HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 18-05-2017

Lambertus

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: H. Lambertus
Dekenaat/kerkverband: Horst
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Horst
Gemeente: Horst aan de Maas
 
Adres: St. Lambertusplein 16
Postcode: 5961 EW
Coördinaten: x: 201321, y: 385007
 
Rijksmonumentennummer: 22648 Code: 5961EW-00016-01
Kadastrale gegevens: Horst D 4510
Bouwpastoor/bouwpredikant: L.J.H.M. Debije
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

 

Foto: Thomas Joosten

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

De na verwoesting herbouwde St. Lambertuskerk vanwege een belangrijke middeleeuwse INVENTARIS o.a.: laatgotisch wijwatervat van hardsteen; de luiken van een zuidnederlandse triptiek, XVIa, een reeks laatgotische houten beelden, waarvan het meest opmerkelijke een H. Agnes en een H. Catharina; schilderijen. Datum: 12-11-1968

Ruimtelijke context

 

De kerk vormt het middelpunt van het dorp en domineert vanwege zijn grootte en hoogte het centrum. De toren is een landmark voor Horst en verre omgeving. Schuin tegenover de kerk ligt het voormalige raadhuis. Na de gereedkoming lag de kerk op een eiland, dat gevormd werd door drie straten en een steeg. Thans zijn de straten aan de west- en de noordgevel veranderd in voetgangersdomein, parkeerplaats annex (markt)plein. De omliggende bebouwing bestaat voornamelijk uit winkels. Ten noorden van de kerk zijn appartementen gebouwd. De Lambertuskerk is een Rijksmonument vanwege de rijke inventaris.

Type

Bakstenen, georiënteerde driebeukige hallenkerk met zijbeuken, atrium en klokkentoren. Onder het priesterkoor ligt een crypte. De banken zijn axiaal opgesteld.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

De eerste keer, dat melding gemaakt wordt van een kerk te Berkelo, zoals Horst toen nog heette, was 1219. De kerk was een dochterkerk van Blerick. In 1502 werd de kerk te Berkelo tot parochie verheven en in die tijd ook, veranderde de naam in Horst. De naam Lambertus komt mogelijk van de moederkerk in werd in 1405 voor het eerst genoemd. Na de Tweede Wereldoorlog zijn opgravingen verricht. De oudst teruggevonden resten waren ijzeroerstenen fundamenten, waarbij mogelijk twee bouwfasen kunnen worden gereconstrueerd. Van oorsprong betrof het een zaalkerkje. Het schip was het oudst, met een later aangebouwd rechtgesloten koor, dat in een latere fase door een groter gotisch koor werd vervangen. Omstreeks 1400 werd een zware westtoren gebouwd, die tot 1944 is blijven staan. De kerk werd in opeenvolgende fasen voorzien van zijbeuken – die de toren insloten - en zijkoren. Het hoofdkoor werd verlengd, waarna de zuidelijke zijbeuk tot zijschip werd verbreed. In 1869 verbreedde Pierre Cuypers de noordbeuk. De kerk had toen drie even brede schepen. De mergelstenen toren werd toen met baksteen bekleed. In 1925 werd onder leiding van architect Caspar Franssen de zijschepen verlengd en voorzien van polygonale sluitingen. Op 12 oktober 1944 werd de kerk beschoten en vloog in brand. Met man en macht werd de brand bedwongen en werden veel kunstvoorwerpen gered, die na de brand opnieuw in de kerk werden opgesteld, omdat de gewelven nog intact waren. Op 22 november echter wilden de terugtrekkende Duitsers de toren opblazen. Na een mislukte poging werd een dusdanig grote lading aangebracht, dat de toren vanaf de fundamenten weggeblazen werd. De kerk, alsmede de kunstvoorwerpen die zich daarin bevonden, werden vernield. Alleen het draagbare, dat voor oktober uit de kerk was gehaald en verborgen, bleef behouden. In de nabijheid van de kerk stond een houten veemarkthal, die als noodkerk in gebruik werd genomen.

