HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 24-02-2017

Catharina en Urbanus

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: H. Catharina
Dekenaat/kerkverband: Venray
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Leunen
Gemeente: Venray
 
Adres: Kapelweg 1
Postcode: 5809 AJ
Coördinaten: x: 196105, y: 391345
 
Rijksmonumentennummer: 37219 Code: 5809AJ-00001-01
Kadastrale gegevens: Venray N 839
Bouwpastoor/bouwpredikant: Chr. G.G. Jonkers
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Nieuwe deel van de kerk. Foto:juli 2007

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

Sint Catharinakerk. Laatgotische koor met driezijdige sluiting, XV, gerestaureerd in 1903. Preekstoel, XVII. Houten beeld van de H. Catharina, XVII B. (Datum: 21-01-1970).

Ruimtelijke context

De moderne kerk is gebouwd tegen de zuidgevel van de aloude parochiekerk. De kerk ligt met de in de jaren dertig van de 20ste eeuw gebouwde pastorie op een eiland waar de Kapelweg omheen loopt. Tegenover de kerk liggen de basisschool en het kerkhof. Rechts van het moderne deel der kerk ligt, gehuisvest in een noodvoorziening, eveneens een deel van de school. Voor het moderne kerkschip is het trottoir zeer breed, zodat men bijna kan spreken van een pleintje. De toren is een landmark. In 1986 werd bericht dat het 15de-eeuwse koor, de neogotische kerk, de preekstoel en het Catharinabeeld onder de monumentenwet vielen.

Type

Rechthoekige bakstenen kerkzaal met V-vormige betonnen dakschalen, die aansluit op een (neo)gotische kerk. Het nieuwe deel heeft een axiaal bankenplan dat op een naar het liturgisch centrum aflopende vloer staat.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

In 1433 gaf de bisschop van Luik toestemming om in Leunen een kapel te bouwen. Het oude priesterkoor van de huidige kerk stamt uit deze periode. In de 18de eeuw was er sprake van een bakstenen gebouw met een achthoekige koorafsluiting. Wegens bouwvalligheid werd het gewelf in het schip vervangen door een plat plafond. Tevens werden in de vijf traveeën enkele vensters dichtgemetseld. Architect Corbey bouwde in 1886 een eenbeukig schip aan het koor, dat bleef behouden. Het oude schip werd gesloopt. Hij ontwierp ook een (1889) een dakruiter op het middenschip. Architect Caspar Franssen restaureerde in 1904 het oude priesterkoor. Hierin werd in 1918 glas-in-lood geplaatst. De firma Groenendaal bouwde in 1907 de kerktoren, die als enige in de omgeving van Venray vrijwel ongeschonden door de Tweede Wereldoorlog kwam. In 1933 werd het rectoraat verheven tot parochie. De verwachting was, dat de kerk te klein zou gaan worden en in 1935 werd de kerk uitgebreid met een sacristie en twee kinderkapellen. In de gewelven van de kerk waren in ieder geval twee schilderingen aangebracht: de Droom van Jozef en de Boodschap aan de Herders. Duits granaatvuur beschadigde in november 1944 de kerk weliswaar aanzienlijk, maar herstel was mogelijk en werd na de oorlog ter hand genomen. De opdracht werd verleend aan architect Jules Kayser uit Venlo, die vanaf 1946 de werkzaamheden leidde aan de kerk, de pastorie, kapelanie en school. Eveneens in dat jaar waren de herstellingen gereed; de toren werd als laatste hersteld. Pastoor G. Vorstermans wilde vervolgens de kerk verfraaien met schilderingen en glas-in-lood van Charles Eyck, maar de levertijd hiervan liep op tot tien jaar. Omdat hij niet zolang wilde wachten zocht de pastoor contact met Daan Wildschut, die immers in de directe omgeving van Eyck werkte en gaf opdracht tot het maken van de verfraaiing. De BBC verleende in 1949 haar goedkeuring en in de loop van 1950 werden de schilderingen opgeleverd.

 Oude kerk aan het einde van de oorlog.

De beschadigingen konden hersteld worden. Bron: De verwoeste kerken in Limburg / A. van Rijswijck, pr. -1946

Huidige kerk

Als gevolg van de bevolkingsgroei na de Tweede Wereldoorlog werd de noodzaak om te komen tot een groter kerkgebouw steeds nijpender. In 1959 werd pastoor Jonkers benoemd in Leunen. Hij was daarvoor in Wellerlooi reeds bouwpastoor geweest. In 1963 werd het besluit genomen de kerk met circa 300 zitplaatsen uit te breiden en het architectenbureau Swinkels en Salemans werd aangezocht voor het ontwerp. Een geheel nieuwe kerk bleek, in tegenstelling tot uitbreiding van de oude, niet haalbaar. De kinderkapellen dienden hiertoe te verdwijnen. Het eerste ontwerp met begroting werd in 1964 gepresenteerd. Na enige aanpassingen kon in 1965 echter met de bouw worden begonnen. De uitvoering was in handen van aannemersfirma gebroeders Dinghs uit Castenray. De dakschalen werden vervaardigd in de betonfabriek Nelissen te Venray. De meest in het oog springende wijziging was het omdraaien van de schalen, zodat deze hol in plaats van bol op het dak kwamen te liggen. De negen dakelementen werden op de voorgestorte muren geplaatst met een hijskraan. De vloer liep naar het vieringaltaar toe enigszins af. De hoeveelheid meerwerk was beduidend groter dan gedacht. Dit had vooral te maken met de aansluiting van de nieuwbouw op de oude kerk, die lastiger was dan voorzien en de uitbreiding van de verwarmingskelder. Mgr. Moors consacreerde de kerk op 17 oktober 1966.

