HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 13-02-2017

Maria Goretti

Ga naar de site van de patroonheilige
 
Parochie/kerkgemeente: H. Antonius van Padua en Maria Goretti (Bleyerheide-Nulland)
Dekenaat/kerkverband: Kerkrade
Soort gebouw: Voormalige parochiekerk
Plaats: Nulland
Gemeente: Kerkrade
 
Adres: Maria Gorettistraat
Postcode: 6462 XR
 
Kadastrale gegevens: Kerkrade E 5161
Bouwpastoor/bouwpredikant: M.J.H. Vliegen
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: In 2004 aan de eredienst onttrokken en inmiddels gesloopt

Foto: Sander van Daal, woensdag, 23 september 2009

 

Front. Foto: november 2008

Ruimtelijke context

De Maria Gorettikerk ligt aan een ruim plein, dat zij aan één zijde geheel afsluit. De omliggende bebouwing stamt voor een groot deel uit de jaren vijftig. Schuin achter de kerk staat de betonnen schachtbok van de Dominiale Mijn.

Type

Niet-georiënteerde kruisbasiliek in met baksteen beklede betonskeletbouw op paraboolvormig grondplan met bolwelvende voorgevel en rechtgesloten transeptarmen. De kerk heeft een centrale bankenopstelling.

Bouwgeschiedenis

Noodkerk

De H. Maria Gorettiparochie werd in 1950 opgericht. Kapelaan M.J.H. Vliegen uit Meerssen werd benoemd tot bouwpastoor. In Meerssen formeerde zich een geldinzamelingcomité, dat internuntius Mgr. P. Giobbe liet weten dat in Kerkrade de eerste Maria Gorettikerk in Nederland zou verrijzen. Dit bericht werd door Giobbe doorgegeven aan Rome, wat voor paus Pius XII aanleiding was om de jonge parochie 3000 gulden te schenken. (Iets soortgelijks deed zich voor bij de bouw van de kerk van het Onbevlekt Hart van Maria (Fatimakerk) te Brunssum). Bouwpastoor Vliegen en zijn parochianen richtten een oude wasserette in als noodkerk. De kerk werd half november 1950 in gebruik genomen. De noodkerk bleef in gebruik tot de inzegening van de nieuwe kerk.

Huidige kerk

Op 13 augustus 1950 gaf Vliegen te kennen dat hij architect J. Fanchamps in de arm wilde nemen als architect voor de nieuwe kerk. Fanchamps zou in eerste instantie samenwerken met A. Schwencke maar deze laatste trok zich terug. De tekeningen van Fanchamps werden op 10 september 1951 door de WGA besproken. In principe werd Fanchamps’ ontwerp, dat voorzag in een kruiskerk op paraboolvormige grondslag, goedgekeurd. Wel waren er suggesties om details betreffende de toren en de devotiekapel te veranderen, maar die onderdelen van de kerk werden uiteindelijk niet gebouwd. Ernstiger vond de BBC in maart 1952 dat de krocht voor profane doeleinden – een parochiehuis - gebruikt zou worden. Een kerk mocht voorzien worden van de nodige kelders, maar indien er een crypte gebouwd werd, zou deze alleen voor religieuze doeleinden mogen dienen. De Maria Gorettikerk kreeg een bijzondere liturgische dispositie door de plaatsing van een vieringaltaar en een sacramentsaltaar. De priester zou de mis opdragen ad faciem versus populum, terwijl het volk aan drie kanten rond het altaar vergaderd was. De kerk werd op 30 september 1952 aanbesteed. De laagste inschrijver was de firma G.J. Ruiters uit Kerkrade met 268.006 gulden inclusief mijnschade voorzieningen. De Dominiale Mijn schonk 10.000 gulden voor de nieuwbouw. De gemeente Kerkrade verstrekte een subsidie van 60.000 gulden. De eerste steen werd door deken De Hesselle gelegd op 12 juli 1953. Ingezegend werd de Maria Gorettikerk op 4 december 1954. Mgr. Moors wijdde haar op 18 augustus 1963. Het nieuwe inwijdingsritueel maakte het mogelijk dat de parochianen de consecratie mochten bijwonen.

Gevelreliëfs

De ronde devotiekapel en de klokkentoren werden vanwege bezuinigingen niet gebouwd. Wel werden na de oplevering van de kerk de reeds op de tekeningen voorziene gevelreliëfs aangebracht. De uit Maastricht afkomstige in Amsterdam werkende beeldhouwer Wim van Hoorn ontwierp en maakte de reliëfs, die in totaal zo’n 32 m² besloegen. Van Hoorn gebruikte Tegelse klei die in de gresbuizenfabriek te Reuver gebakken werd. De reliëfs werden geboetseerd in plakken klei van 20 cm dikte, waarna de voorstelling in stukken gesneden werd om gebakken te worden. Het groengeglazuurde Laatste Avondmaal bestaat uit 140 stukken. De kosten van alle reliëfs bedroegen circa 25.000 gulden. Het eerste reliëf, de Bergrede, werd in januari 1958 afgeleverd. In september 1959 werden de overige afgeleverd. Het grote gevelplastiek van het Laatste Oordeel werd door de WGBK op 28 september 1961 goedgekeurd en was eind 1962 gereed.