 Interieur van de oude kerk.  Bron: De verwoeste kerken in Limburg / A. Van Rijswijck, pr. - 1946

Huidige kerk

Op 16 april 1945 schreef deken Creemers dat de toren en kerk op enige muren na geheel vernield waren. De nieuwe pastoor-deken Debije meldde in januari 1946 dat de oude kerk onpraktisch was. Drievijfde van de parochianen kon het altaar niet zien. De riante noodkerk – die ‘kathedraal onder de noodkerken’ genoemd werd - was in dat opzicht een hele verbetering. De oude kerk had slechts 600 zitplaatsen, terwijl op dat moment 900 à 1000 plaatsen vereist waren. Bij herbouw van de oude kerk viel dat niet te realiseren. Op 8 juni 1946 gaf het College van Commissarissen voor de Wederopbouw toestemming de restanten van de oude kerk te slopen. Tussen 16 september 1946 en 17 januari 1947 werd de kerk afgebroken, waarbij begin januari de resten een Romaans zaalkerkje tevoorschijn kwamen. De fundamenten werden uiteindelijk niet gespaard en ook de wens om de afmetingen van de oudste kerk in de vloer weer te geven werd niet gehonoreerd. In mei 1948 werd een comité gevormd bestaande uit deken Debije, pater Randag OFM, priester-docent Piet Hoogers en burgemeester H. van Grunsven. Er werden zo’n dertig kerken bezocht van befaamde en aankomende architecten onder wie Peutz, Boosten, Granpré Molière, Strik en Valk. Na wikken en wegen, voor alle architecten viel wel iets te positiefs en/of negatiefs te zeggen, besloot het kerkbestuur in mei 1948 Alfons Boosten als architect aan te nemen. De BBC toonde zich daarmee per omgaande akkoord. Deken Debije formuleerde een pakket van eisen voor de nieuwe kerk. Een goede ligging was primair. Boven de sacristie moest een bovenwoning komen voor een derde kapelaan. De blik op het koor moest vrij zijn. De noordwand aan het Lambertusplein moest geheel vrij zijn en de toren diende in de as van de Steenstraat te staan. De kerk moest 900 volwassenen en 350 kinderen plaats bieden. Speciaal voor de kinderen moesten goede banken gemaakt worden. De nieuwbouw moest monumentaal zijn en de omgeving beheersen. Inwendig was een ‘blije christelijke sfeer’ noodzakelijk. De muren zouden gestuukt moeten worden om schilderingen te kunnen uitvoeren en ook zou gelet moeten worden op voldoende daglicht, ook als gebrandschilderd glas geplaatst werd. Extra aandacht zou de architect moeten geven aan het koor met een goed zichtbaar altaar, dat breed en hoog moest zijn, opdat iedereen alles kon zien en er flinke liturgische vieringen konden plaatsvinden. De kinderen mochten niet in een hoekje weggestopt worden, maar een zodanige plaats krijgen dat ook zij als volwaardige kerkgangers alles konden zien. Het koor zou vanaf de zijkant zijn licht ontvangen om hinderlijk tegenlicht te vermijden. De doopkapel, waarin de middeleeuwse vont zijn plaats kreeg, zou ‘stijlvol’ moeten worden aangezien de liturgie der kerk steeds meer de doopgenade ging benadrukken. Tot slot was een der eisen ook dat de beeldenschat van de kerk een waardig onderkomen zou krijgen. Op basis van deze eisen toog Boosten aan het werk. Half maart 1949 leverde Boosten een set tekeningen, die dateerden van 23 december 1948, 24 januari, 21 februari en 9 maart 1949. Het ontwerp van Boosten was een novum in zijn oeuvre. De keuze van een atrium aan de westzijde en de plaatsing van de toren aan de noordoostzijde waren nog nergens eerder gezien. In de kerk was in de dwarsbeuk en driedeling gemaakt, met het priesterkoor vooruitgeschoven de kerk in, met aan de noordzijde plaats voor het zangkoor en aan de zuidzijde een kinderkapel. Achter de altaarruimte om liep een kooromgang. Het sanctuarium was van de rest van de kerk afgescheiden door scheibogen op pilaren, die doorliepen in een cilindrische toren. Het kerkbestuur gaf zijn goedkeuring, maar de meningen van anderen waren verdeeld. Uiteindelijk wewrd het besluit genomen was om de kerk volgens Boostens eerste ingediende plan uit te voeren. Op 1 maart 1951 werd de kerk aanbesteed. J.P.A. Nelissen uit Venray mocht het werk uitvoeren.  Op 17 november 1952 volgde de ingebruikname. In het jaar daarna, op 28 juni consacreerde Mgr. Lemmens de Lambertuskerk. Tussen 1952 en 1960 werd een hele reeks gebrandschilderde vensters geplaatst door Jos ten Horn, Gilles Franssen, Daan Wildschut en pater Van den Berg OFM.

