HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 26-05-2017

Barbara

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: O.L.V. Altijddurende Bijstand, H. Barbara en H.H. Engelbewaarders
Dekenaat/kerkverband: Schinnen-Geleen
Soort gebouw: Voormalige parochiekerk
Plaats: Lindenheuvel
Gemeente: Sittard-Geleen-Born
 
Adres: Bur. Lemmensstraat
Postcode: 6163 JA (JT)
 
Kadastrale gegevens: Geleen G 3537
Bouwpastoor/bouwpredikant: P.W. Vrancken
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: Gesloopt!!

Het tabernakel werd overgebracht naar de kerk van Leeuwen.

Bij gelegenheid van het 25-jarig bisschopsjubileum van Mgr. Lemmens werd een feestgave aan de prelaat geschonken. Naast de bouw van de H. Guliëlmuskerk in Maastricht kreeg een viertal parochies met zware zorgen een bedrag ten behoeve van een altaar. Deze kerk was er één van, naast de H. Geest, Heerlen; H. Jozef, Roermond; H. Joannes Bosco, Venlo.

 

Bron:Gebr. Simons , Ubach over Worms (L.)

Ruimtelijke context

De Barbarakerk lag op de hoek Burg. Lemmensstraat en Irisstraat. De omliggende bebouwing bestond uit mijnwerkerswoningen.

Type

Driebeukige, betonnen hallenkerk waarvan de schepen taptoe liepen naar een ronde koortoren. De plattegrond had de vorm van een vlinder. De bankenopstelling was centraal.

Bouwgeschiedenis

Bouwrector Vranken stuurde deze kaart rond met de volgende tekst: “Zonder Uw hulp komt deze kerk niet klaar”. Bron: collectie Hub Kitzen

De wijk Lindenheuvel ontstond door de komst van de Staatsmijn Maurits. De bevolking groeide snel en de in 1929 gebouwde kerk van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand werd stilaan te klein. Bisschop Lemmens besloot derhalve in februari 1954 om deze grote parochie te voorzien van twee rectoraten. Op 24 maart van dat jaar werden de rectoraten H.H. Engelbewaarders en H. Barbara opgericht. Aan de Javastraat werd een stenen barak van Staatsmijnen door vrijwilligers verbouwd tot noodkerk, die op 1 oktober 1954 in gebruik genomen werd. In een andere deel van de barak vond rector P.W. Vranken zijn onderkomen. Dit deel van Lindenheuvel was armoedig. Er woonden veel buitenlandse arbeiders. Nochtans puilde het noodkerkje elke zondag uit. Rector Vranken wilde snel een aanvang maken met de bouw van de definitieve kerk. Reeds in mei 1954 waren de tekeningen en maquette klaar. Als architect benaderde hij Ad van Hezik uit Maasniel. Vrancken werd daarbij gesteund door zijn oud-klasgenoot en kunstkenner Jos Stassen, de latere directeur van het centrum Rolduc. Men keurde Van Heziks plan op 8 juni 1954 goed. Wel had men nog vragen over de uitvoering en de financiering, dus er moest er bezuinigd worden. Het financieringsschema zag er in juli 1955 gunstig uit. De inkomsten bedroegen 380.000 gulden, de uitgaven 385.000 gulden inclusief de aanneemsom van 305.000 gulden. De bouwwerkzaamheden starten in augustus 1955. Missiebisschop Mgr. Paulissen legde op 8 oktober van dat jaar de eerste steen. Ofschoon rector Vrancken in alle parochies die dat toestonden, bedelpreken ten behoeve van zijn nieuwe kerk hield – naar verluidt, legde hij daartoe 20.000 km af – bleek ruim een half jaar later, dat er een financieel tekort was van ruim 160.000 gulden. Rector Vrancken en Van Hezik hadden zich rijk gerekend. De financiële perikelen leidden tot stopzetting van de bouw. In de half voltooide kerk moest niettemin behoorlijk gestookt worden om te verhinderen, dat de betonnen muren vanwege de strenge vorst zouden scheuren. Rector Vrancken, zelf een boerenzoon, wendde zich tot de Limburgse boerenstand om hulp. Want, ‘als het er op aankomt laat de Limburgse boer de katholieke zaak niet in de steek’, aldus de Maas en Roerbode van 9 maart 1953. Vrancken wilde geld lenen zonder interest. In plaats van rente werd elke maand voor de weldoener een Mis gelezen. De obligaties werden na uitloting uitbetaald. Een kerkmeester benaderde via de nuntiatuur in Den Haag zelfs de H. Vader met het verzoek de parochie te ondersteunen. Hoewel het bevreemding opwekte in Den Haag en Rome schonk de paus toch 3000 gulden. Er kwam uiteindelijk voldoende geld binnen om de kerk provisorisch te voltooien. Zij werd op 22 december 1957 ingezegend. De schuld was inmiddels afgenomen tot ruim 64.000 gulden. De rector woonde echter nog steeds in een barak en in de kerk lag geen fatsoenlijke vloer. Communiebank, biechtstoelen, zijaltaren en toren ontbraken. De zangtribune werd pas eind 1960 gebouwd. De kritieken in de pers waren over het algemeen zeer lovend. Woorden als ‘moedig’, ‘gedurfd’ en ‘revolutionair’ werden door de recensenten niet geschuwd. Van Hezik ging met zijn ‘vlinderkerk’ een stap verder dan Weegels met zijn kerken in Nederweert (H. Gerardus Majella) en Weert (Onbevlekt Hart van Maria). Ook zijn gebruik van beton werd geprezen. In 1968 werd reeds geconstateerd dat de kerk veel te groot was. Van de kolonie Swentibold waren al 100 woningen gesloopt en er zouden nog meer huizen volgen. Nieuwbouw was niet gepland. De kerk had 634 zitplaatsen, doch 200 à 250 was meer dan voldoende. Temeer, omdat het dominicantiecijfer zeer snel daalde. Rector Terhorst wenste de twee zijvleugels af te schotten van het middenschip, dat dan verder als kerk dienst kon doen. De BBC kon zich in dit plan vinden. Er werd toen tevens gedacht aan de mogelijkheid de kerk buiten gebruik te stellen. De zijvleugels kregen een niet-kerkelijke bestemming. Begin jaren negentig was een deel gehuurd door een meubelzaak als opslagruimte. Vanuit pastoraal oogpunt bleef de kerk tot 17 november 1991 in gebruik. Vervolgens werden verschillende mogelijkheden met betrekking tot het gebouw verkend. Architect Van Hezik, die op afzienbare termijn een opleving van het katholieke geloof voorzag, pleitte voor herbestemming van de Barbarakerk. Zij zou als parochiekerk, maar tevens als conferentie- annex bezinningscentrum op katholieke grondslag moeten gaan functioneren. Het draagvlak voor van Heziks ideeën was echter onvoldoende. Op 6 juli 1994 publiceerde de gemeente Geleen de aanvraag tot het verkrijgen van een sloopvergunning. De Barbarakerk werd op 1 december van dat jaar overgedragen aan M.C. Project Management. De kerk is inmiddels gesloopt. Ter plaatse verrezen woningen.

Exterieur

De voorzijde van de kerk bestond uit drie holwelvende gevelpartijen. In de middelste, tevens smalste gevel lag de hoofdingang. De twee andere gevels herbergden zij-ingangen. Het dak kraagde bij deze drie gevels ver uit en werd ondersteund door een reeks betonnen zuilen, waardoor een galerij ontstond. De wanden werden doorbroken door in rijen boven elkaar geplaatste paraboolvormige ramen. Het dak was licht hellend. De zij- en achtergevels waren recht. Alleen de zijgevels hadden raampartijen. De trapeziumvormige sacristie sloot middels een lessenaardak aan op de achtergevel en de ronde koortoren. Deze was door zijn geringe hoogte aan de voorzijde nauwelijks zichtbaar. De gevels waren geheel opgetrokken uit beton. Er was geen baksteen of natuursteen aangewend om het beton aan het zicht te onttrekken.

Op het gazon voor de kerk heeft een Barbara beeld gestaan van de hand van beeldhouwer Frans Cox uit Maasniel. Na de sloop van de kerk is het beeld geplaatst tegen de gevel van het Barbara-zaelke aan de overkant van de straat. Enkele jaren geleden is er tevens een plaquette geplaats bij het beeld met de zeven namen van de verongelukte mijnwerkers in 1958 op de staatsmijn Maurits.

Het Barbarabeeld met de plaquette. Foto: Hub Kitzen

Interieur

Via de hoofdingang kwam men uit onder een narthex, waarop later de zangtribune is aangebracht. Links van de ingang lag de doopkapel. Vanuit de narthex leidde een pad tussen twee bankenblokken door naar de ronde koorpartij. Het middenschip werd door dubbele arcaden van ijle paraboolbogen gescheiden van de twee zijschepen. Tussen de boogstellingen liepen gangpaden richting het koor. De zijschepen hadden ook elk twee bankenblokken. Het grote aantal ramen zorgde voor een zee van licht. Het ronde priesterkoor was via drie treden bereikbaar. Het altaar met tabernakel stond op een rond supedaneum van eveneens drie treden. Vensters boven in de toren zorgden voor voldoende daglicht. Achter de koorpartij lag de toegang tot de sacristie. Aan weerszijden waren zijaltaren gepland.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003)

Zie ook: artikel van Sander van Daal

Barbara
Barbara
Barbara
Barbara