Sloop Maria Gorettikerk in Kerkrade stilgelegd

Op last van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is de Meander Zorggroep in Kerkrade gestopt met de sloop van de Maria Gorettikerk. De bouw van een nieuw zorgcentrum op deze plek loopt hierdoor aanzienlijke vertraging op.

De afbraak is gestaakt nadat de dienst besloot een aanvraag van het Cuypersgenootschap in behandeling te nemen. Gedurende dit afwegingsproces, dat gemiddeld zo'n tien maanden duurt, moet de kerk in de huidige staat behouden blijven. De sloop van het gebedshuis begon eerder deze maand nadat Meander van de gemeente een sloopvergunning had gekregen. De Zorggroep wil op dezelfde plek een nieuw zorgcentrum bouwen ter vervanging van het verderop gelegen, verouderde verzorgingshuis Vroenhof.

Nu al biedt de Maria Gorettikerk in de wijk Nulland een troosteloze aanblik. Er staat nauwelijks nog meer dan een karkas. Uit het rapport van een constructiebedrijf, dat Meanderbestuurder Jos Meijerink vroeg het risico van instorting in kaart te brengen nu de kerk tien maanden overeind moet blijven staan, blijkt volgens hem dat het gebedshuis eigenlijk eerst nog verder gesloopt zou moeten worden. Meijerink betreurt het dat “dit project ons waarschijnlijk vele tienduizenden euro's extra gaat kosten.” Zeker is al dat de bouw van het nieuwe zorgcentrum flinke vertraging zal oplopen.

Het Cuypersgenootschap diende zijn aanvraag om de Maria Gorettikerk op de monumentenlijst geplaatst te krijgen, in op 11 september, aldus bestuurslid Marcel Richter. De sloop was toen al vier dagen bezig. Richter verwijt de Meander Zorggroep dat deze niet de wettelijke termijn van zes weken in acht heeft genomen die geldt tussen verstrekking van een sloopvergunning en het definitief worden ervan. Meijerink erkent dat, maar hij benadrukt dat dit gebeurd is in overleg met de gemeente Kerkrade.

Het Cuypersgenootschap wil de kerk als monument behouden omdat deze, volgens Richter, “een van de belangrijkste werken is van het toch al kleine oeuvre dat de Kerkraadse architect Jozef Fanchamps in de wederopbouwjaren heeft nagelaten”. Dat zijn genootschap niet eerder een aanvraag indiende bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verklaart hij met het feit dat kerken pas in aanmerking komen voor een plek op de lijst als ze ten minste vijftig jaar oud zijn. De bouw van de Maria Gorettikerk begon in 1953, een jaar later werd hij ingezegend. Teruglopend bezoek deed het bisdom in 2004 besluiten de kerk aan de eredienst te onttrekken. Sindsdien stond het gebouw leeg.

De Limburger,  Gepubliceerd op: 28.09.09 13:57, bijgewerkt op: 28.09.09 15:48

Inmiddels is de kerk toch gesloopt.

Exterieur

Koorzijde. Foto: november 2008

De brede bolwelvende voorgevel wordt vrijwel geheel gedomineerd door een betonnen rondboogarcade, die vanaf het maaiveld tot vrijwel aan de betonnen daklijst doorloopt. In de vijf bogen hangen evenveel dubbele houten cassettedeuren die toegang geven tot de kerk. Boven de deuren zijn reliëfs aangebracht met daarboven glas-in-loodramen in een betonnen frame. Het timpaan in de topgevel bevat eveneens een reliëf. Op de punt van het dak staat een kruis. De gevels van de kerk zijn uitgevoerd in gele baksteen die in klezorenverband verwerkt zijn. Middenschip en transept hebben met bitumen bedekte zadeldaken met een kleine helling. De zijgevels en de overige delen van de kerk zijn symmetrisch opgebouwd. Tegen de gevels staan smalle, lage zijbeuken onder een lessenaardak. De zijgevels van de zijbeuken worden door een betonnen skelet in verticale zin geleed in spaarvelden. In elk spaarveld doorbreekt een horizontaal geplaatste rechthoekig venster het wandvlak. De zijgevels van het middenschip hebben dezelfde opbouw. Hier echter zijn de rechthoekige raampartijen veel groter en verticaal geplaatst. De zijgevels van het transept zijn blind maar door korfbogen verbonden lisenen geven het muurvlak reliëf. De kopse gevels van het transept zijn voorzien van een betonnen skelet dat drie dubbele houten deuren bevat met daarboven reliëfs en glas-in-lood. De timpanen in de topgevels zijn van beton en in tegenstelling tot de voorgevel niet van beeldhouwwerk voorzien. De halfronde absis wordt omgeven door een eveneens halfronde sacristie. Deze is door betonnen balken en kolommen ook geleed. De sacristie heeft zeven rechthoekige vensters. De absis is net zo hoog als het transept en middenschip. Ook hier weer een betonnen skelet met daartussen vensterpartijen van glas-inlood.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

De vijf voordeuren van de kerk geven toegang tot een inpandig voorportaal, vanwaaruit drie dubbele houten deuren de verbinding vormen met het middenschip. Het portaal wordt geflankeerd door een trapportaal, dat naar de zangtribune leidt die boven het portaal ligt, de doopkapel, de Maria Gorettikapel en een Mariakapel. Deze ruimtes/kapellen zijn allemaal rechthoekig van vorm en hebben geen bijzondere tectotische details. Vanuit het voorportaal voert een middenpad naar het priesterkoor met het viering- en het sacramentsaltaar. De vloeren zijn voorzien van donkerrode gebakken tegels. In het middenschip staan vier bankenblokken. Zware zich naar beneden verjongende rechthoekige betonpijlers geleden de binnenruimte. Zij scheiden de processiegangen van het schip en vormen ‘triomfbogen’ tussen schip en transept ter ene en de viering en de absis ter andere zijde. De pijlers zijn door korfbogen met elkaar verbonden. Pijlers en opgaand muurwerk staan op een plint van in het zicht gelaten gele baksteen. Daarboven zijn de muren gepleisterd. Het bolwelvende met travertijn belegde priesterkoor neemt vrijwel de hele viering in beslag en verheft zich vier treden boven het vloerniveau van de kerk. Voor het koor staan twee communiebanken. Aan beide zijden van het koor staan halfronde verhogingen die opgetrokken zijn in hoogkant verwerkte baksteen. Op deze verhogingen staan de ambones. Op het koor ligt een bolwelvend tweetredig supedaneum met daarop het vieringaltaar. Daarachter staat, vier treden hoger, het sacramentsaltaar. De absis krijgt extra cachet door de colonnade van vier betonnen pijlers die los van de muur staan, waardoor het idee van een kooromgang ontstaat. Het koor wordt geflankeerd door twee zijaltaren in nissen. Het altaar links is gewijd aan Maria, het altaar rechts aan Maria Goretti. De banken in de transeptarmen zijn gericht op het vieringaltaar.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

In 1964 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk een tweemanuaals orgel

                                Hoofdwerk                            Zwelwerk                              Pedaal

                                Prestant 8’                            Holpijp 8’                            Subbas 16’

                                Roerfluit 8’                            Zing.prestant 4’                  Gedektbas 8’

                                Octaaf 4’                                Baarpijp 4’                          Prestant 4’

                                Blokfluit 4’                             Vioolfluit 2’

                                Mixtuur III-IV                         Sesquialter II

                                Trompet 8’                            Kromhoorn 8’

Bron : G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Glas-in-lood, H. Levigne, 1953. Goede Herder. In de absis.

Vijf glas-in-loodramen, H. Levigne, ca. 1955.

Voorstellingen van : Vincentius a Paulo, H. Martinus, H. Barbara, H. Hubertus, Maria. In de zijbeuk.

Glas-in-lood, Jos. Eggen, ca. 1956

Voorstelling : de H. Familie. In de zijbeuk.

Vier glas-in-loodramen, Wim van Hoorn, ca. 1956.

Voorstellingen: H. Theresa van Avila, H. Henricus, H. Christoffel, de gelovige arbeiders (mijnwerker en fabrieksarbeider). In de zijbeuk.

Glas-in-lood, XXc. Latijns kruis. In de voorgevel.

Doopvont, hardsteen en koper, ca. 1954. Achtzijdige voet met daarop een zich naar beneden verjongende achtzijdige stam, die aan de bovenzijde ingesnoerd is. Op de stam staat de achtzijdige vont, die afgesloten wordt door een koperen deksel, die bekroond wordt door een bol met kruis.

Reliëf, zachte zandsteen, 1954. H. Familie. In de doopkapel.

Tabernakel, gepatineerd brons, 1954. Op de twee deuren zijn ruitvormige omkadering voorstellingen van een vis met een korf broden en Phoenix die uit zijn as herrijst. Op het tabernakel staat een kroon. Op sacramentsaltaar.

 
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti
Maria Goretti