Veranderingen

In 1985 werd een zijvertrek van de crypte in gebruik genomen als schatkamer annex expositieruimte. Omstreeks 2000 werden de banken in de kinderkapel verwijderd en vervangen door een podium, waarop grotere zang- en muziekgezelschappen plaats konden nemen.

Exterieur

Foto: juni 2015

De Lambertuskerk is opgetrokken in rode baksteen die in staand verband is verwerkt en platvol gevoegd. De kerk wordt aan de westzijde begrensd door een ongelijkzijdig atrium, dat door twee dubbele houten toegangsdeuren in de noord- en zuidgevel toegankelijk is. In de westgevel van het atrium zijn drie paar gekoppelde rondboogvensters gebouwd. Het atrium heeft een plat, betonnen dak, dat aan de buiten- en binnenzijde iets uitsteekt. Aan de binnenzijde van het atrium loopt aan drie zijden een op rechthoekige pijlers rustend arcade van rondbogen. De atriumomgang is met kruisgraatgewelven overkluisd. Ter plaatse waar het atrium tegen de westgevel van het schip steunt zijn zij-ingangen gebouwd, die uitkomen in de lage processiegangen die het schip ten noorden en ten zuiden flankeren. Deze portaaltjes zijn van buiten te herkennen door de twee rondboogvensters. De hoofdingang van de kerk is ondergebracht in een portaal dat bereikbaar is via een trap en een hellingbaan en in het midden van de westgevel staat. Een rondboog met terugspringend metselwerk leidt naar de dubbele houten toegangsdeur. In het portaal is tevens de wenteltrap opgenomen die naar de zangtribune voert. Het portaal heeft een lessenaardak. De topgevels hebben vlechtingen met op de hoeken betonnen kraagstenen. Aan de voorzijde loopt een zinken regengoot. De westgevel wordt gedomineerd door een betonnen roosvenster. Links en rechts is een rondboogvenster aangebracht. De topgevel kent vlechtingen. Het atrium loopt door in de processiegangen, die eveneens platte daken kennen met uitstekende randen. Aan de zuidkant zijn vier rondvensters gemaakt, aan de noordzijde slechts drie. De opbouw van de gevels van het schip is aan noord- en zuidzijde identiek. Rechthoekige steunberen verdelen het schip in vier traveeën. Per travee is een rondraam. De zijschepen hebben platte daken. Het middenschip heeft een zadeldak dat met leien is belegd. Tegen de noordgevel is op de overgang van atrium naar processiegang een de ronde doopkapel gebouwd met twee bijna tot op het maaiveld doorlopende ramen. De doopkapel is half opgenomen in de kerk. De volledig ronde vorm is van buiten echter herkenbaar, doordat de kapel zich boven het platte dak van atrium en processiegang verheft. Tegen de noordgevel is ter plaatse waar het schip overgaat in oostpartij een ruime zij-ingang gebouwd. Deze is via een trap vanaf het Lambertusplein bereikbaar en wordt afgesloten met een dubbele houten deur. Links en rechts van de deur staan twee kleine rondboograampjes. Het portaal heeft een zadeldak. De topgevel vertoont vlechtwerk. Tegen de zuidgevel staat een hoog bouwblok op rechthoekig grondplan, met plat dak, wiens muurwerk door vier rondboogvensters doorbroken wordt. Daartegen leunt het sacristie/kapelaniecomplex. De oostpartij bestaat uit de klokkentoren en de sacramentstoren met kooromgang. De klokkentoren bestaat uit een zware onderbouw, wiens massiviteit een weinig gebroken wordt door de twee tritsen van smalle, hoge rondbogen in zijn noord en oostgevel. Achter deze boogstellingen gaan vensters schuil van de Mariakapel (noordgevel) en de verdieping (oostgevel) daarboven. Betonnen waterspuwers dragen zorg voor de hemelwaterafvoer.

Foto: juni 2015

Uit de blokvormige onderbouw rijst de ranke achtzijdige, eigenlijke klokkentoren op. Deze opent zich door slanke rondbogen naar acht zijden. De twee betonnen tussenverdiepingen zijn derhalve goed zichtbaar. In de bovenst verdieping hangen de klokken en daarboven zijn vier wijzerplaten aangebracht. Een betonnen, geprofileerde daklijst markeert de voergang tussen het mestelwerk en de lage met koper gedekte spits. Deze wordt bekroond door een verguld kruis. De halfronde kooromgang staat tegen de oostgevel van de kerk. Boven het maaiveld is een reeks van vijf rondboogvenstertjes gebouwd, die de crypte van daglicht moeten voorzien. De omgang zelf ontvangt licht door twee rondvensters. De omgang heeft een platdak. De ongelede sacramentstoren rijst uit boven de omgang. Twee smalle rondboogramen doorbreken het muurvlak ten noorden en ten zuiden. Onder de hoge koperen spits loopt een reeks rondbogen.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht op de zangtribune

