HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 23-04-2017

Dominicanenklooster en Jezuïeteninternaat (voormalig)

 
Soort gebouw: Voormalig klooster
Plaats: Sittard
Gemeente: Sittard-Geleen-Born
 
Adres: Oude Markt 1
Postcode: 6131EN
 
Rijksmonumentennummer: 33708 code 6131EN-00001-01
Kadastrale gegevens: Sittard F/2355
 
Huidig gebruik: Appartementen

Kloosterdeel uit de 18e eeuw. Foto: oktober 2007

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

Dominicanenklooster; pandhof, XVII, met stucwerk. (Datum 19-07-1967).

Ruimtelijke context

Het complex ligt in het centrum van Sittard tussen de Michaëlkerk en de O.L.Vrouwebasiliek.

Type

Kloostercomplex met drie tweelaagsvleugels en een kerk rond een binnenhof met kloostergang.

Bouwgeschiedenis

Het voormalige Domincanenklooster is voortgekomen uit het St. Catharina Gasthuis, dat in 1632 door de Dominicanen werd betrokken als klooster met daarbij een Latijnse school. Vanaf 1652 ontstond een nieuw kloostercomplex met drie tweelaags vleugels rond een binnenhof met kloostergang. De noordelijke vleugel kwam tot stand in 1652-'55, de onderkelderde westvleugel en de zuidvleugel in 1657. De in 1658 aan de Oude Markt gebouwde Latijnse school werd in 1934 gesloopt. In de tweede helft van de 18e eeuw werden twee, thans gepleisterde tweelaags bouwdelen toegevoegd tussen de zuidgevel en de rooilijn van de Oude Markt. Na het vertrek van Dominicanen in de 1797 tijdens de Franse Revolutie heeft het complex verschillende onderwijsinstellingen gehuisvest. In 1851 namen de Jezuïeten het in gebruik en stichtten er het St. Aloysiuscollege of Gymnasium St. Louis voor jongens. Haaks op de noordvleugel lieten ze in 1873 een forse drielaags internaatsvleugel bouwen naar een ontwerp met elementen van de Willem II-gotiek van A. Slootmakers. De rondboogpoort tussen de twee 18e-eeuwse bouwdelen aan de Oude Markt dateert uit 1883 en is uitgevoerd door J. Laudy naar eigen ontwerp. Mogelijk naar plannen van  N. Molenaar werden in 1892 de noord- en westvleugel met een verdieping verhoogd en kreeg de westvleugel een neogotische kapel met houten tongewelf. In 1900 verhuisde het gymnasium naar Nijmegen, waarna Duitse Jezuïten zich in het complex vestigden. Vervolgens richtten Franciscanen er in 1919 het seminarie St. Franciscus Solanum in dat tot 1945 bestond. In 1975 werd het complex onder leiding van H.J. Palmen gerestaureerd. Het complex herbergde een kunstgalerie en een kunstuitleen maar anno 2009 wordt het het verbouwd tot appartementen.

Exterieur

 

Rondboogpoort van J. Laudy uit 1883. Foto: oktober 2007

Binnenhof. Foto: oktober 2007

Zie verder bij bouwgeschiedenis

Interieur

Kloostergang met stucplafonds uit de 17e eeuw. Foto: oktober 2007

In de kloostergang zijn op de begane grond diverse 17e-eeuwse gestukadoorde plafonds behouden.

Bron: Monumenten in Nederland: Limburg / Waanders Uitgevers, Zwolle en Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg voor Jezuïteninternaat

(Nummer: 521617 code 6131EZ-00002-01, Sittard F/2457, X: 188960. Y: 334485, Kerkepad 2, 6131 EZ)

Foto: augustus 2009

Inleiding 

JEZUïTENINTERNAAT genaamd St.Aloysiuscollege annex Franciscus Solanusgebouw, 1873, in een 19de-eeuws traditionele bouwstijl. Gebouwd in opdracht van de sedert 1851 in het voormalige Dominicanenklooster gevestigde Paters Jezuïten, naar een ontwerp van architect Albert Slootmaekers SJ. Het internaat werd gebouwd na afbraak van het oude pesthuisje tegen de wal, ten oosten van het Huis op de Berg, in dwarsrichting tussen de Dominicanenwal en het oude Dominicanenklooster met St.Michielskerk. Hierdoor ontstond er een binnenhof, de zogenoemde cour solanus, tussen het internaat aan de westzijde, de Dominicanenwal aan de noordzijde, het voormalige Dominicanenklooster met St.Michielskerk aan de zuidzijde en het huidige Kerkepad aan de oostzijde.

