HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 04-07-2017

Nicolaas

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Nicolaas
Dekenaat/kerkverband: Horst
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Broekhuizen
Gemeente: Horst aan de Maas
 
Adres: Hoogstraat 21
Postcode: 5872 AC
Coördinaten: x: 208957, y: 388846
 
Rijksmonumentennummer: 11091 Code: 5872AC-00021-01
Kadastrale gegevens: Broekhuizen G 28
Bouwpastoor/bouwpredikant: A.H.M. Geurts
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Altaar, natuursteen, 1997. Het oorspronkelijk altaar werd ontworpen door [*]Ramaekers. Bij de herinrichting werd de opstand gehandhaafd, maar werd de mensa weggehaald en op vier pilaren geplaatst als vieringaltaar.

Doopvont, hardsteen, XIV. De vont is octogonaal met een geprofileerde voet, een gladde stam en een geprofileerde cuppa met twee maskers. Oorspronkelijk zaten er vier maskers op, maar deze zijn al zeer lang geleden verdwenen. De vont is gedekt met een bolwelvend geprofileerd koperen deksel, gekroond door een kruis (XIXd).

Meer foto's ››

Foto: Sander van Daal, juli 2007

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

St. Nicolaaskerk. Eenbeukig laatgotisch gebouw met driezijdige sluiting, circa 1500, beide westelijke traveeën in 1951 toegevoegd. Houten beelden o.a.: calvariegroep, circa 1500; madonna XVI A; H. Petrus, XVIa; H. Antonius Abt, XVIa; H. Catharina, XVI A. (datum: 11-07-1968).

Ruimtelijke context

De kerk staat in het centrum van het dorp aan de doorgaande weg en is goed in de omgeving zichtbaar. Rondom de kerk ligt het kerkhof.

Type

De georiënteerde zaalkerk met zes traveeën is een herbouw van de 15de eeuwse voorgangster in gotische stijl, waar twee traveeën in historiserende trant aan de westzijde zijn toegevoegd. Op de kerk staat een dakruiter. De kerk is een Rijksmonument.

Bouwgeschiedenis

Voorgangster

Voor zover bekend werd in 1484 de parochie Broekhuizen afgescheiden van Broekhuizenvorst en werd in hetzelfde jaar met de bouw van een kerk begonnen. In 1700 werd een vergrote sacristie gebouwd. Bij een brand in 1862 raakte het interieur zwaar beschadigd, maar pas in 1884 was de kerk weer gerestaureerd, door J. Kayser. Hij plaatste een dakruiter op de kerk. In de herfst van 1944 kwam het dorp in de vuurlinie te liggen en raakte de omgeving zwaar beschadigd. Op 25 november 1944 bliezen de terugtrekkende Duitsers de kerk op en vernielden zo de kerk.

Huidige kerk

Bij terugkomst werd besloten de kerk te herbouwen. Swinkels werd als architect aangesteld. Als noodkerk werd het patronaat ingericht, het latere jongerencentrum ‘Wip in’. Bij de plannen was Monumentenzorg betrokken bij de plannen, omdat de kerk al in 1884 als monumentaal werd beschouwd. In 1949 kwam toestemming tot het herbouwen van de kerk met twee extra traveeën, waarbij aan de westzijde geen tochtportaal mocht worden gebouwd, maar wel een kopie van de vooroorlogse gevel. De dakruiter kwam in een iets andere verschijningvorm terug, voor de oorlog was deze gesloten, nu is hij opengewerkt. 11 februari 1952 werd de kerk geconsacreerd door Mgr. Hanssen.

Veranderingen

In de jaren zestig werd de communiebank verwijderd en ook de biechtstoel verdween. Een houten vieringaltaar werd op het koor geplaatst. In 1997 werd tijdens een restauratie het hoogaltaar in onderdelen gesplitst en opnieuw opgesteld. Daarbij kwam het presbyterium een trede hoger te liggen. Tevens werd de zij-ingang aan de noordzijde ingericht tot Mariakapel. Hiertoe plaatste men een ijzeren hekwerk, zodat de kerk bekeken kan worden, maar niet betreden. De doopvont werd achter in de kerk opgesteld.

Exterieur

Westkant. Foto: Sander van Daal, juli 2007

De zaalkerk staat onder een zadeldak met leien gedekt, dat aan een zijde polygonaal is afgesloten. Het dak wordt betreden door drie dakkapellen. De muren zijn opgetrokken waalformaat bakstenen in stand verband. De mastgoten rusten op een Sibbermergelstenen fries. Aan de oostzijde staat een octogonale dakruiter met twee opengewerkte geledingen, afgedekt met een koperen spits. De westgevel bestaat uit een tuitgevel met mergelstenen inzetstukken en een gemetselde rollaag. De gevel is gesloten, op een toegang onder een segmentboog na. Een rondboognis boven de deur heeft een mergelstenen omlijsting. De steunberen zijn in de gevel verwerkt. De zijgevels bestaan uit alternerende delen, afgescheiden door gelede steunberen met mergelstenen afdekstukken. Hiertussen wordt licht toegelaten door spitsboogvensters met mergelstenen maaswerk. Het koor is driezijdig gesloten en bestaat uit door gelede steunberen gescheiden muurvlakken met daarin een spitsboogvenster. Onder de ramen loopt een waterlijst. In de tweede travee aan de noordzijde bevindt zich een zijportaal onder een lezenaarsdak en een dubbele houten toegangsdeur onder een segmentboog. De sacristie ligt tegen de zuidgevel, onder een lezenaarsdak met rechte vensters en een rechte toegangdeur.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht op de zangtribune

De kerk wordt betreden door een houten tochtkast onder de zangtribune aan de westzijde. De zangtribune is van eikenhout en rust op twee pijlers. De zangtribune is voorzien van een met spaarvelden voorziene houten gesloten balustrade. De kerk is bepleisterd en heeft in de zijgevels en de koorafsluiting spistboogvensters. Hiertussen staan schalken, die de kruisribgewelven dragen. Onder de vensters bevinden zich nissen met een segmentboog. Op de grens tussen presbyterium en schip staat in de noordgevel het open portaal van de zij-ingang met een ijzeren hekwerk, in de zuidgevel wordt de sacristie betreden door een houten deur in een segmentboognis. De vloer in het presbyterium is verhoogd. De vloeren zijn bekleed met hardsteen.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In 1852 kreeg deze kerk de beschikking over het 18e eeuwse orgel uit de kerk van Nederweert; in 1934 werd dit vervangen door een tweemanuaals orgel van Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen), dat in 1944 verloren ging; in 1952 plaatste laatstgenoemde een nieuw tweemanuaals orgel.

                               Hoofdwerk                           Zwelwerk                              Pedaal 

                               Prestant 8’                            Tolkaan 8’                            Subbas 16’

                               Roerfluit 8’                            Bourdon 8’                           Octaafbas 8’

                               Octaaf 4’                               Baarpijp 4’

                               Mixtuur III-IV                        Nachthoorn 2’

                                                                            Hobo 8’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht).

Altaar, natuursteen, 1997. Het oorspronkelijk altaar werd ontworpen door [*]Ramaekers. Bij de herinrichting werd de opstand gehandhaafd, maar werd de mensa weggehaald en op vier pilaren geplaatst als vieringaltaar.

Doopvont, hardsteen, XIV. De vont is octogonaal met een geprofileerde voet, een gladde stam en een geprofileerde cuppa met twee maskers. Oorspronkelijk zaten er vier maskers op, maar deze zijn al zeer lang geleden verdwenen. De vont is gedekt met een bolwelvend geprofileerd koperen deksel, gekroond door een kruis (XIXd).

 
Nicolaas
Nicolaas
Nicolaas
Nicolaas
Nicolaas
Nicolaas
Nicolaas