HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 12-11-2017

H. Hart van Jezus

Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: Parochiefederatie Hoensbroek: H. Hart van Jezus
Dekenaat/kerkverband: Heerlen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Mariarade
Gemeente: Heerlen
 
Adres: Hommerterweg 169
Postcode: 6431 EV
Coördinaten: x: 192773, y: 327098
 
Kadastrale gegevens: Hoensbroek 00 D 03226 G
Bouwpastoor/bouwpredikant: Damascenus Rombouts OFM
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk, op 8 februari 2015 aan de eredienst onttrokken

Foto: november 2005

Ruimtelijke context

 

De H. Hartkerk ligt aan een kruising van doorgaande wegen. Voor de kerk ligt een grasveld. Ter linkerzijde is een parkeerplaats aangelegd. De omliggende bebouwing bestaat uit particuliere woningen die vanaf de jaren dertig zijn gerealiseerd. De H. Hartkerk vormt een ensemble met voormalige klooster, dat thans dienst doet als pastorie. Achter de pastorie liggen nog de parochiële begraafplaats en de Lourdesgrot.

Vogelvluchtperspectief van de kerk

Type

In de breedte opgetrokken met baksteen beklede betonskelet zaalkerk met ingesnoerd voorportaal en koorpartij, waardoor de kerk in totaliteit een kruisvormig grondplan heeft. De kerk heeft een crypte en een campanile. De banken zijn axiaal opgesteld.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

In 1915 vestigden de minderbroeders-conventuelen een rectoraat in het gehucht Kouvenrade, waar een complete woonwijk was gebouwd voor de mijnwerkers van de Staatsmijn Emma. Deze wijk kreeg al spoedig de naam ‘Kloosterkolonie’. Na de bouw van de Lourdesgrot in 1929 – die uitgroeide tot een bovenlokaal bedevaartoord – werd de buurt ‘Mariarade’ genoemd. De paters bouwden in 1915 een kloostertje en een eenvoudig op de neogotiek geënt zaalkerkje, dat als hulpkapel fungeerde. In 1947 werd Mariarade verheven tot rectoraat.

Huidige kerk

Harry Koene uit Maastricht werd architect. Het plan werd op 27 juni 1960 goedgekeurd. Wel bracht Koene op verzoek een paar kleinere wijzigingen aan. Sacristie/klooster en kerk kwamen in een L-vorm te liggen zodat een plantsoen ontstond waarop de campanile gezet werd. Opmerkelijk is de aanleg van een crypte, die als dagkerk en vergaderruimte voor de religieuze congregaties zou fungeren. In 1960 begon men met het bouwrijp maken van het terrein. Op 25 juni 1961 werd de eerste steen gelegd door vicaris-generaal P. van Odijk. Op 16 juni 1962 werd de kerk door Mgr. Moors geconsacreerd. Het klooster werd in 1964 in gebruik genomen. De oude kerk en het oude klooster werden vervolgens gesloopt. In 1965 werd de achterwand van het koor, die door vlekken ontsierd was, opnieuw opgemetseld.

Glasappliqué-ramen

De Heerlense glazenier Eugène Quanjel maakte voor de kerk vier raampartijen in glasappliqué. Dit procédé, waarbij gekleurd antiek glas tussen twee platen helder glas is opgenomen, heeft als voordeel dat niet met roeden gewerkt hoeft te worden en dus ook kleine stukjes glas gebruikt kunnen worden. De wanden in het schip hebben typische franciscaanse thema’s: het Zonnelied van Franciscus en de preek van Antonius van Padua voor de vissen. De ramen beslaan elk zo’n 80 m². Het op het zuiden gerichte Zonneliedvenster is in heldere kleuren gemaakt, waarin de kleur geel overheerst. In het Antoniusvenster op het noorden gericht overheerst de kleur blauw. De glaswanden op het priesterkoor zijn non-figuratief. De glasappliqué-ramen bepalen in niet geringe mate de sfeer en monumentaliteit van het kerkgebouw.

Veranderingen

In de jaren negentig is het bankenplan in het schip verkleind. De crypte is in gebruik als repetitieruimte.

Op 8 februari 2015 werd de kerk aan de eredienst onttrokken.

