HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 12-08-2018

Nicolaas

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Nicolaas
Dekenaat/kerkverband: Sittard
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Guttecoven
Gemeente: Sittard-Geleen-Born
 
Adres: Dorpsstraat 7
Postcode: 6143 AV
 
Kadastrale gegevens: Limbricht C 3837
Bouwpastoor/bouwpredikant: A.J.W. Wolfs
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Foto: november 2005

Ruimtelijke context

De Nicolaaskerk markeert het centrum van het dorp en een open ruimte aan de hoofdroute van het dorp. Aan de voorzijde ligt een tuinachtige structuur, aan de achterzijde ligt een parkeerplaats.

Type

De niet-georiënteerde zaalkerk heeft muren uit breuksteen en een plat dak op betonnen en stalen pijlers. Een campanile staat voor de kerk. Het platte dak wordt gedragen door een lichtstraat. Het bankenplan is axiaal en doorsneden door een middenpad.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

De eerste vermelding van de Nicolaaskerk dagtekent 10 maart 1336, waarin de kerk werd vernoemd als verbonden aan het klooster te Susteren. Het is niet bekend, hoe de kerk er toen uitzag. Het oudst bekende gedeelte van de kerk was de mergelstenen polygonale koorafsluiting in gotische stijl, die blijkens een sluitsteen uit 1504 stamde, of toen werd verbouwd. In de kerk stond een St. Nicolaasaltaar, dat als hoofdaltaar fungeerde en een zijaltaar, dat aan H. Willibrord was gewijd. Aan het einde van de 16de eeuw werden de beide altaren geünieerd, als gevolg van de slechte bediening van het Willibrordaltaar. Aan het einde van de 17de eeuw was er sprake van een zijaltaar, dat als Maria-altaar fungeerde. In 1838 stond in Guttecoven eenbeukig kerkje met het reeds genoemde koor en een fronttoren met een ingesnoerde naaldspits. In 1848 heeft men het schip vervangen door een neoclassistisch driebeukig schip met rondboogvensters en een tongewelf op ontwerp van architect J.L. Lemmens uit Beek. De toren werd voorzien van een nieuwe ingangspartij. Tevens werd hij opgenomen tussen de twee zijbeuken en aan de noordzijde van de toren werd een doopkapel ingericht. Een klein gedeelte van het koor werd gesloopt, na wijziging van de plannen tijdens het bouwen. In 1853 werd de sacristie gebouwd, waarvan de bouw blijkbaar was uitgesteld. In 1885 werd het plan opgevat, een nieuwe, neogotische toren te bouwen, om de kerk meer in evenwicht te brengen. Bisschop Paredis gaf toestemming, maar Gedeputeerde Saten gaven geen subsidie, omdat het naar hun smaak geen evenwichtige toevoeging zou zijn. Besloten werd, de toren zonder subsidie te bouwen. Deze toren bestond uit drie geledingen, die van elkaar waren gescheiden door hardstenen waterlijsten. De ingang van de kerk bleef in de toren. De architect is onbekend. In 1886 was de toren klaar. In 1906 werd door pastoor Theunissen behoefte gevoeld, het schip te vervangen. Bouwvalligheid van het neoclassistische schip kan hierbij een rol hebben gespeeld. De plannen werden gemaakt door architect C. Franssen en de nieuwbouw was in 1907 gereed. Het nieuwe neogotische schip bestond uit vier traveeën met zijbeuken onder een lezenaarsdak Op de middenbeuk bevond zich een zadeldak. Het schip en de zijbeuken waren door overkluisd met kruisribgewelven. In de dertiger jaren werd de kerk te klein aangezien het neogotische schip niet veel groter was dan het neoclassistische en werden uitbreidingsplannen gemaakt. De opdracht werd gegeven aan de zoon van Franssen, Jos Franssen. Het was de bedoeling, om in 1937 te beginnen met de uitbreiding, maar om onbekende redenen ging dat niet door. Tijdens de oorlog kon vanzelfsprekend ook niet gebouwd worden. Wel werd besloten een ‘noodkinderkapel’ te bouwen en het middenpad vol met stoelen te zetten. In 1956 werden onder pastoor Hoenen opnieuw plannen gemaakt voor uitbreiding. Franssen paste zijn plan van voor de oorlog aan en kwam met het idee, om de kerk tot een kruisbasiliek te maken. Naar de mening van de BBC zou deze uitbreiding echter spoedig weer te klein blijken te zijn, zodat dit plan werd verlaten. Het volgende idee was, een schip dwars op de kerk te zetten, zoals in Grathem was gebeurd. Dit idee werd door de BBC om bouwtechnische redenen afgeraden. Met de plannen voor algehele nieuwbouw was het lot van de oude kerk bezegeld. Tijdens de bouw van de nieuwe kerk bleef de oude als parochiekerk in gebruik, ook toen een gedeelte werd gesloopt ten behoeve van de nieuwbouw. Het schip werd provisorisch dichtgemaakt. De sloop leverde voor wat betrof de toren en het schip niet al te veel problemen op, omdat die van recente datum waren, maar het koor werd genoemd in de Voorlopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Daarom diende Rijksdienst voor de Monumentenzorg toestemming te geven voor de sloop. In 1936 had de Dienst bij de uitbreidingsplannen nog geen bezwaar gehad, maar in de zestiger jaren werd voorzichtiger omgesprongen met nog bestaande monumenten, omdat er in de oorlog zo veel verwoest was. Uiteindelijk werd in 1965 toestemming verkregen tot de sloop van het koor. Deze sloop werd uiteindelijk zeer grondig gedaan; een verzoek tot het doen van archeologisch onderzoek werd genegeerd en de fundamenten werden verwijderd. Vervolgens werd de grond een halve meter afgegraven.

