HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 20-04-2018

Hubertus

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: H. Hubertus
Dekenaat/kerkverband: Venlo-Tegelen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Blerick
Gemeente: Venlo
 
Adres: St. Hubertusplein 1
Postcode: 5921 XL
 
Kadastrale gegevens: Venlo M 2854
Bouwpastoor/bouwpredikant: C.A.H. Höppener
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Tombe altaar met sterk ingezwenkte zijkanten. Centraal staat een kruis met een glassteen. Het altaar staat in de noorderbeuk, die als dagkerk in gebruik is. Afkomstig uit de St. Jozef te Tegelen. Daar werd het altaar geschonken door de gieterij, maar na de verkrijging van een ander altaar werd dit voorwerp weggedaan.

Het vieringaltaar bestaat uit een mensa op twee rijen van twee zuilen. Het sacramentsaltaar bestaat uit en mensa op een tombe.

Het smeedwerk bestaat uit panelen, waarin telkens een vis en een mand met brood zijn afgebeeld.

Meer foto's ››

Ruimtelijke context

De Hubertuskerk staat midden in de nieuwbouw van de Wederopbouwperiode van direct na de oorlog aan een centraal plein met winkels. Een lagere school, een voormalige ULO en een kleuterschool liggen in de directe omgeving van de kerk.

Type

De georiënteerde basiliek is opgetrokken in baksteen en heeft een axiaal bankenplan. Het uiterlijk is duidelijk geïnspireerd op de vroegchristelijke basiliek met rondbogen.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

In 1949 werd C.A.H. Höppener benoemd tot bouwpastoor van de nieuw op te richten parochie, die van de H. Anthoniusparochie zou worden afgescheiden. De daadwerkelijke stichting vond in 1950 plaats. Zowel de Anthoniusparochie als de Lambertusparochie werden door het bisdom verplicht gesteld een bijdrage te leveren als financiële ondersteuning. De band met de moederparochie bleef in het begin sowieso erg sterk, doordat de missen nog in de Anthoniuskerk werden gelezen. In 1950 werd voorzien in een noodkerk. J. Grubben ontwierp een gebouw, dat naderhand als opslagplaats zou kunnen dienen. Dit werd gebouwd op de grond van kerkmeester Holten. Omdat het gebouw later als opslagplaats voor graan en meel zou worden gebruikt, was de bijnaam ‘Meelkerk’ snel gegeven. Op Eerste Kerstdag 1950 werd de noodkerk in gebruik genomen.

Huidige kerk

In 1951 werd toestemming gegeven om J. Ramaekers als architect aan te stellen. De opdracht gold een eenvoudige en sobere kerk, omdat de financiële middelen beperkt zouden zijn. Höppener rekende niet op subsidies, dus moest de kerk vooral door de eigen parochie betaald worden. Op 6 oktober 1952 werd het ontwerp goedgekeurd, behoudens een paar mogelijk verbeteringen. M.J. Goosen werd de aannemer. Dat de pastoor zuinig wilde zijn moge blijken uit het bezoek van Ramaekers aan de kerk van St. Joseph in Blerick-Hout, om te zien of daar nog bouwmateriaal tussen het puin zat om te hergebruiken. Twee wijwaterbakken werden nog als bruikbaar betiteld, de rest was te zeer kapotgeschoten dan wel van het verkeerde formaat. De altaaropstelling werd direct geschikt gemaakt voor zowel de Tridentijnse mis als de Missa ad faciem versus populum door zowel een vieringaltaar als een sacramentsaltaar te plaatsen. De eerste steen werd door deken Strijkers in oktober 1953 gelegd en werd de kerk in oktober 1954 in gebruik genomen. In december 1954 volgde de consecratie door Mgr. Lemmens. De toren was toen niet gebouwd, de fundamenten waren echter al gelegd. Ramaekers ontwierp de meeste interieurstukken zelf. De banken, de biechtstoelen, de credens en de kasten in de sacristie, het altaar en de ambones werden door hem ontworpen. Voor de doopvont werd de hulp ingeroepen van pater R. Rats, die ook het definitieve ontwerp maakte. Bij de uitvoering lette de architect bijzonder op de details. Zo werd het stucwerk niet in gedeelten uitgevoerd, maar in één stuk, zodat er geen breuken in de vlakken zouden komen.

Veranderingen

Reeds in 1954 was het plan van het kerkbestuur om de absiskalot te laten beschilderen. Het ontwerp van 1956 kreeg de goedkeuring van de BBC. In 1966 werd het plan opgevat de toren te gaan bouwen. Omdat de fundering voor de toren reeds aanwezig was, werd bij de plannen hiervan uitgegaan. Het in 1968 goedgekeurde ontwerp was een verzwaarde muur tegen de kerk, waartegen een ijzeren klokkenstoel was bevestigd. Maar het kerkbestuur talmde, het zag liever een echte toren. In 1969 werd door de BBC het advies gegeven te zoeken naar de mogelijkheid van een vrijstaande toren, zonder van de bestaande fundering gebruik te maken. De toren werd niet gebouwd. In 1995 werd toestemming gegeven voor het plaatsen van een hekwerk in de hoofdingang om de overlast van hangjongeren tegen te gaan. Tevens werd de zij-ingang ingericht als Mariakapel.

Exterieur

Voor de kerk leiden brede trappen naar de ingang. De westgevel heeft centraal een roosvenster. Daaronder staan in de muur drie rondbogen onderscheiden door pilaren met een basement en een ionisch kapiteel. Hierachter is een open ruimte, die toegang geeft tot de hoofdingang, centraal in de ruimte en twee zij-ingangen. De topgevel is bekroond met een kruis en heeft aan weerszijden op de hoeken een steunbeer. De buitenmuren bestaan uit geelgrijze baksteen in kruisverband en zijn platvol gevoegd. De raamdorpels, vensterbanken en aanzetstukken bestaan uit Lerchertufsteen. Aan de noordzijde staat de gevel van de zijbeuk met een rondboograam. De kerk staat onder een zadeldak, de zijbeuken staan onder lezenaarsdaken. De daken zijn gedekt met zwarte verbeterde hollandse pannen. De gevels zijn voorzien van natuurstenen rollagen. Daarnaast staat de gang naar de doopkapel onder een zadeldak en vervolgens de doopkapel. Deze is octogonaal en is aan zeven zijden voorzien van een rondboograam. De doopkapel is gedekt met een schilddak. De daken zijn voorzien van mastgoten. Aan de zuidzijde staat een rechte gevel onder een zadeldak. Deze sluit de zuiderbeuk af, die dwars op de uitbouw staat. De muur van de uitbouw is aan de zuidzijde scheluw en voorzien van een andere kleur bakstenen. Centraal staat een wit reliëf met een afbeelding van Hubertus. De zijgevels bestaan uit een lichtbeuk met rondboogvensters, waaronder de zijbeuken met rondboogvensters. Tegen de zuidgevel staat een uitbouw onder een zadeldak met een natuurstenen rollaag op de puntgevel. In de muur staat een rondboog, waarin onder in een dubbele houten deur en boven een fries een rondboogvenster. De uitbouw dient als tochtportaal van de zij-ingang en is ingericht als open Mariadevotiekapel. Tegen de noordgevel staat de verbindingsgang met de sacristie onder een zadeldak. De sacristie staat onder een zadeldak met mastgoten dat wordt betreden door dakkapellen. De topgevels hebben natuurstenen rollagen. De sacristie is voorzien van rechte vensters en een toegangsdeur aan de oostzijde. De oostgevel is tegen het schip voorzien van een halfronde absis met een kegeldak. De beide zijbeuken zijn voorzien van een halfronde absidiool met een kegeldak, gedekt met leien. Tegen de muur van de gevel staan in de absidiolen en de absis. Deze zijn gedekt met leien. De tuitgevel is voorzien van natuurstenen rollagen en een clocherarcade in de tuit. De zijbeuken zijn eveneens voorzien van natuurstenen rollagen.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht op de zangtribune

De kerk wordt achterin betreden door een dubbele houten deur, die direct uitkomt in de kerk onder de zangtribune in het schip. De zij-ingangen hebben een tochtportaal met een recht plafond. Via een eikenhouten deur worden de zijbeuken betreden. Het schip wordt van de zijbeuken gescheiden door scheibogen met een archivolt. De bogen rusten op gebouchardeerde betonnen zuilen met een ionisch kapiteel. Hierboven staat de lichtbeuk met rondboogvensters op een gestuukte waterlijst. Het plafond bestaat uit kinder- en moerbalken van Oregonpine. Op de vloeren ligt petit granit, de traptreden zijn gemaakt van Gris des Alpes. Op het priesterkoor ligt marmer met banen van Tailfer en Grand-Mélange. In de doopkapel ligt Naamse steen en marmer. De zangtribune rust op balken en is voorzien van een gesloten hek. Boven de zangtribune bevindt zich een roosvenster. De zijbeuken hebben een open dakstoel. In de muren staan rondboogramen. In de noorderbeuk staat aan de westzijde een nis, waarin een devotiealtaar staat opgesteld. Aan de oostzijde staat in de absidiool een devotiealtaar op een verhoging. In de zuidbeuk staat aan de zuidzijde een zij-ingang met een dubbele houten deur. Deze geeft toegang tot de kerk via een tochtportaal, dat nu is ingericht als open devotiekapel. Aan de oostzijde staat in een absidiool een devotiealtaar op een verhoging. Tevens staat hier de doopvont. Het priesterkoor is van de rest van de kerk gescheiden door een verhoging, die is voorzien van een ambon aan weerszijden van een trap. De ambones bestaan uit een ijzeren hekwerk. Het altaar staat enigszins centraal op het priesterkoor op een supedaneum. Voor het priesterkoor staat de communiebank uit twee delen. De bank is versierd met een terugkerend motief van een vis en een mand. De ronde absis is van de kerk gescheiden door een ronde triomfboog. De absiskalot bestaat uit een halve koepel en is beschilderd. In de absis staat het sacramentsaltaar op een supedaneum. De voormalige doopkapel is bereikbaar van buitenaf door een zijdeur in het voorportaal en via een rechthoekige deur aan de westzijde van de zijbeuk. Hierachter bevindt zich een kleine vierkante ruimte met recht plafond en een rondboogvenster. De kapel is afgescheiden van deze ruimte door een ijzeren hek, dat met voluten is versierd. De kapel is octogonaal en voorzien van een verdiepte vloer. Op de vloer is een ster ingelegd. De kapel heeft een koepelgewelf en is aan zeven zijden voorzien van rondboogvensters.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In 1954 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk een eenmanuaals orgel; uitbreiding met een tweede werk (positief) werd voorbereid.

                               Hoofdwerk                                                                          Pedaal

                               Prestant 8’                            Baarpijp 4’                            Subbas 16’

                               Roerfluit 8’                            Mixtuur III-IV

                               Octaaf 4’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Tombe altaar met sterk ingezwenkte zijkanten. Centraal staat een kruis met een glassteen. Het altaar staat in de noorderbeuk, die als dagkerk in gebruik is. Afkomstig uit de St. Jozef te Tegelen. Daar werd het altaar geschonken door de gieterij, maar na de verkrijging van een ander altaar werd dit voorwerp weggedaan.

Het vieringaltaar bestaat uit een mensa op twee rijen van twee zuilen. Het sacramentsaltaar bestaat uit en mensa op een tombe.

Het smeedwerk bestaat uit panelen, waarin telkens een vis en een mand met brood zijn afgebeeld.

Tekst: OM GODS ERE TE VERMEEREN/ EN HUBERTUS TE VEREEREN / LEGDE DEKEN STRIJKERS MIJ / D’ EERSTE STEEN VAN DEZE KERKE / WAAR GODS LIEFDE ONS ZAL STERKEN / DAT HIJ ONS GENADIG ZIJ / XI - OCTOBER – MCMLIII. De tekst is afkomstig van de bouwpastoor

Centraal is een zittende Christus met uitgestrekte armen op een regenboog afgebeeld in een mandorla. Aan weerszijden staan de vier evangelistensymbolen. In de absiskalot. De afbeelding is geïnspireerd op de Deësis.

Afkomstig uit de burelen van de Maas- en Roerbode. Aangebracht in de zuiderzij-ingang. Afgebeeld zijn Paulus en Titicus. Tekst: AUDACIUS AUTEM SCRIPSI ROM. 15,15

Glas-in-lood, Frans Slijpen, Maastricht, 1955

Doopwachtkamer. Afbeelding van Christoforus, die in een rivier staat met Christuskind op zijn linkerschouder. Achter deze twee is een landschap zichtbaar, bovenin staat de maan(?) afgebeeld.

Glas-in-lood, Frans Slijpen, Maastricht, 1955

Doopkapel. Afbeeldingen: -Staande engel met een slang. -Staande engel met een weegschaal en de tekst: BOETVAARDIGHEID -Staande engel met een kelk en een kruis en de teksten: GELOOF en CREDO. Voorzien van signatuur en jaartal. -Pelikaan met jong, dat op de borst pikt. Hierboven een kruis in een stralenkrans. -Staande engel met kruisstaf, het hoofd naar boven gericht en in een gebedshouding en de tekst: HOOP -Staande engel in harnas met schild en zwaard en de tekst: STERKTE -Staande engel met in elke hand een drinknap en de tekst: MATIGHEID. De ramen waren enkele jaren terug doelwit van vandalisme. Recent werden de ramen gerestaureerd, waarbij ontbrekende delen niet opnieuw werden vervaardigd, maar blanco gelaten. De tekst op het eerste raam was waarschijnlijk VOORZICHTIGHEID. Mogelijk heeft op het raam met de pelikaan de tekst LIEFDE gestaan. Afgebeeld zijn de drie goddelijke deugden: geloof, hoop en liefde. Daarbij staan drie van de vier kardinale deugden: sterkte, voorzichtigheid en matigheid. Tenslotte staan er nog een deugd: de boetvaardigheid. De boetvaardigheid is niet correct afgebeeld, een biechtstoel als attribuut was passender geweest. Het hier gebruikte attribuut is voorbehouden aan de gerechtigheid, één van de kardinale deugden. Aldus klopt het iconografische programma weer wel.

De architect ontwierp de grijzige ramen met een herkenbaar kruis in een cirkel. Indien de glazenier goed zou snijden, dan ging geen splinter glas verloren, het paste precies.

 
Hubertus
Hubertus
Hubertus
Hubertus
Hubertus
Hubertus
Hubertus
Hubertus
Hubertus
Hubertus
Hubertus