Exterieur

Foto: november 2005

Tegen de voorgevel van de H. Hartkerk staat een hoog opgetrokken portaal dat aan drie zijden gesloten is. Aan de voorkant steunen vier betonnen pijlers het lessenaardak, dat afloopt richting het schip van de kerk. Het portaal bevat drie deuren, die geflankeerd worden door ramen van betonnen claustra’s. Boven de deuren bevindt zich een reeks driehoekige raampjes. De voorgevel links en rechts van het portaal wordt in drie segmenten verdeeld. De twee buitenste bevatten grote raampartijen gemaakt van claustra’s. Het muurwerk is van rode baksteen die in wild verband is verwerkt. Het schip heeft een lessenaardak dat richting het koor omhoog loopt en zo in contrast staat met het dak van het portaal. De rechter zijgevel van het schip is blind met uitzondering van een grote vensterpartij, die door smalle betonnen pijlers wordt geleed. De vensters lopen van het maaiveld tot aan de daklijst. De linkergevel is identiek aan de rechter met uitzondering van een lage uitbouw onder een platdak. Daarin bevinden zich een zij-ingangportaal en de biechtstoelen. Het priesterkoor vormt bouwkundig het pendant van het voorportaal. Het heeft een naar het schip toe oplopend lessenaardak. De zijgevels hebben bij de aansluiting op het schip grote betonnen raampartijen, analoog aan die van het schip, doch minder breed. De achtergevel van het koor wordt door lisenen, die met korfbogen verbonden zijn geleed. Links van het koor bevindt zich als laagbouw onder een plat dak de sacristie, die tevens de verbinding vormt met het klooster. De bakstenen klokkentoren staat op enige meters links van de hoofdingang en is niet met de kerk verbonden. De ongelede toren verjongt zich. Bovenin bevinden zich de galmgaten en zijn op de vier gevels wijzerplaten gemonteerd. Op de toren staat een ijzeren kruis.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Vanuit het met een vlak plafond voorziene portaal bieden een dubbele en twee enkelvoudige houten deuren toegang tot het schip. Boven het portaal ligt de betonnen zangtribune, die een klein beetje de kerk insteekt en van een houten balustrade voorzien is. Het portaal wordt geflankeerd door de doopkapel en de opgang naar de zangtribune. De doopkapel heeft een betonnen cassetteplafond. De binnenmuren zijn opgetrokken in gele baksteen die in wild verband is verwerkt. In verticale zin worden de binnenwanden van het schip geleed door muurpijlers, waarop de stalen balken van het dak steunen. De elf plafondsegmenten zijn daaraan opgehangen, met mortel beraapt en met bezems bewerkt om een grove structuur te krijgen. Het schip heeft een leistenen vloer. Vanuit de hoofdingang loopt een middenpad naar het priesterkoor. De banken staat in zes blokken axiaal opgesteld. Links vormen vierkante betonnen pijlers de scheiding tussen de biechtstoelen en het schip. Daarnaast is de deur van het zijportaal. Het rechtgesloten koor wordt geflankeerd door twee rechthoekige nissen tussen twee wandpijlers die elk een zijaltaar bevatten. Het koor verheft zich zes treden boven het vloerniveau van de kerk. Het koor heeft een vloer van travertijn. Op de hoeken staan ambones. Het vieringaltaar staat tamelijk vooraan. Daarachter op een drietredig trapeziumvormig supedaneum staat het sacramentsaltaar. Boven de overgang van koor naar schip ligt een zware betonnen balk, die op twee pijlers rust. De balk dient als ondersteuning voor de spanten van schip en koor. Het koor heeft hetzelfde plafond als het schip. Vanaf het koor is de sacristie via een deur bereikbaar. De crypte is bereikbaar via het schip. Zij heeft een betonnen plafond, dat steunt op betonnen pijlers.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Zie ook: http://www.rijckheyt.nl/sjablonen/rijckheyt/pagina.asp?subsite=100&pagina=345

Orgel

                Hoofdwerk                            Positief                                  Pedaal

 

                Prestant 8’                            Salicionaal 8’                        Subbas 16’

                Spitsgamba 8’                       Roerfluit 8’                            Octaafbas 8’

                Bourdon 8’                            Fluit 4’

                Octaaf 4’                               Nasard 2 2/3’

                Mixtuur III-IV                        Blokfluit 2’

                                                             Hobo 8’

Bron:  G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Glasappliquéramen, Eugène Quanjel, 1964 Motieven van bomen. In het priesterkoor.

Glasappliquéramen, Eugène Quanjel, ca. 1962. Voorstellingen: het Zonnelied van Franciscus.Tekst: WEES GELLOFD / MIJN HEER / IN AL UW WERKEN. De preek voor de vissen van Antonius. Tekst: VISSEN LUISTEREN NAAR GODS WOORD DAT DE GELOVINGEN NIET WILLEN HOREN. In het schip.

Doopvont, hardsteen, 1962. Achthoekige sokkel met daarop een zich verjongende schacht, daarboven een rond kuip die afgesloten wordt met een plat koperen deksel met kelkvormige bekroning. In de doopkapel. Schenking van de familie Rombouts.

Vieringaltaar, H. Koene, hardsteen, 1962. Twee stipes met daarop een mensa.

Sacramentsaltaar, hardsteen, 1962. Zich naar beneden verjongende vijfhoek.

Tabernakel, geelkoper beslag, XXa Voorstelling: de verschijning van Christus’ H. Hart aan M.M. Alacoque. In een medaillon de H. Franciscus die de stigmata toont. In de crypte.

Tabernakel, geelkoper en metaal, Eugène Quanjel, ca. 1962. Non-figuratieve ornamentering in metaal en stenen. Op het koor.

Twee zij-altaren, hardsteen, 1962. Twee stipes met daarop een mensa. In het schip.

H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus
H. Hart van Jezus