HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 20-02-2017

Medardus

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Medardus
Dekenaat/kerkverband: Thorn-Heythuysen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Wessem
Gemeente: Maasgouw
 
Adres: Groenstraat 24
Postcode: 6019 AH
Coördinaten: x: 189415, y: 352184
 
Rijksmonumentennummer: 38678 Code: 6019AH-00022-02
Kadastrale gegevens: Wessem B 00911
Bouwpastoor/bouwpredikant: C.H.J Steinhardt
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Banken, eikenhout, 1948. Op de liervormige wangen van de banken zijn met bloemen en ranken gevulde hoorns des overvloeds uitgesneden. Boven in de wangen zijn zonnebloemen uitgesneden. Dezelfde banken staan in de kerk van Grathem.

Doopvont, hardsteen, koper, XVII (voet en stam ouder). Vierkant basement met op de hoeken de basementen van een zuiltje, cilindervormige zware stam, ronde kuip met aan de bovenzijde een ingesnoerde rand en versierd met vier cherubijnenkopjes. Geprofileerd spits toelopend deksel waarop bol met kruisje. Deksel XX.

Eerste steen, hardsteen, 1948.  Inscriptive: ECCLESIA ST. MEDARDI DESTRUCTA ANNO 1944 RESTAURATA ANNO 1948 A.J. STEINHART PAROCHUS.

Meer foto's ››

 Foto: augustus 2006

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

St. Medarduskerk. Koor, XVIII. Schip, in 1950 herbouwd met gebruikmaking van de oude zijbeukmuren en buitenwaarts verplaatste hardstenen kolommen met Maaskapitelen, XV. Belangrijke overblijfselen van een kruisbasiliekje, XV, met klaverbladvormige oostpartij zijn in het huidige kerkgebouw bewaard, o.a. de zijmuren van het koor en de beide oostelijke kruisingszuilen met Ionische kapitelen. Tot de inventaris behoren o.a.: twee biechtstoelen, 1773 en 1838; preekstoel midden XIX; houten beelden: Marianum, XVI A; Annatrits, XV B; crucifix, XVIa; H. Jozef, midden XIX. Kerkhofmuur. Klokkenstoel met klok van anonieme gieter, 14de eeuw, diam. 103 cm. Mechanisch smeedijzeren torenuurwerk, 1594, vervaardigd door Meister Wijman Herbeinc. (Datum: 11-07-1968).

Ruimtelijke context

De Medarduskerk ligt op een eeuwenoude locatie aan de rand van het stadje Wessem. Gelegen op de hoge Maasoever ter plaatse is de kerk vanaf die rivier een landmark. Rondom de kerk ligt het kerkhof. De Medarduskerk is Rijksmonument, provinciaal monument en gemeentelijk monument.

Type

Georiënteerde, mergelstenen basiliek met fronttoren die aansluit op een 15de-eeuwse mergelstenen koorpartij.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

Opgravingen die na de Tweede Wereldoorlog zijn uitgevoerd, brachten fundamentresten aan het licht van een voor-Romaans koorpartij en de maaskeienfundamenten van een driebeukige kerk met klaverbladkoor en westtoren van omstreeks het jaar 1000. De vierkante uit vier geledingen bestaande westtoren dateerde uit de 13de eeuw voor wat betreft de uit maaskeien en zandsteen opgetrokken onderste twee geledingen. De derde geleding was uit tufsteen en dateerde  waarschijnlijk eveneens uit de 13de eeuw. De bovenste geleding was van baksteen en stamde uit de 19de eeuw. Het mergelstenen, pseudobasilicale schip werd gedateerd in de 14de of 15de eeuw. Het koor daarentegen met zijn 7/12-sluiting zou van omstreeks 1300 stammen. De kerk had twee sacristieën. Een ten noorden van het koor in mergel (14de eeuw?) en een 19de-eeuwse ten zuiden van het koor in baksteen. Ten zuiden van de toren verrees in de 19de eeuw een mergelstenen doopkapel. De kerk werd in 1899 door P.J.H. Cuypers gerestaureerd. In de jaren dertig van de 20ste eeuw werd tegen de noordgevel van de toren een portaaltje onder een zadeldak gebouwd. De toren werd op 10 november 1944 met zoveel dynamiet opgeblazen dat de kerk er vrijwel geheel door verwoest werd.

Huidige kerk

Na de oorlog vond de parochie onderdak in de lagere school. De ruimte daar was echter te klein.  Peutz kreeg op 4 april 1946 de opdracht de verwoeste kerk te restaureren en te herbouwen. Peutz liet proefsleuven graven aangezien hij wilde onderzoeken of er nog resten van een oudere kerk waren. Op 26 juli 1946 stiet men op de fundamenten van de voorgangsters van de verwoeste kerk. Peutz maakte een rapport op, dat hij naar de RDMZ stuurde. De Rijksdienst was enthousiast en er werd besloten tot verdere opgravingen. Inderdaad volgden nog enige ontdekkingen, o.a. van het klaverbladkoor. Een en ander leidde wel tot vertraging van de herbouw. De werkzaamheden startten in augustus 1948. De nieuwe Medarduskerk werd op 31 december 1949 in gebruik genomen. De toren werd in juni 1951 voltooid, waarna Mgr. Lemmens de kerk op 24 juni 1951 consacreerde. De door Peutz gerealiseerde kerk oriënteerde zich sterk op de verwoeste pseudo-basiliek. Tevens liet hij zich leiden door de resultaten van de opgravingen. In de plattegrond is het klaverbladkoor weer te herkennen. Zuilen, oude boogconstructies, alsmede teruggevonden ionische kapitelen werden hergebruikt. De kerk werd herbouwd op de oude fundamenten, hetgeen betekende dat zij even breed werd als haar voorgangster. Vanuit liturgisch oogpunt werd echter het middenschip breder en werden de zijbeuken versmald tot processiegangen. Wel werd het schip met twee traveeën verlengd. De toren schoof op naar het westen en werd deels met materiaal van zijn voorganger herbouwd, zij het forser en hoger Peutz ontwierp ook het altaar op het koor, dat naar analogie van de oude absis, halfrond is. Op het altaar stonden Romaanse zuiltje die met architraven verbonden waren. Pater Reginald Rats leverde de ontwerpen voor het beeldhouwwerk.

Veranderingen

Na de bouw zijn geen wezenlijke veranderingen meer uitgevoerd. De doopkapel in het noordportaal naast de toren is veranderd in een Mariakapel. De doopvont staat thans in de noordelijke abside. In het zuidportaal, dat als nooduitgang fungeert, is een toilet gebouwd.

Exterieur

 Foto: augustus 2006

Het westfront van de Sint-Medarduskerk wordt beheerst door de van buiten niet toegankelijke klokkentoren. De toren heeft drie geledingen, die door mergelstenen waterlijsten van elkaar gescheiden zijn. De onderste twee geledingen zijn opgetrokken met de breuksteen van de oude toren. De derde verdieping is in mergelblokken uitgevoerd. De westgevel van de eerste geleding heeft twee hoeklisenen die verbonden zijn door een rondboog. In het spaarveld daaronder is een rondboogvenster aangebracht. De tweede geleding heeft aan de westkant een lichtspleet. De noord- en zuidgevel daarentegen hebben ook een rondboogvenster. In de derde geleding is op elke zijde een rondboog galmgat aangebracht, met daarboven aan west- en oostkant een wijzerplaat. Een geprofileerde daklijst vorm de overgang naar de ingesnoerde, met leien bedekte naaldspits. Deze is voorzien van een kruis en weerhaan. De kerk kan betreden worden via de portalen die onder een lessenaardak in de oksel van de toren en de zijbeuken staan. In het noordelijke portaal is de uit 1680 stammende hardstenen deuromlijsting hergebruikt. Een zware houten deur met ijzerbeslag vormt de hoofdingang tot de kerk. Het portaal staat op een hardstenen plint het opgaande muurwerk is in baksteen uitgevoerd. Overhoekse steunberen vangen de druk van het gewelf op. Het zuidelijke portaal, dat geheel in mergel heeft eveneens een houten toegangsdeur in een hardstenen omlijsting, maar die is van recente datum. Deze ingang is thans nooduitgang van de kerk. De mergelstenen zijbeuken staan op een hardstenen plint en leunen met leien lessenaardak tegen de lichtbeuk van het middenschip. De zijbeuken hebben zes traveeën, die door contreforten van elkaar gescheiden zijn. De steunberen zijn uit mergel en baksteen opgetrokken en hebben mergelstenen afdekplaten. De eerste vijf traveeën zijn voorzien van met maaswerk voorziene samengestelde spitsboogvensters. De laatste travee heeft een blind venster met maaswerk. Boven de vensters loopt een geprofileerde daklijst, die de voergang vormt tot het lessenaardak. De lichtbeuk van het middenschip is ongeleed en telt zes rondboograampjes. Daarboven loopt een zelfde daklijst als bij de zijbeuken. Het middenschip is afgedekt door een leien zadeldak. De van vlechtingen voorziene sluitgevel van het schip is uit baksteen opgetrokken. Tegen de zuid- en noordgevel van het koor staan de bakstenen sacristieën. De zuidelijke sacristie is van buiten via een houten deur in een hardstenen omlijsting te betreden. De sacristie heeft twee rondboogramen in de oostgevel. De noordelijke sacristie heeft geen toegang maar enkel een raam in de noord- en oostgevel. De zijgevels van de sacristieën hebben eveneens vlechtigingen. Het ten opzichte van het schip ingesnoerde en lagere gotische koor heeft een 5/12-sluiting. De druk van het gewelf wordt door zes getrapte uit mergel en baksteen opgebouwde steunberen opgevangen. Tussen de steunberen doorbreken zeven samengestelde spitsboogvensters het muurwerk. Een rijk bewerkte daklijst loopt boven de vensters. Het dak is met leien bedekt. Op de kop staat een dakkapel.

Interieur

 Zicht op het priesterkoor

 Zicht op de zangtribune

Het middenschip is overkluisd met kruisribgewelven in mergel voorzien van peerkraal. Zijbeuken halve tongewelven in mergel. Vloeren hardstenen plavuizen. Triomfboog heeft ‘galmgat’. Muren: plint van kunraderblok, daarboven mergel in onregelmatig verband. Houten zangtribune. Ramen hebben non-figuratief glas-in-lood.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

Ter vervanging van het in 1720 geplaatste orgel – dat in 1944 verloren ging – bouwden Gebr. Vermeulen (Weert) in 1952 het huidige tweemanuaals orgel.

                Hoofdwerk                            Positief                                  Pedaal

 

                Prestant 8’                            Dulciaan 8’                            Subbas 16’

                Bourdon 8’                            Roerfluit 8’                            Octaafbas 8’

                Octaaf 4’                               Zing.prestant 4’                    Gedekt 8’

                Octaaf 2’                               Nasard 2 2/3’

                Mixtuur III-IV                         Piccolo 2’

                Trompet 8’                            Tertiaan II

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht).

Banken, eikenhout, 1948. Op de liervormige wangen van de banken zijn met bloemen en ranken gevulde hoorns des overvloeds uitgesneden. Boven in de wangen zijn zonnebloemen uitgesneden. Dezelfde banken staan in de kerk van Grathem.

Doopvont, hardsteen, koper, XVII (voet en stam ouder). Vierkant basement met op de hoeken de basementen van een zuiltje, cilindervormige zware stam, ronde kuip met aan de bovenzijde een ingesnoerde rand en versierd met vier cherubijnenkopjes. Geprofileerd spits toelopend deksel waarop bol met kruisje. Deksel XX.

Eerste steen, hardsteen, 1948.  Inscriptive: ECCLESIA ST. MEDARDI DESTRUCTA ANNO 1944 RESTAURATA ANNO 1948 A.J. STEINHART PAROCHUS.

Grafsteen, hardsteen, 1691. Grafsteen van burgemeester Reiner Vogels van Wessem en van zijn vrouw Elisabeth Bijls (1703) en zijn zoon Johannes (1697). Boven de grafinscriptie staat een helmteken met twee wapenschilden, twee doodshoofden met een bot, twee vleugels en een zandloper.

Kapitelen, zandsteen, ca. 1000. Ottoons-ionische, slechts één hoek van de kapitelen is oud. Op het koor.

Ornament, zandsteen, ca. 1000. Acanthusblad, gevonden tijdens archeologisch onderzoek. In de zuidelijke zijabside.

Sacramentsaltaar, zandsteen, F.P.J. Peutz, ca. 1951. De tombe heeft een in romaniserende trant uitgevoerd gebeeldhouwd antependium en kapitelen van R. Rats OFM. Voorstelling: het Laatste Avondmaal. Op het altaar staat een gezwenkte architraaf op vier zandstenen zuilen. De teerlingkapitelen zijn door Rats voorzien van romaniserende reliëfs. Voorstellingen: offer van Kain en Abel, Kain vermoordt Abel; offer van Melchisedech; offer van Abraham; Joods paasmaal.

Tabernakel, messing, XXA. p de deur is een voorstelling van het H. Hart van Jezus in een mandorla aangebracht in bas-reliëf.

Wijwatervat, hardsteen, ca. 1700. Vierkant basement waarop een ronde voet met balusterpoot, ingesnoerde ronde kuip,  bijeengehouden door koperen band.

Zijaltaren, mergel, hardsteen, 1948/1949. Mergelstenen blokvormige stipes met hardstenen blad. In de zuidelijke zijbeuk en op het priesterkoor.

 
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus
Medardus