HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 04-07-2017

Martinus

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Martinus
Dekenaat/kerkverband: Susteren-Echt
Soort gebouw: Parochiekerk
Plaats: Linne
Gemeente: Maasgouw
 
Adres: Oeveren BIJ 9
Postcode: 6067 BH
Coördinaten: x: 193431, y: 352182
 
Rijksmonumentennummer: 25891 Code: 6067BM-00009-01
Kadastrale gegevens: Linne: E 1169
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: R.K. Kerk

Foto: mei 2006

Redengevende omschrijving Rijksdienst voor de Monumentenzorg

Inleiding

In NEO-ROMAANS in 1897 naar een ontwerp van de architect C.J.H. Franssen uit Roermond gebouwde ROOMS-KATHOLIEKE KERK met SACRISTIE ter ere van de H. Martinus. De Martinuskerk is de eerste neo-romaanse kerk die Casper Franssen ontwierp. Deze dorpskerk is zeer markant gelegen, boven op een kunstmatige verhoging aan de rivier de Maas te Linne en kon tevens als baken dienen voor de schippers op de Maas. De kerk is tijdens Wereldoorlog II zwaar beschadigd. De toren werd voor een groot deel opgeblazen en de lichtbeuk over de lengte van een travee weggeblazen. In 1950 werd de restauratie voltooid. De toren werd vanaf de eerste geleding opnieuw opgetrokken en het vernielde deel van de lichtbeuk (het middenschip) hersteld. Bij de aardbeving in 1992 werd de toren opnieuw beschadigd en daarna werd de torenspits in de oorspronkelijke vorm  herbouwd.  De kerk wordt omgeven door een kerkhof, dat weer omsloten is door een kerkhofmuur. De oude toegang in de kerkhofmuur die aansloot bij de inmiddels gesloopte oude kapelanie, is in 1950 gedicht en verplaatst naar het midden van de muur, recht achter de kerk.

Omschrijving

De KERK heeft een BASILICA-GRONDVORM met drie beuken. De lichtbeuk heeft een zadeldak, terwijl de zijbeuken onder lessenaardaken liggen. Alle beuken zijn gedekt met leien. Aan de lichtbeuk zit het koor vast, bestaande uit een koortravee ter grootte van een middenbeuktravee gevolgd door een half ronde absis met half kegeldak. Links en rechts van de eerste koortravee  respectievelijk een zijkapel en de sacristie onder schilddaken. Aan de sacristie en de linkerzijgevel grenzen bergruimtes onder platte daken. De klokkentoren is centraal geplaatst voor de middenbeuk. Links van de klokkentoren is een doopkapel met kegeldak geplaatst, rechts van de klokkentoren bevindt zich de traptoren naar het oksaal.  De kerk is opgetrokken in baksteen in twee bouwlagen met metselwerk in kruisverband. De gebruikte materialen zijn baksteen en natuursteen, terwijl in het interieur veel marmar en graniet is gebruikt. In de gevels zitten rondboogvormige houten vensters met glas-in-lood en bovenlichten en natuurstenen dorpels. De deuren zijn eveneens van hout en rondboogvormig met natuursteendorpels. De decoratieve elementen zijn uitgevoerd in boogfriezen, lisenen, spaarvelden en bloktandlijsten onder de dakgoten van de sacristie en de zijkapel. De gehele kerk is omgeven door een risalerende bakstenen plint afgedekt door een natuurstenen regenlijst. 

 Foto: mei 2006

De KLOKKENTOREN is centraal voor het middenschip geplaatst en heeft een opbouw van drie geledingen en een torenspits. In de eerste geleding worden twee hoeklisenen door boogfriezen verbonden. Hiertussen de hoofdingang. Het baldakijnportaal wordt afgedekt door een natuurstenen plaat en bekroond met een natuurstenen kruis. Het portaal kent een getrapte rondboogvormige omlijsting van profielstenen en heeft een tympaan met een bijbels tafereel uitgevoerd in natuursteen. De omlijsting van profielstenen rust op natuurstenen basementen. De tympaan rust op een natuurstenen dorpel waaronder zich de dubbele houten deur bevindt met smeedijzeren decoratie en smeedijzeren hang- en sluitwerk. Rechts in de klokkentoren is een tweede ingang naar het kerkportaal middels een houten deur in een rondboogvormige omlijsting van profielstenen. De tweede geleding van de klokkentoren kent twee vensters per gevelvlak, ingekaderd door twee lisenen, verbonden door boogfriezen. In de derde geleding van de klokkentoren per gevel twee galmgaten, gescheiden door lisenen, die weer door rondboogfriezen verbonden worden. Op de toren staat een ingesnoerde torenspits met in ieder gevelvlak een klok  ingekaderd door drie ronde gevelopeningen. In de hoek van de klokketoren met de zijbeuk bevindt zich de tweeledige torentrap die toegang biedt naar het oksaal en de vliering van de kerk. De torentrap wordt gedekt door een spits en heeft in iedere geleding een drietal vensters. 

Foto: mei 2006

De ZUID- en NOORDGEVEL hebben een identieke wandopbouw en wandgeleding per travee. De traveeën worden ingedeeld door steunberen en lisenen. De zijbeuk wordt door lisenen steeds in twee velden verdeeld. De lisenen worden door rondboogfriezen verbonden. Per veld onderscheiden we een plint, een muurvlak, een waterlijst onder de vensters, een venster, een boogfries, een bloktandlijst en een lessenaardak. De lichtbeuktravee wordt niet in tweeën gedeeld, maar afgegrensd door twee lisenen die worden verbonden door een boogfries. Boven het lessenaardak van de zijbeuk loopt een hardstenen waterlijst en daarboven twee boogvensters. Het middenschip heeft een zadeldak. 

 Foto: mei 2006

Het KOOR bestaat uit een eerste koortravee ter grootte van de helft van een middenbeuktravee. Het koor wordt afgesloten door een halfronde absis met een  half kegeldak.  De absismuren zijn rijk versierd. Boven de plint wordt het benedendeel van de muur door lisenen geleed. De lisenen worden verbonden door boogfriezen.  Vervolgens een waterlijst met daarboven vier vensters. De vensters liggen  tussen lisenen die met grote bogen verbonden zijn. Onder de daklijst een boogfries en een bloktandlijst. De absis heeft een half kegeldak. De sacristie en de zijkapel zijn evenals de kerk in neo-romaanse vormen opgetrokken. Beide bouwwerken staan met halve schilddaken tegen de sluitmuren van de zijbeuken gebouwd. De kerk is grotendeels omgeven door een gemetselde kerkhofmuur die is uitgevoerd met plint en ongeveer manshoog is.

Van het INTERIEUR is onder meer het volgende van belang. Het houten oksaal, dat via de traptoren bereikbaar is. Het oksaal is door een grote rondboog verbonden met de toren.  De kerk heeft een Rijnlands alternerend stelsel. Het schip heeft drie traveeën, het koor telt één travee gevolgd door de absis.  De wandopbouw van het middenschip bestaat uit twee gekantonneerde pijlers. Tussen de pijlers staat een zuil met attisch basement en bladkapitelen. Het kapiteel eindigt in een vierkante dekplaat. De pijlers hebben slechts imposten (kussenblok). Zes rondbogen scheiden het schip van de zijbeuken.  Boven de bogen loopt een sierlijst en daarboven per travee twee boogvensters, eveneens boven een lijst. De kruisribgewelven rusten op eenvoudige kapitelen van de pijlers.  De zijbeuken ontvangen licht via zes vensters, één per zijbeuktravee. De zijbeuken zijn eveneens overkluisd.  Grote INTERIEURWAARDE hebben de rococo preekstoel uit 1759 (reeds eerder beschermd), een romaanse doopvont van hardsteen uit de 12e eeuw met een koperen deksel uit 1886 (eveneens reeds eerder beschermd), een tweetal  neo-gotische beelden van t.w. St. Martinus en St. Ambrosius. De twee beelden  zijn omstreeks 1860 vervaardigd en afkomstig uit de oude kerk van vóór 1897  t.w. St. Franciscus en St. Antonius. Vier gebrandschilderde glas-in-lood ramen op het priesterkoor uit 1955 (Max Weiss), en tenslotte een gebrandschilderd glas-in-lood raam in het portaal onder de toren, eveneens van Max Weiss (1952) dat de Sterre der Zee uitbeeldt.

Waardering

De architectuur-historische waarden van de R.K. Kerk H. Martinus te Linne worden bepaald door het belang van het gebouw binnen het oeuvre van de architect C.J.H. Franssen te Roermond - de kerk is namelijk de eerste neo-romaanse kerk die C.J.H. Franssen ontwierp -,vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp en verder vanwege het materiaalgebruik en de ornamentiek. De kerk beschikt over hoogwaardige kunsthistorische kwaliteiten van delen van het interieur, zoals de preekstoel, het doopvont en een tweetal luidklokken. De kerk is van cultuur-historische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling: de emancipatie van het Rooms-Katholieke geloof in de provincie Limburg vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw. Vanwege de situering op een verhoging nabij de Maas omgeven door een kerkhofmuur. De kerk is tenslotte van algemeen belang op grond van de architectuur-historische gaafheid van ex- en interieur en de  architectuur-historische, bouwtechnische en typologische zeldzaamheid. (Datum: 10-05-2002).

Onder nummer 25891 staat: De moderne St. MARTINUSKERK vanwege een hardstenen Romaans doopvont (XIII); ronde kuip op steel met vier hoekzuiltjes en koppen aan de onderzijde, alsmede fabelwezens aan de onderzijde van de zuiltjes; op de fries van de kuip wijnranken en druiventrossen. Verder een neo-rococo preekstoel, een crucifix ca. 1700 een luiklok uit 1349, diameter84,5 cm "O Rex Glorie..." en een luiklok uit 1457, diameter101,5 cm, gegoten door "Jacob, clockengietere van Venloe". Voorts tegen de kerkhofmuur aangebracht twee grafkruisen resp. uit 1627 en 1818 en een grafsteen van 1680. (Datum: 11-01-1968)

Bouwgeschiedenis

In 1223 was Johannes, plebaan van Linne en deken van het kapittel te Susteren, getuige van een schenking, waarbij het Kukenbosch te St. Odiliënberg overging aan het adelijke stift van Heinsberg. Linne was in die tijd een voorname en reeds oude parochie. De kerk, waarvan in de 10e eeuw gewag wordt gemaakt, zal vermoedelijk de eerste ter plaatse geweest zijn en was in Romaanse stijl gebouwd. Of deze de late middeleeuwen heeft overleefd, is ons niet bekend, aldus A. van Rijswijck in zijn boek 'De verwoeste kerken in Limburg' uit 1946. Zie verder hierboven.

Orgel

Blijkens het “Aardrijkskundig woordenboek” van van der Aa was deze kerk in 1846 “van een orgel voorzien”; volgens de dispositie-verzameling van Broekhuyzen een “achtvoets werk”, dat in 1844 gerepareerd was: het werd in 1899 vervangen door een nieuw orgel van Vermeulen (Weert), welke firma ook in 1933 een nieuw orgel plaatste b.g.v. het 40-jarig priesterjubileum van de pastoor; dit orgel ging in 1944 verloren; dezelfde firma plaatste in 1951 andermaal een nieuw orgel.

 

                                Hoofdwerk                            Zwelwerk                              Pedaal

                                Prestant 8’                            Salicionaal 8’                        Subbas 16’

                                Roerfluit 8’                             Holpijp 8’                             Octaafbas 8’

                                Octaaf 4’                                Prestant 4’                          Gedekt 8’

                                Octaaf 2’                                Blokfluit 4’                            Koraal 4’

                                Mixtuur III-IV                         Nasard 2 2/3’                        

                                                                              Piccolo 2’

                                                                              Terts 1 3/5’

                                                                              Basson-hobo 8’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht).

Martinus
Martinus
Martinus
Martinus
Martinus