HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 04-07-2017

Jozef

Ga naar de site van de patroonheilige
Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: H. Jozef
Dekenaat/kerkverband: Schinnen-Geleen
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Kerensheide
Gemeente: Stein
 
Adres: Sanderboutlaan
Postcode: 6171 BA
Coördinaten: x: 182187, y: 331714
 
Kadastrale gegevens: Stein B 5136
Bouwpastoor/bouwpredikant: J.F. Geurts
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Foto: april 2006

Ruimtelijke context

De Sint-Jozefkerk ligt op een ruim, van plantsoenen en grasvelden voorzien perceel in de kern van Kerensheide. Achter de kerk en daar bouwkundig mee verbonden staat de gelijkhtijdig gebouwde pastorie. In de onmiddellijk nabijheid ligt de lagere school. De kerk staat in de zichtas van de Sanderboutlaan. Met name de koortoren domineert de omgeving.

Type

Georiënteerde, driebeukige, romaniserende bakstenen pseudobasiliek met transept en dominante koortoren. Door een kleine boogconstructie met de kerk verbonden staat een campanile iets terzijde van de voorgevel. De kerk heeft een centraal bankenplan.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

In september 1936 ontving kapelaan J.F. Geurts van de parochie Lutterade-Krawinkel zijn benoeming tot bouwpastoor van Stein-Kerensheide. Op de zolder van de lagere school werd een noodkerk ingericht, die met kerstmis 1939 in gebruik genomen werd en tot de inzegening van de definitieve kerk in gebruik bleef. Pastoor Geurts preekte in 300 kerken om geld in te zamelen voor zijn kerk. Tevens organiseerde hij een nationale loterij.

Huidige kerk

In maart 1940 waren de plannen naar ontwerp van architect Alfons Boosten, met wie bouwpastoor Geurts reeds kort na zijn benoeming contact legde, gereed en werden zij opgestuurd naar de BBC. Niettegenstaande het feit dat de oorlog inmiddels uitgebroken was, werd op 12 oktober 1940, terwijl de pastoor de litanie van Sint-Jozef bad, de eerste spade gestoken voor het grondwerk. De uitvoering was in handen van aannemer Coppes uit Maastricht. De aannemer was opgedragen extra sterke beton te maken met het oog op eventuele mijnschade. De bouw vorderde traag vanwege de materiaalschaarste en stokte begin 1942 geheel. Pastoor Geurts startte een gebedsactie tot de H. Jozef en zie daar op 17 maart daaropvolgend kwam vanuit Maastricht het bericht dat 12 ton cement afgehaald kon worden. Een soortgelijk ‘mirakel’- de pastoor zag dit in elk geval zo – herhaalde zich in 1943 toen het altaar tegen de verwachting in, daags voor de consecratie, uit België arriveerde. De algehele bouwstop die op 2 juli 1942 werd afgekondigd, werd ontdoken. De bouw ging clandestien door. De campanile werd slechts met een boogje met de kerk verbonden om te voorkomen dat hij vanwege de mijnbouwactiviteiten los zou scheuren van de kerk. Onder de toren was een devotiekapelletje voor Sint-Jozef ingericht. Na de oorlog werd berekend dat de kerk die op 109.000 gulden was begroot in werkelijkheid 249.800 gulden had gekost.

Veranderingen

De Sint-Jozefkapel is niet meer als zodanig in gebruik en fungeert thans als rommelhok. De jongenssacristie is ingericht tot dagkapel. De banken in het transept zijn vervangen door plastic stoelen.

Exterieur

 

Linker dwarsbeuk en toren aan de koorzijde. Foto: november 2005

De pseudo-basilicale Sint-Jozefkerk heeft twee polen. De koortoren, die tevens de viering vormt, en een klokkentoren die op de noordwesthoek van de kerk staat. De ronde, ongelede klokkentoren is slechts met een rondboogconstructie met de kerk verbonden. De toren is evenals de rest van de kerk opgetrokken in rode baksteen die in Vlaams verband verwerkt is. Beneden in de toren bevindt zich een halfronde houten deur en twee lensvormige rondvensters met glas-in-betonvulling. Tegen de toren staat een tweede, rond traptorentje dat van enige lichtspleten voorzien is en bekroond wordt door een bakstenen conische torenhelm. Het bovenste deel van de klokkentoren heeft een reeks gekoppelde rondbogige galmgaten, die elk zijn opgebouwd uit drie op elkaar gezette galmgaten. Op vier punten zijn tevens wijzerplaten aangebracht. De toren wordt bekroond door een overstekende ingesnoerde achtzijdige, leien naaldspits. Daarop staat een bol met kruis. De voorgevel wordt beheerst door een arcade van vijf hoge rondbogen die rusten op ranke rechthoekige pijlers. De bogen geven toegang tot de narthex. De topgevel boven de arcade heeft drie gekoppelde, inmiddels dichtgemetselde rondboogvenstertjes, alsmede vlechtingen. De gevelvlakken naast de arcade zijn links doorbroken door een driepasvenster en rechts door een lensvormig rondvenster. In de narthex is een groot roosvenster met betonnen maaswerk geplaatst. In de narthex staan de twee dubbele houten, halfronde hoofdingangen en twee kleinere houten deuren van de zijportalen. De zijgevels worden geleed door zes zware muurdammen die tot in het zadeldak doorlopen. In de eerste travee zijn rondvensters aangebracht. Alle overige traveeën hebben elk een groot rondboograam. De afzaten van elk raam lopen door tot op het maaiveld. Het zadeldak is bedekt met verbeterd Hollandse pannen. De transeptarmen zijn lager dan het schip. Op de hoeken van de zijgevels staan onder een lessenaardak twee zijportaaltjes. In de zuidelijke transeptarm zijn in beide zijgevels driepasvensters aangebracht, in de noordelijk arm rondvensters. De kopse gevels van de transeptarmen hebben dezelfde opbouw: een met betonnen maaswerk gevuld roosvenster met daarboven in de topgevel drie gekoppelde rondboogjes en vlechtingen. Het transept heeft eveneens een zadeldak. De massieve ronde koortoren vormt tevens de viering. De toren is ongeleed. Aan de achterzijde heeft hij twee smalle, lange rondboogvensters. Onder de daklijst lopen op vier plaatsen arcades van vijf gekoppelde rondboogjes, die de indruk van een dwerggalerij wekken. Op regelmatige afstand steken betonnen waterspuwers uit het metselwerk. Een achtzijdige, leien spits die bekroond wordt door een kruis staat op de toren. Aan de noordkant staat een traptorentje tegen de koortoren. Aan de voet van de toren staat, onder een lessenaardak, een kooromgang met daaraan verbonden drie ronde torentjes, analoog aan de koortoren. Elk torentje heeft twee rondvensters. De omgang zelf heeft eveneens twee rondboogramen. In de hoeken van torenomgang en transeptarmen staan onder lessenaardaken twee sacristieën. De zuidelijke sacristie is verbonden met de pastorie.

