HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 08-10-2017

Petruskerk (voormalige)

 
Dekenaat/kerkverband: Kerkrade
Soort gebouw: Voormalige parochiekerk
Plaats: Chèvremont
Gemeente: Kerkrade
 
Bouwpastoor/bouwpredikant: A.J.H. van der Heijden
 
Huidig gebruik: Afgrebroken in 1980

 

Onderstaande tekst is overgenomen van http://www.kerkrade.nl/site/load.php?page=596&item=654

 Voormalige Pieterkerk in Chèvremont

Geschiedenis

Wie nu vanuit Kerkrade over de St. Pieterstraat richting Eygelshoven rijdt ziet eigenlijk niets meer wat aan de St. Petruskerk van Chevremont herinnert. Op de plaats waar tussen 1907 en 1980 de markante kerk stond is inmiddels een nieuwbouwwijk verrezen. Alleen het kerkhof is een stille getuige van wat eens een bloeiende parochie was.

De geschiedenis van de St. Petruskerk begint met een diner op de pastorie in Kerkrade-centrum op dinsdag 2 februari 1904. Mgr. dr. Reinier Corten, de directeur van Rolduc, sprak toen uit wat pastoor-deken mgr. Joseph Deutz en de andere genodigden zélf eigenlijk ook al langer wisten: de H. Lambertus-kerk was door het groeiend aantal inwoners van de mijnstad te klein geworden om alle gelovigen nog langer plaats te kunnen bieden. Volgens Corten was een opsplitsing van de parochie eigenlijk onontkoombaar. Het kerkbestuur - bestaande uit de deken, burgemeester Savelberg, notaris Moors, winkelier Quaedvlieg en landbouwer De Hesselle - ging uiteindelijk, al was het niet van harte, accoord met de afscheiding van het westelijk deel van de parochie. Het kerkbestuur kocht zelf tegenover de hoeve Luckerheide in Chevremont van J. Savelsberg en V. Vorage twee percelen bouwland aan voor de bouw van een nieuwe nieuwe kerk met bijbehorende pastorie.

Brikkenbakker G.J. van Loo uit de Kruisstraat kreeg de opdracht op het terrein 850.000 stenen te bakken. Hij pakte het karwei kennelijk nogal voortvarend aan, want in de herfst van 1904 stonden al vier grote ovens op het terrein te branden. Volgens ooggetuigen maakte de bouwplaats toen een tamelijk verwoeste indruk '...want de perceelen land waren zoo door malkaar gewoeld dat ze meer op een woestijn dan op iets anders geleken'. Kapelaan A.J.H. van der Heijden, die sinds 1883 al aan de parochie van de H. Lambertus verbonden was, kreeg in augustus 1904 van bisschop Drehmanns van Roermond de opdracht om de bouwactiviteiten te begeleiden.

Op 12 maart 1905 (de eerste zondag in de veertigdaagse vastentijd voor Pasen) werd in Chevremont de eerste heilige mis gelezen. De misdiensten vonden voorlopig plaats in twee lokalen van de openbare lagere school van Chevremont. De inrichting van deze 'noodkerk' was nogal primitief, het altaar was bijvoorbeeld een 'krijgertje' van Rolduc en stoelen en banken ontbraken helemaal. De twee leslokalen werden tot eind maart 1907 als kerk door de gelovigen gebruikt. Op 2 juli 1905 was kapelaan Van der Heijden inmiddels al ingetrokken in de nieuw gebouwde pastorie. De eerste tijd moest hij echter wel nog tegen kale muren aankijken; pas in 1906, toen het huis goed gedroogd was, werd het interieur geverfd en behangen.

De bouw van de pastorie vond nog plaats onder verantwoordelijkheid van de Lambertusparochie, voor de bouw van een nieuwe kerk was echter de oprichting van een eigen, zelfstandig kerkbestuur nodig. De samenstelling van dit eerste kerkbestuur van St. Pietersrade - zoals de parochie officieel zou gaan heten - was een getrouwe afspiegeling van de 'klantenkring' van de nieuwe parochie. Onder voorzitterschap van bouwpastoor Van der Heijden, vergaderden secretaris Herpers uit St. Pietersrade, penningmeester Prickartz uit Chevremont en de leden Pluijmakers (Vink) en Rothkrantz (Haanrade) regelmatig om vooral de financiële kant van de zaak rond te krijgen. Dankzij een lening van de Boerenleenbank, subsidies van gemeente en provincie en giften van de deken en tal van particulieren kon al in 1905 gestart worden met de bouw van de kerk. Ook notaris Petrus Moors (1875-1911) was behulpzaam op juridisch gebied, bovendien schonk hij de voor die tijd kapitale som van ƒ. 10.000,-- aan de nieuwe parochie. Bij wijze van eerbetoon werd in 1919 de straat waaraan de kerk van Chevremont lag officieel naar deze grote weldoener, die leefde tussen 1842-1913, vernoemd.

Van het kerkbestuur van de H. Lambertusparochie kreeg men de bouwgrond cadeau, zij het onder de uitdrukkelijke bepaling dat de overblijvende grond gereserveerd moest worden voor de bouw van een R.K. school en een Ursulinenklooster. Dat was echter voorlopig van later zorg. Spontaan boden enkele architecten hun diensten aan. Gekozen werd voor een ontwerp in Romaanse stijl van de Heerlense architect Jozef Seelen. Bij de openbare aanbesteding op 6 juli 1905 bleek aannemer Jan Ubachs uit Heerlen het goedkoopste, hij was bereid de kerk te bouwen voor ƒ. 36.200,--.

Op zondag 20 augustus 1905 vond officieel de eerste steenlegging van de kerk van Chevremont plaats, de eigenlijke werkzaamheden waren toen echter al in volle gang. De feestdag begon voor de nieuwe parochie om half drie 's middags met een plechtig lof in de H. Lambertuskerk. Daarna trok het hele gezelschap, bestaande uit talrijke notabelen - ook van buiten de parochie - en zo'n 20 plaatselijke verenigingen in optocht met de eerste steen naar
St. Pietersrade. Een tijdgenoot schreef over deze blijde gebeurtenis: 'De stoet was prachtig en trok onder voortdurende muziek, die door de verschillende Harmonien en Zangvereenigingen afwisselend uitgevoerd werd, door het dorp, de Nierspring door naar St. Pietersrade onder het aanhoudend gejubel van duizenden menschen, die als toeschouwers waren toegestroomd'. De offerande, die aansluitend gehouden werd, bracht het hoge bedrag van ruim ƒ. 1.200,-- op. Ook de mijnbouwondernemingen lieten zich niet onbetuigd. Zowel Laura en Vereeniging uit Eygelshoven als de Domaniale van de Holz waren gebaat bij een stabiel sociaal klimaat, waaraan door de kerken een belangrijke bijdrage geleverd werd. De mijnen revancheerden zich door milde financiële gaven en ook door giften in natura: toen de Domaniale een 'brullende bromfluit' kocht om de mijnwerkers naar het werk te roepen, schonk zij bijvoorbeeld de nu overbodig geworden oude bedrijfsklok aan de nieuwe kerk in Chevremont.

De bouw van de kerk verliep overigens voorspoedig. De buitenkant van het gebouw werd opgetrokken in natuursteen, wat per trein vanuit een groeve in Moresnet naar Kohlscheid werd vervoerd en vandaar met paard en wagen naar Chevremont werd gebracht. Als laatste werd begin 1907 het altaar vervaardigd. Dit karwei werd samen geklaard door steenhouwer Johan Comuth uit Venlo en de uit Kerkrade afkomstige beeldhouwer Wilhelm Schmitz. Een beeldhouwer uit Roermond, die meewerkte aan de verfraaiing van de kapitelen bovenaan de pijlers in het kerkschip, hoopte hier een graantje van mee te kunnen pikken en maakte - ongevraagd - zélf ook een altaarstuk. Het kerkbestuur vond het resultaat echter 'erbarmelijk', waarna de schepper zo woedend werd dat hij in een vlaag van dronkenschap zijn kunstwerk met een zware hamer weer verbrijzelde.

Op Goede Vrijdag 1907 kon de kerk feestelijk in gebruik genomen worden en op 15 december van hetzelfde jaar volgde de officiële toestemming van de bisschop van Roermond voor de oprichting van de parochie onder de naam St. Pietersrade. Andreas Josephus Hubertus van der Heijden werd de eerste pastoor van de nieuwe parochie, tot aan zijn emeritaat in 1920 bleef hij als zieleherder aan de parochie verbonden en na zijn dood in 1935 werd hij ook in Chevremont begraven. Te zijner nagedachtenis werd op 28 april 1950 door de gemeente Kerkrade een straat in deze wijk naar de bouwpastoor van de St. Petruskerk genoemd.

De parochie groeide aanvankelijk voorspoedig en al in 1919 zag men zich gedwongen in Haanrade aan de Meuserstraat grond aan te kopen voor de vestiging van een katholieke lagere school en een kapel. Bij bisschoppelijk besluit van 28 juli 1927 werd het rectoraat H. Hart van Jezus in Haanrade als 'filiaal' van St. Pietersrade opgericht. In de jaren twintig werd ook nog de verplichting ingelost die men in 1905 met de H. Lambertusparochie was aangegaan: in 1924 werd begonnen met de bouw van een patronaat en een katholieke jongensschool, terwijl al een jaar eerder het meisjespatronaat door de Ursulinen in Chevremont kon worden geopend.

Na de Tweede Wereldoorlog werd er echter van verschillende kanten aan de fundamenten van de parochie geknaagd. Niet alleen had het kerkgebouw veel te lijden gehad van oorlogs- en mijnschade, de bevolkingsgroei van Kerkrade zorgde ook nog eens voor de oprichting van steeds meer parochies die bezoekers aan de kerk van Chevremont wegtrokken. In 1953 werd zo aan de Nassaustraat de kerk van de parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming opgericht. Tien jaar later verscheen in het Rolduckerveld de Blijde Boodschap parochie. Ook de bestaande parochiegrenzen werden vaak van hogerhand ten nadele van de St. Petrusparochie gewijzigd.

Vanaf 1968 stond het voortbestaan van de parochie ter discussie. Het dalend kerkbezoek, het groot aantal kerken binnen een straal van één kilometer en de slechte staat van het kerkgebouw (mijnschade en achterstallig onderhoud) maakten sluiting van de kerk op termijn bijna onontkoombaar. Op zondag 1 oktober 1972 gingen de gelovigen voor de laatste keer naar de St. Petruskerk. Hier vond een sobere plechtigheid plaats waarna men de deuren definitief achter zich dichttrok en naar het kerkgebouw aan de Nassaustraat trok: de fusie met de parochie O.L. Vrouw ten Hemelopneming was definitief een feit. Daarna raakte de kerk aan de St. Pieterstraat steeds verder in verval. In de zeventiger jaren werd het gebouw nog enige tijd gebruikt als meubelopslagplaats, maar sloop werd steeds onvermijdelijker. Ook de oprichting van een Chevremonts actiecomité, dat zich in 1980 inzette om tenminste de twee markante torens van de St. Petruskerk te redden, kon hier niets meer aan veranderen. Op 6 augustus 1980 werd een begin gemaakt met de sloop van de kerktorens. Toen het sloopbedrijf een kraanmachine inzette, waarbij met een drie ton zware kogel tegen de gevels werd gebeukt, was het pleit snel beslecht.

 De afbraak van de kerk

Drs. Mike Kockelkoren

Pastoors van de St. Petrusparochie.

A.J.H. van der Heijden (geboren Mechelen 1857, overleden Holset 1935) pastoor 1904-1920

W.J. van Ormelingen (geb. Haaren 1875, overl. Heerlen 1954)
pastoor 1920-1933

P. van den Goor (geb. Heel/Panheel 1885, overl. Sittard 1966)
pastoor 1933-1956

B. Otten (geb. Geleen 1904, verhuist 1970 naar Beek)
pastoor 1956-1970

C.J.R. Buschman (geb. Bloemendaal 1926, verhuist 1979 naar Venray)
pastoor 1971-1972