Het aan de zuidgevel van het internaat aangebouwde trappenhuis, ter verbinding van het internaat met het Dominicanenklooster, is voor de bescherming van ondergeschikt belang; de aanbouw van één laag tegen de achtergevel van het internaat is UITGESLOTEN van bescherming.


Omschrijving

Het St.Aloysiuscollege heeft een in hoofdvorm rechthoekige PLATTEGROND, aan de oostzijde met drie licht risalerende entreepartijen. Drie BOUWLAGEN plus zolderverdieping. Het geheel wordt gedekt door een DAKCONSTRUCTIE met een verhoogd, afgeplat middendeel en licht hellende dakschilden. Leien in Maasdekking. Tuitvormige kopgevels aan de noord- en zuidzijde.

Het St.Aloysiuscollege heeft een hardstenen plint en is opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband. Hardstenen dorpels. Gestucte pilasters, fries- en waterlijsten. Ankers. Vensterstrekken.

Symmetrische VOORGEVEL aan de oostzijde, voorzien van risalerende midden- en hoekpartijen van respectievelijk drie en één vensteras, geaccentueerd door gestucte hoekpilasters. Beide tussenvolumes tellen elk zes vensterassen. Horizontale indeling door middel van gestucte waterlijsten. Een gestuct keperboogfries in de kroonlijst.

De risalerende middenpartij heeft in de middenas van de eerste laag een vooruitspringende entree met balkon. Rondboogvormige, dubbele houten deur met glaspanelen en straalvormige geleding van het bovenlicht. In beide korte zijden een segmentboogvormig houten zijlichtvenster in T-vorm met achtruits geleding van de glaspanelen. Onder de opengewerkte, gestucte balkonbalustrade een gestucte bloktandlijst. Een segmentboogvormige dubbele houten deur met verticaal ingedeeld bovenlicht geeft toegang tot het balkon. Voor het overige zijn de drie middenassen in elke laag voorzien van segmentboogvormige houten T-vensters met een achtruits geleding van de glaspanelen. De risalerende middenpartij wordt bekroond door een lijstgeveltje, bestaande uit een verhoogd middendeel en flankerende attieklijsten. Het verhoogde middendeel is voorzien van een segmentboogvormig houten T-venster met zesruits indeling van de glaspanelen. Boven dit venster een gestucte keperboogfries in de kroonlijst. De opengewerkte attieklijst, voorzien van glas in de balusteropeningen, zorgt voor de lichtinval op de zolderverdieping.

De risalerende hoekpartijen van één as lopen uit in een lijstgeveltje met opengewerkte balusterattiek. Rondboogvormige houten entreedeur, aan de noordzijde zonder glaspaneel, met straalvormige indeling van het bovenlicht. In de tweede en derde laag een segmentboogvormige houten T-venster met achtruits geleding van de glaspanelen.

In elke laag van de zes assen tellende tussenvolumes zijn segmentboogvormige houten T-vensters met achtruits geleding van de glaspanelen geplaatst.

Foto: augustus 2009

De ACHTERGEVEL aan de oostzijde, slechts zichtbaar vanaf de binnenhof tussen basiliek, Huis op de Berg en zustersverblijven, is sober en uitsluitend opgetrokken in baksteen. De gevel wordt verticaal geleed met lisenen, horizontaal met twee geprofileerde sierlijsten met uitgemetselde kruismotieven. Hierdoor ontstaan er drie gevelvlakken met elk vier assen. Kroonlijst met keperboogfries en bloktanddecoraties. De gevelvlakken zijn onregelmatig ingedeeld: in de eerste bouwlaag, ten dele wit gesausd, zijn bijna alle segmentboogvormige vensterlijsten dichtgemetseld. voor het overige segmentboogvormige verticaal ingedeelde vensters; in de tweede laag zeven segmentboogvormige houten vensters, waarvan vijf met spitsboogvormige, gebrandschilderde glas-in-lood inzetten, gevat in een lijst van gekleurd glas-in-lood. De vensters zonder glas-in-lood zijn verticaal ingedeeld; in de derde laag segmentboogvormige houten T-vensters met zesruits indeling van de glaspanelen; tussen de tweede en derde bouwlaag, ter hoogte van het zuidelijke trappenhuis, een aanzienlijk dubbel houten kruiskozijn in een segmentbooglijst met vulstuk.

In het na de aanbouw van de trappenhuisverbinding vrijgebleven deel van de zuidelijke tuitvormige kopgevel is het fries van de kroonlijst zichtbaar. De eveneens tuitvormige noordelijke kopgevel is middels lisenen, waartussen een keperboogfries, ingedeeld in drie assen. De brede middenas loopt uit in een brede topgevel, waarin ter hoogte van de zolderverdieping twee segmentboogvormige houten T-vensters met achtruits indeling van de glaspanelen. In de tweede bouwlaag per as een segmentboogvormig houten T-venster met zesruits roedeverdeling van de glaspanelen. In de eerste laag, boven de wal, vier segmentboogvormige gangvensters met verticale indeling.

De zogenoemde cour solanus, gesitueerd tussen de Dominicanenwal, het St.Aloysiuscollege en het Dominicanenklooster, is ten dele heringericht met behoud van de bakstenen hekpijlers, waartussen een tweedelige smeedijzeren hekwerk.

De hoofdindeling van het INTERIEUR is ten dele bewaard gebleven: trappenhuizen aan weerszijden van de gangen met leslokalen cq. verblijfsruimten. In de eerste laag is de indeling grotendeels gewijzigd ten behoeve van de administratieverblijven en leslokalen. De grote voormalige refter, thans kantine, waarin twee reeksen gietijzeren kolommen en verlaagde plafonds waarachter de oorspronkelijke stucplafonds schuilgaan, is nog als zodanig herkenbaar. In de tweede bouwlaag een volledig vernieuwde indeling met klaslokalen. De derde bouwlaag heeft een geheel vernieuwde indeling met klaslokalen. De zolderverdieping heeft een opmerkelijke dakconstructie. De zolder voor een klein deel ingericht als kantoor.


Waardering

Het St.Aloysiuscollege is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de bouwstijl, de betrokkenheid van architect Slootmaekers SJ, de esthetische kwaliteiten van diens ontwerp, het materiaalgebruik en de ornamentiek.

Het gebouw is gesitueerd in het beschermde stadsgezicht Sittard, is vanwege deze situering verbonden met de ontwikkeling van de historische binnenstad en is van bijzondere betekenis voor het aanzien van Sittard. Het college beschikt wat betreft het exterieur over een redelijk tot hoge mate van architectonische gaafheid en is van groot belang in relatie tot de structurele gaafheid van het negentiende eeuwse kloostercomplex en de visuele gaafheid van de stedelijke omgeving. Bovendien beschikt het St.Aloysiuscollege over een hoge mate van architectuurhistorische zeldzaamheid en in regionaal kader over een redelijk tot hoge typologische zeldzaamheid.

Het St.Aloysiuscollege vertegenwoordigt algemeen belang vanwege het geheel van voornoemde waarden.

Datum: 19-03-2001)

Zuidwestelijke aanbouw

(Nummer: 521618 code 6131EZ-00002-02)

 Foto: augustus 2009

Inleiding 

Zuidwestelijke AANBOUW van het St.Aloysiuscollege, 1880, in traditionele stijl. Gerealiseerd op een kelder (XVIId) en aan de noord- en westzijde met gebruikmaking van middeleeuwse muurrestanten. De aanbouw werd in 1934 met één laag verhoogd. Deze aanbouw sluit aan de Oude Marktzijde de binnenhof tussen basiliek, Huis op de Berg, de verblijven van de zusters Ursulinen en het St.Aloysiuscollege af. Tussen basiliek en aanbouw is een smalle doorgang vrijgebleven.


Omschrijving

Kloosteruitbreiding op een onregelmatig gevormde, in hoofdvorm rechthoekige PLATTEGROND. Souterrainverdieping en drie BOUWLAGEN onder plat. Het PLATTE DAK heeft rondom een luifelgoot. De aanbouw is opgetrokken in baksteen. De eerste en de tweede laag zijn gemetseld in kruisverband en voorzien van hardstenen vensterdorpels. De derde laag, van de overige lagen gescheiden door een rondom doorlopende zware betonnen lijst, is gemetseld in halfsteens verband en voorzien van bakstenen dorpels. Ankers in de balkenlaag van de eerste en tweede bouwlaag.

De ZUIDGEVEL aan de Oude Marktzijde is in de plint, onder de rechter vensteras, voorzien van een kelderluik. Dit vormt de enige toegang tot het souterrain. De zuidgevel is voorzien van drie regelmatig over de gevel verdeelde vensterassen. In de eerste laag, onder een segmentboogvormige strek, drie segmentboogvormige houten T-vensters met zesruits geleding van de glaspanelen. In de tweede laag, onder een segmentboogvormige strek, drie segmentboogvormige houten kruiskozijnen met een horizontale indeling van het glaspaneel. In de derde laag, onder een rollaag, drie rechthoekige houten T-vensters met een verticaal ingedeeld bovenlicht.

De WESTGEVEL, bij de smalle doorgang aan de basiliekzijde, is met uitzondering van twee rechthoekige houten vensters in de derde laag, volledig blind.

De NOORDGEVEL aan de binnenplaatszijde wordt deels aan het oog onttrokken door enkele in hoogte variërende aanbouwen tegen de achtergevel van het St.Aloysiuscollege. In de tweede laag, hoog onder de betonlijst zijn zichtbaar twee rechthoekige, verticaal ingedeelde houten vensters geplaatst. In de derde laag, hoog onder de luifelgoot, drie smalle rechthoekige houten vensters met een verticale indeling.

In de OOSTGEVEL is één vensteras gedeeltelijk vrijgebleven. In de tweede laag een segmentboogvormig houten kruiskozijn met horizontaal ingedeeld glaspaneel; in de derde laag een rechthoekig houten T-venster met verticaal ingedeeld bovenlicht.

De souterrainverdieping (XVIId) heeft buitenmuren in mergel en baksteen. Bakstenen troggewelven op ijzeren I-profielen. Een klein keldergedeelte wordt ondersteund door baksteen kolommen, een tweede gedeelte is vernieuwd als betonvloer.


Waardering

Deze kloosteraanbouw uit 1880 vertegenwoordigt algemeen belang. De kloosteraanbouw is van waarde als bijzondere uitdrukking van een bouw- en cultuurhistorische ontwikkeling. Ook de architectuurhistorische waarden van dit kloosteronderdeel worden hoofdzakelijk bepaald door de bouwhistorie van de samenstellende delen. Dit bouwvolume is gesitueerd in het beschermde stadsgezicht Sittard, van belang voor het aanzien van het stadsdeel rond de Oude Markt en verbonden met de ontwikkeling van de historische binnenstad.

(Datum: 19-03-2001)

Dominicanenklooster en Jezuïeteninternaat (voormalig)
Dominicanenklooster en Jezuïeteninternaat (voormalig)
Dominicanenklooster en Jezuïeteninternaat (voormalig)
Dominicanenklooster en Jezuïeteninternaat (voormalig)
Dominicanenklooster en Jezuïeteninternaat (voormalig)
Dominicanenklooster en Jezuïeteninternaat (voormalig)