De kerk betredend via de ingang van het atrium komt men uit in het middenschip onder de betonnen zangtribune, die zich over de breedte van het middenschip uitstrekt. De tribune, die op betonnen zuilen met ionische kapitelen rust, heeft een houten balustrade. Rechts van de ingang staat het laatgotische wijwaterbekken. Een middenpad loopt tussen de twee bankenblokken door naar het koor. Twee andere bankenblokken staan in de zijschepen. De hele binnenruimte is als schoon metselwerk uitgevoerd in staand verband. Er is rode baksteen gebruikt. Het middenschip heeft een zadeldakvormig, redwood cassetteplafond, dat de stalen dakspanten aan het zicht onttrekt. De zijschepen en uitbouw aan de zuidkant hebben witte, steengaasbetonnen graatgewelven. De dak- annexgewelfconstructies rusten op betonnen balken die gelegd zijn een reeks slanke betonnen zuilen. De dakconstructie rust niet op het opgaande muurwerk. De zuilen bakenen tevens midden- en zijschepen van elkaar af. Nochtans is juist door hun slankheid feitelijk een grote ruimte behouden. De lage processiegangen zijn door scheibogen met het schip verbonden. Voor de boogconstructie is ‘Stützenwechsel’ toegepast. In de processiegangen zijn aan beide zijden een reeks kapellen gebouwd waar de antieke beeldenschat van de kerk grotendeels zijn tehuis heeft gevonden. De doopkapel is eveneens bereikbaar via de noordelijke processiegang. Een smeedijzeren hek sluit de doopruimte met zijn Romaanse doopvont af. De doopkapel heeft een koepelgewelf. De koorpartij, die aan de voorzijde door twee communiebanken wordt begrensd, heeft vier niveaus. Het eerste niveau verheft zich zes treden boven het vloerniveau van het schip. Op de hoeken zijn twee ambones geplaatst. Het altaar staat wederom drie treden hoger op het tweede niveau. Aan weerszijden van het altaar voeren treden omhoog naar de sacramentskapel, waaronder op een verhoging van vijf treden het tabernakel staat. De sacramentstoren is door drie bogen met het liturgisch centrum verbonden. De middelste boog rust op twee betonnen zuilen. De teerlingkapitelen zijn vervaardigd uit met reliëf versierde kunststeen. Boven in de toren zijn vijf ‘galmgaten’ aangebracht. De sacramentskapel wordt door een koepelgewelf overhuifd. Rondbogen terzijde van de sacramentstoren geven toegang tot de met wit gestuukte graatgewelven overdekte kooromgang. In de omgang, precies achter de sacramentstoren, staat een marmeren tombealtaar met witgelakt tabernakel. De noordelijke processiegang komt uit bij de zij-ingang. De drie toegangsdeuren liggen in een portaal, dat door vier betonnen zuilen wordt gemarkeerd. Bij het portaal komt een rondboog uit. Een behoorlijke stenen trap van tien treden komt uit in de onder de klokkentoren gelegen Mariakapel. Het vloerniveau van deze kapel is gelijk aan die van het derde niveau van het koor, waarmee zij door een rondboog in verbinding staat. De kapel heeft een kruisgraatgewelf uit baksteen. Boven de kapel is een verdieping aangebracht, die richting het koor via een rechthoekige, door twee zuiltjes geschraagde tribune is geopend. De betonnen zuiltjes dragen ionische kapiteeltjes. Boosten zag deze ‘loggia’ als eerbetoon aan de heren Van Wittenhorst. Door zijn rechthoekige vorm detoneert deze opening in de door rondbogen beheerste kerk. De loge heeft verder geen functie en is evenmin voor iets te gebruiken. Links van het priesterkoor daalt een trap af naar de qua oppervlakte grote maar (te) lage crypte. Deze is met bakstenen koepel- en graatgewelven overkluisd. De gewelven rusten op betonnen pijlers met dito teerlingkapitelen. Evenals de bovenkerk, heeft de krocht een kooromgang.

Crypte. Foto: juni 2015

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Aanvulling: De Lambertuskerk van Horst bezit een unieke verzameling middeleeuwse houten beelden, o.a. van de Meester van Elsloo die allemaal zorgvuldig zijn gerestaureerd. Alleen al daarom is de kerk een bezoek meer dan waard!

