HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 24-02-2017

Engelbewaarders

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: O.L.V. Altijddurende Bijstand, H. Barbara en H.H. Engelbewaarders
Dekenaat/kerkverband: Schinnen-Geleen
Soort gebouw: Voormalige parochiekerk
Plaats: Lindenheuvel
Gemeente: Sittard-Geleen-Born
 
Adres: Heidestraat 23
Postcode: 6163 VR
 
Kadastrale gegevens: Geleen G 236
Bouwpastoor/bouwpredikant: J.W. Janssen
 
Architect(en):
 
Huidig gebruik: Gesloopt!

Tekst: CUstoDIant angeLI / LoCUMCoLentes. (sic); Rechts van de hoofdingang. In de tekst is een chronogram verwerkt. Achter de steen is een oorkonde ingemetseld.

Meer foto's ››

Kerk in zijn volle glorie (Bron: A. J. Vleugels)

Ruimtelijke context

De HH. Engelbewaarderkerk staat in een wijk uit de Wederopbouwperiode, met tevens huizen uit latere jaren er tussenin. De kerk staat op een kruispunt met een groot grasveld voor de entree, waardoor een grote ruimtelijke werking ontstaat. De toren staat iets terzijde van de kerk. Achter de kerk bevindt zich de pastorie. Tegenover de kerk liggen een lagere school en winkels. De toren van de kerk is goed zichtbaar. De kerk staat iets terzijde van de grotere winkelstraat en vormt daardoor niet het onmiddellijke centrum van de wijk. Kerk en toren vormen een landmark.

Type

De niet-georiënteerde zaalkerk heeft de vorm van een kwart cirkel met een overstekende absis en bestaat uit een betonskelet, dat is opgevuld met baksteen. De kerk heeft een plat dak. De opstelling van de banken is axiaal. De campanile staat terzijde van de kerk.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

In 1953 werden twee rectoraten gesticht in de wijk Lindenheuvel, de HH. Engelbewaarders en de H. Barbara, hoewel allerminst zeker was, of de wijk nog zou gaan groeien. In de wijk waren veel mensen bij de Staatsmijn Maurits werkzaam, vooral mijnwerkers. Op 11 april 1954 werd de houten noodkerk in gebruik genomen, die van 1921 tot 1953 bij de [*]Gereformeerde Kerk in Hoensbroek/Treebeek dienst had gedaan als noodkerk. Na de ingebruikname van de nieuwe kerk bleef de noodkerk staan. Tegenwoordig is het gemeenschapshuis ‘ ’t Kirkske’ de gebruiker.

Huidige kerk

De wijk was inmiddels toch gaan groeien en in 1961 diende er dringend een grotere kerk te komen. In 1959 volgde J.W. Janssen de eerste rector J.J.H. Meens op en kreeg de opdracht een kerk te gaan bouwen. Janssen was niet onervaren, hij had als kapelaan van de H. Jozef te Heerlerbaan de taken van de bouwpastoor overgenomen tijdens diens ziekte. In 1960 was A.F. Brenninckmeijer tot architect benoemd. De uiteindelijke kerk is een gestileerde en vereenvoudigde navolger van de kerken van Weegels geworden, de H. Gerardus Majella te Nederweert en de Onbevlekt Hart van Mariakerk te Weert (Fatima). De campanile stond inmiddels los van de kerk, zoals voorgeschreven in verband met mijnschade. De financiering was nog een heikel punt. De wijk was arm en door een gebrek aan middenstanders, leraren en boeren konden er geen grote geldschieters benaderd worden. Bij ieder ontwerp werden er meer onderdelen weggelaten, totdat de kerk met de pastorie overbleef. Janssen organiseerde een landelijke actie, waarbij alle gebruikers van een rekening bij de Post-, Cheque- & Girodienst de vraag kregen voorgelegd, om de centen op hun rekening over te maken voor de bouw. Deze actie leverde 40.000 gulden op. Bovendien schonk de familie Brenninckmeijer een aantal cheques met een totale waarde van 15.000 gulden. Samen met de subsidies van WPK en het bisdom kon de bouw gefinancierd worden. De locatie werd erg belangrijk gevonden, zo bleek uit de moeite om juist deze percelen te verkrijgen. De kerk kwam zo op het wiskundig midden van het rectoraat te staan. De bouw werd gegund aan firma Marcel Muyres te Sittard en Mgr. Van Odijk legde op 14 oktober 1962 de eerste steen. De inzegening geschiedde op 15 december 1963 door deken Eijssen. In de negentiger jaren liep het bezoek terug en in1999 werden er geen missen meer gelezen. Vanaf 2000 werden banken en andere inrichtingsstukken uit de kerk gehaald om elders te worden geplaatst. Officieel werd de kerk op 15 maart 2002 aan de eredienst onttrokken. Na regelmatig overlast te hebben gehad van vandalen, werd in mei 2002 bij een brandstichting de tabernakel zozeer beschadigd, dat herplaatsing niet meer mogelijk was. Ook de kerk en de overgebleven inrichting raakt steeds verder in verval. (Situatie 2002)Veranderingen

De nis rechts aan de achterzijde van de kerk naast de zij-ingang was op de tekening ingericht als biechtstoel. Het is niet bekend, of de nis ooit zo heeft gefunctioneerd, maar op het laatst was deze in gebruik als gedachteniskapel. Bij de inventarisatie waren de ramen grotendeels dichtgespijkerd in verband met vandalisme. Er zijn (anno 2005) concrete plannen om de kerk te slopen met behoud van de klokkentoren ten behoeve van een woningcomplex.