Interieur

Zicht op het priesterkoor. Foto: juni 2010

Zixht op de zangtribune. Foto: juni 2010

De twee grote rondboogdeuren in de narthex geven toegang tot de ruimte onder de zangtibune. De binnendeuren zijn in tegenstelling tot de buitendeuren korfbogig en lager. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat het roosvenster tamelijk laag in de narthexgevel geplaatst is en dat de zangtribune derhalve evenmin erg hoog kan zijn. Naast de korfboogdeuren hangen houten rondboogdeuren van de zijportalen, die op hun beurt geflankeerd worden door van hekwerken voorziene toegangen tot de doopkapel en de spiltrap, die naar de zangtribune leidt. De zangtribune rust op drie gedrukte rondbogen die als een binnennarthex de overgang vormt naar het schip. De plafonds van zangtribune en portalen zijn recht en worden ondersteund door betonnen balkjes. Het interieur van de kerk is uitgevoerd als schoon metselwerk in Vlaams verband. Vanuit de de middelste rondboog leidt een middenpad tussen twee bankenblokken door naar het koor. De kerkvloeren zijn belegd met grijze natuurstenen plavuizen. Schip en zijbeuken zijn van elkaar gescheiden door een arcade van vier rondbogen. De bogen vloeien zonder overgang voort uit vierkante pijlers. De zijbeuktraveeën zijn onderling verbonden door gordelbogen. De zijbeuken hebben witgestuukte kruisgraatgewelven. Het schip heeft een open dakstoel met bruingeschilderde betonnen dakspanten, die door betonnen moerbalken verbonden zijn. De spanten rusten op betonnen consoles. De transeptarmen hebben dezelfde opbouw, met open dakstoel, als het middenschip, maar zijbeuken ontbreken. In de oostwand zijn twee rondboognissen uitgespaard waarin, op een supedaneum, de zijaltaren staan. Het middenschip is door drie rondbogen verbonden met de beide transeptarmen en de ronde koortoren. De twee buitenste bogen, die in een schuine hoek staan ten opzichte van het middenschip en koor en beide met elkaar verbinden, zijn lager en smaller dan de middelste. De middelste boog fungeert als triomfboog en markeert de overgang tussen schip en priesterkoor. In de bolwelvende muur boven de triomfboog zijn drie rondboogjes uitgespaard. Twee halfronde communiebanken markeren eveneens de scheiding tussen koor en schip. Het priesterkoor verheft zich vijf treden boven het vloerniveau van het schip. De treden zijn van zwart graniet. Het koor heeft een vloer van blauwe tegeltjes. Centraal onder het zesdelig kruisgewelf van de koortoren staat op een betonnen, met vloerbedekking bekleed supedaneum het vieringaltaar. Een arcade van vijf rondbogen geeft toegang tot de kooromgang en de straalkapellen. De omgang heeft graatgewelven, de  straalkapellen hebben koepelgewelven. De dagkapel is ingericht in de voormalige jongenssacristie. De rechthoekige ruimte heeft witgepleisterde muren en een vlak, gestuukt plafond. Er staat een houten altaar en stoelen.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

Foto: juni 2010

In 1954 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk een tweemanuaals hoofdorgel en een koororgel.

Hoofdorgel

Hoofdwerk                           Zwelwerk                              Pedaal

 

Bourdon 16’                         Tolkaan 8’                            Prestantbas 16’

Prestant 8’                           Salicionaal 8’                        Subbas 16’

Roerfluit 8’                            Zweving 8’                           Octaafbas 8’

Octaaf 4’                               Holpijp 8’                             Gedektbas 8’

Koppelfluit 4’                         Prestant 4’                           Prestant 4’

Kwint 2 2/3’                          Blokfluit 4’                             Bazuin 16’

Octaaf 2’                               Nachthoorn 2’

Mixtuur III-IV                        Sesquialter II

Trompet 8’                            Trompet harm. 8’

Koororgel

Manuaal                                                                           Pedaal

 

Nachthoorn 8’                     Baarpijp 4’                            Subbas 16’

Spitsfluit 8’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

 

 

Pietà. Geschenk van Boosten en Laudy aan de kerk. Op de zangtribune.

Cilinder met mensfiguren en gemonteerde glasstenen. De tabernakel staat op een ijzeren onderstel.

Motieven uit het leven van Sint-Jozef. In de Sint-Jozefkapel onder de klokkentoren.

 
 
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef
Jozef