HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 13-02-2017

Lambertus

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: H. Lambertus
Dekenaat/kerkverband: Venlo-Tegelen
Plaats: Blerick
Gemeente: Venlo
 
Adres: Smeliënstraat 29
Postcode: 5922 VH
 
Kadastrale gegevens: Venlo M 3515
Bouwpastoor/bouwpredikant: A.F.M. Lenaerts
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Rond raam met daarin een voorstelling van de H. Lambertus als bisschop. Op de achtergrond is de Lambertuskerk afgebeeld. Onderschrift: ‘1927 R. DIEDEREN BOUWPASTOOR 1935’.

Maria staande, met kroon en scepter, strekt haar linkerhand beschermend uit over een man, vrouw en kinderen aan haar voeten; hieronder, tussen bladeren een banderol met de tekst: MARIA BESCHERM ONZE KINDEREN.

Rond raam waarin drie concentrische cirkels waarin boven: Geestesduif, rechts God de Vader met scepter, links: de Zoon met boek waarin de letters A en Omega; in het midden in cirkel het alziend Oog, in de zwikken cherubijnen.

Meer foto's ››

 

Foto: Peter Janssen, Blerick

Ruimtelijke context

De Lambertuskerk ligt met haar priesterkoor aan de tweebaans, door een middenberm gescheiden Burg. Gommansstraat. Voor de kerk is een klein kerkplein van waaruit voetpaden de bij de kerk liggende wijk invoeren. Tussen de Smeliënstraat en de kerk ligt een grote parkeerplaats. Het wegenpatroon loopt om de kerk heen. De bebouwing is deels uit de jaren dertig, deels van recenter datum.

Type

De Lambertuskerk is een driebeukige, bakstenen pseudo-basiliek van vijf traveeën met een terzijde staande klokkentoren en een versmald, rechtgesloten koor. Er zijn in de geheel overkluisde kerk veel spitsboogconstructies toegepast. De kerk heeft een axiaal bankenplan.

Bouwgeschiedenis

De eerste kerk en parochie van deze naam werd gesticht in Blerick in elfde of begin twaalfde eeuw. De naam verdween, toen bij de nieuwbouw van de in 1899 in gebruik genomen kerk de parochie werd omgedoopt in H. Antonius van Padua. De oude Lambertuskerk werd met uitzondering van het priesterkoor, dat ingericht werd als kapel van O.L.V van Altijddurende Bijstand, gesloopt. Bisschop Boermans beloofde toen, dat, indien er een nieuwe parochie in Blerick zou worden gesticht, deze weer Lambertus zou heten. Door de continue groei van Blerick bleek reeds aan het begin van de jaren twintig, dat de parochie van St. Antonius te groot werd. In 1927 werd daarom het rectoraat van de H. Lambertus opgericht, dat in 1932 tot parochie verheven werd. Kapelaan B. Diederen werd benoemd tot bouwpastoor en kreeg de uit 1767 stammende St. Annakapel aan de Horsterweg voor 1 gulden ter beschikking van de Antoniusparochie. Deze was echter niet geschikt als noodkerk en al in 1928 was er een noodkerk gebouwd naar ontwerp van A. Holten, die later als parochiehuis kon fungeren. Ook deze noodkerk was al snel te klein en de opdracht voor een nieuwe kerk werd gegeven aan architect J.L. Grubben. Hij ontwierp een bakstenen basiliek met zeer breed middenschip, toren en priesterkoor. De Lambertuskerk werd in 1934 in gebruik genomen en een jaar later geconsacreerd. Op 28 november 1944 werd de kerk door een voltreffer geraakt. Het dak en de gewelven stortten in. De klokkentoren en de dakruiter werden op 19 november door de terugtrekkende Duitsers opgeblazen.

Huidige kerk

Na de oorlog werd besloten tot herbouw op het bestaande muurwerk. Parochiehuis ‘Ons Huis’ werd wederom in gebruik genomen als noodkerk en voor de zondagse missen werd een barak op het kerkplein geplaatst. Na de oorlog werden in de typische arbeiderswijk noodwoningen en later ook permanente woningen neergezet. De herbouw begon voor de zielzorg urgent te worden, maar er was te weinig geld. Pastoor Lenaerts vroeg op 9 augustus 1946 om op de restanten van de vernielde kerk door architect Grubben te laten herbouwen. De herbouw werd op 26 augustus 1949 aanbesteed en gegund aan aannemersfirma A. van Alphen uit Boxtel. De constructie van de spitsbogen die het twintig meter brede schip moesten overspannen vergde voorzichtigheid. De rollaag telde elf lagen. Op de houten steunboog werden eerst vijf à zes lagen gemetseld en daarna de overige om instorting te voorkomen. In de nachtmis van Kerstmis 1950 werd in de herbouwde kerk gevierd. De toren werd pas in 1960 door aannemer Jos Gerats en Zoon uit Blerick opgeleverd. De Lambertuskerk veranderde in hoofdlijnen niet. Toch waren er enige kleinere wijzigingen. De toren werd hoger en smaller, het spitsboogvenster in de voorgevel werd vervangen door een rondvenster, de gebouwtjes achter het koor verdwenen. De kerk kwam geheel vrij te liggen op een groot plantsoen. De nieuwe straten waren hierop al gericht. In het interieur werd de betonnen balk onder de zangtribune door drie spitsbogen vervangen.

Veranderingen

Het interieur van de kerk heette mooier en doelmatiger te zijn. Het is echter wel gewijzigd, ergens in de zestiger jaren zijn altaar en preekstoel vervangen, de doopkapel is tot dagkapel ingericht en de doopvont staat in de voormalige Mariakapel. Het kerkhof, dat naast of om de kerk lag, is aan de gemeente overgedragen i.v.m. een uitbreidingsplan. Dit plan kwam in 1971 gereed, waarbij de kerk in een omgeving van nieuwe huizen en plantsoenen kwam te staan.

Exterieur

De drie spitsboogige ingangen van de Lambertuskerk liggen centraal in een voor het schip uitgebouwde travee, die ten opzichte van het schip lager en smaller is. De middelste ingang, die in de as staat van het altaar, heeft een van maaswerk voorzien bovenlicht en staat in een wimperg. In het wimperg zijn twee gedenkstenen gemetseld. De natuurstenen aanzetstukken, die hier en elders in de topgevels verwerkt zijn, contrasteren met de donkerrode baksteen waaruit de kerk is gebouwd. Het metselwerk is uitgevoerd in staand verband met iets verdiepte voegwerk. Boven het wimperg is een roosvenster met natuurstenen maaswerk aangebracht. De topgevel van de voorbouw heeft een rollaag en vlechtingen en wordt bekroond door een natuurstenen kruis. De vlechtingen en rollagen komen in alle topgevels terug. De voorbouw heeft een met Romaanse pannen gedekt zadeldak. Rechts van de voorbouw staat de ongelede klokkentoren met boven in drie galmgaten met spitsbogen en galmborden. Onder de galmgaten zijn wijzerplaten aangebracht. Het dak kraagt iets uit. De torenhelm heeft de vorm van een met leien gedekt tentdak. Ongeveer halverwege de toren is de bouwnaad zichtbaar. De baksteen wordt daar wat lichter van kleur. Links van de voorbouw staat een van spitsboograampjes voorziene kapel. Deze heeft een zadeldak met verbeterde Hollandse pannen. Het schip telt vijf traveeën die door gelede steunberen van elkaar gescheiden worden. In de eerste twee traveeën staan als uitbouwsels de platgedaakte biechtstoelen. Het muurvlak van elke travee wordt doorbroken door een groot vijfdelig spitsboograam. Op het geknikte zadeldak staan vijf dakkapellen en een met leien gedekte dakruiter. Het rechtgesloten priesterkoor versmalt zich in twee fasen. Het eerste deel bestaat uit een smalle travee onder een zadeldak. Dan volgen drie traveeën, die door steunberen gescheiden zijn. De vier koortraveeën hebben spitsboogvensters. De koorgevel heeft een rondvenster, waarin maaswerk bestaande uit drie cirkels is aangebracht. Links van het koor staat de onder een L-vormig zadeldak gebouwde sacristie, die qua materiaalgebruik en vormentaal aansluit op het kerkgebouw.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht op de zangtribune

De drie overkluisde portalen bieden toegang tot het middenpad en de twee andere paden van het middenschip. Achter in de kerk staat een enigszins de kerk inkomende narthex bestaande uit vijf in grootte verschillende spitsbogen. Boven de narthex is de zangtribune met zijn gemetselde spitsboogbalustrade aangebracht. De tribune opent zich met een hoge, brede ojief naar het schip. Eveneens via spitsbogen te bereiken zijn de doopkapel, die zich onder de toren bevindt, en de dagkapel. Beide zijn overkluisd Het binnenmuurwerk bestaat uit een plint van donkerrode baksteen met daarboven de rest van het opgaande muurwerk in gele baksteen. De gewelven zijn in gele ijsselsteen uitgevoerd. Het brede schip wordt geflankeerd door smalle processiegangen. Via de ramen die helder getint glas-in-lood  bezitten, valt veel licht de kerk binnen. Door de hoogte van het gewelf maakt deze echter toch een donkere indruk. De hele kerk is overkluisd met kruisgraatgewelven die geschraagd worden door gordel- en scheibogen. De bogen rusten op bakstenen kruispijlers en natuurstenen imposten. De banken staan in vier rijen naar het koor gericht opgesteld. De vloeren van het schip zijn belegd met lichtgele, keramische tegels. Het priesterkoor wordt geaccentueerd door vier achter elkaar staande steeds kleiner wordende spitsbogen. Het interieur van het priesterkoor staat zo in contrast met het exterieur, waar deze geleding niet zichtbaar is. De traveeën van het koor zijn overkluisd. Het koor verheft zich drie treden boven het vloerniveau van het schip. De treden zijn van hardsteen, de vloeren hebben witte en zwarte zeiltegels, die in dambordmotief zijn gelegd. Het hoofdaltaar staat op een drie treden hoog supedaneum. Aan de linkerkant van het koor is de doorgang naar de sacristie.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In 1951 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk een tweemanuaals orgel.

                               Hoofdwerk                           Positief                                  Pedaal

                               Prestant 8’                          Gamba 8’                               Subbas 16’

                               Bourdon 8’                           Holpijp 8’                              Octaafbas 8’

                               Octaaf 4’                              Prestant 4’

                               Fluit 4’                                  Nasard 2 2/3’                       

                               Mixtuur II-III                        Nachthoorn 2’

                                                                           Schalmei 8’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Rond raam met daarin een voorstelling van de H. Lambertus als bisschop. Op de achtergrond is de Lambertuskerk afgebeeld. Onderschrift: ‘1927 R. DIEDEREN BOUWPASTOOR 1935’.

Maria staande, met kroon en scepter, strekt haar linkerhand beschermend uit over een man, vrouw en kinderen aan haar voeten; hieronder, tussen bladeren een banderol met de tekst: MARIA BESCHERM ONZE KINDEREN.

Rond raam waarin drie concentrische cirkels waarin boven: Geestesduif, rechts God de Vader met scepter, links: de Zoon met boek waarin de letters A en Omega; in het midden in cirkel het alziend Oog, in de zwikken cherubijnen.

Symboliek van het doopsel: groot kruis op de achtergrond; op de voorgrond drie vissen in het water met daarboven de Geestesduif. In de doopkapel.

Achtzijdig geprofileerd basement, cilindervormige stam waar omheen vier vrijstaande ronde zuiltjes, die de kuip dragen; op de zuiltjes tegen de onderzijde van de bak, in lichte steen de symbolen van de vier evangelisten, op de brede bovenrand van de kuip een dubbele golvende rand, onderbroken door vier bladmotieven; koepelvormige koperen deksel met, aan de onderzijde, een rand in golfslagmotief; aan de bovenzijde een waaiervormige versiering; als bekroning een platte schijf waarop vier kleine bolletjes rond een grote bol, waarop een kruisje.

Het tombealtaar is met natuursteen platen bekleed. Op de hoeken zijn uit koper gedreven voorstellingen van bladeren, druiven en korenaren aangebracht.

Op het altaar staat het tabernakel, dat eveneens met natuurstenen platen bekleed is. De deuren zijn van messing; op de deuren twee staande engelen met gebogen hoofd en hun handen voor het gelaat. Inscriptie: TREMUNT POTESTATES. Op het tabernakel, dat ook aan de achterzijde geopend kan worden, staat een koperen kroon.

Steen, hardsteen, 1934. Inscriptie: ARCHITECT JACQ. L. GRUBBEN LZN. BLERICK 1933-1934.

Steen, hardsteen, circa 1950. Inscriptie: CHRISTE ECCLESIAE LAPIS ANGULARIS DIGNARE PAROCHIAE NOVAE BLARIACENSIS FIDOS CONSERVARE LABANTES SUSTENTARE LAPSOS  RESTAURARE.

 
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus
Lambertus