplannen groots, diende hij zonder middelen een grote kerk (800 plaatsen) te bouwen. De plaats voor de kerk werd pas na lang overleg met de gemeente in 1959 bepaald. In 1959 werd een noodkerk ingericht in de voormalige sigarenfabriek Hennekens aan het Wolfseijnde. Deze noodkerk bleef tot 1962 in gebruik.

Huidige kerk

Foto: augustus 2006

Koene uit Maastricht werd uiteindelijk aangezocht voor het ontwerp. In 1961 kreeg Koene toestemming tot de bouw. De definitieve kerk is sterk geïnspireerd op de in ’s-Gravenhage gebouwde HH. Anthonius en Lodewijkkerk van W. Wouters (1958). F.P.J. Peutz en J. Stassen fungeerden daar als adviseurs. De Haagse kerk is echter voorzien van glas-in-lood in de koepel, van E. Laudy. De medewerking van al deze Limburgers in Den Haag is wel opvallend. Bouwpastoor Willems was in 1954 als kapelaan van de St. Martinuskerk zeer nauw betrokken bij de bouw van een kapel in het bos aan de Molenberg ter ere van O.L.Vrouw van de Wonderdadige Medaille. Aanleiding voor de bouw was het Mariajaar, maar de devotie bestond al sinds 1951, toen in de parochiekerk St. Martinus de Maria-noveen werd gebeden. Dit werd gedaan naar voorbeeld van de verering in Mariaveld, van waaruit vanaf 1949 de verering werd gepropageerd. Uiteindelijk werd in Limburg op 25 plaatsen de Medaille vereerd, waaronder Beek. Aangezien Willems verwachtte, dat de devotie in grote mate zou toenemen, wilde hij, dat de nieuwe parochiekerk als bedevaartskerk zou gaan fungeren. De kerk zou dan de positie van de St. Martinuskerk overnemen in deze. In feite gebeurde dit niet, de jaarlijkse processie voer nog steeds uit vanuit de St. Martinuskerk. Ook als bedevaartplaats bleef Beek klein en trok voornamelijk bedevaartgangers vanuit Beek en de directe omgeving, die er de voorkeur aan gaven om naar de devotiekapel te gaan en niet naar de parochiekerk van O.L.V. v.d.  Wonderdadige Medaille. Bij de invulling van het glas-in-lood werden enige scènes uit het leven van Catharina Labouré, de ontvangster van de visioenen over de medaille verwerkt.  In 1962 werd de kerk in gebruik genomen, de consecratie volgde in 1965.

Veranderingen

Nadat de kerk buiten gebruik was per 1 januari 2000 werden de banken gebruikt als materiaal voor de inrichting van het Elsmuseum. De meeste roerende zaken werden overgebracht naar de St. Martinuskerk. Het triomfkruis werd op het kerkhof geplaatst, op een sokkel die werd gemaakt van de stipes van de zijaltaren. De verbindingsgang tussen de kerk en de pastorie is afgebroken, zodat zij nu gescheiden zijn. Na de sluiting van de kerk bleef de dagkapel van de kerk nog open voor de vereerders van O.L.V. van de Wonderdadige Medaille, al is de toeloop naar de boskapel groter.

In 2012 is de kerk gesloopt.

Exterieur

Foto: augustus 2006

De kerk bestaat uit een rechthoekige onderbouw, waarboven als schip een ovalen tamboer, alle gedekt met een plat dak. De muren zijn in wild verband en platvol gevoegd, in de onderbouw voorzien van speklagen van gewassen betonbanden. De kerk wordt betreden aan de pleinzijde door een dubbele houten deur, die wordt geflankeerd door twee kleinere toegangsdeuren. De toegang is voorzien van een betonnen luifel op prismatische zuilen. Rechts hiervan staat een dubbele glazen en ijzeren deur, die toegang geeft tot de Mariakapel. Op de hoek staat de toren. De zijgevels zijn voorzien van willekeurig uitgesneden vensters. Aan de straatzijde is een rechte uitbouw, voorzien van een dubbele deur, die toegang geeft tot de zij-ingang. De gevel aan de koorzijde is voorzien van rechte vensters en twee deuren, één aan de linkerzijde en één centraal. Het schip is ovaal en heeft aan de ingangszijde ingemetselde kruizen. Aan de lange zijden staan rechte vensters met een betonnen roedeverdeling. De toren staat op de laagbouw aan de zijde van de Mariakapel. De ongelede toren heeft een plat dak en aan de vier zijden telkens drie galmsleuven. De doopkapel aan de linkerzijde van de ingang steekt uit boven het platte dak met een tamboer onder een kegeldak.