Inmiddels is de kerk gesloopt. Alleen de klokkentoren is blijven staan. Deze is geïntegreerd in de nieuwbouw op de plaats van de voormalige kerk. In de klokkentoren is een gedachteniskapel ingericht).

Foto: Job van Nes, juni 2011

Gedachteniskapel. Foto: Job van Nes, juni 2011

Exterieur

(Situatie voor de sloop) Het gebouw bestaat uit een betonnen skelet, dat is ingevuld met bakstenen muren in wild verband, platvol gevoegd. De plattegrond van de kerk bestaat uit een kwart cirkel, met in de punt een overstekende halfronde absis. Aan de ronde zijde staat een voorbouw, die bestaat uit vier evenwijdige muren, die onderling aan de bovenzijde zijn verbonden door de betonnen fries van de daklijst. De twee muurvlakken aan de buitenzijde zijn voorzien van glas in een betonnen roedeverdeling. Centraal is het muurvlak verdiept en voorzien van een betonnen muur met een spaarveld. Hieronder staan drie deurpartijen, die toegang geven tot het voorportaal van de kerk. Links en rechts van het voorportaal, evenwijdig aan het schip, staat een lange lage en gesloten gang. Aan de linkerzijkant staat een deur, die als zij-ingang heeft gefunctioneerd. De ronde zijde van de kerk is geheel voorzien van blank glas in een betonnen roedeverdeling. De rechte zijden van de kerk zijn geheel gesloten. De absis wordt van het schip gescheiden door een lichtspleet. De absis is geheel in schoon metselwerk uitgevoerd en steekt boven de rest van de kerk uit. Tussen het dak van het schip en het hoger gelegen dak van de absis staat een doorlopend venster, dat bestaat uit glas met een betonnen roedeverdeling. De daken zijn plat en aan de bovenzijde van de muren ligt de betonnen fries van de daklijst. De betonnen pilaren van de constructie zijn in de ramen zichtbaar en steken iets boven de daklijst uit. Aan de rechterzijde rechts van de ingang staat een lager recht gedeelte. Hierin bevindt zich een zij-ingang, geflankeerd door ramen. Deze bebouwing loopt door tot de kubusvormige pastorie. De toren staat rechts van de kerk en bestaat uit twee geledingen, die geheel zijn opengewerkt. De betonnen constructie bestaat uit vier overhoekse pilaren met daartussen betonnen regelwerk. Aan de onderzijde is de toren met baksteen gesloten. Aan één zijde staat een dubbele houten deur.

Interieur

Zicht op het priesterkoor. Foto 19-12-1963. Brom DSM: www.deMijnen.nl

De kerk wordt betreden door een dubbele houten deur, die toegang geeft tot een laag voorportaal met een recht plafond. Het portaal is van de kerk afgescheiden door dubbele glazen deuren. Hierachter ligt langs de achtermuur een processiegang, die van de rest van de kerk is afgescheiden door een doorlopende latei op zich naar beneden verjongende kolommen. Aan weerszijden van het portaal staan devotiekapellen. Aan de uiteinden van de processiegang staan de zij-ingangen. In het schip naast de linker zij-ingang staat een kleine nis in de muur. Boven het portaal staat de zangtribune met drie overstekende balkons. De achterwand is vanaf de hoogte van de processiegang tot aan het plafond voorzien van blank glas in een roedeverdeling. De kerk heeft een betonnen vloer met natuurstenen tegels onder de banken. De banken staan spits toelopend op de absis gericht met gangpaden tussen de blokken. De muren zijn in oranjebruine porisosteen in wild verband gemetseld en platvol gevoegd. Het plafond bestaat uit de open dakstoel in beton met een moerbalk, die rust op twee smalle zuilen aan de absiszijde. Het priesterkoor is verhoogd en bereikbaar via een doorlopende ronde trap. De vloer is gedekt met gebroken marmertegels in een lichte kleur. Het vieringaltaar staat centraal op het koor. Tegen de muur staat een kleine stipes met mensa. Hierop staat de tabernakel. Aan weerszijden zijn kleine natuurstenen platen ingemetseld voor bloemenvazen. Het plafond van de absis is tussen de betonnen kinderbalken afgetimmerd met hout. Aan de rechterzijde van de absis bevindt zich de toegang tot de dagkapel. Deze bestaat uit een rechthoekige ruimte met rechte ramen aan één zijde en een axiaal bankenplan. Aan de koorzijde staat een verhoging, met daarop een houten vieringaltaar. Aan de kerkzijde staan de biechtstoelen. Aan de achterzijde van de dagkapel bevindt zich een deur met glaspanelen. Hierachter bevindt zich een zij-ingang van de kerk, met links de deur naar buiten en rechts de deur naar de kerk.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003)

Tekst: CUstoDIant angeLI / LoCUMCoLentes. (sic); Rechts van de hoofdingang. In de tekst is een chronogram verwerkt. Achter de steen is een oorkonde ingemetseld.

Witte kluis waarop de voorzijde op de deuren in smeedijzer een kruis, een Alpha en een Omega zijn gemonteerd. Door vandalisme in mei 2002 vernield.

Op twee gemetselde stipes ligt een mensa.

 
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders
Engelbewaarders