Huidige kerk

De grond werd reeds in 1956 bouwrijp gemaakt en uiteindelijk kreeg een associé van Franssen, J. van der Pluym uit Bunde, kreeg de opdracht. Van der Pluym stelde, in samenspraak met de nieuwe bouwpastoor Wolfs, totale nieuwbouw voor. Een berekening van de pastoor liet zien, dat nieuwbouw goedkoper zou zijn dan groot onderhoud aan de oude kerk. Na enige aanpassingen ging men in 1963 akkoord met het ontwerp. De bouw werd gegund aan Vic. Laudy uit Sittard en de eerste steen werd gelegd op 6 december 1964 door Mgr. Van Odijk. Op 4 juni 1965 werd de kerk feestelijk in gebruik genomen door deken Höppener, gevolgd door de consecratie op 18 juni 1966 door Mgr. Moors. Dat nieuwbouw goedkoper is dan groot onderhoud van een oude kerk bleek niet te kloppen, in de literatuur wordt verwezen naar tegenvallers, waar het kerkbestuur niet op kon rekenen bij het besluit tot nieuwbouw. De kerk is niet gewijzigd, wel werden steeds meer oude meubelstukken uit de oude kerk in de nieuwe herplaatst.

Exterieur

De kerk heeft een vierkant grondplan met aan de achterzijde een halfronde, betonnen absis. Aan de voorzijde ligt de ingang, die via trappen onder een luifel op ijzeren kolommen bereikbaar is. Aan de linkerzijde is de kerk geopend door een deur. Voor de kerk staat een betonnen opengewerkte campanile met een opengewerkte bovenkant, die als galmgaten functioneren. Het opgaand muurwerk aan de buitenzijde van de kerk is uitgevoerd in breuksteen, waarboven langs de gehele kerk een lichtstraat loopt. Hierboven bevindt zich de boeiboord van het platte dak. De dakconstructie wordt gedragen door uit het muurvlak omhoogkomende betonnen kolommen. De absis is even hoog als de kerk en heeft eveneens een plat dak. De absis is van de kerk gescheiden door een verticale lichtstraat. Naast de absis wordt licht in de ingebouwde sacristie gelaten door een recht venster.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht naar achteren

De kerk wordt betreden door een dubbele glazen deur, die via een betonnen tochtkast toegang geeft tot achter in de kerk. De muren zijn in halfsteensverband gemetselde en wit geschilderde betonsteentjes opgetrokken. Hierboven bevindt zich de lichtstraat. De absis is afgescheiden door een verticale lichtstraat. Het plafond is betimmerd met houten planken. Op de vloer ligt gewassen grindbeton. Het presbyterium is afgescheiden door een verhoging, die is bekleed met leistenen uit de oude kerk. Hierop staat centraal een houten supedaneum met een vieringaltaar. Links bevindt zich een kleine zij-ingang. De kerk heeft op tweederde een rij H-balken, die een zijbeuk suggereren. Achter in dit gedeelte ligt een ronde verlaging in de vloer, waarin de doopvont is geplaatst. Voorin is een vierkante sacristie gebouwd, waar op het dak de zangtribune is ingericht. Tussen de sacristie en de doopkapel is een dagkapel ingericht

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

Blijkens het “Aardrijkskundig woordenboek” van van der Aa bezat deze kerk in 1843 nog “geen orgel”; eerst in 1871 plaatsten Pereboom & Leijser (Maastricht) er een eenmanuaals orgel; dit werd in 1966 door Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) gerestaureerd en in een eigentijdse kas geplaatst.

Manuaal                                                                            Pedaal

Montre 8’                            Prestant 4’                            aangehangen

Viola da Gamba 8’               Doublette 2’

Flûte traverse D 8’              Fourniture II

Bourdon 8’                          Trompette B/D 8’

Flûte 4’

Literatuur: Het historische orgel in Nederland, deel IX, blz. 335

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Drie afbeeldingen uit het leven van H. Antonius van Padua, links verleent Antonius lichamelijke hulp, rechts geestelijke hulp, door in een kring met mensen op een vis te wijzen (ichtus), centraal Antonius met christuskind. Bevestigd achter in de kerk, naast de hoofdingang.

Houten draaitabernakel in de historische altaaropstand uit de oude kerk. In de absis.

Op een bakstenen tombe ligt een overstekende mensa van Naamse steen. Centraal op het priesterkoor. Het altaar in de dagkapel is op dezelfde wijze uitgevoerd.

 
 
 
Nicolaas
Nicolaas
Nicolaas
Nicolaas
Nicolaas
Nicolaas
Nicolaas
Nicolaas
Nicolaas