HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 12-08-2018

Isidorus

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Isidorus
Dekenaat/kerkverband: Thorn-Heythuysen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Haler-Uffelse
Gemeente: Leudal
 
Adres: Pinxtenstraat 2
Postcode: 6012 RJ
 
Kadastrale gegevens: Hunsel 00 C
Bouwpastoor/bouwpredikant: L.W. Weys
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

De conische vont staat op een ronde voet en verjongt zich naar beneden. In de stam zijn vier afbeeldingen in reliëf uitgehakt: een waterstroom; zwemmende vissen; ankerkruis; slinger. Het deksel (XIX bc) is van koper en is geprofileerd. Op de onderzijde staan drie rozetten. Het deksel is bekroond met een eikel op leliebladeren. Het koperen waterbekken is in twee delen gescheiden met een vont en een heilig putje. Deze laatste is niet aangesloten.

Tekst: ME POSUIT / + RECTOR WEYS + / 17 OCT. 1951 Naast de ingang.

Afbeeldingen. De evangelisten met hun symbolen in de tracering van het roosvenster in de oostgevel. In de zwikken staan hun namen op banderoles.

Zes sacramenten in symbolen, als inzetten in de ramen van het schip, van noord naar zuid:

Vormsel: Duif met vlammen. Biecht:Twee gekruiste sleutels (verwijzing naar Petrus). Doop: Duif boven een doopvont. Laatste oliesel: Kelk op een tafel met aan de linkerzijde een kaars en aan de rechterzijde een oliedoosje. Op het tafelkleed staan een alpha en omega. Priesterschap: Op een evangelieboek met linten staat een kelk met hostie. Ter hoogte van de nodus is een palmtak afgebeeld. Huwelijk: Zonnebloem met aan weerszijden twee elkaar aanziende duiven, die in hun bek en blad van de stam vasthouden. De eucharistie is niet afgebeeld, deze is aanwezig in de vorm van het altaar.

Doop van Christus in de Jordaan. Verrezen Christus. In de ramen in de sacristie.

H. Isidorus staat met gevouwen handen. Ploegende engel. In de ramen bij de trap naar de zangtribune.

In de opname van de SKKN staat als jaartal 1954 genoteerd, maar volgens berichten uit 1952 was het glas reeds geplaatst ten tijde van de consecratie.

Meer foto's ››

Een uitgebreide levensbeschrijving van de H.Isidorus vindt u bij de Isidoruskapel in Swier bij Wijnandsrade.

Ruimtelijke context

De Isidoruskerk staat aan de rand van het dorp langs de doorgaande weg. In het wegenplan van het dorp is te zien, dat vanuit de kerk de lijnen zijn gepland, maar de kerk staat niet centraal. Door de geringe omvang van de kerk is zij geen landmark.

Type

De georiënteerde bakstenen zaalkerk kent een axiaal bankenplan, doorsneden door een middenpad.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

In 1946 werd op initiatief van een aantal ouders besloten een bijzondere school op te richten ten behoeve van het grote aantal kinderen, dat naar school moest. Bij een aanvraag bij het bisdom bleek echter, dat er geen school kon komen als er geen kerk was. Daarop werden stappen ondernomen om maar eerst een kerk te (laten) stichten. Het resultaat was, dat in 1947 een rectoraat werd gesticht, waarvan L.W. Weys als bouwrector was aangesteld. Hij vestigde een noodkerk in de Paulahoeve en trok bij de boer in bij wijze van rectoraatswoning. Het rectoraat besloeg zowel Haler als Uffelse, maar de kerk kwam in Haler.

Huidige kerk

In 1948 werd Weegels als architect was aangesteld. Het goedgekeurde ontwerp stamde uit 1950. Inmiddels was het geplande uitgebouwde priesterkoor met dakruiter verdwenen. Haler kreeg een zaalkerk, die echter is ontworpen als het schip van een grotere kerk. Opvallend is, dat tegelijkertijd in Heibloem eenzelfde kerk werd gebouwd. Zelfs het glas-in-lood komt in grote lijnen overeen. Het enige verschil is de vorm van de ramen in de zijgevels. Weegels heeft derhalve hetzelfde ontwerp twee maal en ook nog tegelijkertijd laten bouwen. Het grote verschil was gelegen in de eindopzet, in Heibloem werd een kruiskerk ontworpen. Het bisdom overlegde in 1948 met de Planologische Dienst over de bouwlocatie van de kerk. Besloten werd, de kerk te bouwen op de samenkomst van wegen nabij de boerderij De Locht. Dit scheelde in de kosten van de aanleg van wegen. Bovendien kon zich rondom de kerk een dorpscentrum ontwikkelen, zoals ook werd vastgelegd in het bestemmingsplan van 1952. De bouw werd gegund aan aannemer Firma Hendriks te Hunsel. De eerste steen werd gelegd op 7 oktober 1951 en de ingebruikname volgde op Pinksteren 1951, beide door deken Omloo. De consecratie geschiedde op 19 oktober 1952 door Mgr. Lemmens.

Veranderingen

In 1961 werd op een ongebruikte schoorsteen aan de koorzijde van de kerk een klokkenstoel gemonteerd en een klok opgehangen. In 1970 waren er plannen om de kerk geschikt te maken tot multifunctionele ruimte, waarbij ook een gymnastiekzaal een van de functies kon zijn. Opvallend is, dat deze functie bij meer kleine dorpskerken ter berde kwam. Deze plannen werden niet uitgevoerd. Wel werd het priesterkoor uitgebreid door de zangkapel en de sacristie te verwijderen en over de gehele breedte van de kerk een koor in te richten. In de biechtstoel aan de noordzijde werd een kleine sacristie ingericht. De doopvont werd voor het koor aan de noordzijde geplaatst, het ambon verhuisde naar het koor aan de zuidzijde. De communiebanken werden verwijderd. Van deze verbouwing resten geen braaksporen. Op 2 maart 1980 werd het rectoraat verheven tot parochie. Het dorp is in 50 jaar tijd van een afgesloten en puur agrarische kleine gemeenschap bestaande uit verspreid liggende boerderijen veranderd in een dorp. De kerk heeft in stedenbouwkundig opzicht gefunctioneerd als richtpunt, maar het dorp is naar de zuidzijde uitgebreid, waardoor de kerk nu niet in het centrum is gelegen.

Exterieur

De kerk is gedekt met een zadeldak met verbeterde hollandse pannen, dat wordt ontwaterd door bakgoten op een natuurstenen geprofileerde fries. De muren zijn in wild verband opgemetseld en platvol gevoegd. Het trasraam is in een lichtere kleur stenen. De kerk heeft aan de westzijde een puntgevel met natuurstenen topkruis en rollagen. De gevel is doorbroken door een roosvenster met een vierpas tracering. Hieronder bevindt zich het aangebouwde toegangsportaal, dat onder een zadeldak staat. In de topgevel bevindt zich de dubbele houten toegangsdeur. Boven de deur is een Mariabeeld gemonteerd. Licht wordt toegelaten door twee rondboogvensters in de zijgevels van het portaal. Naast het portaal staan aan weerszijden twee gekoppelde rondboogvensters. De hoeken zijn geaccentueerd door een overhoekse ongelede steunbeer tot halverwege de daklijst. De zijgevels zijn doorbroken door drie rondboogvensters met een betonnen afzaat. Aan de oostzijde staat tegen de topgevel een rechte koorafsluiting met boven aan een rondboog met rollagen als afsluiting. Op de muur is een kruis ingemetseld. Terzijde van het koor staat aan de zuidzijde een schoorsteen in twee geledingen, waar bovenop een klokkenstoel is gemonteerd met een zadeldak.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht naar achteren

Het portaal geeft toegang tot de kerk, die onder de zangtribune wordt betreden. Ter weerszijden van de ingang staan biechtstoelen. Aan de noordzijde is in de biechtstoel een sacristie ingericht. De zangtribune heeft een convex-concave balustrade. Boven de zangtribune treedt licht binnen door een met een betonnen vierpas getraceerd roosvenster. De vloer in de kerk bestaat uit rood gekleurd cement. Hierop staan eikenhouten banken in twee blokken, doorsneden door een middenpad. Licht treedt binnen door rondboogvensters in de zijwanden. De muren zijn in wild verband opgemetseld en zijn platvol gevoegd. Onder de vensters is de muur in siermetselwerk uitgevoerd. De ruimte is onderverdeeld in vijf traveeën, die onderling zijn gescheiden door Zweedse spanten, die op een natuurstenen voet rusten. De spanten zijn omgeven door stucwerk, zodat het gestuukte tongewelf van de kerk wordt onderbroken door steekgewelven. Boven de ramen is een ingemetselde rondboog aangebracht, die rust op een natuurstenen kraagsteen. Het priesterkoor is van de rest van de kerk afgescheiden door een gemetselde trap. De vloer van het koor is bekleed met plavuizen. In de oostwand fungeert een rondboognis als koorafsluiting.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

Deze kerk beschikt niet over een pijporgel.

 

De conische vont staat op een ronde voet en verjongt zich naar beneden. In de stam zijn vier afbeeldingen in reliëf uitgehakt: een waterstroom; zwemmende vissen; ankerkruis; slinger. Het deksel (XIX bc) is van koper en is geprofileerd. Op de onderzijde staan drie rozetten. Het deksel is bekroond met een eikel op leliebladeren. Het koperen waterbekken is in twee delen gescheiden met een vont en een heilig putje. Deze laatste is niet aangesloten.

Tekst: ME POSUIT / + RECTOR WEYS + / 17 OCT. 1951 Naast de ingang.

Afbeeldingen. De evangelisten met hun symbolen in de tracering van het roosvenster in de oostgevel. In de zwikken staan hun namen op banderoles.

Zes sacramenten in symbolen, als inzetten in de ramen van het schip, van noord naar zuid:

Vormsel: Duif met vlammen. Biecht:Twee gekruiste sleutels (verwijzing naar Petrus). Doop: Duif boven een doopvont. Laatste oliesel: Kelk op een tafel met aan de linkerzijde een kaars en aan de rechterzijde een oliedoosje. Op het tafelkleed staan een alpha en omega. Priesterschap: Op een evangelieboek met linten staat een kelk met hostie. Ter hoogte van de nodus is een palmtak afgebeeld. Huwelijk: Zonnebloem met aan weerszijden twee elkaar aanziende duiven, die in hun bek en blad van de stam vasthouden. De eucharistie is niet afgebeeld, deze is aanwezig in de vorm van het altaar.

Doop van Christus in de Jordaan. Verrezen Christus. In de ramen in de sacristie.

H. Isidorus staat met gevouwen handen. Ploegende engel. In de ramen bij de trap naar de zangtribune.

In de opname van de SKKN staat als jaartal 1954 genoteerd, maar volgens berichten uit 1952 was het glas reeds geplaatst ten tijde van de consecratie.

Charles Grips, 1954. Maria met Kind op de arm. Gemonteerd tegen de oostgevel aan de buitenzijde.

Tegen de wand is een mensa bevestigd, die rust op een tombe met het Christusmonogram. Aan weerszijden ondersteunen twee convex-concave consoles de mensa. Het voormalige hoogaltaar is nu in gebruik als sacramentsaltaar.

Op de deuren is een afbeelding gegraveerd met rechts een staande Christus, die de hostie uitreikt aan een geknielde man met aureool links. (Johannes?). Langs de rand is een versiering aangebracht, waarin halfedelstenen zijn gemonteerd.

Tombe met overstekende mensa. De onderzijde van de tombe is geprofileerd. Centraal staat een afbeelding van drie mannen aan een tafel. De voorstelling is die van de Emmausgangers. Het altaar staat centraal op het presbyterium. Het is gemaakt van een voormalige neogotische communiebank (XIXd) en door een onbekende geschonken.

Isidorus
Isidorus
Isidorus
Isidorus
Isidorus
Isidorus
Isidorus
Isidorus