Interieur

De kerk wordt betreden door een voorportaal, dat aan de zijkanten tevens toegang geeft tot opslagruimten aan de linkerzijde en de Mariakapel aan de rechterzijde. Licht treedt het portaal binnen door drie lichtkoepels in het plafond. Via het portaal wordt de kerk achterin betreden. Rondom het ovale schip staan een lage rechthoekige onderbouw, die geheel open is. De onderbouw wordt van het schip gescheiden door betonnen zuilen, waarboven een betonnen fries. De muren zijn in wild verband en platvol gevoegd. De vloer is bedekt met gewassen grinttegels, het plafond is in de ombouw van beton met zichtbare draagconstructie met open dakkoepels waardoor licht naar binnen treedt. In het schip is het plafond vlak en voorzien van twaalf sterren.

In het schip staan de banken in een axiale opstelling. Het licht treedt binnen door rechte vensters met een roedeverdeling. Het priesterkoor is verhoogd met een bolwelvende trap. Ter weerszijden van deze trap staat sokkels met een ambon. Aan weerszijden hiervan is de vloer verhoogd zonder trap. Centraal staat een altaar, dat bestaat uit een stipes met een aan de onderzijde bolwelvende mensa. De tabernakel staat op een supedaneum. De zangtribune wordt bereikt door een in de kerk staande trap. De tribune is bolwelvend met een met hout afgetimmerde balustrade. In de ombouw staat links een doopkapel. Deze heeft een verlaagde vloer met een natuurstenen vloer, waaromheen zuilen staan. Deze dragen een tamboer, die is voorzien van blauw en wit glas, waardoor licht naar binnen treedt. Het plafond is vlak. Hierna volgen de biechtstoelen. Ter hoogte van het priesterkoor staan aan weerszijden een zijaltaar tegen een kolom. Het priesterkoor is van de ombouw gescheiden door een gemetselde muur. Achter het priesterkoor loopt de ombouw door en is de ruimte open. Achter het koor bevindt zich in de muur met de sacristie een welving in de muur, waarin het heilig putje staat. Rechts van de hoofdingang staat de toren. De ombouw heeft in de zijmuren willekeurig uitgesneden rechthoekige vensters. Ter hoogte van het priesterkoor aan de rechterzijde staat een zij-ingang. Deze wordt betreden door een houten deur. In het portaal treedt licht binnen door een lichtkoepel in het plafond. De Mariakapel wordt betreden door een dubbele glazen deur vanaf het plein. De kapel is rechthoekig en voorzien van een axiaal bankenplan. Achter in de kapel staat een dubbele glazen deur, die toegang geeft tot de kerk. Licht treedt de kapel in door drie lichtkoepels in het plafond.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003)

 

Glas-in-lood, Jos Hermans, 1962 - 1968.

Linkerzijbeuk, doopkapel: Doop door Johannes.

Beide figuren staan, terwijl een duif in een stralenbundel boven Jezus staat afgebeeld.

Linkerzijbeuk bij de biechtstoelen: Haan.

Een dergelijke afbeelding bij de biechtstoelen is zeer gebruikelijk.

Linkerzijbeuk: Manna in de woestijn.

Centraal staat een man, die naast twee manden het brood uitdeelt. Rechts is een tweede man bij de mand geknield.

Linkerzijbeuk: Huwelijk van Joseph en Maria.

Centraal liggen een man en een vrouw geknield op een knielbank. Zij dragen beide een aureool, boven de vrouw is een (Gods)hand zichtbaar. Links staat een staande man met een zegenende houding. Tekst: AANGEBODEN DOOR / W. ZAUNBRECHER

Signatuur: Jos Hermans ‘66

Rechterzijbeuk, naast het priesterkoor: O.L.Vrouw van de Wonderdadige Medaille.

Rechts staat een vrouw, die vanuit haar handen een stralenbundel laat vallen op rechts van haar de aarde (?) en links een samenspel van drie zuilen en een aureool(?). Centraal zweeft een engel.

Signatuur: Jos Hermans ‘66

Rechterzijbeuk : Catharina en de duiven. Centraal staat een gebouw (een duiventil?). Links staat een vrouw ten halve lijve, omringd door duiven. Rechts een koppel duiven. Vermoedelijk gaat het om Catharina Labouré, omdat zij de patroonheilige is van de duivenmelkers.

Rechterzijbeuk: Heiligverklaring Catharina Labouré.

Links ligt een vrouw geknield op een bidstoel. Rechtsboven zweeft een engel, die een erekrans boven het hoofd van de vrouw plaatst. Catharina Labouré was de vrouw, aan wie het geheim van de medaille werd geopenbaard in 1830. Zij werd in 1947 heilig verklaard. Tekst: SCHENKING / A. LIEBREKS / ROME / 27 JULI / 1947 Signatuur: Hermans ‘65

Rechterzijbeuk: Dood van Catharina Labouré. Centraal ligt een menselijk figuur met gevouwen handen. Hieromheen staan brandende kaarsen. Links achter staat een tweede kleinere vrouwenfiguur. Gezien de dode dezelfde hoofdbedekking draagt als bij het raam, dat zeker de Heiligverklaring Catharina Labouré voorstelt, kan worden afgeleid, dat het om dezelfde gaat.

Signatuur: Hermans ’68

Rechterzijbeuk, bij de toren: Maria en de Wonderdadige Medaille.

Links staat de voorzijde van de medaille afgebeeld met het archetype van O.L. Vrouw van de

Wonderdadige Medaille, rechts staat de achterzijde van de medaille afgebeeld met centraal een

Mariamonogram, waaromheen sterren staan.

Tekst: AANGEBODEN DOOR HARRY KOENE / ARCHITECT

Signatuur: Jos Hermans 1963

Glasapliqué, XXB. Twee losstaande exemplaren. Op de een is een afbeelding gemaakt van de beide zijden van de Wonderdadige Medaille, de ander geeft een afbeelding van de Doop in de Jordaan. In de BiN werd gemeld, dat aan het plafond in de kerk de sterren waren aangebracht, die ook op de medaille voorkomen. Dit klopte inderdaad. Tevens zou op de ingangszijde van de kerk aan de buitenzijde een gegoten voorstelling van de achterzijde van de medaille zijn aangebracht. Deze werd bij de inventarisatie niet aangetroffen. Wel werd een versiering op het dak gezien, die uit twee in elkaar gevlochten ringen bestaat.

Jos Hermans

Fa. Bröls, Beek, 1962-1965. In de Mariakapel. Tegen de wand staat een blauw marmeren lijst. In de opening, als van een schilderij staat een Mariabeeld als in de Wonderdadige medaille, echter zonder stralen uit haar handen. Voor het beeld staat een altaartombe met een verjongende bolzwenkende vorm van ruw gehakte natuursteen.

Hardsteen, XXc. Kegelvormige sokkels met gebouchardeerde banden. Bovenin is een holte is aangebracht. In de holte werden bloempotten geplaatst. Mogelijk waren de vaten lek. Bij de ingangen.

Fa. Bröls, Beek, 1962-1965. Toegewijd aan H. Hart van Jezus en Catharina Labouré. Waren bij de inventarisatie reeds onttakeld en gedeeltelijk gesloopt. De stipes staan op het kerkhof als sokkel voor het crucifix.

 
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille
O.L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille