HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 23-04-2017

Michaël

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Michaël
Dekenaat/kerkverband: Venray
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Wanssum
Gemeente: Venray
 
Adres: Pastoorstraat 6
Postcode: 5861 BR
 
Kadastrale gegevens: Wanssum 02 C 695
Bouwpastoor/bouwpredikant: L.H. Hoefnagels
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Tekst: DUX CAELESTIS, IN TERRA PROTECTOR PRECET PRO PASTORI HOEFNAGELS OVIBUSQUE IN WANSSUM, 2 JULI 1950 Ingemetseld naast de ingang met een oorkonde.

Meer foto's ››

Foto: juni 2008

Ruimtelijke context

Het dorp bestaat uit laagbouw, waar de Michaëlkerk als een landmark tussen staat. De pastorie en de kerk staan aan een groot centraal gelegen plein, waar ook het gemeenschapshuis en de kroeg zijn te vinden. Vanaf de doorgaande weg buiten het dorp is de kerk een oriëntatiepunt.

Type

De georiënteerde pseudo-basiliek in baksteen heeft een kleine zijtoren en axiaal bankenplan, doorsneden met een middenpad.

Bouwgeschiedenis

Voorgangster

 

Vooroorlogse kerk. Bron : De verwoeste kerken van Limburg, A. van Rijswijck,pr

Wanssum bezat in 1400 een rectoraatskerk, die in 1485 tot parochie werd verheven. Het kerkje dateerde uit de 15de eeuw. In 1856 werd een neogotische toren aan de voorzijde van de kerk gebouwd. In 1914 werd begonnen met de vervanging van het 15de eeuwse schip door een nieuw op ontwerp van architect J. van Groenendael uit Maastricht. In 1918 waren het was dit schip en de transepten gereed. Op 22 oktober 1944 bliezen de terugtrekkende Duitsers de toren op, gevolgd door een ondermijning van de muren in de dagen erna. Herbouw was niet mogelijk

Huidige kerk

Een zaal in de muziekschool werd tot noodkerk ingericht en de pastorie en kapelanie werden hersteld. Voor de nieuwe kerk werd uitgezien naar een nieuwe locatie. Dit werd niet alleen ingegeven door de wens groter te bouwen, maar ook omdat op de oude plaats een goede grondslag voor het nieuwe gebouw pas op 5 meter diepte lag. De nieuwe plaats lag ten zuiden van de oude kerk. Bouwpastoor Hoefnagels was eerder bouwpastoor in Milsbeek geweest en had dus ervaring. Reeds in 1948 kon een architect worden aangesteld, J. Coumans uit Nijmegen. In 1950 werd begonnen met de bouw van de kerk door Fa. Jos Gerats en Zoon te Blerick. De eerste steen werd gelegd op 2 juli 1950 door deken Berden en op 20 mei 1951 werd de kerk in gebruik genomen. De toren was nog niet gebouwd wegens een gebrek aan middelen. In plaats daarvan werd de traptoren aan de linkerzijde van de kerk ingericht met een luizolder en galmgaten. De kerk had plaats voor 450 volwassenen en 240 kinderen.

Veranderingen

Onder pastoor J. Slots werd in 1956 alsnog aan Coumans gevraagd een toren aan de kerk te bouwen en hij kwam met de eerste schetsen.  Maar uiteindelijk werd gekozen voor het verhogen van de traptoren aan de linkerzijde van de kerk. De oude luizolder werd gesloopt en de toren werd voorzien van een opengewerkte lantaarn. De zuilen van de lantaarn werden in speklagen opgebouwd met Ettringer Kerntuf. De leien van het oude dak werden voor het nieuwe gebruikt. Daarbij werd een spitsere naald op de toren geplaatst. Het interieur is in grote lijnen intact gebleven. Reeds in de vroege jaren zestig werd een vieringaltaar ingericht door het sacramentsaltaar van de muur af te halen en opnieuw op te stellen. Mogelijk werd in dezelfde tijd de preekstoel verwijderd, die aan de noordzijde in het schip stond. Verdere wijzigingen zijn onduidelijk, feit is, dat twee tabernakels op de plaatsen van de zijaltaren staan. Geen van de twee behoort tot de oorspronkelijke dispositie. Opvallend hierbij is, dat volgens het volgens het canoniek recht verboden is meer dan één tabernakel in een kerk in gebruik te hebben. Tenslotte werd een devotiekapel achter in de kerk ingericht. De directe omgeving van de kerk werd ook gewijzigd, vooral aan de zij-ingang en aan de voorzijde. Door sloop van woningen hier werd een zeer groot plein verkregen, dat rondom goed uitzicht biedt op de kerk.

Exterieur

Zuidzijde. Foto: juni 2008

De kerk bestaat uit een schip met kleine zijbeuken onder een geknikt zadeldak met verbeterde Hollandse pannen. De zolder is bereikbaar via dakkapellen. De muren zijn in wildverband, platvol gevoegd. De zijgevels zijn alternerend met rondboogvensters en gelede steunberen, afgedekt met een zadeldak. Hierboven loopt een geprofileerde fries. De absis is halfrond en heeft een fries, waarin de muur overloopt in een polygonaal schilddak. In de absis staan twee rondboogvensters. De voorgevel is gesloten en heeft een getraceerd roosvenster boven drie rondboogvensters. De aanzetstukken en het kruis in de puntgevel zijn in tufsteen. De zuidbeuk loopt niet geheel door tot de rooilijn van het schip en is voorzien van een roosvenster. Aan de noordzijde van de voorgevel staat een zeshoekige ongelede traptoren met een opengewerkte lantaarn met speklagen, afgedekt met een geprofileerde fries en een met leien gedekte naaldspits. In de oksel tussen toren en zijbeuk hangt een schilddak, dat de toegang tot de toren afschermt. Tegen de zijbeuk staat de doopkapel. Deze is polygonaal en gedekt met een ingesnoerd schilddak met een piron. In de muren staan rondboogvensters, waarboven een geprofileerde fries. Naast de doopkapel staat een rechthoekig electriciteitshuisje onder een plat dak. Het huisje is voorzien van twee rechthoekige deuren met een rooster boven de deuren. Tegen de zijkant van de zuidbeuk staat een ingangsportaal, onder een ingesnoerd zadeldak, met een piron met kruis. Het portaal heeft overhoekse gelede steunberen en heeft een rondboog aan de voorzijde en twee rondbogen aan de zijkanten. Hierboven bevindt zich een geprofileerde fries. De aanzetstukken zijn in tufsteen. Halverwege is het portaal afgesloten met een dubbele houten deur. De zijkanten zijn voorzien van een enkele houten deur. Aan het einde van de zijbeuk, tegen de absis aan staat de sacristie. Deze heeft een puntgevel en staat onder een zadeldak. Boven de segmentboogvensters staat een geprofileerde fries.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht op de zangtribune

De kerk wordt betreden door een dubbele houten deur, waarachter een tochtportaal staat. Deze heeft een natuurstenen vloer en een houten plafond. Ter weerszijden staan zijdeuren. Via een dubbele houten deur komt men in de zijbeuk. De kerk bestaat uit een schip met kleine zijbeuken, eigenlijk processiegangen. De muren zijn in wildverband, platvol gevoegd. De zijbeuken worden van het schip gescheiden door pilaren in speklagen met ronde scheibogen. Op de vloer ligt in de gehele kerk een donkere natuursteen. De zijbeuken hebben een kruisgewelf en zijn onderling gescheiden door een scheiboog, die van de pilaar doorloopt in een schalk aan de muurzijde. In de zijbeuken staan twee biechtstoelen in een blindnis. Deze zijn nog geheel intact, maar nu in gebruik als opslagplaats voor de kerststalgroep. Het schip is voorzien van betonnen kinder- en moerbalken. Achter in de kerk bevindt zich een verhoging, die van het schip wordt afgescheiden door drie scheibogen. Deze bogen zijn voorzien van natuurstenen zuilen met een ronde voet en een prismatisch kapiteel. Hierachter bevinden zich extra banken op een houten vloer. In de muur zijn drie rondboogvensters uitgemetseld. Via een trap wordt de toegangsdeur in de traptoren bereikt. Boven deze deur staan twee kleine rondboogvensters. Boven deze ruimte staat een balustrade in siermetselwerk. Hierboven wordt licht toegelaten door een roosvenster. In de zuidbeuk is achterin een devotiekapel ingericht. Voor in de zijbeuk staat een sacramentsaltaar. In de noordbeuk staat voorin een tabernakel op een sokkel. Achterin staat een deur naar de traptoren. In de zijkant achterin staat de doopkapel. Deze wordt van de kerk afgescheiden door een scheiboog met een hekwerk. In het hekwerk zijn een duif, vissen en het teken van een hart en anker verwerkt. De vloer is verlaagd en in het midden staat een doopvont. De kapel is polygonaal van vorm en in elk muurvlak staat een rondboogvenster. De kapel heeft een koepelgewelf. De absis is van het schip gescheiden door een triomfboog en is voorzien van een straalgewelf. De absis heeft een verhoogde vloer met vier treden. Ter weerszijden staan identieke ambones uit tufsteen en ijzer. Centraal staat het vieringaltaar op een supedaneum. Tegen de muur van de absis staat een houten podium voor het zangkoor. In de absis staan twee rondboogvensters.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Zie ook: http://www.dekenaatvenray.nl/

Orgel

Blijkens het « Aardrijkskundig woordenboek » van van der Aa was deze kerk in 1849 nog « zonder orgel » ; het nadien geplaatste orgel ging in 1944 verloren ;voor de nieuwe kerk bouwden Gebr.Ver-meulen (Weert) in 1954 een nieuw tweemanuaals orgel, waarvan een 6-tal stemmen (*) in eerste instantie nog niet werd geplaatst.

                               Hoofdwerk                           Positief                                  Pedaal

                               Prestant 8’                            * Diapason 8’                      Subbas 16’

                               * Gemshoorn 8’                    Salicionaal 8’                        Gedekt 8’

                               Bourdon 8’                            Roerfluit 8’                           Octaafbas 8’

                               Octaaf 4’                               Openfluit 4’                          Koraal 4’

                               * Fluit 4’                               * Prestant 4’

                               Quint 2 2/3’                          * Nasard 2 2/3’

                               Octaaf 2’                                Nachthoorn 2’

                               Mixtuur II-III                          Sesquialter II

                               * Trompet 8’                           Echotrompet 8’

Bron : G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Tekst: DUX CAELESTIS, IN TERRA PROTECTOR PRECET PRO PASTORI HOEFNAGELS OVIBUSQUE IN WANSSUM, 2 JULI 1950 Ingemetseld naast de ingang met een oorkonde.

Afbeeldingen

Glas-in-lood, B. Coppus, Horst, 1965. Voorstelling van het Offer van Abraham (rechts) en Mozes met de stenen tafelen en gouden kalf (links). Aan de zijkanten van de absis.

Glas-in-lood, B. Coppens, XXc. Drie afbeeldingen: Caecilia, twee mannen met voorname vrouw (Suzanna) en de aanbieding van het hoofd van Johannes de Doper op een schotel. Onder de zangtribune.

Glas-in-lood, XXc. Twee ramen met in een cirkel op een non-figuratieve afbeelding respectievelijk een anker en een roos. Boven de ingang naast de traptoren.

Op een vierkante voet staat een ronde gepikte schacht, met vier pilaren terzijden. Hierop rust de cuppa, die is versierd met vier maskers, waartussen dierfiguren in reliëf. Op de vont staat een koperen geprofileerde kegelvormig deksel, bekroond met een bol. (XIX?) In de doopkapel. In de oorlog door zandzakken beschermd en zo gespaard.

Op vier prismatische zuilen met basement en kapiteel ligt een geprofileerde mensa. Op het priesterkoor.

Deze staat op een sokkel ter linkerzijde van het priesterkoor op de plaats van het voormalige (?) zijaltaar. Geschonken ter gelegenheid van het zilveren priesterjubileum van pastoor Slots.

Calvarie-afbeelding met Maria en Johannes onder het kruis, rechts hiervan twee soldaten die om de rok dobbelen, Longinus en Stephaton, links een Romein te paard. Hierachter een vrouw met kruisscepter en kelk (de Kerk). Aan de rechterzijde een neerdalende of stortende figuur, die mogelijk reikte naar een kroon op de grond. Engel of Synagoge? In de absiskalot.

Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël
Michaël