Exterieur

Noordzijde oude kerk. Foto:juli 2007

De nieuwbouw is dwars op het schip, tegen de zuidgevel van de neogotische kerk geplaatst. De nieuwbouw heeft een zaagtanddak, dat aan de kopse kanten oversteekt als gevolg van het gebruik van negen holliggende schaaldelen, die op achttien (negen aan elke zijde) betonnen pijlers met keperboogconstructie rusten. Aan de voorzijde – de westgevel – is de betonnen draagconstructie tot een hoogte van circa twee meter met baksteen in klezorenverband dichtgemetseld. Daarboven zijn in metalen sponningen grote glasramen aangebracht. Aan de rechterzijde van de westgevel staat een ingangsportaal met een zaagtanddak dat met inmiddels groen geoxideerde koperen platen bekleed is. De kerk wordt betreden via een dubbele ingang met glazen deuren. De zuidgevel is met uitzondering van stroken glas, die de verbinding vormen tussen de zijgevels en het dak, opgetrokken in baksteen. De nieuwbouw is met de oude kerk verbonden door een ingesnoerd gedeelte, waarin alternerend vensters en gesloten betonnen delen staan. De aansluiting heeft een plat dak. Tussen de sacristie en de nieuwbouw is een zij-ingang gemaakt.

Interieur

 Aansluiting oude kerk/nieuwbouw

Interieur nieuwbouw

De nieuwbouw aan de kerk bestaat uit acht traveeën. De kerkvloer loopt naar achteren lichtelijk omhoog. In het schip van de oude kerk is een verhoging gemaakt met twee treden, waarop het vieringaltaar is geplaatst. Door de opstelling van dit nieuwe koor is het mogelijk, vanuit de nieuwbouw het koor goed te zien. Tevens is in de oude kerk het bankenplan deels gehandhaafd, zodat ook van daaruit het altaar goed te zien is. De oude kerk functioneert thans als dagkerk. De overgang tussen de oude en de moderne kerk is voorzien van een houten plafond, waarboven een smalle glasstrook de verbinding vormt met het schaaldak. De ingangspartij met zijn zaagtanddak en roodkoperen bekleding loopt in de kerk door. De zuidwand is over zes traveeën voorzien van non-figuratief glas-in-lood. De in gele baksteen opgetrokken oostmuur is een harmonicawand zonder dragende functie. Boven de muur loopt een strook met non-figuratief glas-in-metaal. De niet-dragende achterwand daarentegen is recht. Achter in de kerk staat het doopvont geflankeerd door twee banken.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Zie ook: http://www.dekenaatvenray.nl/

Orgel

Het in 1914 door Vermeulen (Weert) in deze kerk geplaatste tweemanuaals orgel ging in 1944 verloren. Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) plaatste in 1949 een nieuw tweemanuaals orgel.

                                               - gegevens m.b.t. dispositie niet voorhanden -

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Afbeeldingen. Centraal een calvarie-afbeelding, met onder aan H. Longinus, die een lans in een draak steekt. In de ramen ter weerszijden de offers van Abraham en Melchesidech met de vier profeten, die Christus komst hebben voorzegd: Daniël, Isaïas, Jeremias, Ezechiël. Daarboven bustes met de vier evangelisten met hun symbool. De beide offers zijn prefiguraties op de kruisdood.

Acht non-figuratieve ramen als een doorlopende wand.

Zware vierkante gebouchardeerde, donkergrijze kolom met daarop een aan alle zijden uitstekende blokvormige, witgrijze mensa. Rondom de onderzijde van de mensa loopt een uitgehouwen sierlijst.

Achtzijdige voet en sokkel, waarop een achtzijdige vont met rond geelkoperen deksel. Vier zich krullende beugels lopen vanaf de rand van de deksel naar het midden waar zij een soort kroon vormen met daarop een bol met kruis.

Tegen de muur achter het volksaltaar staat het tabernakel. De voorzijde is voorzien van een reliëf met een voorstelling van de annunciatie.

Catharina en Urbanus
Catharina en Urbanus
Catharina en Urbanus
Catharina en Urbanus
Catharina en Urbanus
Catharina en Urbanus
Catharina en Urbanus
Catharina en Urbanus
Catharina en Urbanus
Catharina en Urbanus
Catharina en Urbanus
Catharina en Urbanus