In 2013 gaf de Stichting Beheer Kunstschatten Sint Lambertus Horst een prachtig geïllustreerd boekwerk uit met de titel: De Hemel op Aarde. De Sint-Lambertuskerk in Horst en haar inventaris. Hierin zijn schitterende foto's opgenomen van o.a. al de Middeleeuwse beelden.

Orgel

Foto: juni 2015

Blijkens van der Aa en Broekhuyzen sr. beschikte deze kerk medio 19e eeuw over een “fraai orgel”, “afkomstig uit de kerk te Deurne”; reeds voor 1766 in de kerk te Horst aanwezig; een “zeer oud werk”, dat in 1839 was “herbouwd” door Gebr.Franssen (Horst); er is zelfs sprake van een orgel voor 1526; in 1944 ging het verloren. Gebr.Vermeulen (Weert) bouwden in 1952 het huidige driemanuaals orgel, waarvan (aanvankelijk) een 14-tal stemmen nog niet geplaatst werd; deze zijn nadien alsnog gerealiseerd, zij het dat de op het Hoofdwerk voorziene Cymbel III gewijzigd werd in een Bombarde 16’; bij de restauratie in 1988 werd op het Zwelwerk de Cymbel IV vervangen door een Vox Celeste 8’, terwijl de Ranket 16’ plaats moest maken voor een Vox Humana 8’.

Driemanuaals electro-pneumatisch orgel, gebouwd in 1952 door Gebr.Vermeulen (Weert).

 

Hoofdwerk (C-g’’’)             Positief (C-g’’’)                    Zwelwerk (C-g’’’)                Pedaal (C-f’)

Kwintadeen 16’                 Diapason 8’                         Prestant 8’                        Prestantbas 16’

Prestant 8’                        Roerfluit 8’                           Wilgenpijp 8’                     Subbas 16’

Openfluit 8’                       Kwintadeen 8’                     Holpijp 8’                            Kwintadeen 16’

Bourdon 8’                        Octaaf 4’                              Octaaf 4’                            Octaafbas 8’

Octaaf 4’                           Blokfluit 4’                           Openfluit 4’                          Gedektbas 8’

Nachthoorn 4’                   Octaaf 2’                              Ruisquint 2 2/3’                  Kwint 5 1/3’

Kwint 2 2/3’                       Larigot 1 1/3’                      Woudfluit 2’                        Octaaf 4’

Octaaf 2’                            Sesquialter II                      Terts 1 3/5’                         Octaaf 2’

Mixtuur VI                          Scherp IV                            Superoctaaf 1’                     Mixtuur IV

Cornet V                            Kromhoorn 8’                       Vox Celeste 8’                     Bazuin 16’

Bombarde 16’                                                                Hobo 8’                               Trompet 8’

Trompet 8’                                                                     Vox humana 8’                     Klaroen 4’

Klaroen 4’                                                                      Trompet 8’

                                                                                      Regaal 4’

 

Koppelingen: HW+Pos / HW+ZW /Pos+ZW /Ped+HW / Ped+Pos / Ped + ZW / Ped+ZW 4’

Handregisters af / tongwerken af / aut.ped II / aut.ped III

Literatuur

 

a)       A.J.van der Aa – Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden – deel V (1844), blz.852

b)       George Hendricus Broekhuyzen sr. – Orgelbeschrijvingen (hs.circa 1850-1862). Uitgave Ver.voor Ned. Muziekgeschiedenis (1986)  H – 157

c)       Sint Gregoriusblad 1953, blz.23

d)       250 jaar orgelmakers Vermeulen 1730-1980, blz.91

e)       Gijs Hoofs – De orgelbouwers Franssen en het Horster orgel: ongekend onbekend – Horster Historiën (2005), blz.189-210

 

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht).

Afbeeldingen

De beschrijving begint bij de ingangspartij in de noordgevel, aan de kant van het Lambertusplein.

Gilles Franssen, ca. 1956, boven ingangspartij (noordgevel). Het offer van Abraham.

Jos ten Horn, 1954 (noordgevel) Jezus, Zoon van David, Zoon van Jesse, Zoon van Adam (boom van Jesse). Het venster werd geschonken door de Tuinbouwvereniging.

Gilles Franssen, 1957 (noordgevel). Geboorte van Jezus.

Gilles Franssen, 1958 (noordgevel). Doop van Jezus.

Gilles Franssen, 1959 (noordgevel). Bekoring van Jezus.

Jos ten Horn (westgevel). Jezus bedaart de storm op zee.

Gilles Franssen, (westgevel). Lam Gods met twaalf engelen (roosvenster)

Jos ten Horn (westgevel). Jezus als Heiland.

Gilles Franssen, 1959 (zuidgevel). Kruisdood van Jezus

Gilles Franssen, XXc. Verrijzenis.

Gilles Franssen, 1960 (zuidgevel) Zending van de H. Geest. Geschonken door De Roskam.

Gilles Franssen, 1958 (zuidgevel) De wederkomst van Christus (Laatste Oordeel). Geschonken door In ’t Groenewold.

Jos ten Horn Leeuw (Marcus)

Jos ten Horn Mensengelaat (Mattheüs)

Adelaar (Johannes) Geschonken door deken Debije.

Rund (Lucas) Geschonken door de Limburgse Land- en Tuinbouwbond.

Ramen in de kooromgang

Gilles Fransen Sint-Christoffel, patroon van de Roermondse kathedraal. Geschonken door de Jonge Wacht.

Sint-Lambertus, bisschop van Luik.

Ramen in de kapellen aan de noordzijde

Gilles Franssen. Sint-Remigius, bisschop van Reims.

Gilles Franssen, 1956. Sint-Monulphus en Sint-Gondulphus, bisschoppen van Maastricht. Geschonken door Wittenhorst

Gilles Franssen, XXc. Sint-Willibrord, bisschop van Utrecht, patroon van de Nederlandse kerkprovincie. Geschonken door de RK Bouwvakarbeiderbond.

Ramen in de kapellen aan de zuidzijde

Gilles Franssen, XXc. Sint-Norbertus van Gennep. Geschonken door E.V.

Sint-Wiro en Sint-Plechelmus Geschonken door E.V.

Sint-Servatius, bisschop van Tongeren. Geschonken Jonge Boeren en Tuinders

Sint-Hubertus, bisschop van Maastricht. Geschonken door de Studentenclub

Ramen in de Mariakapel

L. van den Berg OFM, XXc. Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria (Annunciatie)

Maria als moeder van smarten. Maria wordt door engelen ten hemel gedragen.

Doopkapel. De iconografie is gebaseerd op Paulus’ leer over het doopsel: allen die gedoopt zijn, zijn met Christus gestorven en begraven, opdat zij een nieuw leven zouden leiden met Christus, die door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt.

Daan Wildschut, XXc. Kruisafname. Geschonken door de schoolkinderen van Horst.

Verrijzenis. Geschonken door de Boerinnenbond

Altaar (kooromgang), marmer, ca. 1952. Tombe-altaar.

Sacramentsaltaar, zwarte natuursteen, ca. 1952. De mensa rust aan de voorzijde op twee kolommen die voorzien zijn van gestileerde teerlingkapitelen. De kapitelen hebben aan de voorzijde reliëfs: engelen. Aan de achterzijde, waar het tabernakel staat, rust de mensa op een blok.

Marmer, ca. 1952.

Grafzerk, hardsteen,1569. In reliëf de afbeeldingen van Johan van Wittenhorst en Josina van Weess in ionische omlijsting, boven hen het alliantiewapen; op het postament een opschrift.

Smeedijzer, ca. 1952. In het midden staat een Latijns kruis, onder een lelie en een vis, in het midden een hart en een anker, boven alpha en omega. In de doopkapel.

Voorstelling op de twee kapitelen samen: het Jongste Gericht, Majestas Domini (linker kapiteel, voorzijde), Christus in de mandorla, het boek met het alpha en omega in zijn linkerhand houdend. Op de andere drie zijden staan achttien baardige mannen (oudsten) Symbolen van de vier evangelisten (rechter kapiteel, voorzijde). Op de andere drie zijden staan de zes andere oudsten, engelen en twee bisschoppen (geloofsverkondigers?). In de sacramentskapel.

Tabernakel, geelkoper, kiezelsteen, leer, J. Huysmans, XXc. Wit leer aan de binnenzijde van de deuren, die als expositietroon kunnen fungeren. Op het tabernakel staat de pelikaan die zijn jongen voedt.

Tabernakel (kooromgang), metaal, XX. Aan de voorzijde twee deuren, die voorzien van het alpha en omega.

Naamse steen, XVIa. Vierkante voet; geprofileerde schacht; achtzijdige versierde kuip met tegen de bovenrand vier vooruitspringende koppen.

 
 
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus